Nadia de Vries

DE WITTE RAAF

Editie 209 januari-februari 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Ulay Was Here

 Op 20 november heropende het Stedelijk Museum met een retrospectief van de Duitse kunstenaar Frank Uwe Laysiepen, beter bekend als Ulay, die op 2 maart vorig jaar overleed. Het museum laat zien dat de kunstenaar naast zijn beroemde performancewerk met Marina Abramović ook een belangrijke solocarrière heeft gehad. Vooral deze minder bekende solowerken maken het een prikkelende tentoonstelling.

Een hoofdthema in Ulays oeuvre is de kwetsbaarheid van het lichaam en, specifieker, van het menselijke vlees. In de eerste zalen van de tentoonstelling hangen tientallen polaroids, bijna allemaal zelfportretten, waarop de kunstenaar de grenzen van zijn lijf opzoekt via travestie of zelfverminking. In de Dunes-reeks uit 1973 zien we hem in jarretels en zware make-up door de duinen dartelen, spelend met een veren boa, gretig achterna gehapt door een hond. In dezelfde ruimte hangt Diamond Plane (1973), waarop hij een diamanten broche in de vorm van een vliegtuig direct op – of liever gezegd, in – zijn huid speldt. Een druppel bloed loopt langs zijn borst omlaag.

In de latere werken thematiseert Ulay de grenzen van het lichaam op subtielere wijze dan in zijn eerste polaroids en in de bombastische performances met Abramović. Zo is er Berlin Afterimages (1994-1995), een mysterieus ogende fotoreeks van kleurennegatieven die voortkomt uit een fascinatie met de ‘nabeelden’ die een felle lichtbron op het netvlies achterlaat. De reeks toont de stad Berlijn die, na de val van de Muur, op provisorische wijze werd hersteld met materialen die geen deel uitmaakten van de oorspronkelijke, neoclassicistische architectuur – door de contrasten van het kleurennegatief worden de beschadigingen en restauraties als nabeelden van de geschiedenis van de stad gemarkeerd. Het hier opgenomen werk heeft als ondertitel Eagles Shall Hunt Dogs, een verwijzing naar de dubieuze relatie van Ulays geboorteland met de symboliek van de adelaar. Op het beeld valt een Duitse herdershond te ontwaren, hetzelfde ras dat de kunstenaar in Dunes achternazat. Waar Ulay in zijn eerdere werken nog zijn eigen huid als esthetisch grensgebied tussen binnen en buiten inzet, gebruikt hij hier het beeld van de stad als een metaforisch lichaam dat bewoond, beschadigd en bewonderd kan worden.

Het intiemste werk uit het latere oeuvre is het ogenschijnlijk simpele Sweet Water Salt Water (2012), een reeks uitvergrote polaroidfoto’s van kristallen glazen gevuld met water. Uit de zaaltekst blijkt dat het water in de glazen naar Ulays eigen vochtverlies verwijst. In 2011 werd de kunstenaar getroffen door alvleesklierkanker – waarvan hij in 2016 herstelde. Als gevolg van zijn chemotherapie begon hij aanzienlijk meer te huilen. Te midden van de polaroids hangt een bescheiden zelfportret in een geblokt overhemd. Een enkele traan biggelt over zijn wang – het ‘zoute water’ uit de titel, dat een contrast vormt met het kraanwater in de glazen. Het werk doet denken aan de Intra-Venus-reeks (1991-1992) van de Amerikaanse kunstenaar Hannah Wilke die in een vergelijkbare stijl de fysieke gevolgen van haar chemokuur vastlegde.

Invisible Opponent (2016) gaat over de ‘onzichtbare vijand’ die de kunstenaar vijf jaar lang met zich meedroeg. Het bestaat uit een grote, roze spiegel bedekt met kalk, waarin de woorden ‘suchness,’ ‘nowness,’ ‘not I’ – ongetwijfeld een verwijzing naar de gelijknamige monoloog van Beckett – en ‘enough’ staan gekrast. In een begeleidende video van iets meer dan een half uur is te zien hoe het werk werd gemaakt tijdens een performance in het Musée d’Art et Histoire in Genève. Nadat de spiegel is volgekalkt en de woorden zijn opgeschreven, neemt Ulay in het midden plaats. Daar manoeuvreert hij zijn lichaam in verwrongen posities, als een reconstructie van de pijnen die de kanker hem toebracht. Af en toe loopt er een ongemakkelijke museumbezoeker voorbij de lens, vermoedelijk op weg naar de uitgang.

Het hoogtepunt van de tentoonstelling is echter Pink Pain, eveneens een videoperformance uit 2016 die wordt getoond in de volgende zaal. Voor deze performance verfde Ulay de stekels van een Burbankcactusplant – die naar verluidt zijn stekels verliest als hij aan nerveuze mensen wordt blootgesteld – roze, terwijl een geluidsopname van de Amerikaanse dichter Anne Sexton wordt afgespeeld. De betreffende voordracht komt uit Her Kind (1959), Sextons beroemde gedicht over hoe het is om vrouw te zijn. Nadat Ulay alle stekels heeft geverfd, knipt hij ze stuk voor stuk af, waarmee hij de plant in feite castreert. Op het einde trekt hij zijn shirt uit en omhelst de naakte cactus met zijn ontblote lijf. De roze verf op de cactusstekels en het gedicht van Sexton verwijzen naar de kwetsbaarheid van het vrouw-zijn én die van de kunstenaar zelf, die met Pink Pain vermoedelijk een ode aan zijn verbroken relatie met Abramović brengt: de ‘gevoelige’ Burbankcactusplant werd in 1982 al genoemd in de uitnodiging voor een tentoonstelling van het kunstenaarsduo. Pink Pain leest als een teder werk dat de kwetsbaarheid van het venijnige object onderzoekt, en na de fysieke intensiteit van Sweet Water Salt Water en Invisible Opponent suggereert de onschadelijk gemaakte cactus een hoopvolle aflossing.

In de voorlaatste zaal van de tentoonstelling hangt Performing Light (2019), het resultaat van een performance in de Richard Saltoun Gallery in London, waarbij de kunstenaar, gekleed in een witte overall, op een stuk lichtgevoelig papier ging liggen terwijl enkele toeschouwers hun handen over de randen van het papier hielden. Op het resulterende fotogram zien we het lijf van Ulay tegen een donkere achtergrond, omringd door handen die hem uit de duistere diepte lijken te tillen.

De verleden tijd in de titel Ulay Was Here lijkt de kunstenaar als een spookverschijning voor te stellen, wat de tentoonstelling een somber randje geeft. De curatie is desondanks op de toekomst gericht. In de slotruimte van de toonstelling staat geen laatste, iconisch werk van Ulay, maar worden jonge kunstenaars getoond die hun lijf met een Ulay-esque intensiteit inzetten. Ze werden gekozen in samenwerking met De Appel, het spraakmakende Amsterdamse kunstpodium waar Ulay gedurende zijn leven nauw bij betrokken was. Het resultaat is een gulle finale waarin niet wordt geëindigd met een zwanenzang van de kunstenaar maar waaruit de inspiratie blijkt die hedendaagse kunstenaars uit het werk putten.

 

Ulay Was Here, tot 18 april in het Stedelijk Museum, Museumplein 10, Amsterdam.