Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 209 januari-februari 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Design! Muller Van Severen

Villa Cavrois, gebouwd tussen 1929 en 1932 in Croix, net over de Belgische grens, is een huis voor een gezin met zeven kinderen en personeel – een kolossaal stuk architectuur van Robert Mallet-Stevens (1886-1945), met bijna tweeduizend vierkante meter bewoonbare oppervlakte. Als modernistisch kasteel is het een oxymoron: een langwerpige aaneenschakeling van eerder traditionele ruimtes, zo overdadig dat zowel de sociale als de meeste formele aspiraties van de avant-garde uit het begin van de twintigste eeuw verdrukt worden, of zich nog slechts als in een theatrale parodie manifesteren. De villa werd bewoond tot 1986, en kwam in handen van een vastgoedmaatschappij die het omliggende park wou verkavelen en het geklasseerde huis liet verkommeren in de hoop dat het vanzelf zou verdwijnen. In 2001 kocht de Franse staat de ruïne en eind 2008 werd het beheer toevertrouwd aan het Centre des monuments nationaux. Na twaalf jaar renovatie ging de villa open voor het publiek in 2015, in nagenoeg originele staat hersteld.

Omdat het vlakbij gelegen Rijsel in 2020 een jaar lang de titel van ‘wereldhoofdstad van het design’ mocht dragen – een eer die in 2018 aan Mexico City te beurt viel, terwijl voor 2022 Valencia is geselecteerd – was er in en rond de villa Cavrois, van juni tot november, werk te zien van het Belgische duo Muller Van Severen. Het is niet gebruikelijk, en allesbehalve evident, dat de woning van Mallet-Stevens het decor vormt voor tentoonstellingen, maar in dit geval werkte het: de eenvoudige, probleemloze en lichte meubels van Muller Van Severen waren te gast in de luxueuze, vaak zwaar aangezette interieurs en op de ruim bemeten terrassen. Samen functioneerden fauteuils, stoelen, kasten, een spiegel of een tapijt als een tijdelijke correctie op – of als een actualisering van – het monumentaal-moderne en burgerlijke woonideaal van de villa Cavrois, bijna honderd jaar later. Die tijdelijkheid kan op twee manieren begrepen worden: niet alleen verdwenen de meubels na afloop van de tentoonstelling, ze hebben zelf iets momentaans, als schetsen, of als contouren of indrukken van meubels, die als met de striptekentechniek van de klare lijn niet alleen worden neergezet maar ook gematerialiseerd. Het resulteert in driedimensionale vormen die zich ophouden in een interieur zonder het te bezetten, te domineren of in beslag te nemen. Het wonen zelf wordt er tijdelijk door, veranderlijk en mobiel – letterlijk, want de stukken van Muller Van Severen lijk je moeiteloos in je eentje te kunnen verplaatsen. Er zijn bovendien weinig interieurs te bedenken, weinig vormen van architectuur, waarin deze meubels niet zouden passen. Dat kan tot vrijblijvendheid leiden, of zelfs tot onverschilligheid, maar dan in de meer positieve zin, als de afwezigheid van elke verplichting, of als een vorm van kalme – en kalmerende – onverstoorbaarheid. In een stilaan volgebouwde wereld is wonen steeds minder een zaak van (nieuwe) architectuur die voor de eeuwigheid is neergezet, zo lijken deze meubels te suggereren; wie het geluk en de middelen heeft om het goede leven te exploreren, kan op een plek neerstrijken, zoals een vogel, niet zozeer om een nest te beginnen, maar eerder om een zonnebad te nemen, of om langdurig en geconcentreerd om je heen te kijken.

In een kleine gids, een in acht gevouwen poster, werd het werk gepresenteerd aan de hand van zeven heel algemene woorden: duo, inspiraties, proces, kleuren, materialen, idee en functionaliteit – een zevendeling die in de tentoonstelling zelf niet werd aangehouden. Ook de titel, Design!, verried dat het om een eenmalige gebeurtenis ging in de context van dit historische huis, zo uitzonderlijk dat een simpele aankondiging van het genre leek te volstaan. Toch zijn het categorieën die bij dit jonge oeuvre passen, dat complexloos banaal, of eerder basaal durft te zijn. Dit is geen design dat zich wil meten met de traditie of dat zich opwerpt als statussymbool, hoezeer het dat onvermijdelijk ook altijd blijft. Weinig respectvol valt het te omschrijven als design for dummies of voor dilettanten, en Fien Muller (1978) en Hannes Van Severen (1979) hebben inderdaad een ander professioneel verleden: Muller werkte als fotograaf en Van Severen als beeldhouwer. Dat hij de zoon is van Maarten Van Severen (1956-2005), en dat zij diens werk meermaals fotografeerde, is wat hen met de wereld van het design verbond. In 2011 werd Muller uitgenodigd om werk te tonen in galerie valerie_traan in Antwerpen. Omdat de galerie meestal duotentoonstellingen organiseert, inviteerde zij op haar beurt Van Severen. Ze besloten enkele meubels die ze voor hun eigen woning hadden gemaakt – zoals een tafel waarvan één poot boven het blad doorloopt en uitloopt in een boog met een lamp, als een straatlantaarn – als vertrekpunt te nemen voor een reeks. De tentoonstelling was een zodanig succes dat Muller en Van Severen zich sindsdien met niets anders meer bezighouden.

In Villa Cavrois werd dus werk van de afgelopen negen jaar verzameld. Bij de oudste reeksen is het basismateriaal zwartgelakt of met bijenwas behandeld staal, waarmee orthogonale frames worden geproduceerd waarin polyethyleen platen passen, als tafelblad of als legplank. Het is een constructiewijze die toelaat om meubels eenvoudig uit te breiden en combinaties toe te laten, zoals de lamp boven de tafel, of zoals een vel leder dat, opgehangen in het frame vlak naast een kast, een fauteuil wordt. Het doet een beetje denken aan het Duitse speelgoedmerk Quadro, dat in 1979 werd ontwikkeld als een modulair systeem om huisjes, speeltuigen of rolwagens in elkaar te knutselen, met dat verschil dat de meubels van Muller Van Severen niet aanpasbaar zijn. Uit 2016 dateren een aantal doorzichtige terrasstoelen in roestvrij staal, als uit verstevigd kippengaas gemaakte schanskorven die, licht gebogen, tot zitten of liggen uitnodigen. De recentste reeks is gemaakt uit aluminium holle buizen, die aan elkaar zijn gezet om kastenwanden te vormen of het bovenvlak van een zitbank. Ter gelegenheid van de tentoonstelling in Croix werd ook een sofa cavrois ontworpen, met een messing onderstel – een chaise longue voor twee personen met een lang deel en, loodrecht erop, een korter deel, zodat voeten kunnen rusten op een schoot. In al deze meubels leeft het project van het moderne design voort – bescheidener en exclusiever tegelijkertijd, met oog voor de kenmerken en de gevoeligheden van materialen, niet zozeer met de ambitie om de maatschappij te veranderen, als wel om aspecten en mogelijkheden van het wonen tot uitdrukking te brengen.

 

 Design! Muller Van Severen liep van 16 juni tot 31 oktober 2020 in Villa Cavrois, 60 Avenue du Président John Fitzgerald Kennedy, Croix.