Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 210 maart-april 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Superstudio en Gianni Pettena

Superstudio Migrazione is een tentoonstelling in de verleden tijd. Zelfs Rem Koolhaas, die in de catalogus wordt geïnterviewd door Véronique Patteeuw, kijkt deze keer alleen achterom, ondanks zijn gewoonte om zoveel mogelijk vooruit te denken. De Italiaanse groep Superstudio was dan ook een twintigste-eeuws fenomeen, actief van 1966 tot 1978 en omschreven in 2004 door stichtend lid Adolfo Natalini (1941-2020) als ‘een situationistische beweging die de traditionele instrumenten van de architectuur gebruikte om niet alleen architectuur en haar trends te bekritiseren, maar ook de samenleving’. Superstudio bouwde nauwelijks, maar bekwaamde zich in zogenaamde papieren architectuur om verhalen te vertellen die niet alleen kunst en architectuur versmolten, maar waarmee ze bovenal literaire, politieke en filosofische aspiraties hadden.

Om dit omvangrijke en ondertussen goed gearchiveerde en gedocumenteerde oeuvre tentoon te stellen in het CIVA, bedacht curator Emmanuelle Chiappone-Piriou een concept rond de term ‘migratie’, of zo heet de expositie althans. Ontleend aan de titel van een werk van Superstudio, een abstracte foto uit 1969 van een vlucht vogels, verwijst Migrazione naar de manier waarop ideeën ‘migreren’: ‘Net als de vogels’, zo schrijft Chiappone-Piriou in een toelichting, ‘lijkt [de activiteit van Superstudio] voortdurend in beweging, waarbij ze eerder stroomt dan het terrein organiseert en eerder openstaat voor verbeelding dan zich te laten opsluiten door muren.’ Het zijn nogal abstracte en algemene bewoordingen die van toepassing zijn op haast elk creatief oeuvre, en ook de andere manier waarop de titel wordt verklaard – Superstudio was invloedrijk, en hun strategieën ‘migreerden’ over de landsgrenzen heen naar generatiegenoten als Koolhaas en Bernard Tschumi – is een evidentie: het is dankzij overname en beïnvloeding, die altijd deels vanuit andere contexten komen, dat kunst en cultuur ‘werkt’.

Het ‘non-concept’ van Superstudio Migrazione heeft een nogal chaotische maar vooral uitermate nauwgezette archieftentoonstelling tot gevolg. Honderden documenten, objecten, brieven, foto’s, meubelstukken, boeken, tijdschriften, tekeningen, maquettes en films worden verzameld in dertien kamers en in evenveel categorieën – onvertaald gebleven termen als Origini, Per absurdum, Sistemi du flusso en Existenz maximum, die bijna altijd aan het oeuvre ontleend zijn. De bezigheden van het Italiaanse collectief worden uitputtend gepresenteerd, en steeds met zin voor detail en precisie. In de catalogus schrijven architectuurhistorici als Beatrice Lampariello en Gabriele Mastrigli over de naoorlogse, nationale context waarin een collectief als Superstudio kon ontstaan en over de levensloop van de protagonisten. Maar de diepgang en vooral de veelheid zorgen er ook voor dat de toegankelijkheid – en de mogelijke actualiteit – van Superstudio’s voorstellen in het gedrang komt. Op een directe, zowel didactische als humorvolle manier was het hen er om te doen mensen met zichzelf te confronteren, door ze bewust te maken van wat er anders – en beter – zou kunnen in hun leven zowel als in de maatschappij.

‘Twelve Cautionary Tales for Christmas’, gepubliceerd in het Britse tijdschrift Architectural Design in 1971 (één jaar voor De onzichtbare steden van Calvino), is een goed voorbeeld. Het gaat om twaalf tekeningen die telkens vergezeld gaan van een toelichting van zo’n driehonderd woorden; beide – tekst en beeld – verbeelden een stad. In de ‘2.000-ton stad’ zit iedereen in een kamer. Ieders brein is verbonden met een computer die alle mogelijke verlangens vervuld. Alle mensen zijn onophoudelijk gelukkig. Wanneer een individu zich toch ‘overgeeft aan absurde gedachten over rebellie’ wordt dat één keer toegestaan. Gebeurt het nog een keer, dan valt het plafond letterlijk naar beneden. Omdat de plafondplaat tweeduizend ton weegt, is de bewoner op slag dood. In de ‘Stad met de prachtige huizen’ heeft iedereen dezelfde toren als woning, alleen de hoogte verschilt afhankelijk van je inkomen. Op de glazen wanden worden beelden naar keuze geprojecteerd, en de bewoners hoeven binnen geen kleren te dragen. Als salaris krijgen ze coupons die ze enkel kunnen besteden aan de verfraaiing van hun huis. Helemaal achteraan het nummer van Architectural Design plaatste Superstudio vervolgens de ‘resultaten’ van een test over deze twaalf steden. Als je meer dan negen van deze scenario’s best oké vindt, dan ben je waarschijnlijk een staatshoofd of zou je er graag een worden. Als je al deze hypothetische steden maar niks vindt, dan ben je vast heel tevreden met jezelf, terwijl je niet eens begrepen hebt dat ze al lang werkelijkheid zijn geworden.

De twaalf scenario’s zijn te zien op Superstudio Migrazione, maar dat waarschijnlijk geen enkele bezoeker ze integraal heeft doorgenomen – er is immers zoveel te zien dat je haast niet anders kan dan van item naar item flaneren – is het gevolg van een doorgeschoten historiografische aanpak. Voor een groep die er prat op ging guerrillatactieken te hanteren, is het dan ook alsof er een museumplafond van meer dan tweeduizend ton op hun werk terecht is gekomen, en de aankondiging, bijvoorbeeld op de website van het CIVA, dat dit oeuvre ‘nog steeds razend actueel’ is, wordt allesbehalve bewezen. 

Dat het ook anders kan, hoewel niet noodzakelijk met positieve gevolgen, bleek op een ontdubbelde solotentoonstelling van Gianni Pettena (1940) elders in Brussel. Door Natalini van Superstudio ooit omschreven als ‘een spion’, was (en is) Pettena een einzelgänger in de Italiaanse stroming van de ‘radicale architectuur’, waarin voor het overige enkel collectieven werkzaam waren. Zonder gêne, en eigenlijk ook zonder veel erg, heeft hij ideeën van anderen ingepikt voor zijn eigen projecten, en heeft hij daarnaast talloze boeken en groepstentoonstellingen gemaakt over het werk van zichzelf en van zijn generatiegenoten, bijvoorbeeld op de architectuurbiënnale van Venetië in 1996. In Brussel werden zijn bezigheden door curator Guillaume Désanges schaamteloos ingeschakeld in een ecologisch verhaal, als onderdeel van de tentoonstellingsreeks Matters of Concern, wat vooral de willekeurigheid van Pettena’s werk aantoonde. In La Verrière (de tentoonstellingsruimte van een winkel van modehuis Hermès) waren een handvol archiefdocumenten en een paar meubels en video’s te zien, terwijl even verderop in ISELP één werk werd uitgevoerd. Paper/Midwestern Ocean uit 1971 vulde de tentoonstellingszalen met duizenden stroken wit papier die van het plafond naar beneden hingen, en waarin een traject werd geknipt dat de bezoekers konden volgen. Eerder dan radicale architectuur valt het resultaat te omschrijven – met een term die Natalini aan het eind van zijn leven muntte voor het merendeel van de hedendaagse architectuur – als ‘gezang zonder woorden’, en dus zonder inhoud.

 

• Superstudio Migrazione, tot 16 mei in CIVA, Kluisstraat 55, Brussel. Forgiven by Nature. Gianni Pettena liep van 15 januari tot 13 maart in ISELP, Waterloolaan 31 en La Verrière, Waterloolaan 50, Brussel.