Benoît Vandevoort

DE WITTE RAAF

Editie 210 maart-april 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Traces of the Future

Zo’n tien jaar geleden opende Veerle Wenes galerie valerie_traan in een door Lens°ass architecten gerenoveerd kloostergebouw in hartje Antwerpen. Op de indrukwekkende, witte toegangsdeur prijken de woorden ‘objects and subjects’. Het impliceert dat valerie_traan niet alleen objecten, maar ook de personen en verhalen die erachter schuilgaan, wil tonen. Daarbij wordt consistent een brug geslagen tussen beeldende kunst, design en architectuur, en wordt, aldus Wenes, het verschil gemaakt door wat het object vermag. Ook Wenes zelf is een belangrijk subject van valerie_traan – een zinspeling op haar naam. Haar woning ligt in het verlengde van de galerieruimtes; in de zij- en achterkamers leeft ze tussen objecten die ze ook exposeert.

De groepstentoonstelling Traces of the Future, ter ere van de tiende verjaardag van de galerie, heeft de eigen geschiedenis als onderwerp. De titel suggereert echter dat niet enkel wordt teruggekeken, maar dat er eveneens wordt gespeculeerd over wat dit tonen en wonen in de toekomst kan opleveren. Voor deze reflectie wordt door acht artiesten met sporen gewerkt. Enerzijds worden de werken, veelal kleine en geraffineerde objecten, expliciet traces genoemd. Anderzijds werden ze gekozen omdat ze sterk met de filosofie van valerie_traan resoneren of aan de geschiedenis van de galerie refereren: aan tentoonstellingen en bijhorende objecten, maar net zo goed aan de aanwezigheid van Veerle Wenes, die als bemiddelaar opereert. Zowel galeriste als artiesten tonen zich van die wisselwerking bewust.

Het eerste werk in de tentoonstelling is van Clarisse Bruynbroeck. Als medewerker van de galerie en co-curator van de tentoonstelling, lijkt ze de geknipte persoon om op de geschiedenis te reflecteren. Veerle’s tools are on the table (2021), het resultaat van een trip down memory lane, bestaat uit tien geboetseerde gouden beeldjes op een hoge, witte sokkel. De kleine objecten verbeelden Bruynbroecks herinneringen aan werken die eerder in valerie_traan werden tentoongesteld. De grillige en onduidelijke vorm van wat onder meer stoelen en schelpen lijken, en het doorschijnende doek waarachter de sokkel is gehuld, brengen de subjectiviteit van die herinnering onder de aandacht en alluderen op de onvolledigheid van het geheugen. In Ignace Cami’s Hotspot (2021) komt eenzelfde thematiek naar voren. Dertien papierproppen liggen verspreid op de grond, met daarop beschrijvingen van dertien werken die in de tentoonstellingszalen te zien zijn geweest. Door het verfrommelen zijn de teksten echter onleesbaar geworden. Ook hier heeft de tijd het geheugen aangetast en wordt gewezen op de vervorming van verhalen. Opnieuw is Veerle Wenes sterk aanwezig: de teksten zijn geschreven in haar sierlijke handschrift, hetgeen benadrukt dat haar verwoording en mediatie een intrinsiek deel van de werken uitmaakten.

Andere sporen gaan een relatie aan met de ruimte. Het werk van Babs Decruyenaere eist een prominente plek op in de centrale galerieruimte. Decruyenaere werkt vaak met materiaal dat ze tijdens strandwandelingen vindt en verzamelt in een rariteitenkabinet. Voor deze tentoonstelling maakte ze een mobile van lange, gebogen takken. Het vederlichte werk reageert langzaam draaiend op de beweging om zich heen en is een stille getuige van de activiteit in de galerie. Ook het Londense architectenbureau DRDH had een in-situ-interventie voorzien. Door een van de hagelwitte kolommen bij te kleuren en een schaduw in de binnentuin te insinueren, wilden ze het zonlicht op één moment van de dag vatten en verstenen – één moment in het bestaan van deze galerie consolideren. Dat de ingreep door de reisrestricties niet uitgevoerd kon worden, lost Wenes op door het werk gedetailleerd aan bezoekers te beschrijven, en dus letterlijk als spreekbuis op te treden.

De traces spelen met de tijdelijke aard van het tentoonstellen, het in- en herinrichten van de ruimte en de rol die galerie en galeriste spelen. Tegelijk zijn ze, of ze nu op toekomst of verleden slaan, nauwlettend vormgegeven – bedacht en ontworpen. Deze artificiële ‘relicten’ worden uitgespeeld tegen de eigenlijke sporen die tien jaar aan galeriewezen hebben achtergelaten. Zonder veel context wijst de brochure op wat er van vorige tentoonstellingen resteert. Zo geeft valerie_traan een haast archeologische lezing van de eigen geschiedenis: van Damiano Curschellas’ beslagen adem op het raam of het beschilderde spiegelvlak van Geert Vanoorlé in de binnentuin, beide uit 2019, tot overblijfselen van Studio Wieki Somers uit de openingstentoonstelling in 2010. Wellicht het meest tekenend is de stempel die het ontwerpduo Muller Van Severen heeft gedrukt op de geschiedenis van de galerie, en omgekeerd. De eerste tentoonstelling van hun meubilair in 2011 vormde het begin van de creatieve samenwerking tussen Fien Muller en Hannes Van Severen. Sindsdien werden er nog eens vier solotententoonstellingen aan hun werk gewijd, en valerie_objects is een belangrijke verdeler van hun producten. De stoelen van het duo zijn her en der in het gebouw neergezet, en hun meubilair speelt een hoofdrol in de laatste ruimte van het gebouw, die door hen is beschilderd.

De ‘eigenlijke overblijfsels’ hinten echter eveneens op de toekomst van de galerie. Dat ze niet specifiek voor deze tentoonstelling zijn opgesteld, maar een blijvend onderdeel van de ruimte uitmaken – en dus de geschiedenis van de galerie zullen blijven vertegenwoordigen – onderschrijft de duurzame band die Wenes heeft opgebouwd met de artiesten. Het is waarschijnlijk dat de kunstenaars die in Traces of the Future op de galeriegeschiedenis reflecteren ook in de toekomst hun opwachting zullen maken.

 

• Traces of the Future, tot 20 maart in valerie_traan, Reyndersstraat 12, Antwerpen.