Jan-Willem Anker

DE WITTE RAAF

Editie 211 mei-juni 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Tegen het uitsterven

Extinction Rebellion en T.J. Demos

De natuurkundige John Tyndall toonde in 1864 in een laboratoriumexperiment aan dat sommige gassen, zoals CO2 en methaan, infrarode straling absorberen; in 1896 probeerde Svante Arrhenius de sterkte van het broeikaseffect van CO2 te berekenen; in 1938 wezen de verzamelde gegevens van Guy Stewart Callendar erop dat er een relatie was tussen stijgende CO2-waarden en de temperatuur; en in 1957 voerde Charles David Keeling de eerste nauwkeurige metingen uit van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Klimaatwetenschapers staan inmiddels in een traditie van geologisch, scheikundig en atmosferisch onderzoek. Over de vraag of de aarde opwarmt is iedereen het wel eens. Hoe snel de aarde opwarmt, hangt af van de menselijke behoefte aan fossiele energie.

Hoe zat het ook alweer? Broeikasgassen houden warmte als een deken vast in de atmosfeer. Zonder het broeikaseffect zou het op aarde 33 graden kouder zijn. Het broeikaseffect maakt dus nagenoeg alle leven op aarde mogelijk. Het belangrijkste broeikasgas is waterdamp, niet CO2. Maar daar heeft menselijke activiteit geen directe invloed op. CO2 wordt toegevoegd aan de atmosfeer doordat mensen (niet alle mensen) fossiele koolstofmassa’s als veen, bruinkool, steenkool, gas en aardolie uit de grond halen en massaal verbranden. Ze zorgen daarmee voor een verstoring van wat de koolstofcyclus wordt genoemd.

Een van de belangrijkste bewijzen voor de toename van de CO2-concentratie in de atmosfeer levert de Keeling-curve. Deze curve geeft de metingen weer die op lange termijn en continu worden verricht in het Mauna Loa Observatory, dat zich bevindt op een dode vulkaan op Hawaï, ver weg van industriële activiteit, wat de metingen zeer betrouwbaar maakt. De Amerikaan Charles David Keeling ontwikkelde de curve aan het begin van de jaren zestig, zijn zoon Ralph nam na zijn dood in 2005 het stokje over. De stijging verloopt zaagsgewijs als gevolg van de seizoensgang: planten houden meer CO2 vast als ze groeien (voorjaar) en laten het weer los als ze verrotten (najaar). Op 23 februari 2021 noteerde het observatorium 416,04 ppm: in elke miljoen deeltjes in de atmosfeer zaten er die dag 416 CO2-deeltjes. Dat lijkt weinig, maar vergeleken met het pre-industriële niveau (280 ppm) is dat een forse toename. Er is een zeer goed gedocumenteerde correlatie tussen CO2 in de lucht en atmosferische temperatuur: hoe meer CO2 er in de atmosfeer zit, des te warmer het op aarde is.

Met de huidige gemiddelde stijging van zo’n 2,5 ppm per jaar wordt een verdubbeling van die 280 ppm over zestig jaar al bereikt. Let wel: bij 430 ppm gaan we al over de anderhalve graden Celsius opwarming heen – een waarde vastgelegd in het Akkoord van Parijs. Deze waarde bereiken we over tien jaar ongeveer. Het IPCC, de VN-organisatie die zich met klimaatverandering bezighoudt, raamt de mondiale temperatuurstijging bij 560 ppm op zo’n drie graden Celsius. De Keeling-curve laat zien dat alle ontwikkelingen op het gebied van ‘hernieuwbare energie’, al het gepraat over duurzaamheid, alle internationale afspraken niet tot een merkbare afname van de CO2-uitstoot hebben geleid. Kijken naar de Keeling-curve is kijken naar een grafische weergave van het noodlot.

 

Die-in

Dat de fossiele industrie op allerlei manieren politieke besluitvorming om de klimaatopwarming tegen te gaan traineert, rechtvaardigt actievoeren. Extinction Rebellion (XR) doet dat, afgaande op haar onstuimige groei sinds haar oprichting in het Verenigd Koninkrijk in 2018, het meest succesvol. Met mediagenieke protestacties in de openbare ruimte verzet XR zich tegen klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. In het in 2019 verschenen ‘handboek’ This Is Not a Drill brengt zij in haar ‘Verklaring van Rebellie’ de wetenschap in stelling. Wetenschappelijk bewijs legitimeert niet alleen actie, maar schept daar ook een morele verplichting toe. De waarheid drijft de leden van XR ertoe om van politici vergaande maatregelen te eisen.

Toch is XR niet vrij van een stevige dosis spiritualiteit. Deel van haar stichtingsmythe is dat milieuactiviste Gail Bradbrook in 2016 naar Costa Rica reisde om zich daar over te geven aan psychedelische drugs. Voor zij de drugs innam, vroeg zij in een gebed om ‘de codes voor sociale verandering’. Roger Hallam, met wie ze later XR zou oprichten, hanteerde daarbij exact dezelfde formulering als Bradbrook. De beweging zou zijn geboren dankzij een gunstig gestemd universum. De groei van XR (aanvankelijk Rising Up geheten) sinds de eerste actie op 31 oktober 2018 is zonder meer spectaculair geweest. In 2020 waren er inmiddels, verspreid over meer dan zeventig landen, 485 XR-groepen actief, waaronder groepen die zich kenmerken door een gedeelde identiteit, zoals ‘XR-artsen’, ‘XR-boeren’ en ‘XR-moslims’. XR wil een decentrale organisatie zijn van losse groepen die voor een groot deel autonoom zijn. De acties kenmerken zich door burgerlijke ongehoorzaamheid, geweldloosheid en de bereidwilligheid van de demonstranten zich te laten arresteren. Daarmee staat de beweging in een Angelsaksische traditie, met Henry David Thoreaus betoog ‘Resistance to Civil Government’ (1849) als inspiratie: ‘But, to speak practically and as a citizen, unlike those who call themselves no-government men, I ask for, not at once no government, but at once a better government.’ Het doel is een betere overheid, en wel onmiddellijk. Door aan te sturen op massale arrestaties kan het rechtssysteem overweldigd worden, terwijl de activisten sympathie en steun van de bevolking oproepen, was het idee van Hallam. En die steun kwam er inderdaad toen in april 2019 verschillende straten in hartje Londen twee weken lang geblokkeerd werden. Het is ook wel een escalatie-strategie genoemd.

Zelf heb ik meegemaakt hoe zo’n actie in de praktijk werkt toen ik ’s ochtends op 7 oktober 2019 aanwezig was op de Amsterdamse Stadhouderskade. Ter hoogte van het Rijksmuseum bevonden zich honderden betogers, overigens ook van andere groepen als Code Rood, ingesloten door politiebussen en politie te paard. Na enige tijd sloot zich een tweede groep betogers aan, waarna die opnieuw door de politie werd ingesloten. Betogers aan de buitenzijde stonden of zaten met hun armen in elkaar gehaakt, en agenten rukten hen soms hardhandig los, wat in juridisch jargon ‘bestuurlijke verplaatsing’ heet. Op een gegeven moment kon niemand meer weg uit de blokkade; de politie blokkeerde op haar beurt het straatprotest. Een oudere heer die aangaf medicatie nodig te hebben, mocht pas na lang aandringen vertrekken. De organisatoren van deze actie hadden zich zeer goed voorbereid. Wanneer arrestaties de voorste linies verzwakten, rende er iemand naar achteren op zoek naar arrestables: mensen die bereid waren zich te laten arresteren. Hun biedt XR juridische en psychische nazorg; de boetes worden waar mogelijk door inzamelingsacties naderhand betaald.

De zelfbeheersing die XR-leden overal waar ze protesteren aan de dag leggen, draagt bij aan de aantrekkingskracht van de organisatie. Dit pacifisme is behalve ideologisch ook tactisch: de demonstranten kunnen een morele overwinning boeken. In Brussel gebruikte de politie in 2019 pepperspray en zette ze een waterkanon in. In Nederland viel het verschil op tussen de soms rigoureuze manier waarop ordediensten optraden tegen jonge klimaatdemonstranten en de boterzachte behandeling in dezelfde periode van demonstrerende agrariërs die met hun trekkers snelwegen blokkeerden en politici intimideerden.

The Guardian beschreef in 2020 hoe XR nieuwe activisten rekruteert. De rekrutering begint als een mogelijke kandidaat een lezing van XR bezoekt. Tijdens een talk krijgen deelnemers een stoomcursus klimaatverandering: atmosferische opwarming, biodiversiteisverlies, oceaanverzuring en landgebruik door de agro-industrie. Het ‘raamwerk’ hiervoor is in 2009 ontwikkeld door de Zweedse duurzaamheidswetenschapper Johan Rockström. Voor XR staat er veel op het spel, zo niet alles: het leven op aarde zoals we dat kennen. Zoals de naam aangeeft voert de beweging een oorlog tegen het uitsterven zelf. ‘Bellum’, het Latijnse woord voor oorlog, maakt het grootste deel uit van het woord ‘rebellie’. Een citaat: ‘Welke risico’s zijn we bereid te nemen in naam van het leven zelf? En hoe lang hebben we nog om überhaupt keuzes te maken?’ Collectieve rouw maakt deel uit van de uitgangspunten van XR. Deelnemers aan de talk worden uitgenodigd om te rouwen ‘om het leven dat verloren is gegaan door het uitsterven van soorten, en voor de ontberingen die nog komen’. De rouw is dus bewust prematuur; men loopt op de ondergang en soortenvernietiging vooruit. Er worden onder meer ‘rouwcirkels’ opgezet waarin deelnemers ‘het verdriet vieren’.

De gehanteerde taal is die van het gevoelsleven: ‘De heldere en toegankelijke methoden creëren een veilige ruimte, die nodig is om de diepe emoties die wij tegenkomen een plaats te geven, nu wij ons beginnen te realiseren dat de wereldwijde crisis waarin wij ons bevinden niet meer te voorkomen is: we zitten er midden in!’ Maar het omgekeerde geldt evenzeer: de crisis zit in ons. De esoterische formulering veronderstelt een diepe verinnerlijking van de crisis, die ook therapeutisch te lijf wordt gegaan. In haar acties verbeeldt XR op een theatrale manier de dood, bijvoorbeeld door middel van een zogeheten die-in, waarbij activisten op centrale pleinen (de Dam in Amsterdam, de Kouter in Gent) gaan liggen als waren ze dood. Dood en ondergang nemen sowieso een centrale plaats in binnen het denken van XR. Het bracht de Duitse socioloog en ecoloog Jutta Ditfurth ertoe om XR als een ‘wereldondergangssekte’ te betitelen. De beweging zou doordesemd zijn van het Deep Ecology-denken waarbij alle mensen als (schadelijke) biologische wezens worden gezien, geleid door ‘schijnwaarden’. Mysticisme ligt op de loer, terwijl politieke machtsstructuren in dit denken geen rol van betekenis spelen. Ditfurth moet weinig hebben van Hallams ‘obsessie met opofferingsgezindheid’.

In zijn manifest Common Sense for the 21st Century stelt Hallam dat het zinloos is de fossiele industrie tot doelwit te verklaren. Alleen regeringen beschikken over de macht om burgers te beschermen. Vanwege de symbolische kracht is het nodig massale acties van (zelf-)opoffering te organiseren in het hart van een natie. Daar waar zich de bestuurlijke elite en de media-elite bevinden. ‘Het is het offer waardoor sociale verandering op gang wordt gebracht, niet de ontwrichting.’ Als activist moet je dus bereid zijn om te lijden. Hallam beperkt het offer niet tot de bereidheid je te laten arresteren; het gaat ook om de vraag of je bijvoorbeeld bereid bent je baan op te geven en om minder tijd door te brengen met je gezin of je familie. Zonder pijn en leed gaat het niet: ‘Because no common good has ever been created without it – especially now as we enter our darkest hour.’ Hiermee zet hij voor activisten de deur op een kier om zo nodig een extremer offer te brengen.

 

Moralisme

Hallam is sinds de zomer van 2020 niet meer actief betrokken bij XR en zijn invloed – de focus op dood en ondergang – is afgenomen. Sterker nog: wie de inhoudsopgave bekijkt van de bundelingen teksten Nu het nog kan, de laaglandse versie van This Is Not a Drill, ziet in één oogopslag dat het boek zich richt op een zo breed mogelijk publiek, met een qua leeftijd, achtergrond en kleur zeer diverse lijst schrijvers. En iedereen mag meedoen, van cabaretier (Tim Franssen) tot generaal (Tom Middendorp). Op een enkeling na weigeren de pamflettisten van XR na te denken over de verhouding tussen arbeid, kapitaal, klimaat en ecologie. Dat leidt tot veel bijdragen over de noodzaak van innerlijke verandering, individuele aanpassingen van consumentengedrag en morele verontwaardiging. Frases als ‘we hebben er als samenleving baat bij’ en ‘van links tot rechts de handen bijeen slaan’ zijn niet van de lucht. Om nog te zwijgen van de stortvloed aan alarmistische berichten. Morele verontwaardiging en een sterke nadruk op slachtofferschap voeren de boventoon. Het zijn tot dusver de middelen waarmee XR de massa’s heeft willen mobiliseren.

Een van de interessantste en scherpste analyses komt van activist, filmmaker en spoken-wordartiest Chihiro Geuzebroek. Zij beschuldigt de westerse klimaatbeweging ervan te weinig oog te hebben voor de koloniale dimensie van de klimaatcrisis, van een traditie ‘van grondstoffenroof, massamoord, kinderarbeid en slavernij’. Terecht spreekt Geuzebroek over de noodzaak van dekolonisering, vanuit het inzicht dat de klimaatcrisis ‘een koloniale crisis [is] met dekoloniale oplossingen’. Bij Geuzebroek zijn kapitalisme en kolonialisme met elkaar versmolten: ‘Dekoloniseren betekent afrekenen met de doctrine van eeuwige groei, erkennen dat dit een leugen is die de aarde kapotmaakt.’ Die gelijkschakeling is begrijpelijk, maar historisch gezien niet helemaal juist. Ellen Meiksins Wood betoogde in The Origin of Capitalism overtuigend dat het kapitalisme op het Britse platteland ontstond en pas later verweven raakte met het kolonialisme. Geuzebroek gaat er in haar bijdrage bovendien aan voorbij dat schadelijke industrieën ook volop in het Westen huishouden. Denk aan de Groningse aardbevingen als gevolg van de gaswinning. Of neem de intensieve veeteelt: die is rampzalig voor het klimaat en leidt niet alleen internationaal maar ook lokaal tot allerlei schade, zoals bij de zogeheten stikstofcrisis duidelijk werd. In Nederland stierven daarnaast tientallen mensen aan Q-koorts, een zoönose die in 2007 ontstond in Nederlandse geitenstallen. Door uit te gaan van het schema dader (het Westen) en slachtoffers (het mondiale Zuiden) blijft een deel van de schade en het leed onbenoemd. Daarom is scherpere kapitalismekritiek nodig. Om zicht te kunnen krijgen op hoe de mondiale productieketens van het ‘logistiek kapitalisme’, zoals socioloog Willem Schinkel het noemt, overal ter wereld burgers, arbeiders en ecosystemen in de verdrukking brengen en de klimaat- en milieucrisis verergeren.

XR Nederland geeft de voorkeur aan moralisme boven een materiële analyse van productieverhoudingen. Ze bestaat vooral uit bezorgde burgers en rekruteert uit een stedelijke middenklasse. Zij worden niet direct in hun bestaan bedreigd. Heel anders is dat voor hun politieke tegenstanders, specifiek de intensieve veehouderij in Nederland. Geen veehouder in Noord-Brabant ligt wakker van het verdwijnen van de beekprik (een zoetwatervisje) als gevolg van langdurige droogte (klimaatcrisis) en bodemverzuring (intensieve veeteelt). Van de stikstofcrisis wél, dan is het Malieveld te klein. De maatregelen om stikstofuitstoot tegen te gaan raken het bestaan van de veehouder direct. XR lijkt hier geen raad mee te weten. De beweging zal zich zo nooit goed kunnen verweren tegen het frame van de cultuuroorlog, met de suggestie dat veganistische randstedelingen het voorzien hebben op hardwerkende agrariërs. De opgave zou juist moeten zijn om het vertrouwen te winnen van de boeren, en de intensieve veeteelt te laten krimpen zonder dat dit met inkomens- of cultuurverlies van veehouders gepaard gaat. Op zich al een zeer lastige klus.

XR lijkt evenmin te zien dat de belangen van veehouders kunnen verschillen van agro-industriële veevoederproducenten en slachthuizen. Boeren (niet alleen veehouders) zijn verwikkeld geraakt in een mondiale race to the bottom, aangejaagd door banken en marktfundamentalistische politici. Dat het mogelijk is om juist met boeren gelegenheidscoalities te vormen heeft stikstofactivist Johan Vollenbroek laten zien. Vollenbroek is zéér kritisch over de industriële veeteelt. Maar toch trok hij samen met veehouders op tegen een nieuwe ‘emissiemarkt’ (wat dan ‘extern salderen’ heet) voor stikstof, die door de overheid in het leven is geroepen. Deze emissiemarkt is echter vooral in het voordeel van de kapitaalkrachtige luchtvaartsector, die immers ook stikstof uitstoot. XR liet de kans liggen zich hierbij aan te sluiten. Wellicht komt hier verandering in door het recent opgerichte (maar nog niet erg actieve) ‘XR Landbouw’.

Het moralisme neemt soms absurde vormen aan. De jonge filosoof Robin Habbé komt, na een kritiek op het neoliberalisme, waarbij ze leunt op David Harvey, Michel Foucault en Wendy Brown, met de oproep om onszelf te bevrijden. We ‘moeten ons vrijmaken en veel minder gaan consumeren, uit solidariteit met hen die voor die consumptie moeten lijden’; ze levert er een stappenplan ter zelfbevrijding bij. Alles wat zweemt naar systeemkritiek wordt onmiddellijk omgebogen naar een variant op verander-de-maatschappij-begin-bij-jezelf. Dit is lifestyle-activisme. Alleen econoom Kate Raworth biedt met haar concept van de donuteconomie uitzicht op een alternatief, maar ook haar betoog is problematisch. Ze vindt bijvoorbeeld dat ‘we’ een voorbeeld moeten nemen aan de natuur. Hulpbronnen worden in de natuur ‘niet uitgeput, maar steeds hergebruikt, zodat het afval van het ene proces grondstof biedt voor het volgende’. En: ‘De natuur floreert al zo’n 3,8 miljard jaar, dus daar kunnen we nog wat van leren als we het nog een tijdje willen uitzingen.’ Dit laatste is een wel zeer rooskleurige kijk. Het kan er ruig aan toe gaan in de natuur, met onder meer enorme extinctiegolven als gevolg van niet-menselijke klimaatverandering. De ‘harmonie’ is zeer kwetsbaar en altijd tijdelijk. Raworth pleit voor herverdeling van middelen en een einde aan de fetisj van de economische groei door middel van technologische ontwikkeling en regulering. Technologie heeft volgens haar een enorme democratiserende werking. Stel dat iedereen zijn eigen zonnepanelen, 3D-printer en mobiele telefoon en laptop krijgt toebedeeld; stel dat alle wetenschappelijk kennis via open source vrij beschikbaar komt. Over het hoe van deze utopische ontwikkeling doet ze geen uitspraken. Big Tech wordt blijkbaar geacht meteen enthousiast mee te werken om het donut-paradijs op aarde te verwezenlijken.

 

Burgerberaad

XR Nederland is in de kern een liberale verzetsbeweging die het sociale contract wil uitbreiden met een extra paragraaf. Om dat te begrijpen is het nodig in te gaan op de drie belangrijke eisen die de beweging aan de Nederlandse overheid richt: zij dient bij te dragen aan bewustwording van de ecologische crisis; de netto uitstoot van broeikasgassen moet op een rechtvaardige manier naar nul gaan in 2025; een burgerberaad van via loting gekozen burgers moet ‘een leidende rol’ krijgen in de besluitvorming. De eerste eis lijkt makkelijk in te willigen of te ontwijken. De tweede eis is echter zonder meer revolutionair: ’s lands complete energievoorziening en het grootste deel van de economie zouden dan binnen vier jaar volledig CO2-neutraal moeten worden. Op welke manier, dat wil XR laten bepalen door het burgerberaad. Zo’n beraad vindt bij sommige Nederlandse politieke partijen ook wel weerklank. Bij GroenLinks bijvoorbeeld, en ook Henri Bontebal, de klimaatkandidaat van het CDA, pleitte er onlangs voor.

Op het eerste gezicht lijkt dat burgerberaad een democratische innovatie: een willekeurig geselecteerde, maar representatieve en door deskundigen geïnformeerde groep burgers besluit (zonder de druk van partijbelangen en lobbygroepen) hoe de energietransitie eruit dient te zien. Door de loting te ‘stratificeren’ wil XR ervoor zorgen dat de groep burgers voldoende divers is. Dit betekent dat er veel meer mensen worden geloot dan uiteindelijk zullen deelnemen aan het burgerberaad. Daarna worden de mensen onderverdeeld in ‘geslacht, leeftijd, culturele afkomst, opleidingsniveau en woonplaats’. Wie de taak van het onderverdelen uitvoert, blijft ongewis. Het burgerberaad is een uiting van een al lang bestaand onbehagen over het functioneren van de parlementaire democratie. Het is het antwoord van onder meer David Van Reybrouck – die heeft meegeschreven aan Nu het nog kan – op het opgekomen (rechtse) populisme; in dit geval beslist, is de claim, echt het hele volk, óók de laagopgeleiden en praktisch geschoolden. Er zit enig wensdenken bij. Politiek verandert hier toch, zo lijkt het, in een deliberatieve vorm van crisismanagement waarin door redelijke en beschaafde deelnemers naar de ‘beste’ oplossingen wordt gezocht. Radicalere vormen van democratisering blijven bovendien onbenoemd; je zou bijvoorbeeld energiecentrales en bedrijven die veel broeikasgassen uitstoten daadwerkelijk kunnen democratiseren, door bewoners er medezeggenschap over te geven.

Zo ver als Roger Hallam, die het Britse parlement volledig buitenspel wilde zetten, gaat XR in Nederland niet. Een dergelijk antiparlementarisme zou de beweging in het extreemrechtse vaarwater van Forum voor Democratie brengen. Het gevolg is wel dat het mandaat van het burgerberaad onduidelijk is. De ‘overheid’ moet, zo staat in Burgerberaad: de noodzakelijke update van onze democratie, ‘voor aanvang van het burgerberaad […] expliciet maken op welke manier zij de uitkomst van het beraad zal gebruiken […] De regering kan bijvoorbeeld toezeggen aanbevelingen uit te voeren die de steun van 75% van de leden van het burgerberaad krijgt. Het parlement kan verplicht worden om aanbevelingen met minder steun […] te bespreken en uit te leggen waarom het voorstel is aanvaard, gewijzigd of verworpen.’ Dat eerste gebruik van ‘overheid’ is verwarrend: welk overheidsorgaan wordt hier bedoeld? En er blijkt dat het parlement de uitkomsten van het burgerberaad uiteindelijk gewoon kan verwerpen. Al die moeite voor niks! En dat terwijl we nog maar vier jaar hebben. De vreedzame acties van XR hebben er beslist toe bijgedragen dat de klimaatcrisis en het verlies van biodiversiteit meer aandacht hebben gekregen. Maar zou je je als extinctierebel moet laten arresteren voor het instellen van een tandeloos adviesorgaan?

 

Vliegveld 

Kunnen we dan bij de kunst te rade gaan? Dat ligt eraan wat je onder kunst verstaat, luidt het antwoord van T.J. Demos. In zijn essaybundels Decolonizing Nature (2016), Against the Antropocene (2017) en het recent verschenen Beyond the World’s End (2020) beweegt Demos zich op het snijvlak van kunst, politieke ecologie en milieuactivisme. Hij definieert ecologie als een ‘intersectionele methode’ om voorbij een westers, wit en patriarchaal perspectief te komen. Dat mondiale perspectief biedt de mogelijkheid om aan de hand van activistische kunst na te denken over bijvoorbeeld de betekenis van ‘klimaatvluchteling’, of om het discours rondom ‘duurzaamheid’ te ontleden.

Volgens Demos kun je niet over klimaatrechtvaardigheid spreken zonder niet ook de corrumperende werking van de internationale bedrijfslobby op democratieën daarbij te betrekken. Of de talloze mensenrechtenschendingen die inheemse volkeren ondergaan door de winning van grondstoffen op het land waar ze leven. Het hoeft niet te verbazen dat Demos een voorkeur heeft voor kunst die zich heeft losgemaakt van de bestaande kunstinstituties, die er volgens hem toe neigen te denken in het keurslijf van productie en commodificatie. Kunst manifesteert zich bij uitstek, aldus Demos, binnen ‘sociale bewegingen, waar creativiteit de vorming van nieuwe werelden van energie voorziet, door gebruik van uiteenlopende en alledaagse materialen, en van ideeën die ingebed zijn in de strijd, de beelden en verhalen van collectieve bevrijding’. Daarbij vervaagt het verschil tussen activisme en kunst: kunst is een activiteit die zich kan richten op vormen van politieke actie. Als voorbeeld geeft hij de acties van Liberate Tate in Tate Modern, met als doel de sponsordeal tussen oliemultinational BP en het museum te cancelen. Maar hij gaat verder door het begrip kunst te herijken: artistieke praktijken zijn experimenten met wereld-scheppend vermogen, waarin zintuiglijkheid en speculatieve kennis hand in hand gaan om andere manieren van leven denkbaar te maken. Voor hem luidt de hamvraag hoe je kunst en esthetiek in bredere zin kunt inzetten om een ‘multinatuurlijke en meersoortelijke zaak’ voor te staan. Hier maakt hij gebruik van inheemse ideeën over de natuur als een ‘pluriversum van actoren’, zoals hij het formuleert. Het is belangrijk dat we de belangen van niet-menselijke dieren niet langer automatisch ondergeschikt maken aan die van mensen. Wie dat wel doet, maakt zich schuldig aan ‘speciësisme’, zoals de Australische filosoof en hoogleraar bio-ethiek Peter Singer discriminatie tussen wezens op basis van hun soort noemde.

In de kunstkritiek die Demos bedrijft is er oog voor de vele misstanden in de wereld: racisme, (laat-)kapitalisme, mondiaal petrokapitalisme, illiberalisme, armoede, seksisme, xenofobie, neoliberalisme, globalisering, imperialisme, (neo-)kolonialisme, speciësisme, extractivisme, oorlog, dierenleed, biodiversiteitsverlies, extinctie, slavernij, gedwongen migratie, ontbossing, de klimaatcrisis en de verkeerde, en potentieel zeer schadelijke oplossingen daarvoor als geo-engineering. Theorievorming is belangrijk, al laat hij dat eerder aan anderen over; in een interview met Metropolis M bekritiseerde hij Bruno Latour, misschien wel de bekendste eco-filosoof, omdat die ‘ons’ niet voorbereidt ‘op concrete politieke actie, maar in de theorie [blijft] hangen’. Het is vooral een allesoverheersende samenhang die Demos in de wereld en kunsten ontwaart, en die hij van betekenis voorziet. Hij schiet heen en weer tussen beschrijvingen van installaties, analyses op macroniveau en journalistiek opinisme, bijvoorbeeld wanneer hij bij Angela Melitopoulos’ video-installatie Crossings de teloorgang van de Syriza-regering van Alexis Tsipras beschrijft en – vanuit de spreekwoordelijke salon – veroordeelt. Kunst kan, in zijn beleving, een verzetspraktijk bieden of ondersteunen, of alternatieve manieren van samenleven denkbaar maken. Het lijkt soms veel gevraagd, al was het maar omdat kunstenaars historisch gezien niet al te beste papieren hebben om grote collectieven te mobiliseren en omwentelingen te forceren. Zeker in vergelijking met de factor arbeid.

Toch zijn de voorbeelden die hij geeft vaak leerzaam, soms zelfs verbluffend. In Beyond the World’s End bespreekt hij het ‘Mirror Shield Project’ van de inheemse kunstenaar Cannupa Hanska Luger. In 2016 protesteerde in het autonome gebied Standing Rock een brede coalitie van verschillende inheemse volkeren, milieuactivisten en boeren tegen de aanleg van de duizenden kilometers lange ‘Dakota Access Pipe Line’. Daarmee zou schalieolie, gewonnen in Noord-Dakota, naar Illinois getransporteerd worden. Deze pijplijn, die onder de Mississipi zou moeten doorlopen, vormde een potentiële bedreiging voor de drinkwatervoorziening van miljoenen mensen. Demos betoogt dat dit protest niet slechts een uiting was van milieuactivisme of de strijd tegen fossiel kapitaal, maar een nieuw hoofdstuk in een onafhankelijkheidsstrijd die al vijfhonderd jaar duurt. Cannupa Hanska Luger vervaardigde een enorme hoeveelheid spiegelschilden waarmee betogers zich konden beschermen tegen politieknuppels, pepperspray en waterkanonnen (die ook werden ingezet als het vroor). De spiegels confronteerden politie en ordediensten in een briljante omkering met hun eigen geweld. Het geweld werd als het ware teruggekaatst in wat Demos omschrijft als een ‘live-action beeldoorlog’.

Een ander voorbeeld (in een tekst voor Futurity Report, een bloemlezing van speculatieve essays) biedt de geschiedenis van de verzetsgemeenschap ZAD, nabij het Franse dorp Notre-Dame-des-Landes, niet ver van Nantes. Deze aanvankelijke zone d’aménagement différé was bedoeld voor de bouw van een nieuw vliegveld, wat ten koste zou gaan van landbouwgronden en een biodivers bosgebied. Een bonte coalitie van activisten, bewoners en boeren veranderde het gebied algauw in een zone à défendre. De acties waren politiek en juridisch van aard. De media werden bespeeld en er werd aan een eigen wereld gebouwd. De bewoners richtten een krant, een radiostation, smederijen, een bibliotheek en zelfs een lichtbaken op. Bij diverse (pogingen tot) ontruimingen werd er strijd geleverd met politie en leger. De gemeenschap die zich binnen de ZAD vormde, is voor Demos cruciaal, omdat ze zich teweerstelt tegen een wereld waarin luchthavens cruciale knooppunten vormen. ‘Contre l’aeroport et son monde’, was het radicale motto van de activisten. De ZAD maakt deel uit van wat Naomi Klein ooit ‘Blockadië’ noemde, een zwervend transnationaal conflictgebied waarin grassroots-verzet plaatsvindt tegen de fossiele industrie. Het speelt volgens Demos bovendien een rol in een lang historisch proces waarin het kapitalisme gebruik heeft gemaakt van goedkope natuur, waaronder goedkoop voedsel, goedkope energie, goedkope arbeid en goedkope grondstoffen. Demos leunt hier op het begrip ‘wereldecologie’ van socioloog Jason Moore. Moore geeft de geschiedenis van het kapitalisme een planetaire inbedding, waarbij kapitalisme niet zozeer als een economisch en sociaal systeem wordt begrepen, maar als een ‘manier om de natuur te organiseren’. Door de klimaatcrises (in meervoud) zou dit vijfhonderd jaar oude kapitalisme op zijn laatste benen lopen. Dat landen kiezen voor steeds extremere vormen van grondstofwinning zoals diepzeemijnbouw en de exploitatie van teerzanden, ziet Demos als tekenen van een ‘kapitalistische doodstrijd’ die al het leven op de planeet met zich mee de afgrond in sleept. Enige scepsis lijkt hier op zijn plaats. Al was het maar omdat het eind van het kapitalisme vaker is aangekondigd.

XR wil de huidige wereld redden, de ZAD stelt er een andere wereld tegenover. Demos gaat zelfs nog verder en probeert ruimte te openen voor het idee dat er niet één wereld is, maar juist een eindeloze hoeveelheid werelden. Het is vervolgens belangrijk de ‘onto-epistemologische verschillen tussen volken en gemeenschappen’ te erkennen en te waarborgen. Een gemeenschappelijke wereld, waar bijvoorbeeld Latour voor pleit, is volgens Demos niet genoeg als die geen ruimte laat voor een oneindige hoeveelheid werelden. Simpel gezegd pleit Demos voor een zeer radicale vorm van multiculturalisme, dat hij bekritiseert als een ‘schijn-veelheid’ van repressieve tolerantie binnen het kapitalisme. De manier waarop ZAD aan een andere wereld werkte, noemt Demos een proces van ‘worlding’. De ‘worlding’ van de ZAD kenmerkte zich door aandacht voor niet-menselijke belangen, sociale verbondenheid, en regeneratieve landbouw en productie. Er werd wederzijdse hulp geboden volgens een systeem waarin ruilwaarde had plaatsgemaakt voor een amonetaire markt. Belangrijk: met het verzet tegen de luchthaven als knooppunt van de globalisering voert de ZAD een vorm van ‘chronopolitiek’, waarin tijd niet meer op de seconde wordt uitgedrukt in geld. De regering van Emmanuel Macron heeft in 2018 formeel de plannen opgegeven een luchthaven te bouwen in Notre-Dame-des-Landes, wat het paradoxaal genoeg mogelijk maakte politie en leger op de ZAD’ers af te sturen. Een fors deel van de nederzettingen werd gesloopt. Maar de gemeenschap bestaat nog steeds, ook al wordt haar voortbestaan voortdurend bedreigd. Demos schrijft hoopvol – en dat is hij merkwaardig genoeg in bijna al zijn essays – dat de ZAD onze verbeelding blijft voeden zolang we het verhaal erover blijven vertellen.

 

Literatuur

T.J. Demos, Decolonizing Nature. Contemporary Art and the Politics of Ecology, Berlijn, Sternberg Press, 2016.

T.J. Demos, Beyond the World’s End. Arts of Living at the Crossing, Durham, Duke University Press, 2020.

T.J. Demos ‘Beyond the End of the World. The ZAD against the Anthropocene’, in: Eric C.H. de Bruyn en Sven Lütticken (red.), Futurity Report, Berlijn, Sternberg Press, 2020, pp. 249-268.

Nick Estes, Our History Is the Future. Standing Rock Versus the Dakota Pipeline, and the Long Tradition of Indigenous Resistance, Londen, Verso, 2019.

Extinction Rebellion, Het burgerberaad: de noodzakelijke update van onze democratie, 2019. Online: https://extinctionrebellion.nl/app/uploads/2020/08/XRNL-Burgerberaad-update-voor-de-democratie.pdf

Extinction Rebellion, Nu het nog kan, Amsterdam, De Bezige Bij, 2020.

Extinction Rebellion, This Is Not a Drill. An Extinction Rebellion Handbook, Londen, Penguin Books, 2019.

Roger Hallam, Common Sense for the 21-st Century, Londen, Chelsea Green Publishing, 2019. Online: https://www.rogerhallam.com/wp-content/uploads/2019/08/Common-Sense-for-the-21st-Century_by-Roger-Hallam-Download-version.pdf

Mark Lynas, Our Final Warning. Six Degrees of Climate Emergency, Londen, Fourth Estate, 2020.

Ellen Meiksins Wood, The Origin of Capitalism. A Longer View, Londen, Verso, 2017.

Jason W. Moore, Capitalism in the Web of Life. Ecology and the Accumulation of Capital, Londen, Verso, 2015.

Alice Smits, ‘Tegen het antropoceen. In gesprek met T.J. Demos’, https://www.metropolism.com/nl/features/39255_tj_demos_klimaatverandering_interview_reflections

Katha Thorwarth, ‘Jutta Ditfurth: ‘Extinction Rebellion ist eine Weltuntergangssekte’’, Frankfurter Rundschau, 16 oktober 2019.

Bart Verheggen, Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering, Amsterdam, Prometheus, 2020.

David Wallace-Wells, De onbewoonbare aarde, Amsterdam, De Bezige Bij, 2019.

Guido van der Werf (en anderen), Klimaatverandering in je moerstaal, Amsterdam, Vrije Universiteit, 2020 (ongepubliceerd).