Pieter T'Jonck

DE WITTE RAAF

Editie 211 mei-juni 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Denicolai & Provoost. Hello, are we in the show?

De eerste overzichtstentoonstelling van Simona Denicolai (1972) en Ivo Provoost (1972) in het S.M.A.K. presenteert het kunstenaarsduo als erfgenaam van site-specific art: plaats- en tijdgebonden kunst, die moeilijk of geheel niet verplaatsbaar of verhandelbaar is, en de ideologie van het kunstsysteem bekritiseert. Het begrip ‘site’ verwijst in brede zin naar de discursieve en sociale ruimtes die van invloed zijn op de betekenis van een kunstwerk. Site-specific art maakt een spagaat tussen enerzijds de concrete plek ‘in de wereld’ waar de kunstenaar ingrijpt en anderzijds ‘Kunst’ met het museum als ‘sokkel’. De kern van het werk is het proces dat op gang wordt gebracht op een bepaalde plek. Dat betekent evenwel niet dat de resulterende objecten of documentatie die in een kunstruimte verschijnen ‘slechts’ een afgeleide zijn: ze kunnen een eigen betekenis en dynamiek krijgen. Dat is zeker het geval bij Denicolai & Provoost. De verzamelde objecten, studies en modellen, (animatie)films, affiches en stripverhalen in S.M.A.K. coaguleren tot een coherente propositie, een invitatie om vastgeroeste betekenissen en onderscheidingen, ook over kunst, opnieuw te laten circuleren.

Emblematisch voor deze ‘circulaire’ – of zelfs ecologische – attitude is Earthworm since 2001 (2001). Bij een tekening van een aardworm staat naast de mond een pijltje met ‘toekomst’, het lijf is als ‘heden’ gelabeld’ en de uitwerpselen als ‘verleden’. Zonder aardwormen wordt grond onvruchtbaar; als zinnebeeld voor een artistieke strategie stelt de cartoon dat kunstenaars gedijen dankzij het milieu waarin ze opereren, terwijl ze dat milieu ook vruchtbaar houden. Een recentere demonstratie is Eyeliner (Gent) (2021). Op een brede plank op zware schragen staan werkjes uitgestald die Denicolai & Provoost aantroffen achter de vensters van Gentse huizen. Het resultaat is een wonderlijk ensemble met kitscherige beeldjes van bijvoorbeeld Don Quichot, maar ook met kunstige maquettes. Er hoort een boekje bij met toelichting over het leven, werk en de motivatie van de bruikleengevers. Tijdens de tentoonstelling meldt een pancarte achter de ramen van ieder huis dat het object tijdelijk in bruikleen is gegeven, en dus terug zal keren. Toch is er een verschil: eenmaal terug thuis zullen de werken deel uitmaken van een stadstentoonstelling, want alle adressen staan in het boekje, dat als gids zal dienen voor een wandeling langs de huizen en hun ‘etalages’. Het werk detecteert zo een niet eerder geïdentificeerde gemeenschap van mensen die doelbewust, via kunst, iets communiceren met de straat.

Ook Tien taarten (2018) onderzoekt hoe een gemeenschap bestaat of kan ontstaan in relatie tot objecten in de publieke ruimte. De tien cartoonachtige tekeningen van buitenissige taarten doen denken aan de folder van een fantasierijke bakker. Elke taart blijkt echter een historisch moment in de geschiedenis van Genk te herdenken. Denicolai & Provoost ontwikkelden het idee voor ‘Pilootproject Kunst in opdracht’, een Vlaams programma rond kunst in de publieke ruimte. Een van de deelnemende steden, Genk, greep de restauratie van een historisch oorlogsmonument aan om de bevolking te vragen welke gebeurtenissen ze gedenk- en dus ‘monumentwaardig’ vond. De dialoog moest leiden tot een artistiek ontwerp van het monument in kwestie. Denicolai & Provoost stelden echter voor om voor alle afzonderlijke wensen van de bewoners een taart te bakken die ze vervolgens collectief konden verorberen – niet alleen om het verleden als het ware te verteren, maar ook om een ‘gemeenschap’ direct, in het heden, vorm te geven. Tien taarten stelt vragen over wat een monument is en wie bepaalt of het er en waar het komt. De gelaagdheid van het schijnbaar eenvoudige project doet beseffen dat ook de andere presentaties in de tentoonstelling het topje van een ijsberg vormen.

De aandacht en tijd die nodig is om de lawine aan informatie bij de werken door te ploegen, wordt beloond met pertinente observaties. Bijvoorbeeld in Place Valladolid (2018), een niet gerealiseerd wedstrijdvoorstel voor de heraanleg van het gelijknamige plein in Euralille, een stadsdistrict dat tussen 1989 en 1994 werd gebouwd rond het TGV-station van Rijsel. Het ontwerp van OMA/Rem Koolhaas is de laattwintigste-eeuwse pendant van het oude Rijsel, en geeft gedaante aan een verbinding tussen de oude stad en de moderne wereld van (transport)netwerken en hypermarchés. In het hart van het station ligt de zogenaamde piranesiaanse ruimte, een uitsparing die zicht geeft op verschillende transportsystemen; een infrastructuurknoop die symbool staat voor de manier waarop immateriële netwerken van kapitaal en informatie oude steden overwoekerden. Place Valladolid is een van de toegangspleinen van het treinstation, als een gigantisch rooster dat een drukke ringweg overdekt. Het plein, slecht onderhouden, is sinds lang niet meer veilig, en het grootste deel ervan is afgesloten voor het publiek. In samenwerking met architectenbureau Nord en de ingenieurs van Greisch ontwierpen Denicolai & Provoost een maquette. Hun voorstel morrelt stevig aan de ideologie van de plek, als een hoogmis van het artificiële, het stedelijke, en van alles wat man-made is. Alle bestaande materialen worden zorgvuldig gerecycleerd en zo getransformeerd dat de plek aangepast wordt aan de noden van andere organismen dan de mens, zoals vogels, vleermuizen en planten. Het verbluffende plan haalde het net niet in de competitie: de ecologische logica, voorbij het laatmoderne ideaal van de stad, valt niet te rijmen met alles waar Euralille voor staat.

Het werk krijgt een echo in het pièce de résistance van de tentoonstelling: de presentatie op groot scherm van de animatiefilm Hello, are we in the show? (2020). Denicolai & Provoost verwerkten observaties van het leven in het Zoniënwoud tot een scenario voor een animatiefilm die, als een analogie van de echte wereld, toont wat daar allemaal leeft naast de mens. Ze zetten in op de spanning tussen het zoetsappige van animatie à la Disney en de chaotische realiteit van dit bos.

Voor wie er nog aan twijfelt dat een ecologisch gedachtegoed de tentoonstelling doordesemt, is er nog één quasi onzichtbaar statement: er is geen catalogus. Het enige wat daarvoor door kan gaan is één enkele afdruk van de volledige website van de kunstenaars bij aanvang van de expo, geflankeerd door een nog maagdelijk, onbedrukt pak papier. Het duo maakt nauwelijks papier vuil aan zijn werk, en het verwijst uitdrukkelijk naar het wereldwijde web als tool om in hinkstapsprong de verwevenheid van alles wat op de wereld bestaat te verkennen. Dat het internet ondertussen ook alweer zwaar vervuild is, belet de kunstenaars niet om de droom van een democratisch web kwansuis weer op de agenda te plaatsen.

 

• Denicolai & Provoost. Hello, are we in the show? (comment voir la même autre chose), tot 30 mei in S.M.A.K., Jan Hoetplein 1, Gent.