Fiep van Bodegom

DE WITTE RAAF

Editie 211 mei-juni 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Anne Turyn. Top Stories

Met in het achterhoofd de onpraktische, maar sympathieke gedachte dat uitgeven een eerzame manier is om geld te verdienen, begon Anne Turyn (1954) een eigen tijdschrift. Tussen 1979 en 1991 publiceerde de Amerikaanse fotograaf Top Stories, met de poëtische ondertitel a prose periodical. Het tijdschrift kende ongeveer 29 edities van mooi vormgegeven, eenvoudige boekjes met beeld en proza. De meeste nummers werden gevuld door één auteur, veelal vrouwelijke artiesten actief in verschillende disciplines zoals schrijven, performance, muziek, fotografie en theater. Van redelijk beroemde tot ondertussen haast mythische kunstenaars zoals Kathy Acker, Laurie Anderson, Cookie Mueller, Lynne Tillman en Constance DeJong is het vroege werk te vinden in Top Stories. Een ander deel van de schrijvers is min of meer in de vergetelheid geraakt. Het tijdschrift geeft een beeld van het New Yorkse kunstenaarsmilieu in de jaren waarin de downtown muziekscene bloeide, de stad nog verloederd was en dus betaalbaar, en voordat de aidsepidemie toesloeg: een ­cool tijdperk waar nu soms met al te veel kritiekloze nostalgie op wordt teruggekeken. 

De opzet van de tentoonstelling in Kunstverein is eenvoudig. Op de muur is ‘Top Stories’ geschilderd in een uitvergroting van het originele lettertype. Midden in de ruimte staat een groot houten sandwichbord met een complete serie van alle jaargangen van het tijdschrift. De boekjes worden bewust niet gepresenteerd achter glas als in een gewijde museale setting. Passend bij het karakter van de galerie en vereniging, wordt de bezoeker aangemoedigd om de publicaties ter hand te nemen en te lezen. Sommige nummers zijn online voor een paar tientjes antiquarisch te vinden, andere edities zijn zeldzame en kostbare collector’s items. Die stijgende prijs heeft ook te maken met een hernieuwde belangstelling – na enkele decennia van stilte – voor het werk van Turyn en de kunstenaars die verschenen in haar tijdschrift. Kathy Ackers bijdrage – Top Stories #9, New York City in 1979 met foto’s van de stad gemaakt door Turyn zelf – werd in 2018 heruitgegeven in de serie Penguin Modern, een prestigieuze reeks kleine, goedkope pockets, gedrukt in een enorme oplage. Begin vorig jaar is een selectie teksten uit verschillende nummers gebundeld in een elegante publicatie naar aanleiding van een tentoonstelling in Weiss Berlin. Modern Love (1977) van Constance DeJong was enkele decennia onverkrijgbaar, maar is in 2017 herdrukt door Ugly Duckling Presse. Het is nu wachten op een herdruk van alle jaargangen.

Achterin de kleine ruimte van Kunstverein staan twee monitoren die een documentaire tonen over het werk van Turyn, gemaakt door Peggy Ahwesh. Tegen de achtergrond van een chaotische, met papier volgestouwde studio, bekijkt de uitgever samen met de filmmaker stapels correspondentie, proefdrukken en dummyboekjes uit haar nog niet publiek toegankelijk archief, dat nochtans origineel werk bevat van vooraanstaande kunstenaars. Turyn vertelt met duidelijk plezier over de ontstaansgeschiedenis van elk nummer, hoe ze met de kunstenaars in contact kwam en hoe het productieproces verliep. Het beeld ontstaat van een levendige kunstscene met talloze lokale drukkerijtjes, podia, tentoonstellingsruimtes en tijdschriften gerund door kunstenaars.

Anne Turyn begon het tijdschrift toen ze nog maar net afgestudeerd was en haar eerste baan had gevonden als curator bij de kleine galerie Hallwalls, in Buffalo, New York. Ze schreef een beursaanvraag voor haar werkgever en mocht een deel van het toegekende bedrag gebruiken voor een eigen project, dat verder letterlijk liefdewerk oud papier was. Ze verhuisde een paar jaar later naar New York City en zette daar haar werk voort. Turyn vroeg aanvankelijk kunstenaars die ze interessant vond en via via kende om een tekst. Dat kon bijvoorbeeld ook de weerslag van een performance of van ander werk zijn. Na een stuk of zeven edities besefte ze dat ze alleen vrouwen had gevraagd en die lijn trok ze grotendeels door, hoewel er later ook een paar mannen geïnviteerd werden. Turyn was fervent lezer sinds haar kindertijd en opgeleid als fotograaf. Haar plan was om een podium te bieden aan werk dat beeld en tekst combineerde. Dat daar behoefte aan was, zag ze bevestigd toen de uitgeverij die het manuscript van schrijver en fotokopiekunstenaar Pati Hill zou publiceren, weigerde het te drukken omdat het er naar hun idee – door de vele afbeeldingen –uitzag als een kinderboek.

Hill vulde de derde editie, een bundeling van drie korte verhalen waarvan het eerste, ‘Mrs. Starling’, opent met de volgende zinnen: ‘Mevr. Starling was tachtig en op haar hoofd droeg ze dikwijls een rijsthoed. In haar jonge jaren was ze een bijzonder mooie vrouw. Toen ze in de zeventig was, besloot ze in een huis aan de oceaan te gaan wonen.’ Het begin is typisch voor de toon van de meeste teksten: droge, onnadrukkelijke zinnen, als de elementen van verhalen waarin het alledaagse en fantastische moeiteloos samenkomen. Turyn was geïnteresseerd in auteurs die zelfbewust gebruikmaakten van onbetrouwbare – vooral niet-autobiografische – ik-vertellers. Soms is het resultaat hilarisch, lichtzinnig en diepzinnig tegelijkertijd; in andere teksten wordt het snel een maniertje. Een goed voorbeeld van het eerste is nummer 18, Forget About Your Father & Other Stories, van Donna Wyszomierski. In het titelverhaal vertelt een moeder op de meest laconieke toon hoe haar zoon er met de tweede vrouw van zijn vader vandoor gaat. Een hele goede kapster, overigens, voegt ze daaraan toe. In het omvangrijkste en professioneelst gemaakte boekje, Cookie Muellers How To Get Rid of Pimples (nummers 19-20), werkt die toon niet helemaal. Maar dat wordt dan weer gecompenseerd met foto’s van David Armstrong, Peter Hujar en Nan Goldin. Hujar tekende hoogstpersoonlijk zwarte stipjes als ‘puistjes’ op de portretfoto’s.

Geïnspireerd door het aanbod van goedkope chapbooks, kleine kunstenaarsuitgaven en pamfletten, besloot Turyn haar tijdschrift ook voor zo min mogelijk te verkopen: elk nummer kostte hooguit een paar dollar. De tentoonstelling geeft je zin om ter plekke een tijdschrift te beginnen; Turyn toont met haar opgewektheid en interesse in het proces hoe aantrekkelijk het is om zelf iets te doen en te maken. In de presentatie wordt het informele, lokale en goedkope aspect van de uitgaves benadrukt; bij uitstek eigenschappen die maken dat ze in de kunstgeschiedenis vergeten worden of dreigen te verdwijnen. Hetzelfde geldt vaak voor het werk van vrouwen. De tentoonstelling roept de vraag op in hoeverre een publicatie die oorspronkelijk zo sterk aan de New Yorkse kunstscene verbonden was, nog ‘lokaal’ te noemen is op verplaatsing in Amsterdam. Het is de makke van een kunstcircuit waar enerzijds steeds meer belangstelling is voor lokale, informele netwerken, maar dat anderzijds opereert in een voornamelijk internationale en Engelstalige context.

 

• Anne Turyn. Top Stories, tot 26 juni in Kunstverein, Hazenstraat 28, Amsterdam.