Dominic van den Boogerd

DE WITTE RAAF

Editie 211 mei-juni 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Charlotte Prodger. SaPHO5

SaPHO5 is de codenaam die jachtopzieners van de Botswana Predator Conservation Trust hebben gegeven aan een uitzonderlijk dier dat in het wildreservaat rondzwerft: een leeuwin met mannelijke kenmerken. Lokaal staat ze bekend als Mmamoriri: de Harige Prinses. Ze is groter dan normaal, heeft manen, brengt haar tijd grotendeels alleen door en brult vaker dan andere leeuwinnen. De Engelse kunstenaar Charlotte Prodger (1974) ging met een filmploeg op zoek naar deze ‘genderfluïde leeuwin’, zoals het dier in de pers werd genoemd, zonder haar te vinden. De zwart-witbeelden van de leeuwin waarmee de film opent, zijn afkomstig van een onbemande camerapost. Bewegingssensoren stelden apparatuur in werking waarmee SaPHO5 van zeer nabij kon worden vastgelegd.

Eerst zien we alleen haar staart en flank, rechtsonder in beeld. Op de volgende beelden ligt ze op de grond, pal voor de lens, en kijkt ze majestueus om zich heen met ogen die in het nachtelijk duister oplichten als reflectoren. Op zakelijke toon wordt een observatierapport over haar gedrag voorgelezen. Over een ontmoeting met een andere leeuwin horen we: ‘Date: 21st November 2015. Start time: 05:55. Behaviour: Grooming. Behaviour time: 06:59. Who: SaFO5. Habitat: Acacia scrub. Recipient ID: SaFO3. Outcome social: Reciprocate.’ Juist door die vlakke neutraliteit spreken de data tot de verbeelding. Onwillekeurig doemt in gedachten een same sex leeuwinnenromance op – alsof menselijke normeringen van seksueel gedrag zonder meer van toepassing zijn op andere soorten. Dan komt de leeuwin overeind, rekt ze zich uit, en stoot ze een langdurige brul uit. Het schorre, klagerige geluid gaat door merg en been.

Het beeldmateriaal van de observatiepost wordt gevolgd door close-ups van een rotsachtige bodem, gemaakt met een mobiele telefoon. Dan volgen opnames van besneeuwde berghellingen, gezien vanuit een vliegtuig, een uitgestrekte vlakte gefilmd vanuit een rijdende auto, twee planten in de nachtelijke regen en luchtopnamen van een uitgedroogd landschap. Samen vormen ze een reeks van traag voorbijtrekkende, zorgvuldig gekadreerde beelden, die overal en nergens gesitueerd zouden kunnen worden. Technische perfectie en onvolkomenheden wisselen elkaar af. Tussen ‘normale’ en overbelichte, onscherpe of anderszins ‘afwijkende’ beelden wordt geen onderscheid gemaakt.

Kijkend naar de desolate landschappen horen we de kunstenaar op onbewogen toon voorlezen uit haar dagboek, over haar tienerjaren in een dorp bij Aberdeen. Ze vertelt over de zondagse Bijbelstudie, in de presbyteriaanse kerk aan de overkant van de straat, waar ze zich verloor in het extatische Boek der Openbaringen, het laatste deel van het Nieuwe Testament. Ze verhaalt hoe ze haar religieuze devotie inruilde voor de lichamelijke liefde en dat ze haar eerste intieme ervaringen had met een meisje dat net als zij een bijbaantje had als schoonmaker van huurappartementen in de buurt van Balmoral. Net als de masculiene leeuwin worden vriendinnen en minnaressen aangeduid met een wachtwoord, een versleutelde identiteit. Queerness gaat een en al over coderingen, over het herkennen, interpreteren, zenden en deconstrueren van signalen. Ergens in de film memoreert Prodger dat ze in een Schotse baai ooit een schim zag van een nucleaire onderzeeër die geruisloos voorbijgleed. Wat je aan de oppervlakte kunt zien, zonder te weten wat daarachter schuilt: de film is van zulke onzekerheden en ambivalenties doordrenkt.

Meer dan eens worden oog en oor getrokken door iets wat eigenlijk hinderlijk en schijnbaar onbedoeld is. Vieze vingerafdrukken op een zwart computerscherm bijvoorbeeld. Als het bepotelde touchscreen aanhoudend in beeld blijft, verandert het vuil onwillekeurig in een wonderschone sterrenhemel. Ondertussen klinkt het raspende geluid van een leeglopende doedelzak, een aanslag op het gehoor die iedere doedelzakspeler wil voorkomen. Operationele nevenschade, zo zou je de viezigheid op het scherm en het gereutel van het blaasinstrument kunnen noemen, niet zoals het hoort. Bij Prodger lijken zulke onvoorziene momenten echter van grote waarde. Indringend is de close-up van een brandende lamp waarbij de lens herhaaldelijk deels wordt afgedekt. De oranje gloed die afwisselend feller wordt en dan weer afzwakt, wordt begeleid door saxofoonspel waarin het gejammer van de eenzame leeuwin naklinkt.

De film bestaat uit zeven hoofdstukken en duurt in totaal 39 minuten. Ondertiteling ontbreekt helaas, maar er is een vouwblad met de volledige tekst beschikbaar. SaPH05 ging in 2019 in première op de Biënnale van Venetië, waar Prodger Schotland vertegenwoordigde. Het is het laatste deel in een trilogie die begon met Stoneymollan Trail (2015) en werd vervolgd met Bridgit (2016), waarmee de kunstenaar in 2017 de Turner Prize won. De autobiografische cyclus traceert een intieme, soms pijnlijke geschiedenis van affectie en verlies. De ondertoon is nu eens desperaat en grimmig, dan weer diep melancholiek. De frictie tussen volautomatische visuele registratie en het wezenlijke dat zich aan zichtbaarheid onttrekt, vormt een rode draad. De titel van het laatste deel echoot de naam van Sappho, de mythische dichteres uit de Antieke Oudheid. Net als de masculiene leeuwin kan haar lyrische liefdespoëzie worden geassocieerd met queer gevoelens van verlangen en verbondenheid.

De sage in surveillancebeelden eindigt met een imposante termietenheuvel, van bovenaf gefilmd met een drone. De opnames van het primitieve bouwsel zinspelen op dezelfde onzichtbare driften die de gehele film voortstuwen. Termietenheuvels zijn gemaakt van aarde en uitwerpselen, en sommige zijn duizenden jaren oud. Binnenin gonst het van de activiteit, maar aan de buitenkant is daar niets van te merken. Het asgrijze bouwsel staat als een roerloze tombe in de hitte van de Afrikaanse savanne. De op afstand bestuurde camera scant de heuvel met militaire accuratesse en zoomt steeds verder in. Even lijkt de homp te bewegen, als een menselijke gestalte, maar dat is optisch bedrog. De camera stuit op een ondoordringbare korst, het binnenste komt niet in het vizier. We horen flarden van een moeilijk verstaanbaar telefoongesprek. Dan een pieptoon. Dan niets.

 

• Charlotte Prodger. SaPHO5, tot 6 juli in het Stedelijk Museum, Museumplein 10, Amsterdam.