Annelot Prins

DE WITTE RAAF

Editie 212 juli-augustus 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Met een orgasme beginnen

Pleasure Activism van adrienne maree brown

Op de eerste pagina van Pleasure Activism. The Politics of Feeling Good (2019) geeft adrienne maree brown – die haar naam net als bekende feministes bell hooks en pattrice jones consequent zonder hoofdletters schrijft – de lezer een opdracht. ‘Indien mogelijk,’ schrijft ze in een voetnoot, ‘raad ik je aan een orgasme te hebben voor je begint aan dit boek.’ Ze adviseert de lezer deze opdracht bij de aanvang van elke nieuwe sectie opnieuw ter harte te nemen.

Volgens brown is genot een cruciaal onderdeel van vrijheid. Het kapitalisme heeft ons een wereld opgedrongen waarbij schaarsheid de gemene deler is. Als die schaarsheid vervolgens onze keuzes bepaalt, leidt dit ertoe dat we onszelf plezier ontzeggen. Pleasure Activism wil daarvan af: brown streeft naar een wereld met een overvloed aan plezier. De auteur vertelt ons dat we niet langer hoeven te geloven in schaarste, er is genoeg voor iedereen, het moet alleen anders verdeeld worden.

Het plezier kan diverse vormen aannemen: seks en drugs komen uitgebreid aan bod, maar ook mode, paaldansen en burleske dansen worden besproken als manieren om geluk en levensgenot te ervaren. Een deel van het boek bevat essays, de ene tekst meer uitgewerkt dan de andere, sommige bol van onaffe gedachtekronkels. Een daaropvolgende sectie bestaat louter uit interviews, met personen maar ook met het personage van de Womanizer, waar brown veel plezier aan beleeft. In een ander gedeelte van het boek worden teksten van andere auteurs bijeengebracht. Het boek doet daarom enerzijds wat rommelig aan, maar is anderzijds ook open en toegankelijk. Het is een caleidoscopische verkenning: wat gebeurt er als we plezier en genot centraal stellen in ons streven naar sociale rechtvaardigheid?

In de introductie stelt brown vast dat alle vormen van organisatie een slag om de verbeelding zijn, oftewel doelbewuste vormen van ‘sciencefiction’. We maken zelf de toekomst die we willen – die dwingen we af. Dit sluit aan bij een eerder boek van brown, Octavia’s Brood (2015), waarin ze beargumenteert dat mensen die de wereld willen veranderen altijd speculatieve denkers zijn. Wanneer we een wereld proberen te bedenken die niet de onderdrukking en ongelijkheid van de onze voortzet, breken we met de realiteit en begeven we ons onherroepelijk op het gebied van sciencefictionauteurs. Dit is voor haar een cruciaal punt. In de huidige wereld, stelt brown, oordelen en handelen mensen doorgaans op basis van angst, met name op grond van fobieën ten opzichte van Zwartheid, dikheid, queerheid en andere vormen van ‘anders zijn’.

De standpunten van brown vormen een mix van poppsychologie – inclusief huiswerkopgaven – en new-agespiritualiteit, gefilterd door een zeef van progressief gedachtegoed. ‘Alles waar aandacht aan wordt gegeven groeit.’ ‘We worden wat we doen als we handelingen maar vaak genoeg herhalen.’ ‘Zeg ja op alles waarvan je denkt dat het je blij zal maken.’ ‘Als je blij bent is dat goed voor de wereld.’ Pleasure Activism is geschreven vanuit één boodschap: zorg dat rechtvaardigheid en bevrijding goed en lekker aanvoelen. Maak de revolutie onweerstaanbaar, om met de woorden van filmkunstenaar Toni Cade Bambara te spreken. Wanneer plezier de grondslag van activisme is, is verzet beter vol te houden en zullen meer mensen zich bij je aan willen sluiten.

Persoonlijke vreugde is nodig om te kunnen overleven, maar ook om politieke statements te kunnen maken. Geen mens kan constant serieus en emotioneel belastend activistisch werk verrichten zónder elders vreugde te vinden. En dat is een kunst: plezier en geluk vinden in een wereld waar geluk en plezier zo ongelijk verdeeld zijn. Plezier is niet simpelweg een ontsnapping aan het leed, of een prettige onderbreking daarvan. In een gesprek met de activist Dallas Goldtooth komt naar voren dat humor, gezelligheid, entertainment en spektakel nodig zijn om mensen aan een politiek doel te binden. Omarm erotiek en spiritualiteit, deel plezier en geluk, en sla er vervolgens een brug mee naar andere activisten, dat is het devies.

Activisten moeten zich niet te veel in een defensieve positie laten duwen. Er moet komaf worden gemaakt, vindt brown, met een reactieve houding, waarbij onderdrukte of gemarginaliseerde groepen zich zelfs in hun verzet schikken naar de heersende machtsverhoudingen. Je overgeven aan plezier en vreugde is in ieder geval een manier om ten minste momentaan te ontkomen aan bestaande hiërarchieën. Activistisch handelen zou daarom altijd moeten worden gedacht vanuit de andere, betere en plezierigere wereld waarvoor gevochten wordt.

Het boek is een vurig pleidooi tegen een al te rationeel en instrumenteel bestaan, met het doorkomen van de (werk)dag als hoogste doel. Daarmee verwijst brown naar de stelling van  Audre Lorde in haar bekende werk Uses of the Erotic, namelijk dat het bewust ervaren van vreugde en plezier een eis met zich meebrengt: als dit genot gevoeld kan worden, moet het ook nagestreefd worden! Vervolgens blijkt de opgedrongen gevoelloosheid van het laatkapitalisme steeds moeilijker te verdragen. Het bestrijden van onderdrukking wordt op dat moment één met het zelf, aldus Lorde. De overweldigende, bevrijdende ervaring van plezier en genot maakt machteloosheid onaanvaardbaar; een status quo gebaseerd op gelatenheid, wanhoop, zelfhaat, depressie en zelfontkenning is dan niet meer houdbaar. Plezier is geen escapisme, zegt brown Lorde na, maar juist een ‘ervaring van heelheid’ die in onze tijd te vaak afwezig is.

Pleasure Activism verzet zich tegen een witte, cisgender, heteroseksuele en middenklassekolonisering van plezier.  Brown stelt zich de vraag wat er gebeurt als Zwarte, bruine en (gender)queer lichamen – lichamen die een lange geschiedenis van onderdrukking hebben gekend – hun leven inrichten op het beleven van zoveel mogelijk genot. Voortbouwend op het gedachtegoed van het Combahee River Collective – de bevrijding van Zwarte vrouwen leidt automatisch tot een algehele bevrijding, omdat hun vrijheid de vernietiging impliceert van alle onderdrukkende structuren – stelt brown dat het plezier van een gediscrimineerde groep automatisch leidt tot een wereld waarin iedereen meer plezier en minder onderdrukking ervaart.

Door uit te gaan van de ervaringen van met name Zwarte en queer vrouwen, geeft brown de lezer als het ware de opdracht mee om de wereld vanuit een zogeheten minderheidspositie te bekijken. De auteur legt weinig uit, ze deelt simpelweg haar inzichten en de verhalen die ze heeft verzameld. Ze transformeert de marges tot het centrum. Als witte lezer was het daarom soms even zoeken naar mijn verhouding tot het boek. De auteur doet geen moeite om een culturele vertaalslag te maken, maar dat alleen al is leerzaam.

Hoewel het boek continu het belang van gemeenschapsleven, sterke vriendschappen en progressieve liefdesrelaties benadrukt, blijft de ervaring van vreugde overwegend individueel gedefinieerd. Plezier wordt vrij nauw opgevat in Pleasure Activism; brown komt met name uit op seks en drugs als verrijkende ervaringen. In ruim vierhonderd pagina’s adviseert de auteur haar lezers onder meer om met hun tepels te spelen tot ze een orgasme krijgen, geeft ze advies over seksspeeltjes, breekt ze een lans voor seks tijdens de menstruatie en leidt ze een schriftelijke workshop over squirten. Er is een hoofdstuk over transerotiek, een hoofdstuk over seks als je kanker hebt, en een hoofdstuk over het hervinden van een authentieke seksuele identiteit na misbruikt te zijn. In het boek worden odes gebracht aan Beyoncé, mode en paaldansen, tips gegeven over het opvoeden van seksueel vrije kinderen en het onderhouden van niet-heteronormatieve en niet-monogame liefdesrelaties.

De enorme diversiteit aan handelingen en plekken om genot en geluk te beleven, versluiert wel een belangrijke vraag: wat is precies de politieke betekenis van deze individuele ervaringen? Het boek keert zich weliswaar tegen de middenklasse, maar lijkt uit te gaan van een besteedbaar inkomen waarbij je van winkelen je hobby kunt maken. Zulk plezier staat onder druk, zeker nu sociaaleconomische ongelijkheid in bijna elk land in de afgelopen pakweg veertig jaar is toegenomen. Ondanks haar algemene, antikapitalistische kritiek heeft brown weinig oog voor wie er precies toegang heeft tot zowel de conventionele als minder conventionele vormen van plezier.

In plaats van economische herverdeling te bepleiten, gaat browns boek over de individuele wil tot plezier. Het sluit daarin aan bij de psychologische onderstroom van de neoliberale ideologie waarin het individu eindeloos heruitgevonden, verbeterd en gemanaged kan worden. Het idee van een maakbaar zelf, met een sterke focus op motivatie en doorzettingsvermogen, staat niet ter discussie; het gaat er in deze ideologie om geloof te hechten aan jezelf, een geloof ook in authentieke verlangens die gelokaliseerd kunnen en moeten worden. De huiswerkopgaven aan het eind van de hoofdstukken bieden de lezer de mogelijkheid om met zichzelf aan de slag te gaan.

Plezier kan zeker revolutionair zijn, maar het is ook een categorie die kritisch tegen het licht moet worden gehouden. Emotionele ervaringen van verlangen en genot zijn onleesbaar buiten de politiek-economische context waarin ze gearticuleerd worden. Pleasure Activism gaat over het recht op plezier, maar vraagt niet waarom en hoe plezier als zodanig ervaren kan worden. Ook – en misschien wel juist – gevoelens over wat al dan niet plezierig is, hebben een geschiedenis en politieke context. Onze ervaringen van plezier staan niet los van de levens die we binnen het kapitalistische systeem leiden. Plezier van de een kan ten koste gaan van het plezier van anderen – denk aan winkelplezier, vooralsnog gestoeld op de uitbuiting van arbeiders in lagelonenlanden.

Het omvormen van emoties, zoals het ombuigen van een neerslachtige moedeloosheid naar een daadkrachtig streven naar plezier en genot, waar brown voor pleit, is een vorm van ideologisch ‘meewerken’. Zolang mensen manieren blijven vinden om zichzelf gelukkig te noemen, blijft het huidige systeem in staat om zichzelf te vernieuwen. Dit soort ‘arbeid’ versterkt dus uiteindelijk de huidige status quo en staat meer structurele vormen van verandering in de weg. Denk aan de kritiek van Sara Ahmed op het huidige ‘geluksgebod’. In haar boek The Promise of Happiness (2010) legt Ahmed uit dat ‘geluk’ een van de belangrijkste ideologische bouwstenen van de hedendaagse samenleving is geworden. Het gedeelde doel van ‘gelukkig worden’ maakt de wereld samenhangend en coherent. Wreed noemt Ahmed echter het gegeven dat deze belofte altijd verder de toekomst inschuift, met name voor mensen die niet behoren tot de geprivilegieerde groepen. Zolang de belofte van (toekomstig) geluk als neutraal en niet-ideologisch beschouwd wordt, blijft de huidige ongelijkheid in de wereld bestaan.

De vraag ten slotte is in hoeverre de identiteit van het genietende individu er uiteindelijk toe doet, politiek gezien dan. Op microanalytisch niveau heeft het plezier van een witte heteroseksuele cisman of -vrouw een compleet andere betekenis dan het plezier van een Zwarte (gender)queer vrouw. Maar op macroniveau lijkt het niet veel uit te maken: beide groepen investeren in de noties van geluk en plezier die de huidige status quo bevestigen.

 

adrienne maree brown, Pleasure Activism. The Politics of Feeling Good, Chico (Californië), AK Press, 2019.