Beatriz Van Houtte Alonso

DE WITTE RAAF

Editie 212 juli-augustus 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

In the Age of Post-Drought

De afsluitende tentoonstelling van het gelijknamige programma dat Transnatural Institute organiseert omtrent het onderwerp water verspilt weinig tijd aan waarschuwen voor een nakende catastrofe. In the Age of Post-Drought vertrekt vanuit de vaststelling dat watercrises in verschillende vormen en op vele plaatsen ter wereld vandaag een feit zijn. De clou ligt in het voorvoegsel ‘post’. De centrale vraag is niet ‘komt er droogte?’ of ‘hoe vermijden we droogte?’ maar ‘wat te doen met droogte?’.

Op het eerste gezicht is de opzet helder. Enerzijds is er het probleem, anderzijds zijn er ‘de oplossingen’. In de bezoekersgids wordt gesteld dat de tentoonstelling een ‘verkenning [is] van de verschillende klein- en grootschalige (bio-)technische ontwerpen, oplossingen, experimenten en artistieke interventies die kunnen bijdragen tot een meer milieuvriendelijke toekomst waarin aan water gerelateerde vraagstukken een probleem uit het verleden zullen zijn’. Een aantal panelen licht aan de hand van statistieken de vier aspecten toe waarin de watercrisis wordt ontleed: waterschaarste, watervervuiling, wateroverlast en woestijnvorming. De ‘oplossingen’ die in de vier ruimtes van de voormalige stallen van Le Grand Hornu worden gepresenteerd, vormen het eigenlijke onderwerp.

De ogenschijnlijk systematische opzet verdwijnt echter snel naar de achtergrond. De getoonde ontwerpen variëren sterk en staan relatief autonoom opgesteld. Grosso modo zijn er drie categorieën te onderscheiden. Ten eerste zijn er kunstinstallaties die water voelbaar trachten te maken, eerder sensibiliserend dan gericht op oplossingen. Crossing Waves (2013) van Julien Poidevin projecteert het effect van geluidstrillingen op water met behulp van een microscoop op een muur. Zoro Feigls Twisted Nematic (2020), een ronddraaiende metalen cilinder met gepigmenteerde vloeistoffen, wordt omschreven als een ‘bewegend real-life waterschilderij’. Ten tweede zijn er (al dan niet open source) praktische hulpmiddelen, zoals Eliodomestico (2005-2012), een mobiel zuiveringssysteem uit terracotta dat als ‘een omgekeerde koffiefilter’ werkt, ontworpen door Gabriele Diamanti, en een glazen, filterend rietje van Ulysse Martel. Ten derde zijn er architecturale en stedenbouwkundige voorstellen. Isabelle Daëron lanceerde het idee om een negentiende-eeuws waternetwerk onder Parijs te heractiveren als stedelijk koelsysteem. Een visie voor de Indische stad Chennai als een City of 1.000 tanks (2018) werd vormgegeven onder leiding van OOZE Architects. Ook voor Nederland wordt vooruitgeblikt: een collage van LOLA Landscape Architects toont een toekomstige archipel die redding biedt wanneer een groot deel van het land onder water verdwijnt.

De ontwerpen voor een post-droge wereld hebben één ding gemeen: ze zien er esthetisch, fris en opvallend blauw uit. Het is ondertussen een al te gretig gebruikte gemeenplaats dat we de ‘kracht van de verbeelding’ nodig hebben om na te denken over de toekomst, maar dat wil niet zeggen dat er geen kern van waarheid in zit. In plaats van vuistdikke rapporten die haast niemand zal lezen, zie je één beeld dat op slag communiceert. Schoonheid is persuasief. De glossy kracht van design heeft echter ook iets verontrustends. Angstaanjagende feiten, bijvoorbeeld dat Kaapstad in 2018 ternauwernood ontkwam aan ‘Dag Zero’, waarop de overheid genoodzaakt zou zijn om het water af te sluiten, krijgen uitdrukking in aantrekkelijke voorwerpen en beelden. Zoals ook in de inleiding geven sommige voorstellen een overwegend positivistische, neutrale weergave van het probleem en krijgt techno-optimisme de bovenhand.

Het onderwerp macht is zo goed als afwezig. Het gaat amper over de politiek van water, of wat geograaf Erik Swyngedouw ‘liquid power’ noemt. De tentoonstelling heeft niet als doel een diepgravende diagnose te stellen, maar om oplossingen te formuleren, en dus worden geopolitieke machtsrelaties tussen Noord-Zuid-Oost-West over één kam geschoren. Het zou natuurlijk een domper zijn om te vermelden dat er plaatsen bestaan waar je gemakkelijker aan een fles Coca-Cola komt dan aan drinkwater, terwijl om diezelfde fles Coca-Cola te produceren een paar kilometer verder water voor een relatief lage prijs wordt opgepompt, zoals The New York Times in 2018 rapporteerde over San Cristóbal de las Casas in Mexico. Een filterend rietje, hoe ingenieus ook, lijkt dan een pervers antwoord.

De voorwerpen die het meest bijblijven hebben een zekere sublieme kwaliteit. Ze verbeelden de fragiliteit van de mens en zijn talrijke protheses. De fotoreeks I Can Hear the Waves van Niels Stomps toont aandoenlijk ingeduffelde mensen op een besneeuwd eiland. Het blijken wetenschappers op Spitsbergen te zijn, een van de meest noordelijke nederzettingen ter wereld: een leefomgeving die een wel bijzonder groot aanpassingsvermogen vraagt. Isabelle Daërons Chantepleure (2016) is een gieter in de vorm van een waterdruppel, een herinterpretatie van een middeleeuws model, die door onderdompeling gevuld wordt en dankzij een vacuümsysteem eenvoudig met de duim te bedienen is. Verder worden in een video over de Creating Water Foundation zogenaamde fog catchers getoond: fijnmazige metalen gazen die worden opgespannen in de open lucht en water ‘vangen’ uit mist. Het mooiste voorwerp is Tea Drop (2019), een ontwerp van Studio Sway. Boven een glazen theepot hangt een elegante metalen constructie. De pot is zo goed als leeg, en wordt langzaam door de ‘theemachine’ gevuld met gecondenseerde waterdamp uit de omringende lucht. De thee staat al klaar, hoewel niet duidelijk is hoelang het nog zal duren voor er genoeg water is om een kop te vullen. Misschien is het treffendste effect van In the Age of Post-Drought ook het meest basale: je krijgt er dorst van.

 

• In the Age of Post-Drought. The Aquatic State, tot 25 juli in Cid au Grand Hornu, Rue Sainte-Louise 82, Hornu.