Sarah Késenne

DE WITTE RAAF

Editie 214 november-december 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

If I Could Wish for Something

De titel van Dora García’s tentoonstelling in Netwerk Aalst is ontleend aan een lied dat door de Mexicaanse transmuzikant La Bruja de Texcoco vertolkt wordt in een van de twee films op de expo. Het gaat over een vrouw die gelukkig wil zijn, maar niet té gelukkig, omdat verdrietig zijn ook een soort vertrouwdheid biedt. García noemt dit gevoel typisch voor de ‘liefdesgeschiedenis’ van feminisme en socialisme: ‘Elke revolutionaire beweging sinds de negentiende eeuw heeft om de ‘vrouwenkwestie’ heen gedraaid. Deze decennia van ontgoocheling maken deel uit van de feministische geschiedenis.’ Haar tentoonstelling onderzoekt de verloochening van vrouwenrechten binnen progressieve en revolutionaire bewegingen, en hoe de teleurstelling daarover ook een bron van verzet kan zijn.

Als bezoeker loop je op weg naar beide films door een gang met displays. Posters aan de muur tonen de slogans die in de straten van Mexico City te horen waren tijdens feministische demonstraties. Twee readers geven een goed beeld van het Chicana (Mexicaans-Amerikaans) feminisme. García vertrekt, veel meer dan voorheen, vanuit haar persoonlijke positie als Spaanstalige vrouw en kunstenaar.

De eerste film, Love With Obstacles, is gewijd aan de erfenis van de Russische communistische feministe Alexandra Kollontai (1872-1952). Ze was een gevierd marxistisch auteur, voorvechter van gelijke seksuele rechten, diplomate en de enige politica binnen Lenins regime. Als vrouwelijke ambassadeur was ze een curiosum; ze haalde ook in België destijds de kranten. In de essayfilm van García maak je kennis met Kollontais visionaire ideeën en haar kritiek op het bourgeoisfeminisme, waarin een klassenperspectief ontbrak. Haar revolutionaire seksuele moraal blijkt niet aan radicaliteit ingeboet te hebben. Noties als red love (seksuele solidariteit) en love comradeship (de basis voor een nieuwe maatschappij) maken haar, aldus de publicatie bij de tentoonstelling, tot een wegbereider van de ‘postheteroseksuele maatschappij’. Tegelijk brengt García haar in verband met het intersectionele denken.

Monogame relaties waren volgens Kollontai gebaseerd op privébezit, en ze proclameerde een vrije liefde die dergelijke bezitsrelaties overstijgt. García bouwt de film op aan de hand van persoonlijke brieven en materiaal uit archieven in Rusland en Mexico, waar Kollontai een jaar lang Russisch ambassadeur was. Dat die voorwerpen en documenten getoond worden, maakt de vraag naar haar nalatenschap letterlijk tastbaar. Als Kollontais lange zwarte jurk uit een archiefkast wordt gehaald, krijg je het idee dat haar lichaam zelf op de dissectietafel ligt.

Love With Obstacles toont het internationale bereik van haar gedachtegoed; ze werd door sommige Mexicaanse feministes meer gelezen dan Simone de Beauvoir. Door de Russische revolutionairen werd ze miskend en vergeten: genderthema’s waren van ondergeschikt belang. Kollontais (ideologische) novelles over een politieke vorm van liefde werden nauwelijks serieus genomen en weggezet als romantische ‘vrouwenliteratuur’.

García schuwt de ambiguïteit zeker niet. De film benadrukt de verschillende stemmen – en standpunten – van Kollontai. Haar passionele liefdesbrieven stroken bijvoorbeeld niet met haar bolsjevistische idealen over vrije liefde. En ze was inconsistent in haar standpunt over abortus. Onder Lenin, in 1920, ijverde ze ervoor om abortus uit het strafrecht te halen, een wereldwijde primeur, maar later sprak ze haar steun uit om abortus opnieuw strafbaar te maken. García hecht er belang aan context te geven: een persoonlijke aantekening van Kollontai laat uitschijnen dat ze dit deed om haar familie te beschermen voor de stalinistische terreur, terwijl ze als diplomate actief bleef.

Via de tweede film, If I Could Wish for Something, maken we kennis met de feministische protestmarsen in Mexico. De tentoonstelling legt een verband tussen historische strijd en politiek gevecht in het heden. De protesten kwamen voort uit de lethargie van de Mexicaanse regering ten overstaan van het afschuwelijk grote aantal moorden op vrouwen (femicide). Het was ook een strijd voor meer rechten: vanaf september 2021 was abortus in Mexico niet langer strafbaar. Anders dan bij het cerebrale Love with Obstacles wordt een emotioneel appel gedaan op de toeschouwer, vooral door middel van een hypnotiserende en energetiserende klankband van een woedende, feestende en schreeuwende massa vrouwen en meisjes: ‘No me calmo! Down with patriarchy!’ Hier is een gemeenschap verenigd in het gevecht tegen de patriarchale controle over het vrouwelijk lichaam. De slogans breken duidelijk met de regels van een rationeel en deliberatief debat. Het is een taal die zich verzet tegen wat Sayak Valencia in de catalogus bespreekt als purplewashing: de instrumentalisering (en standaardisering) van feministische discoursen. De film verweeft deze protesttaal met repetities voor de opnames van het melancholische titellied – oorspronkelijk uit Weimar-Duitsland – gezongen door La Bruja de Texcoco.

Ook in deze film belicht García inconsistenties en ambiguïteiten: de vrouwelijke politieagenten op de protestmarsen bijvoorbeeld, maar ook La Bruja zelf, die als transgender nieuwe marges binnen deze protesten toont. Het is een verdienste van deze tentoonstelling dat ze debatten over kunst en feminisme verder brengt door de complexiteit ervan te tonen. Essentialistische benaderingen worden zelf tot onderwerp, iets dat ook aan bod komt in een van de protestslogans uit Mexico City: ‘You are tired of hearing it, we are tired of living it.’ García brengt nuance aan, zonder radicaliteit te mijden.

 

If I Could Wish for Something van Dora García, tot 19 december in Netwerk Aalst, Houtkaai 14, Aalst.