Dominic van den Boogerd

DE WITTE RAAF

Editie 214 november-december 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Lee Kit. Lovers on the Beach

De eerste tentoonstelling van Lee Kit (1978) in Nederland is tegelijk de grootste die de kunstenaar tot nu toe heeft gemaakt. In West heeft Kit een parcours gecreëerd over twee verdiepingen met 24 voornamelijk recente werken in bijna evenzovele kamers en gangen. Vrijwel alle werken zijn video-installaties of settings, zoals de kunstenaar ze bij voorkeur noemt. Videoprojecties worden vaak gecombineerd met gebruiksvoorwerpen, schilderijen, muziek en tekst.

Kit blinkt uit in even minimale als secure ensceneringen van het vluchtige en het tijdelijke. Met Cloud Talks (2021) opent de tentoonstelling in de schemerige lobby. Een weinig bijzondere foto van een wolk tegen een blauwe hemel wordt groot op de muur geprojecteerd. De beamer staat midden in de ruimte op een doodgewoon plastic opbergkrat. Haaks daarop staat een tweede beamer die hetzelfde beeld projecteert, maar dan op het krat, veel kleiner. Het transparante ding werkt als een vergrootglas waardoor dezelfde wolkenhemel nogmaals verschijnt op de achterliggende wand, ditmaal wazig. Hetzelfde beeld verschijnt dus gelijktijdig in meerdere gedaanten, op verschillende plekken, op diverse formaten, even veranderlijk en ongrijpbaar als een wolk. Op de achtergrond klinkt pianospel, zachtjes en onnadrukkelijk, als muzak in een lounge.

Lee Kit, opgeleid als schilder aan de Chinese University of Hong Kong, maakte naam met handbeschilderde doeken die hij vervolgens gebruikte als picknickkleedje, poetslap of spandoek – de acties zijn vastgelegd op video. Tegenwoordig is video het belangrijkste bestanddeel van zijn installaties, al zijn die nog altijd met een schilderkunstig oog gemaakt. In This face (2021) wordt een opname van een monochroom doek geprojecteerd op een muur, pal naast een deuropening. Tegelijk zie je in de naburige kamer een withouten paneel waarop af en toe een onscherp videobeeld verschijnt van iemand op een bank, waardoor het een Gerhard Richterachtig schilderijtje lijkt: Untitled (Arm, hand and sofa), ook uit 2021. Verf en doek zijn in beide installaties nergens te bekennen, maar de geest van het meermaals doodverklaarde medium is springlevend en alom aanwezig.

De weinige schilderijen in deze tentoonstelling worden niet zozeer gepresenteerd als op zichzelf staande werken, maar als rekwisieten in een mise-en-scène. Een van de doeken, Cushion and blanket (2021), hangt nauwelijks zichtbaar in een donkere gang – dat het gaat om een voorstelling van een onopgemaakt bed zal geen toeval zijn. In The most critical (2021) wordt een bloemstilleven, geschilderd op verpakkingsmateriaal, gebruikt als projectiescherm. Een video-opname van lege wanden keert de gangbare taakverdeling tussen schilderij en muur om: beeld wordt drager, drager wordt beeld.

Bij Kit is de schilderkunst aan het spieraam ontsnapt, op drift geraakt. Evengoed kun je stellen dat hij het canvas, het werkterrein van de schilder, effectief heeft uitgebreid naar het gehele interieur, waarbij dezelfde bestanddelen als die van het traditionele ezelschilderij in het spel worden gebracht: licht, kleur, contrast, reflectie, textuur, compositie… Zelf vergeleek de kunstenaar de intuïtieve opbouw van zijn fijnzinnige ensceneringen met het maken van een enorm schilderij.

Leidmotief van de tentoonstelling is, zoals de titel suggereert, een idyllische liefde. Misschien is dat de reden dat de meest prozaïsche zaken zich hier laten zien van hun meest poëtische kant. Zo wordt in kamer 102 – de kamernummers zijn aangebracht door de voormalige gebruiker van het pand, de Amerikaanse ambassade – een video geprojecteerd op een wand die beplakt is met cellotape, waardoor het ietwat banale beeld van een gele doos op een wc-bril glinstert als een zee bij romantisch maanlicht – Untitled (yellow), uit 2021.

In de installaties op de bovenverdieping ligt de nadruk op geluid, muziek en tekst, of juist het ontbreken daarvan. In I think you’re crazy (2017) hangt een koptelefoon aan het plafond, net buiten handbereik, zodat de jazzy soul van Gnarls Barkleys gelijknamige nummer alleen gedempt te horen is. Op een provisorisch wandje (stond dat er al?) wordt een video geprojecteerd met de songteksten in het Chinees en in het Engels. Alles lijkt gereed voor een hartverscheurende karaoke, maar die wordt eindeloos opgeschort. Wat Kit in deze en andere installaties orkestreert, zijn de geluidloze stemmen in je hoofd, de fragmenten van liedteksten die zich als oorwurmen in je hersenen nestelen.

Ook de gebroken liefde komt aan bod. In kamer 204 is de vloer bezaaid met brokstukken van een koelkast die aan diggelen is geslagen. De titel Untitled (A room with refrigerators) is ietwat misleidend. Naast de vernielde koelkast staat namelijk niet een andere koelkast maar een wasmachine. De ontbrekende ijskast staat een eindje verderop, op de gang, alsof hij elk moment kan worden opgehaald. 

Bij Story about autumn (2017), een video op een flatscreen, lijkt op het eerste gezicht niets aan de hand. Het stilstaande beeld van een balpen is nietszeggend, het begeleidende combomuziekje al even onbeduidend. De ondertiteling maakt het werk dramatisch. De tekstregels verhalen over een voorbije vriendschap. ‘I heard that he had become a policeman,’ staat er te lezen. ‘Our country had become a police state.’ En vervolgens, uit het niets: ‘One night I killed him.’ Een verklaring blijft uit. ‘I remember the autumn breeze that night.’ De onheilspellende woorden lijken een toespeling op de politieke onrust in Hong Kong, waar de kunstenaar deelnam aan hardhandig neergeslagen protestdemonstraties.

Het verlangen naar intimiteit zet de toon in de meeste werken. Om een of andere reden wordt de vervulling daarvan eindeloos uitgesteld. Lovers on the Beach is een romance in vele aktes waaraan steeds iets wezenlijks lijkt te ontbreken. Het gemis maakt de hartstocht alleen maar groter.

Lee Kit is weleens gekarakteriseerd als een Aziaat die de westerse traditie van de abstracte schilderkunst vanuit een niet-westers perspectief op zijn kop zet. Zo’n stereotypering als exotisch buitenstaander mist zijn doel. Kits werk sluit aan bij een tendens in de schilderkunst die, van Blinky Palermo tot Wade Guyton en R. H. Quaytman, de traditionele beperkingen van het medium achter zich laat en nieuwe antwoorden zoekt op de vraag wat schilderkunst vandaag kan zijn. Geraffineerd laten de settings zien welke plaats YouTube, Facebook en Spotify hebben ingenomen in ons dagelijks leven; hoe het elektronische beeldscherm onze emotionele huishouding, zelfs ons liefdesleven, reguleert. Lovers on the Beach is een update van de vertrouwde romantische schilderkunst, glanzend in het licht van de videobeamer, meeslepend als een liefdeslied.

 

Lee Kit. Lovers on the Beach, tot 5 december in West Den Haag, Lange Voorhout 112, Den Haag.