Daniël Rovers

DE WITTE RAAF

Editie 214 november-december 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Sadik Kwaish Alfraji & Natasja Kensmil

Betekenis wordt voortgebracht door verschil. Ook daarom zijn de solotentoonstellingen in Amersfoort van respectievelijk Sadik Kwaish Alfraji en Natasja Kensmil revelerend: hier wordt duidelijk welke verschillende keuzes kunstenaars maken nog voordat ze überhaupt werk produceren. In zijn animaties gebruikt Alfraji inkt- en houtskooltekeningen om het Iraakse verleden, met name van de immigrantenstad Bagdad, op het scherm tot leven te wekken; hij noemde de Duitse expressionisten als inspiratiebron. Alfraji’s realistische tekenwerk ademt een zelfbewuste melancholie, soms op het randje van de sentimentaliteit. Hij vertelt verhalen waarin hoop nog niet is uitgeroeid, zelfs in de moeilijkste omstandigheden. Natasja Kensmil ontleedt in haar schilderijen de (westerse) beeldgeschiedenis; ze beent clichés uit, in een poging het beeldregime – en haar eigen manier van kijken – aan het wankelen te brengen; zij heeft Francis Bacon en Chris Ofili als voorbeelden genoemd. Kensmil zoekt naar schaduwzijden van onze beeldcultuur, soms op het macabere af. Ze probeert de overweldigende traditie meester te worden, deels door haar te vernietigen, of ‘fraai te verminken’, in haar eigen woorden.

Er is in KAdE geen enkele poging gedaan de twee kunstenaars op elkaar te betrekken. Dat is een gelukkige keuze. Er zijn overeenkomsten, maar die mag de bezoeker zelf vaststellen. Het werk van Afraji doet denken aan dat van William Kentridge, met wie ook Kensmil zich verwant voelt. Beiden hebben een voorkeur voor de kleur zwart. Alfraji gebruikt veelal Oost-Indische inkt in zijn tekeningen en animaties, maar heeft in de jaren tachtig ook (expressionistisch kleurige) olieverfdoeken geschilderd; Kensmil schildert voornamelijk met olieverf, ontwikkelde in de loop der jaren een ‘tekenende’ schilderstijl, en werkte recentelijk aan tekeningen met inkt en contékrijt.

Aan het werk van Kensmil, in 2021 laureaat van de Johannes Vermeerprijs, is de bovenste verdieping gewijd. A Poison Tree, zo luidt de titel van de tentoonstelling, naar een gedicht van William Blake. De opstelling is sober en effectief. Bij voorgaande tentoonstellingen in KAdE, bijvoorbeeld over Afro-Amerikaanse kunst (De Witte Raaf, nr. 204), was het wel eens dringen geblazen in de felverlichte kleinere zalen van dit exuberante gebouw van Neutelings Riedijk. Nu is de verlichting gedimd, en geven accurate zaalteksten, terughoudend over de interpretatie van het werk, voldoende sturing. De eerste zaal toont het vroege, ‘dik’ geschilderde werk van Kensmil. Soldaat (1999) toont een bruine vrouw in korset die op hakken wijdbeens poseert in een hoek van een kamer met bontgekleurde wanden. Het is een pose die doet denken aan het vroege werk van Marlene Dumas, naast Bacon een belangrijke inspiratiebron. (Dumas droeg ook een korte tekst bij aan de catalogus.) De baret op het hoofd van de vrouw, draagster van een ringbaard, is een verwijzing naar het militaire bewind in Suriname onder Desi Bouterse. In een titelloze pendant, geschilderd in hetzelfde jaar, poseert eenzelfde vrouwenfiguur. Zij heeft het hoofd van toenmalig koningin Beatrix. De volgende zalen zijn gewijd aan onder meer tekenwerk en landschapsschilderijen. Voor de reeks Raw Couples (2009) maakte Kensmil dun geschilderde portretten van machthebbers als Tsaar Nicolaas II en van ideologen als Karl Marx, samen met hun vrouwen, respectievelijk Alexandra Fjodorovna en Jenny Marx. De macht van de mannen wordt zowel verbeeld als verbroken; ze staan daar als onderdeel van een echtpaar, in donkerzwarte en blauwe tinten op het doek gevangen, wachtend op het lot dat de geschiedenis hun zal toebedelen; wachtend tot een schilder met hun beeltenissen aan de haal gaat.

Het werk van Alfraji, in 2017 te zien in het Iraakse paviljoen van de Biënnale van Venetië, wordt in KAdE op de benedenverdieping getoond onder de titel In Search of Lost Baghdad. Blikvanger in de grote centrale ruimte – je ziet het meteen als je het museum binnenkomt, en je hoort de monotone klanken terwijl je de rondgang langs Kensmils werk maakt – is het animatiewerk Once Upon a Time, Hadiqat Al Umma (2017). Het bestaat uit negen, in een diagonale lijn naast elkaar geplaatste, tennistafelgrote beeldschermen; de buitenste zes tonen animaties van sculpturen uit het nationale (‘al-Umma’) park van Bagdad. Alfraji ging er als kind wandelen, het was een plek van verwondering, een eerste kennismaking met modernistische kunst. Van hem werd destijds, begin jaren zeventig, een foto gemaakt, met cowboyhoed op, en die afbeelding komt – alweer geanimeerd – terug op de binnenste drie schermen. Het middelste scherm toont echter alleen het ovaal van dat jongensgezicht, waarin een montage wordt geprojecteerd van film- en televisiebeelden over Irak en het gebied dat de Vruchtbare Halvemaan wordt genoemd – beelden die de jonge kunstenaar hebben gevormd. Het is de geschiedenis die zich in een wervelend tempo ontrolt. Het oorspronkelijke fotoportretje van Alfraji hangt, ontroerend klein, aan de wand tegenover die negen staande beeldschermen. Alfraji roept het beeldgeweld op dat dagelijks op ons wordt losgelaten, en zet daar een andere wereld tegenover, waarin elk detail met de hand getekend is. Hij laat in het midden of de geanimeerde figuurtjes die rond de sculpturen op het scherm bewegen vliegen of vallen.

In de voor schoolkinderen ingerichte kelderkamer wordt de werkwijze van de kunstenaars nog eens uitgelegd. De stop-motionfilm Insect & Co, in 2011 gemaakt voor de stichting Grote Kunst voor Kleine Mensen, laat zien hoe de schilderingen van Kensmil tot stand komen. Laag na laag brengt ze de verf aan. We zien haar tekenhand achtereenvolgens een zwarte vlieg, een rode vlinder, een langpootmug, een spin, een duizendpoot, een krekel en een slak schilderen, waarna ze met haar linkerhand de figuren wegwist, en er een donkere vlek ontstaat. Kensmil schildert, zo legt de zaaltekst uit, ‘het enge en donkere in de wereld, en in zichzelf’. Van Alfraji hangen, in de kelder en op de begane grond, enkele voorbereidende tekeningen van zijn animaties, zodat zijn werk hier tot stilstand wordt gebracht. ‘Er is niets,’ zegt hij in een kort video-interview, ‘dat geen verhaal heeft.’

 

Sadik Kwaish Alfraji. In Search of Lost Baghdad en Natasja Kensmil. A Poison Tree, tot 9 januari 2022 in Kunsthal KAdE, Eemplein 77, Amersfoort.