Jack Segbars

DE WITTE RAAF

Editie 214 november-december 2021

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jean Bernard Koeman

Wat is de relatie tussen beeld en lichaam? Dat is de vraag die Jean Bernard Koeman (1964) zich steeds weer stelt met betrekking tot de beeldhouwkunst en de architectuur. Koeman zelf noemt de relatie architectuur-literatuur bepalend voor zijn benadering. Hij maakt installatieachtige sculpturen in verschillende materialen, waarin architectonische en fotografische elementen vol historische, literaire, filosofische en politiek-geografische betekenissen verweven worden tot beeldessays. Terugkerend is het gegeven van de display, van het tentoonstellen zelf, ingezet als structureel onderdeel. Hij heeft jarenlang tentoonstellingen bij W139 in Amsterdam georganiseerd, en hij werkt(e) als scenograaf bij theatermakers in België (zie het gesprek van Koeman met Erwin Jans, De Witte Raaf, nr. 170). De presentatie op de twee verdiepingen van Club Solo bestaat uit een mix van oud en nieuw werk en is zoals alle exposities in deze Bredase kunstruimte vormgegeven door de kunstenaar zelf, die hier soeverein over de ruimte heerst. Je kunt spreken van een totaalinstallatie, die zich laat lezen als een overzicht van een oeuvre én als artistiek zelfportret.

Das Bad, een werk dat het grootste deel van de benedenverdieping beslaat, is kenmerkend voor Koemans werkwijze. Het is een grote installatie die uitnodigt eromheen te lopen, bestaande uit twee hoofdelementen: een rudimentaire, uit hout opgebouwde muur als drager voor verschillende foto’s en prints, en een daarmee verbonden sculpturaal werk dat kenmerken van een bad heeft. Dat grijze ‘bad’ is uitgerust met een uitstekende, driehoekige ‘vleugel’ van blank hout. Naast de wand staat een driedimensionaal metalen raamwerk dat als verbindingselement tussen deze hoofdvormen werkt. Een opvallende print is twee keer aanwezig: een scherp getekende driehoekige vorm. Het is de weergave van het niet meer bestaande staatje Neutraal Moresnet (1816-1920), gelegen in het uiterste oosten van België. Het heeft in de Europese geschiedenis als onbestemde restruimte tussen de politieke machten België (aanvankelijk nog onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden) en Pruisen kunnen bestaan wegens onopgeloste eigendomsrechten van de verschillende naties. De eerst tijdelijk toebedachte neutraliteit bleef in stand door de economische belangen van de plaatselijke zinkindustrie. De driehoekige print van Neutraal Moresnet wordt afgewisseld met door Koeman zelf genomen foto’s van de Gileppestuwdam, een waterkrachtcentrale die tijdens de overstroming van 2021 ternauwernood gered kon worden door de sluizen te openen. Daarnaast is er een grote, van het grofvuil geredde afdruk van de kerncentrale in Doel.

De titel Das Bad heeft een dubbele betekenis: naast een plek van reinheid en zuivering kan het ook – of juist daardoor – de plek zijn van verdrinking, overstroming en dood. Deze associatie wordt versterkt door een overbekende foto, eveneens op de houten muur bevestigd, van Lee Miller, als fotograaf getuige van de bevrijding van Dachau, poserend in Hitlers bad in München. De foto is genomen op de dag dat Hitler in Berlijn zelfmoord pleegde. De vormgeving van het element dat de muur en de badsculptuur verbindt, is gebaseerd op het patroon van de wandtegels op de foto van Miller. Het bad zelf op die foto vormt dan weer de basis voor de vormgeving van de sculptuur. Voor Koeman is het verwerken en samenstellen van informatie tot er een nieuwe wereld ontstaat de essentiële operatie van het kunstwerk. De ideeën, onttrokken uit tekeningen, plattegronden en uit zowel eigen als verzamelde foto’s, worden omgezet in materie.

In de wandsculptuur 13.000 jaar, ruwweg of bij benadering begint Koeman juist vanuit het materiaal. De zogeheten Lommelse rolsteen is het vertrekpunt: een ingekerfde steen, 13.000 jaar oud, het oudste voorwerp in Vlaanderen waarin de mens als bewust en abstraherend, schrijvend wezen naar voren treedt. Het werk bestaat uit een drager met daarop 3D-prints, onder meer van de rolsteen. Verder is er een print van het mineraal pyriet dat vaak kristalliseert in de vorm van perfecte kubusjes, en van een van Manzoni’s beroemde eieren, met Koemans vingerafdruk erop. Daartussen wordt met handgeschreven notities uitgeweid over de ontwikkeling van de mens, filosofie en kunst: onze zingevende traditie. De relatie tussen de mens als ‘abstraherende beschrijver’ en maker van werelden, en de natuur, die ‘abstraherende vormen’ voortbrengt – met daartussen nog de bemiddelende en aftastende positie van de kunst – wordt hier studieobject. Het geheel is minimalistisch uitgevoerd en smetteloos wit, en refereert overduidelijk aan de conceptuele kunst. De display en de discursieve uitleg worden door Koeman, in tegenstelling tot het loutere beeld van Das Bad, als vormen van ‘wereld maken’ gepresenteerd. Koeman benadrukt met het naast elkaar tonen van deze twee werken dat de relatie tussen beeld en lichaam, idee en materiaal, wereld en verbeelding, wederkerig en fluïde is, en geen definitieve eindvorm kent.

In A Stone Travellers Transponder ten slotte, op de tweede verdieping, wordt nogmaals de wisselwerking tussen beeld en idee uiteengezet. Een jeep, een Land Rover, is aan één zijde opengewerkt en omgebouwd tot een minimuseum, waarin stenen, foto’s en boeken getoond worden – artefacten en getuigenissen, door Koeman verzameld tijdens zijn wereldreizen. Aan de andere zijde zien we de door een bomexplosie uiteengereten zijkant van de auto, met nog zichtbaar het logo van de Verenigde Naties – de letters UN. De organisatie die de veelheid van naties en mensen bij elkaar wil brengen, is gestuit op het verzet tegen deze poging tot vereniging én neutraliteit. De auto laat tegelijk zien dat elk begrip – tijdens een reis evengoed als op een tentoonstelling – fluïde en mobiel is. De tweezijdige auto ‘staat’ (paradoxaal genoeg) voor onze omgang met technologie, onze wil tot ordening en onze onopgeloste verhouding tot de omgeving en onszelf.  

 

Jean Bernard Koeman liep van 5 september tot 17 oktober in Club Solo, Kloosterlaan 138, Breda.