Jorinde Seijdel

DE WITTE RAAF

Editie 52 november-december 1994

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Wall-like Law

“Ik ben niet in staat het te vertellen… deze geschiedenis… omdat ik het ‘achteraf’ vertel.”

Witold Gombrowicz, in: “Kosmos”

 

Jan van Grunsven en Eran Schaerf maakten voor Bureau Amsterdam samen het werk “Wall-like Law”. Van Grunsven werkt regelmatig met andere kunstenaars samen, voor Schaerf was het de eerste keer. Zij kenden elkaar en elkaars werk echter al langer. Van tevoren stond vast dat de installatie zou worden opgebouwd met elementen, materialen en concepten van eerder werk, met name van Schaerfs “Translation zone”, dat hij voor “Sonsbeek 93” maakte, en dat zich in en rond de foyer van de Schouwburg in Arnhem bevond. Het was de bedoeling dat het daar permanent zou blijven. Toen dat niet doorging, werd het voorstel geformuleerd dat tot “Wall-like Law” leidde… De installatie in Bureau Amsterdam ‘verwerkte’ ook de aankondigingsvitrines, waarvan de inhoud verwees naar “Translation zone”, die Schaerf presenteerde op het “Festival aan de Werf” in Utrecht en op “Aperto” in Venetië. De bijdragen van Van Grunsven aan “Wall-like Law” zijn onderdelen van zijn”Light-wall/Passage-wall”.

 

Recyclage

Uit deze schijnbaar onwillekeurige massa van gegevens kan je al direct opmaken dat het werkproces dat aan”Wall-like Law” ten grondslag lag, afwijkt van de traditionele wijze waarop een kunstwerk geconcipieerd en geproduceerd wordt. De installatie ontneemt de toeschouwer daarmee een aantal veilige ankers. Het zou geruststellender of meer conform de regels zijn, als het om het werk van één kunstenaar zou gaan, en om een ‘nieuw’ werk. ‘Nieuw’ wil dan zeggen: het laatste in een reeks waarin elk werk weliswaar stijl- en inhoudsovereenkomsten vertoont met het voorgaande, maar slechts in figuurlijke of abstracte en niet in letterlijke of concrete zin. Als de traditionele opvatting van een coherent œuvre gehandhaafd kan worden, en de verantwoordelijke ‘schepper’ een uniek en enkel gezicht vertoont, komen de nog immer gekoesterde waarden van authenticiteit en uniciteit niet in gevaar. Wat gebeurt er als een werk letterlijk en figuurlijk bestaat uit elementen van voorgaand werk van verschillende makers? Dan is er strikt genomen slechts één werk dat zich in een permanente staat van metamorfose bevindt en zich op die manier onttrekt aan elke vorm van ‘continuïteit’. Omdat het werk meerdere makers heeft, wordt bovendien het toeschrijven ervan aan de ultieme schepper bemoeilijkt. Er valt niets te vergelijken of te bewijzen en het werk is volledig op zichzelf teruggeworpen.

Echter, zo’n subliem moment van anonimiteit wordt “Wall-like Law” natuurlijk niet echt gegund, jammer genoeg. Voor iedereen, inclusief de kunstenaars, is het immers zoveel makkelijker als er over het werk gesproken kan worden in relatie tot het voorgaande en in de context van een lineair œuvre en zijn auteur. Van tevoren al, in de begeleidende teksten en in de gesprekken, wordt “Wall-like Law” ingebed en gefixeerd in een genealogie die haar mogelijke radicaliteit verhult. Zo wordt bijvoorbeeld voortdurend verwezen naar”Translation zone”, een werk dat niet (meer) bestaat, dat door de omstandigheden werd uitgewist. Het geeft misschien meer gewicht (dat van de geschiedenis) en geloofwaardigheid aan het huidige project. De veilige rode draad die we altijd zoeken, bestaat echter niet, maar weven we, al zoekende, zelf. (De valstrik van het bewustzijn, van het net te veel weten.) Gilles Deleuzes en Félix Guattari’s denkfiguur van de rhizoom (een wortelstok die zich in alle richtingen vertakt), waaraan ik moest denken toen ik over het statuut van “Wall-like Law” nadacht, is er daarom uiteindelijk slechts bij benadering op van toepassing. Het rhizoom is immers een anti-genealogie, een niet-gecentreerd, niet-hiërarchisch en niet-significant systeem, “uitsluitend bepaald door een circulatie van toestanden, zonder Generaal, zonder een organiserend geheugen, of een centrale automaat”.

Nu we het idee van een ‘tabula rasa’ (en de potentiële radicaliteit van “Wall-like Law”) dus grotendeels hebben laten varen, kunnen we net zo goed de kunstenaars en hun werken uitgebreid voor het voetlicht brengen, om goed voorbereid bij “Wall-like Law” uit te komen. Van Grunsven maakt architectonische interventies of ‘waarnemingsconstructies’, architectuur- en tentoonstellingsmodellen. De muur of wand als vorm duikt daarin regelmatig op. Zijn interesse gaat specifiek uit naar de ruimte als drager van een tentoonstelling, en daarin naar de momenten van (betekenis)verandering. Van Grunsven verzorgde in 1992 samen met Arno van der Mark het inrichtingsconcept van de Gerrit Rietveld-tentoonstelling in Utrecht. Met onder andere Van der Mark en Jouke Kleerebezem richtte hij het Office for Cultural Intelligence (OCI) op, waarvan de kunstenaars individueel en gezamenlijk initiatieven nemen op het gebied van de beeldende kunst, architectuur, vormgeving en media. Eran Schaerf had onlangs een tentoonstelling in de Vleeshal in Middelburg, “We is o.k.”, waarbij hij zijn boekje “Folding Public Plans” presenteerde, en participeert aan “This is the show and the show is many things”. Zijn werk gaat vooral over de taligheid van de dingen en de dingigheid van de taal. Daarbij is het hergebruik van dezelfde elementen uit het eigen werk (voorwerpen, woorden) een essentieel onderdeel van zijn werkzaamheden. Kenmerkend is dat de elementen van een werk van Schaerf in principe gelijkwaardig aan elkaar zijn, geen vaste vorm of identiteit hebben, en in verschillende configuraties en contexten totaal van functie en betekenis kunnen veranderen. Schaerf probeert zijn werken duidelijk te laten ontsnappen aan het keurslijf van de vaste betekenis, vorm en plaats, door het in de anti-vorm van constante verandering of ‘verstrooiing’ te laten verkeren.

 

Een zin

Met horten en stoten op weg naar “Wall-like Law”. (Door mijn omslachtigheid doe ik zelf onherroepelijk mee aan het proces van inkapseling.) Onderweg, in de ‘openbare ruimte’, kom ik een affiche tegen, waarop staat “Schouwburg Arnhem met WALL-LIKE LAW door JAN VAN GRUNSVEN - ERAN SCHAERF”. Een raadselachtige of verraderlijke mededeling voor degenen die (nog) niet zijn ingewijd in de (voorgeschiedenis van de) tentoonstelling. Pas achteraf zullen ze een belangrijke betekenis geven aan de Schouwburg Arnhem…

Binnen in de ruimte van Bureau Amsterdam treffen we nu eindelijk het kunstwerk. “Wall-like Law” is een aaneenschakeling van dingen: een booglamp, een hangmat, een douchegordijn, een muur, doorzichtige kralen, rubberen rollen, een zeefdruk, een aankondigingsbord,… die zeer zorgvuldig uitgezet zijn op een afgemeten zigzaglijn die door de tentoonstellingsruimte loopt. Het geheel wordt georganiseerd door curve-vormige koperen stangen, die de lijn afwisselend naar links of naar rechts afbuigen en die op verschillende manieren in de ruimte geplaatst zijn (aan het plafond hangend, op de grond liggend of gedragen door andere elementen uit het werk). En dan zijn er de muren van Van Grunsven, parallelle wanden die (opgehangen aan het plafond, waarbij ze vlak boven de grond zweven, of aan de grond genageld) de curve-vormige lijn doorsnijden, echter zonder deze af te breken: de wanden fungeren evengoed als verbindingspunten, als over- en doorgangen. Als interpuncties in een wervelende zin. Het licht in de tentoonstellingsruimte is geheel afkomstig van het werk zelf, met name van Van Grunsvens muren.

“Wall-like Law” is inderdaad geen site specific werk, zoals in het vouwblad bij de tentoonstelling benadrukt wordt - in tegenstelling tot “Translation zortrijk & 056/22.41.87 - Christian Verkaemer - en Rik Delrue - schilderijen en keramiek - van 2 tot 31 okt. - ma-zo 14-18u n Athena Art Gallery 

Hendrik Conscie plaats en de context waarbinnen het getoond wordt en haar eigen ruimte creëren. Het werk zou zo de zekerheden omtrent de plaatsgebondenheid van het kunstwerk op de helling zetten. Ik vind het echter niet erg overtuigend dat de op zich al kunstmatige oppositie “Translation zone” /”Wall-like Law” gehanteerd wordt om de vermeende onafhankelijkheid van het werk in Bureau Amsterdam te beklemtonen. “Wall-like Law”past er al te keurig in.

In “Wall-like Law” doorsnijdt de analytische koelheid van het werk van Van Grunsven de meer anarchistische en poëtische beeld/taal van Schaerf, zonder dat ze elkaar om zeep helpen. Dat is op zich al een kunst. Het oogt goed, dit werk, waar je langs en door kunt lopen, maar dat zich in zijn totaliteit moeilijk laat overzien. Het is van Grunsven-achtig, het is Schaerf-achtig: eigenlijk vraagt het om twee parallelle teksten die elkaar op een bepaald moment, het moment van “Wall-like Law”, kruisen. Wat roept het werk, waarvan de titel ontleend is aan Hannah Arendt, dan op? Waar kruisen van Grunsven en Schaerf elkaar? In het bewustzijn van de contextgebondenheid van betekenis, in een uitgesproken verhouding tot de openbaarheid en, concreet zichtbaar in de installatie, in de verbindingspunten of tussenruimten. Van Grunsvens preoccupatie met het gevaarvolle moment waarop interieur en exterieur samenvallen, waarop ‘buiten’ ‘binnen’ wordt en vice versa, vertaalt zich bij Schaerf in een blijven dralen in het vrije gebied van de tussenruimten, in de gapingen tussen de dingen, tussen de woorden en de dingen.

De betekenis van “Wall-like Law” balanceert dan op het interval, brug en afgrond tegelijk. De ‘lijn’ “Wall-like Law” kan zich aandienen als een ‘vluchtlijn’, in de betekenis van Deleuze & Guattari. De vluchtlijn staat “in relatie met een kaart, die moet worden gemaakt en geconstrueerd, die altijd demonteerbaar, verbindbaar, vernietigbaar en veranderbaar blijft, met vele in- en uitgangen en hun vluchtlijnen”.

“Wall-like Law” gaat ook over de werkelijkheid die een vorm zoekt door het associëren van verschijnselen en voorwerpen. “De werkelijkheid die plotseling overloopt door een ‘ding teveel’. / Vangarmen… duistere holen… steeds lastiger obstakels. Remmen… bochten… duizelingen… / Etc. etc. etc.” Zo verklaarde Witold Gombrowicz het bezielende thema van zijn roman “Kosmos”“Kosmos” drong zich aan mij op bij het zien van “Wall-like Law”(het Gombrowicziaanse past, denk ik wonderwel bij Schaerf in het bijzonder). In “Kosmos” vraagt Gombrowicz zich af of “de werkelijkheid, in haar kern, de aard van een obsessie zou kunnen hebben”. Een opgehangen mus, een opgehangen stokje, een misvormde mond, een opgehangen kater, een pijl op het plafond, een verplaatste dissel, worden een obsessie voor de hoofdpersonages, die zich steeds meer laten meevoeren door de mogelijke betekenis van deze constellatie van dingen. In de veelheid van voorwerpen waarin de werkelijkheid voor hen is uiteengevallen, denken zij te zien hoe dingen zich op elkaar betrekken en een betekenisvolle richting aanduiden. Ze laten zich ertoe verleiden al die dingen met elkaar te verbinden en als een spoor te volgen. Een spoor dat ze dus eigenlijk zelf uitzetten, en dat in principe overal naar toe zou kunnen leiden. Lamp, hangmat, gordijn, muur, kralen, muur, etc. etc. etc. Waar gaat dit naar toe? 

 

“Wall-like Law” van Jan van Grunsven en Eran Schaerf loopt nog tot 11 december in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, 1016 NN Amsterdam (020/422.04.71).