Erik De Keyser

DE WITTE RAAF

Editie 37 mei-juni 1992

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

World Wide Video Festival

Van 7 tot en met 12 april liep in Den Haag de tiende editie van het World Wide Video Festival: een visuele ontdekkingsreis die niet minder dan acht locaties in Den Haag omvatte. De fascinatie voor de natuur en de speurtocht naar identiteit waren de twee grote lijnen die door het goed gevulde programma - van 82 videotapes en 12 installaties - liepen. Daarnaast nog twee stevige onderdelen: Samuel Beckett (in het kader van de Beckett-week die van 8 tot 11 april plaatsvond) en Face The Music (over de relatie tussen buitenissige muziek en video). Belangrijk was ook een tweedaagse videomarkt waar maker, producent en distributeur elkaar konden ontmoeten.

 

Video als wapen

In het begin van de jaren zestig ontwikkelde zich een haat/liefde-verhouding ten opzichte van de televisie en de opdringerigheid van het beeld. Vanaf 1965 toen Sony voor het eerst met een videorecorder op de markt kwam, sloeg de situatie volledig om. Men kon nu protesteren door zelf beelden te creëren. Het World Wide Video Festival toonde een opvallend politieke reactie, vooral vanuit Oost-Europa. De veranderende politieke situatie in onder andere Joegoslavië en Hongarije weerspiegelde zich in talrijke videorealisaties. Als repliek op politieke of sociale wantoestanden, of als aanklacht van de kunstenaar in een bedreigende wereld - de Hongaarse groepering “Black Box” heeft bijvoorbeeld als logo een pistool dat overloopt in een camera. Het duo Marina Grzinic en Aina Smid namen voor hun installatie “De zaaier”, het uitbreken van de burgeroorlog in Joegoslavië als uitgangspunt. Als de overvloed aan nieuwsbeelden over de oorlogsgruwel al een immuniteit gecreërd had, dan bleek deze artistieke bewerking alvast hernieuwde aandacht en gruwel te kunnen afdwingen.

 

De taal als houvast en het teruggrijpen naar de natuur

Een belangrijke evolutie in de video (en andere beeldende kunsten) is de verhoogde aandacht voor het taalteken. Het woord God  wordt aan een ontleding onderworpen in de video “Seven Days” van Peter Sülyi - nog vier andere video’s benaderden dit religieuze thema. Een felrode graffiti “Maggie’s dream” was het enige kleuraccent in de somber grijze video “The Citadel” van Cordelia Swann. Het zoeken naar een magische taal, om de geschiedenis te veranderen (met een tekst van Lydia Lunch) was het onderwerp van “Thanatopis”, van Beth B. Taal als een instrument om emoties te vertalen was object van onderzoek in de “Du hast kein Herz” van producent Raskin.

Opvallend was de interesse voor de natuur in talrijke produkties. Belangstelling, niet louter vanuit  ecologisch standpunt, maar ook als metafoor voor de herbronning van de kunstenaar. Bijzonder impressionistisch was de installatie van Weyt Hoogeveen en Marcel Hermans. Een ronddraaiende lens waarop licht werd geprojecteerd in combinatie met videobeelden van een Normandisch zeelandschap gaven een door het toeval, steeds wisselend, bevreemdend beeld, ademend op het ritme van eb en vloed.

In de mooie video “Allons travailler,waarom, waarom, waarom?” van Francisca Lambrechts werden beelden van een krachtige zee afgewisseld met monologen van mensen op zoek. “Hoewel het nietsdoen als vakantie wordt voorgesteld, is het één van de zwaarste taken die men zich kan voorstellen,” stelt ze in een begeleidende tekst. Het gedwongen nietsdoen - werkloosheid - schept een nieuwe levenswijze. Het sociale contact wordt verstoord. Het genieten van een lichte aanraking op de tram toont de grote behoefte aan communicatie, maar de kracht om iemand aan te spreken kan niet opgebracht worden. Ik zou, ik wou maar men blijft staan. De zee als symbool van kracht, romantiek, vrijheid staat in scherp contrast met de nonchalance van de personages. Op het einde van de video is één persoon erin geslaagd de stap te zetten. De poëtische tekst “Ze is zo zwaar geworden dat haar ziel er wordt uitgeperst en weer vrij haar lichaam kan verlaten”, verschijnt op het scherm waarna beelden van een hoog in de wolken rondzwevend lichaam Lambrechts video besluiten. Het bekroonde werk “Correspondences: Day into night into day” van Rita Myers deed denken aan een Japanse meditatieruimte. In een interview met Jos van der Burg zegt ze: “Het is de taak van de kunstenaar om vragen te stellen. Hij moet bespiegelend zijn. Zijn taak is onderzoek zonder dat het resultaat vaststaat. De “condition humaine” is zijn onderwerp.” Het zoeken naar haar eigen bewustzijn was het onderwerp van haar installatie. Inspiratie vond ze in de Middeleeuwse alchemie.  De speurtocht naar de methode om lood tot goud te transformeren bleek een metafoor voor het zoeken naar kennis. In de ruimte van het Haags Gemeentemuseum stonden 12 tafeltjes spiraalvormig opgesteld waarop een stilleven van willekeurige elementen afgebeeld stond. De toeschouwer werd als het ware uitgenodigd plaats te nemen aan de tafeltjes. Het videoaandeel bestond uit een projectie van een menselijke schim (ziel?) op een geconstrueerde deuropening. De begeleidende tekst beschreef een tocht naar het onderbewustzijn.

 

Spreek met mij,want ik ben bang in het donker.Wat heb je eraan? Je ziet me immers niet. Dat geeft niet, wanneer iemand spreekt, wordt het licht. (Freud )

Actieve deelname werd letterlijk gevraagd bij de installatie “Black Hole Radio “ van Jem Cohen. “Stay in for 7 minutes. One person at a time. Enter door. Close firmly behind you and be seated,” luidde de inleidende tekst. In een claustrofobische ruimte stond een tafeltje, waarop een telefoon en een schemerlampje. Alles gehuld in complete duisternis. Op een beeldscherm verschenen de vage contouren van een grootstad. De telefoon rinkelde en bleef rinkelen tot je de hoorn opneemt en verplicht wordt te luisteren. In het begin is er een lange stilte, en bijna automatisch begin je te spreken (uit onwennigheid? angst? ). “Hello, I have a confession to make...”, klinken de eerste woorden. Aan de basis van dit werk liggen de “phone-in-confession-lines” (een ondertussen reeds verdwenen telefonische biecht). Opnamen gemaakt van anonieme bellers in een periode van 2 jaar zorgen voor de bizarre soundtrack. De mens herleid tot stem. De stem als licht in het duister. Maar ook het teruggrijpen naar bekentenissen in uitzichtloze tijden.

 

Choosing the margin as a way for radical openness. (Bell Hooks)

In zijn openingswoord zei Erik Akkermans, organisator van het festival, dat videokunst nog steeds op een dubbelzinnige wijze benaderd wordt. “De waardering die er is voor het medium, staat in schril contrast met de recente negatieve reactie van de Raad van Kunst op ingediende subsidieaanvragen.” Video is niet populair bij galeries omwille van de onverkoopbaarheid en musea beschikken niet over het nodige geld om tapes aan te kopen en te vertonen. Waar moeten video’s vertoond worden? Volgens Stephen Partidge, videokunstenaar, maar ook actief als videoproducent, is de televisie de meest aangewezen vertoningsplaats. Rita Myers heeft het vertrouwen in dit massamedium verloren: “Je kunt als kunstenaar beter in een museum getoond worden, dan op de televisie,” zegt ze in een interview met Jos van der Burg in de festivalkrant, “je hoeft maar tien minuten te kijken om de essentie van televisie te begrijpen: mensen die bevestigd (willen) worden in hun kapitalistisch consumptiepatroon, heterosexuele normen en kleinburgerlijke opvattingen. Het gaat om gigantische economische en sociale belangen. Videokunst staat hier lijnrecht tegenover.” De Hongaar Peter Forgacs was in ieder geval opgetogen met de opstelling van zijn video in een galerie (de Haagse Artotheek). “Door de installatie tentoon te stellen in een galerie wordt de galerie zelf als contrapunt tentoongesteld in mijn ruimte.”

Om een massa te bereiken blijft televisie natuurlijk een uiterst geschikt medium, maar door de algemene vervlakking die er heerst, ziet het er niet zo gunstig uit. In musea krijgt video stilaan vaste voet aan de grond. Musea als het Centre Pompidou, het I.C.A te Londen, The Museum of Modern Art te New York, om er maar enkele te noemen, beschikken over een vaste collectie. Blijven de galeries. In tijden waarin enorme bedragen betaald worden voor kunstwerken, maakt een videotape (of installatie) weinig kans. De kunstliefhebber wil niet investeren in iets dat tenslotte reproduceerbaar is. Dat video ook een uniek kunstwerk kan zijn, bleek opnieuw op dit festival maar er zullen nog een aantal jaren voorbijgaan vooraleer video de plaats kan verwerven die ze verdient.

De aandacht in de dagbladen bleef voor dit toch wel belangrijk festival meestal beperkt tot een aankondiging en een beknopt verslag over de winnaars - wat eigenlijk niet zo verwonderlijk is: het kost een grote inspanning om een honderdtal tapes - waarvan sommige 45 minuten duren - te bekijken.

 

Volgend jaar vindt het World Wide Video Festival opniew plaats tijdens de maand april in een nieuw complex dat speciaal voor het festival zal gebouwd worden. Exacte data zijn nog niet bekend, wel het nieuwe festivaladres: Spui 189, 2514 GP Den Haag.

In Parijs wordt dit najaar het “Festival Internationale de Video” georganiseerd in het Centre Audiovisuel Simone De Beauvoir, Palais de Tokyo, 2 Rue de la Manutention (Tel. (1) 47236748; Fax (1) 47236749). Op het programma staat onder meer een hommage aan Luce Guilbeaut, een aantal video-installaties en een selectie Franse en Amerikaanse video’s. Videoproducenten uit Frankrijk, Catalonië, België en Quebec hebben hun medewerking aan dit festival reeds toegezegd.