Fabrice Hybert

DE WITTE RAAF

Editie 51 september-oktober 1994

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Vertalingen

Ik heb altijd al gedacht dat niets definitief was. Als kind bracht ik namelijk mijn tijd op het platteland door met het omleiden van beekjes, het bouwen van dammen en het aanleggen van een netwerk van plassen en poelen. Nadat alle beekjes waren afgedamd en met elkaar verbonden, liet ik het water van de hoogste stuw de vrije loop. Wat mij daarbij naast de stortvloed het meest verraste, was het gedruis. 

Ook al was de herschikking van het landschap gewild, door de verbrokkeling ervan werd het geluid veranderd. Daarbij komt dat ik mij door mijn prille leeftijd, door het gebrek aan levenservaring, nog niet bewust was van de veranderingen die deze dammen zouden teweegbrengen. De verrassing dat het geluid sterker was dan wat ik me van neerstortend water had voorgesteld, kreeg een bijzondere betekenis.

Het gezichtsvermogen en de tastzin, die tot dusver bij het omleiden van de beekjes de hoofdrol hadden gespeeld, werden door het gehoor op de achtergrond gedrongen. Daaruit viel gemakkelijk op te maken dat elke handeling met een welomschreven doel ons op een gegeven moment onvermijdelijk overstijgt. Op grond van de kennis van de ervaringen van anderen en van de herinnering aan de eigen ervaringen (alhoewel de herinnering door haar codering vaak monsters voortbrengt) kan een schema worden uitgewerkt om de situaties te analyseren, zelfs voor men er de gevolgen van kent. 

Dit schema blijft altijd onnauwkeurig, we zijn altijd verrast - in dit geval verkies ik te spreken van ‘verrast’ veeleer dan van ‘geschokt’ - als we op een gegeven moment deze begrensdheid ontdekken, alsof de gevolgen buiten het schema, buiten de wetmatigheid komen te liggen. 

Een voorbeeld hiervan vormen statistische voorspellingen, een bijzonder drassig domein; de afgeleide resultaten geven onvermijdelijk bijkomende informatie die het statistisch patroon overhoop haalt. Het aanvangsschema valt zeer snel uiteen. Dan moet er een ander worden uitgedacht dat nauw aansluit bij het eerste, dat niet helemaal voldoet, enzovoort. We worden steeds geconfronteerd met de vraag of we het eerste schema moeten integreren. We kunnen dan kiezen tussen twee mogelijkheden: ofwel verwerpen we het, ofwel verwerken we het in het nieuw schema. Beide oplossingen veronderstellen echter dat er een ander schema wordt uitgewerkt.

Het schema is een systeem dat onze vondsten bekrachtigt binnen sterk afgebakende grenzen en al wat er niet binnen ligt, valt er noodzakelijkerwijs buiten. Het aantal mogelijkheden is het enige dat het schema voorziet, hoe groter het aantal mogelijkheden hoe kleiner ‘de rest’. Ik ben mij daarvan bewust geworden tijdens de voorbereiding van een reis naar landen waar zowel de informatie als het beeld van het lichaam problematisch is. Ik was op zoek naar fondsen en dacht onmiddellijk aan de structuur van de ‘stichting’. Ik heb mij in de wetten terzake verdiept en stootte al snel op de beperkingen van deze structuur. De stichting gebruikt daarenboven het financieel overschot van vennootschappen waardoor ze in een passieve situatie wordt gedrongen. Nochtans ben ik ervan overtuigd dat kunst geenszins een ‘overschot’ mag zijn: kunst is actief en geen luxe.

Een schema is in feite slechts één enkel systeem en er zijn tientallen systemen nodig om een wereld in beweging te kunnen ontwerpen. De afwijkingen die eigen zijn aan kunstenaars moeten blijven bestaan opdat ze op elk ogenblik zouden kunnen verhinderen dat één enkel schema zich kan opdringen. 

Dit is precies het doel van deze reis waarvan de constante roes de enige drijfveer is. Nooit kunnen zeggen dat iets definitief is, altijd in de mogelijkheid verkeren om elke nieuwe handeling op een andere manier te bekijken. Tegelijk in beweging zijn en toekijken hoe je zelf beweegt is moeilijk. Het is nochtans de enige houding die elk integrisme kan assimileren.

De handeling is intuïtief en veeleisend. Enerzijds is mijn houding er nog steeds een van voortdurende verglijding waarvan de fundamentele energie uitsluitend erotisch is en die op alle mogelijke manieren kan binnendringen. Anderzijds blijven de metafoor, de speculatie, de inductie, het geheugen een onuitputtelijke bron van ‘prothesen’.

“Traduction” (1991), 22 ton zeep in de laadbak van een vrachtwagen gestort, die van het ene winkelcentrum naar het andere trekt, is in dit opzicht veelzeggend. Het is tegelijk een massief maar geen gigantisch werk, het heeft geen precies statuut: het is geen ‘kunstwerk’, geen kermisattractie, het is een ‘verdacht’ produkt… dat meteen een overgang creëert tussen afgebakende domeinen. De titel van het werk, “Traduction”, is het enige wat de bezoekers van het winkelcentrum als informatie krijgen… en wat hen in verwarring brengt. Voor het overige blijft de communicatie beperkt tot de afmetingen, de financiering en een afbeelding. Vertaling zou datgene kunnen zijn wat in de taal beantwoordt aan de constante beweging in de materie.

De idee van ‘stromen’, die hier wordt benadrukt, is een nauwelijks betreden pad op mijn werf. Ik ben die term later opnieuw tegengekomen bij mijn reisproject toen er sprake was van de geld- en materiaalstromen die nodig waren om het te verwezenlijken.

Geleidelijk aan, nadat ik de stichting om de reeds vermelde redenen had uitgeschakeld, ben ik op zoek gegaan naar voldoende soepele en onbegrensde structuren om de noodzakelijke geld- en materiaalstroom op gang te brengen: bedrijven. Deze reis moet als een niet nauwkeurig omschreven onderneming worden gezien en mag geen toeristische reis of missietocht worden. Ze moet de actie helemaal kunnen vatten - wat aan elke vorm van integrisme ontbreekt - kunnen handelen en vervolgens de actie en haar gevolgen onmiddellijk kunnen verwerken in de uitwerking ervan.

Een bedrijf opzetten dat geen beeld is.

De naam van het bedrijf, “UR”, is afgeleid van het Franse woord ‘roue’, wat fonetisch als [ru] wordt gelezen. De uitvinding van het wiel heeft ongetwijfeld verstrekkende gevolgen gehad, die het visueel waarneembare overstijgen, tot in de taal toe. Spijtig genoeg is de aarde rond en wat wordt weggedragen, keert later terug. De uitvinding van het bewegende wiel omkeren is geen sinecure. 

De activiteit van “UR” betreft de uitwerking van produkten, voortgebracht door mijn roes en die van de vennoten. In mijn tekeningen of teksten of zinnen of flarden van zinnen die vaak vaag blijven alsof ze wachten tot iemand ze opneemt, tekent zich een schema af dat te allen prijze gematerialiseerd moet worden in een vorm, een model. De in mijn werken geïntegreerde produkten verwijzen af en toe naar bestaande produkten (produkt moet altijd in de meest ruime betekenis worden begrepen: materie of dienst); ze zijn nooit exact maar dat heeft weinig belang, zelfs wanneer ik me er soms toe verbind ze te veranderen. Ze worden gecommercialiseerd om de actieve overgangen van een gedachte tussen beeld en niet-beeld aan te tonen; ze worden gevaloriseerd om de aldus tot stand gebrachte materiaalstroom met vaak niet verhandelbare produkten (interviews, gedichten, stemmen,...) te kunnen inventariseren.

Handel is, net als poëzie, een middel om schokken te verwerken en zo het leven met de dood te verrijken. 

 

Vertaling uit het Frans: Vertaalbureau Deceuninck

 

Deze tekst is de preambule van een uitgebreider essay over de reis die Fabrice Hybert samen met enkele vrienden op het einde van dit jaar onderneemt naar het Midden-Oosten. Deze reis zal op haar beurt de inhoudelijke en vormelijke krachtlijnen van zijn tentoonstelling in het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris in februari en maart 1995 genereren.

Fabrice Hybert neemt deel aan de tentoonstelling “This is the show and the show is many things” in het Museum van Hedendaagse Kunst van Gent en stelt van 20 oktober tot 20 november solo tentoon in galerie Zeno X (Leopold De Waelplein 16, 2000 Antwerpen, 03/216.16.26) en van 3 september tot 29 oktober in de Kunsthalle Lophem (Torhoutsesteenweg 52A, 8210 Loppem, 050/84.02.63).