Dirk Coopman

DE WITTE RAAF

Editie 36 maart-april 1992

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Teleologie van de architecturale machtswelsprekendheid

Oproep tot een andersoortige architectuurdiscussie

Op welke manier komt architectuur in de openbaarheid? Ten eerste door keurige tentoonstellingen waarin het werk van een belangrijk architect aan het publiek wordt voorgesteld aan de hand van ingewikkelde tekeningen en mooie foto’s. Aan deze manifestaties besteedt De Witte Raaf doorgaans aandacht omdat deze tentoonstellingen een realiteit voorspiegelen die op dramatische wijze ophoudt te bestaan vanaf het moment dat de bezoeker de deur van de expositieruimte achter zich toeslaat. Voor de rest mag architectuur zich in de belangstelling van de media verheugen als de zoveelste urbanistische of architecturale stommiteit wordt begaan. Afwezige op dit podium is paradoxaal genoeg meestal de architect zelf. Met dit artikel wil De Witte Raaf aandacht vragen niet voor de opinies van de architectuurtheoreticus, niet voor de excuses van de beleidsmakers maar voor de ideeën van een architect. De Gentse architect Dirk Coopman verklaarde zich bereid om een andersoortige architectuurdiscussie voor geopend te verklaren. 

 

1.       Onverschilligheid

Dat de wereld van belang is, lijkt evident, maar de gebouwde werkelijkheid lijkt dit te ontkennen. We leven in een gebouwde werkelijkheid die geëvolueerd is naar onverschilligheid. De onverschilligheid is het aktueel gehanteerde vormgevingsprincipe.

 

2.       Kwaadaardige eenvoud

De winstneming wordt door deze onverschilligheid in ieder geval vergemakkelijkt. Waaraan men vorm geeft, is onbelangrijk, de cijfers tellen. Architectuur wordt eenvoudig en berekenbaar gehouden. Zij die de gebouwde werkelijkheid in hun greep houden - de duizenden projectontwikkelaars, hun architecten en bevriende politieke mandatarissen - zijn het in elk geval hierover eens: “Is eenvoud ook niet terecht het kenmerk van het geniale.”

 

3.       Een sanctionerende eenvoudige optelsom

Het complexe, weldadige talent, het virtuoze, wordt nooit onderzocht op zijn rendement; het is, zo stelt men, niet berekenbaar. Er zijn te weinig voorbeelden om te komen tot een statistisch onderzoek. Maar vooral: waarom het ingewikkelder maken als de baten van de huidige architecturale opvattingen zeker zijn. Een gebouwd patrimonium gevormd door kwaliteitsvolle fragmenten heeft het recht niet om te bestaan en zal binnen de huidige machtsconstellaties nooit bestaan.

 

4.       Over een hardnekkig onschuldige

De gebouwde werkelijkheid wordt aldus een banaliteit en dit onder het toeziend oog van de onmachtige architecten. Wie is verantwoordelijk voor deze ruimtelijke dementie op gigantische schaal? De huidige macht. Wie zijn dat? Financiers, politici en de collaborerende architect. Willen zij zo’n werkelijkheid ? Neen, dat niet direct, wel indirect als effect van hun eenvoudige rekenwijze.

 

5.       Een Vlaams immobiliair visitekaartje

5a. De Belgische kust: een dertigduizend meter lang bebouwd toeristisch deportatiekamp waarin de duinen als immobiliair reserveterrein dienst doen.

5b. Het Europakruispunt te Brussel: de achterlijkheid als gelaat voor een toekomstige Europese hoofdstad.

5c. Kantoorgebouwen: uniform steriele architectuur voor eenzijdige activiteiten met een laag rendement.

5d. De nieuwe Beestenmarkt te Gent: een van de tientallen infantiele voorbeelden van hoe men denkt een achtergestelde stadsbuurt te “herwaarderen”. Als waarheid hier van belang is, zij het duidelijk: architectuur zit in de verkeerde handen.

 

6.       Kunstgeschiedenis: een les voor strategen

Kunstgeschiedenis  is een opsomming van machtsovernames op de wereld door architectuur. Kunsthistorici zouden onderlegd moeten zijn in de machtswelsprekendheid van de architectuur door de eeuwen heen. Jammer genoeg beperkt hun kennis zich tot het “wufte” vermelden van stijlkenmerken. Als u begrijpt waarom kathedralen in het centrum van de stad moesten staan, steeds hoger en virtuozer moesten zijn en al het beste van de mens vergden, dan kunt u zich realiseren dat deze “esthetiek” wereldveroverend was. Dat geldt eveneens voor het Griekse wonder en de Renaissance. Wat brengt onze tijd met haar duizendvoudig produktievermogen voort?

 

7.       Een immatuur proberen

Schat men alle consequenties in van het verlenen van macht aan met geld opgeblazen “ondernemers” die, hoe is het mogelijk, werkelijk geen notie hebben van architectuur? Na tientallen jaren van verminking, dringt het tot de bestuurlijke macht door dat er iets gedaan moet worden. Werkgroepen, stuurgroepen en commissies worden opgericht, ambtenaren belasten zich ermee richtlijnen op te stellen. En wat is het resultaat? Tot norm verheven middelmaat.

7a. De harmonieregel, de eis tot integratie, de verplichting tot het hanteren van materialen, kroonlijsthoogte en gevelritme van belendende gebouwen. Terwijl de kunstgeschiedenis het tegendeel bewijst: een vernieuwende vormgeving die zich imposant manifesteert tegenover het bestaande, representeert het kunnen van en het geloof in de eigen tijd. De harmonieregel verhindert het ontsnappen aan de banale realiteit. 7b. Beschermde stadsgezichten, pleinen en straten: San Marco te Venetië, of de Graslei te Gent bestaan uit contrasterende vormgevingen uit diverse tijden, een veelheid aan stijlen en vooral schaalbreuken. Een aanvulling door een groot architect van onze tijd wordt echter wettelijk onmogelijk gemaakt.

7c. De gewestplannen, de groene zones, geklasseerde landschappen, bufferzones...  De kunstgeschiedenis bewijst hoe een paleis, burcht, villa een opmerkelijke bijdrage kan leveren aan een landschap. Onze grote architecten verkeren in de onmogelijkheid een landschap te bekronen.

 

8.       Twee maten zonder gewicht

Wel kan, indien “handig gespeeld”, een projectontwikkelaar-lobbyist erin slagen deze wetten te manipuleren met de hulp van schepencolleges en kabinetten van openbare werken, bestendige deputaties en partijvertegenwoordigers, om de meest banale architectuur te verkrijgen op de beste, zelfs zogenaamd verboden plaatsen. Terwijl men zich een gesloten wedstrijd tussen de drie à vijf beste architecten ter wereld kan permitteren!

 

9.       Een bedrijfscultuur als schijn

Bedrijven zouden bezorgd zijn om hun imago. Ze noemen zichzelf “dynamisch” en “innoverend” terwijl hun gebouwen precies het tegendeel uitstralen, met name steriliteit en nietszeggendheid. Bedrijfsgebouwen zijn vlak, suf, gewoon, uniform en zwak. Reclame is duur.  Reclame werkt kortstondig. Gebouwen werken jaren. Daarom is het alleen al vanuit economische imperatieven belangrijk om een gebouw zo’n architecturaal gezicht te geven dat het jaren, zoniet blijvend in het voordeel van het bedrijf pleit. Trouwens niet alleen naar buiten toe. Wat denkt u dat het effect is van werknemers en kaderleden die trots zijn op het gebouw waarin zij werken? Inderdaad, meer identificatie, dus grotere inzet. Ook vanuit dit perspectief is het verzaken aan bijzondere, actuele architectuur een economische domheid.

 

10.     Niet alle gasten van een fijne keuken hebben een goede smaak

De uitstraling van een bedrijfsgebouw is trouwens maximaal oppositioneel aan het imago van het door dit onroerend goed afgeleverd produkt. Lomp, zwaar, suf en vet zijn de vormgevingsprincipes van het bedrijfsgebouw. Vormgevingsprincipes die bedrijfsdirecteuren na verloop van tijd verinnerlijken in hun fysieke ambitie om een onroerend goed te worden, zichzelf een dergelijke graad van vettigheid te verlenen dat een bepaalde vorm van immobiliteit plaatsgrijpt. Hoe groter een bedrijf, hoe lomper. Zwaar en grijs als een directielid op de closetpot, drukt het gebouw op zijn omgeving. Bot, muf en vettig manifesteren de bedrijfsgebouwen zich in het landschap.

 

11.     Over het uitstel van de realizering van de passie voor de vorm

Als kunstzinnige architecten het beste van zichzelf geven, zijn zij in staat dit probleem op te lossen. Zij kunnen deze problematiek vertalen naar een architecturale cultuur toe, alleen moeten zij inspanningen leveren om als specialisten van de gebouwde werkelijkheid de macht te verkrijgen die hen toekomt.

 

12.     In de staat van de far-west

Dat er op economisch vlak duizenden spelregels zijn - produktienormen, prijzenafspraken, dumpingsgrenzen, consumentencommissies, overnameregels, bedrijfsvergunningen, milieureglementen, kwaliteitseisen - maar op vlak van architectuur slechts oppervlakkige, vertelt veel over onze cultuur. Welk contract sluit de samenleving af met haar bewoners? Geen, omdat architectuur nog steeds buiten spel staat.

 

13.     Verbreking van het leonische contract

Als er een staat moet zijn die met elke nieuwgeborene een contract afsluit in verband met zijn doen en laten tijdens zijn leven en als er ter uitvoering hiervan ministeries moeten zijn, dan is een ministerie van architectuur om de volgende redenen een noodzaak. Wat is de waarde van het contract dat de staat aangaat met elk individu als de gebouwde werkelijkheid, de context van diens handelingen, onverschillig, beledigend en immoreel is. Elke nieuwgeborene zal de wetten van de staat naleven als de context kwaliteitsvol is. De minachting die de gebouwde werkelijkheid oproept, vertaalt zich in minachting ten opzichte van het contract met de staat. Als de staat voor geen respectabele gebouwde werkelijkheid kan instaan, hoe kan ze dan respect verwachten van het individu? Architecten kunnen de ontsporing omkeren door een cultureel hoogwaardig patrimonium te realiseren, als hen de macht wordt verleend die hen toekomt.

 

14.     Een genealogie van architecturale machtswelsprekendheid

Wat we met de aarde hebben gedaan, toont de macht van de mens. De mens heeft zich de aarde volledig toegeëigend, de natuur getransformeerd tot een gebouwde werkelijkheid. Het wezen van de architectuur plaatst haar in het epicentrum van de macht. Architectuur die zichzelf niet definieert als machtswelsprekendheid kent haar eigen premisse niet.

 

15.     Over de nood aan een gespierde architectuuropleiding

De actualisering van de publieke orde is levensnoodzakelijk voor het overleven van elke macht. Daarom staat in het bijzonder architectuur weinig in de weg tot het vertoeven in het epicentrum van de macht. Alleen lijken de architecten nog niet voorbereid op deze nochtans vitale conditie. Zij onderschatten de impact van de architecturale bezigheid en onderkennen bijgevolg haar onderliggende machtsstructuur niet.

 

16.     Over de evolutie van een fout van formaat naar een macht der gewoonte

Door de te kleine definiëring van de architectuur komen zij die macht hebben over de gebouwde werkelijkheid enkel slappe architecten tegen. Stoot men op een architect die zich bewust is van zijn positie, dan is men bang van zijn impact. Als er moet gekozen worden tussen een meegaand architect of een zichzelf respecterende beroepsgenoot, haalt de toegankelijkheid van de grote-leek-architect en zijn infantiele vormentaal zonder moeite de bovenhand.

17.     Architectuur en moraliteit

Ethische vraag: mag men iets bouwen dat compleet achterhaald is?

 

18.     Genealogie van de laat-twintigste eeuwse stad

Hoe wordt hedentendage een stad opgebouwd? Het is het resultaat van honderdtallen kleine vergaderingen per jaar. De ingrediënten: een financier en zijn solvabiliteit, een architect met een schoon project en een ambtenaar of een schepen van openbare werken en zijn kritische welwillendheid. Het project wordt vanzelfsprekend goedgekeurd, men weet niet beter. Als vijf jaar architectuurstudies het gros van de architecten weinig heeft bijgebracht, hoe zou voorlichting helpen aan niet-architecten. Architecten moeten direct aanspraak maken op het domein waar zij alleen meesterschap over hebben.

 

19.     Over het welvaartseffect van avant-garde-architectuur

We hebben nu al tweehonderdvijftig jaar een juristenbewind achter de rug. Wat dacht u dat

1/10 van deze tijdsduur aan architectuurbeleid zou opleveren? Inderdaad, minder moeten en mogen; meer welvaart en cultuur. Politici, juristen en beheerraden hebben blijkbaar te weinig verbeelding om nieuwe kwaliteiten te realiseren of te ondersteunen.

 

20.     Over het monopolie van juristen over de rechtsspraak of hoe de teugels belangrijker werden dan het paard

Meer dan twee eeuwen beleid in handen van juristen bewijst een groot verschil met het verleden. Onze gebouwde werkelijkheid werd gebanaliseerd, omdat de bestaande macht niet beter kan. Omdat diegenen die beslissen leken zijn op het vlak van architecturale vormgeving. Overal komt men juristen tegen, in beheerraden, op cabinetten, op ministeries. En wat weten juristen af van kwaliteit en ruimte? Macht moet de juiste mensen toebehoren. Deze analyse is niet ontmoedigend maar toont aan dat terecht en dringend de macht over het gebouwd patrimonium in bezit moet worden genomen door architecten.

 

21.     Een verruiming van de middelen voor de architect: voorstellen

Elke immobiliaire beheerraad moet grotendeels bestaan uit getalenteerde architecten. Deze architecten moeten via hoge erelonen een aandelenportefeuille kunnen bekomen zodat ze toegang hebben tot de grote geldstroom. Elk ministerieel kabinet van ruimtelijke ordening en elke schepen van openbare werken dient bindend geadviseerd te worden door meerdere begaafde architecten. Het geheel van kwaliteitsvolle hedendaagse architecturale realisaties bepaalt de status van een architect. Men kan van categorie verlagen door zich te lenen voor banale architectuur. Herhaling levert een schorsing op. Voor elke begaafde architecturale projectontwikkeling, wordt door de staat een winst gegarandeerd die dezelfde is als de hoogste rente van een in het land gelegen bank. Vanzelfsprekend interesseert een projectontwikkelaar zich weinig voor een winst van 10% op jaarbasis, maar indekking tegen verlies door participatie aan eigentijdse architectuur is hoedanook meegenomen.

 

22.     Een Europees decreet ter bevordering van de kwaliteit van de Europese gebouwde werkelijkheid: bijkomende voorstellen

Op korte termijn moet een Europese wetgeving betreffende de Europese gebouwde ruimte uitgewerkt worden. Omdat de culturele rijkdom van Europa een indrukwekkende diversiteit bezit van op elk moment in de geschiedenis bijzonder actuele architecturale realisaties en dit Europees voorrecht gevrijwaard zou blijven van verdere aantasting, en het toekomstig patrimonium verrijkt zou kunnen worden met voor onze tijd actuele, verbeeldingskrachtige projecten, moet een Europese commissie ter instandhouding en bevordering van de uniciteit van de Europese gebouwde werkelijkheid opgericht worden.

De Europese commissie ter instandhouding en bevordering van de uniciteit van de Europese gebouwde werkelijkheid, stelt in een eerste stadium dat elke architecturale ingreep van een bijzondere actuele kwaliteit in aanmerking komt voor het etiket “erkend door de Europese commissie”. Een realisatie die voldoet aan de kwaliteitscriteria van de zetelende commissieleden wordt gehonoreerd met een subsidie wanneer het gaat om een particuliere woning, ofwel met een gewaarborgde immobiliaire winst in geval van projectontwikkeling.

De commissie bestaat enkel uit gerenommeerde architecten die voorgedragen worden door hun land van herkomst en die weerhouden worden op basis van één of meerdere bijzonder artistieke, actuele architecturale realisaties. De commissie heeft niet enkel een sturende macht maar ook een met de tijd gradueel toenemende sanctionerende macht. Na verloop van tien jaar wordt elk negatief beoordeeld gebouw met een (esthetische) belasting gesanctioneerd. Deze belastingsindex verdubbelt om de vijf jaar indien geen wijziging in het architecturaal voorkomen wordt vastgesteld. In geval van overdracht van eigenaar wordt een solidaire verantwoordelijkheid opgelegd. Alle bestaande bouwpremies worden afhankelijk gemaakt van deze esthetische criteria.

De rechten ten aanzien van de gebouwde werkelijkheid kunnen gevrijwaard worden door honderd van de meest getalenteerde Europese architecten. De technische uitwerking van dit decreet zal door de commissie gedirigeerd worden aan juristen die slechts technische adviseurs en ceremoniemeesters zijn. Tegenstrijdigheden en complicaties met bestaande wetten zullen door hen onderzocht worden. Desnoods zullen bestaande wetten secundair gesteld worden om de kracht van dit nieuwe decreet te vrijwaren. In elk geval zal de macht van de talentvolle architect naar zijn maat kunnen uitgroeien.