Elke de Rijcke

DE WITTE RAAF

Editie 41 januari-februari 1993

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Het telefoonboek in herdruk en tal van andere titels

Een interview met Dirk Imschoot, uitgever van kunstenaarsboeken

Elke kunstliefhebber die niet alleen van kijken maar ook van lezen houdt, kan men in boekhandels of op tentoonstellingen voorovergebogen en verdiept in de uitgestalde kunstenaarsboeken betrappen. In onderstaande tekst vindt u het relaas van een gesprek van Elke de Rijcke met uitgever Dirk Imschoot en één van zijn editors, Kaatje Cusse. Hoe kijken zij tegen het kunstenaarsboek aan? Wat houdt het uitgeven van kunstenaarsboeken in? Welk publiek komt er op af? Een gesprek over het ambacht en het concept, die het kunstenaarsboek maken tot wat het is: de convergentie van kijken en lezen.

 

“Book art has remained a cottage industry which has survived in a technological society”

(Martha Wilson)

 

Wat onderscheidt u van een gewone uitgever?

Dirk Imschoot: Als drukkerij hadden we veel contacten binnen de Belgische hedendaagse kunstscène. Op een bepaald moment voel je dat de cirkel rond is en vraag je je af wat je in de toekomst nog meer kan doen. We wilden een internationale uitstraling geven aan onze drukkerij. In 1988 bestonden we 50 jaar en op dat moment hebben we een fonds ter beschikking gesteld van de hedendaagse kunst, waarmee we “grensverleggende” boeken wilden maken. Als drukker ben je vragende partij maar als uitgever heb je iets te bieden. We wilden voortaan kunstenaars benaderen en hen vragen met ons iets te maken. Dit initiatief leek ons interessant omdat er een ideeënuitwisseling tot stand zou kunnen komen en er anderzijds ook een directe impact op onze drukkerij kon verwacht worden, met name omdat door de confrontatie met kunstenaars, onze uitvoeringstechnieken binnen de drukkerij opnieuw in vraag zouden kunnen gesteld worden.

Hebt u er ooit aan gedacht met dat fonds een galerie op te starten?

Dirk Imschoot: Neen, wij moeten onze plaats kennen. Wat is onze plaats? Een bedrijf te zijn dat dingen kan maken waar kunstenaars heel gelukkig mee zijn. Wij moeten onze mogelijkheden in dienst stellen van de kunstenaars. Zij zijn de spil van het gebeuren, terwijl wij vaak merken dat zij in de kou blijven staan.

Wat zijn uw initiatieven, uw houding naar galeries en musea toe?

Dirk Imschoot: Ik maak bijna geen tentoonstellingscatalogi meer omdat ik een nauwe samenwerking wil met de kunstenaar. Rond een tentoonstelling hangen teveel mensen zoals curators, fotografen, critici - ik werp ze geen steen toe - maar dat is mijn bedoeling niet. Wij werken met levende  kunstenaars en in nauwe samenwerking  met hen.

Door het uitgeven van kunstenaarsboeken in de jaren ’60 verzetten de betrokken conceptuele kunstenaars zich tegen het heersende mercantiele tentoonstellingscircuit. De in die periode actieve tentoonstellingsmaker Seth Siegelaub die met mensen als Douglas Hueber, Lawrence Weiner, Carl Andre, Robert Barry, Sol Lewitt of Joseph Kosuth samenwerkte en het “Xerox Book” publiceerde, zette tentoonstellingen op die met catalogus en kunstwerk samenvielen. Hebben de uitgevers van kunstenaarsboeken, nu hun activiteit zo fel toegenomen is, die instellingen (musea,galeries) waartegen het initiatief aanvankelijk gericht was, niet broodnodig om hun verspreiding te kunnen waarborgen?

Dirk Imschoot: Ja en neen. Als wij iets doen, creëren wij een tentoonstelling op een wijze die betaalbaar is voor mensen die erin geïnteresseerd zijn. Ons initiatief richt zich niet tegen galeries of musea. We moeten complementair zijn. Trouwens, een galerie die een bepaald kunstenaar brengt, heeft er alle belang bij zich voor het kunstenaarsboek te interesseren. Het zijn potentiële klanten.

Kopen ze ook?

Dirk Imschoot: We mogen dat niet overroepen. Voor 80% weet ik eigenlijk niet waar de boeken heen gaan. Wij werken met verdelers naar de musea, galeries en officiële instanties toe. Ik denk niet dat wij hen absoluut nodig hebben, neen, maar het is aangenaam samen te werken. De kunstenaar zelf speelt een grote rol in de verdeling omdat hij binnen een bepaald circuit van galeries en musea leeft. Als je hem goed kan bedienen, krijg je vanzelf een internationale reputatie. De verkoop van kunstenaarsboeken blijft echter minimaal. Maar aangezien de drukkerij achter me staat, ben ik zo vrij als een vogel. Een commerciële uitgeverij met boeken over de drie torens of de Leie zijn we nooit willen worden.

Wat voor publiek hebt u dan eigenlijk? Kunt u rekenen op (musea)bibliotheken? Particulieren? Museumbezoekers?

Dirk Imschoot: Geen enkele officiële instantie koopt mijn boeken. Het besluit van het gesprek is altijd dat ze het fantastisch vinden wat je doet, maar dat ze er één willen krijgen . Aan officiële instanties heb ik de laatste vijf jaar misschien 20 boeken verkocht. Het Museum van Gent heeft er 1 gekocht, de Vlaamse Gemeenschap 10. Internationaal gezien ligt dat anders: het Museum of Modern Art heeft ze allemaal en het MOCA in LA, het Stedelijk Museum Amsterdam, verschillende musea in Frankrijk en Duitsland (Bremen) hebben er meerdere aangekocht. Met het MUHKA zijn er onderhandelingen in het perspectief van de nieuwe bibliotheek. De verdeling ligt voor 60% in de VSA en Japan, en voor 40% in Europa (slechts voor 3% in België). Zo’n boekje van Baldessari kost maar 1500 Fr. Dat is niet veel. Maar men moet het wel willen betalen.

Een uitgever heeft een totaal andere relatie met zijn publiek dan een commerciële of openbare instelling. Een intiemere relatie?

Dirk Imschoot: Inderdaad, de kwestie van het publiek speelt voor de uitgever een grote rol. Schouderklopjes alleen zijn niet voldoende en dan denk ik aan de artikels die over onze boeken verschijnen, de tentoonstellingen die men organiseert in New York (Castelli), in Rotterdam (The Archives), in Ankara. Gelukkig zijn er ook verzamelaars die systematisch iets aankopen. Voor hen blijf ik het doen. Het zou op dit moment interessanter zijn in Parijs of New York te werken. In beide steden heb ik trouwens een bureau. Daar heb ik een achterban die me waardeert.

Welk concept staat u voor als uitgever van kunstenaarsboeken?

Dirk Imschoot: Het concept wordt bepaald in samenspraak met mijn editors, Kaatje Cusse, Bernard Marcadé, Barthomeu Mari, Cornelia Lauf. De ideeën komen voornamelijk van hen. Met Kaatje Cusse (IC-reeks) hebben we tot op heden 9 boeken uitgebracht. Bernard Marcadé (IM-reeks) lanceerde zelf het initiatief. Hij bouwde een reeks tentoonstellingen op in het PSK en wij verzorgden de edities. Het zijn ook kunstenaarsboeken, maar in het verlengde van een tentoonstelling. Deze reeks is bijna voltooid. Barthomeu Mari (IBM-reeks) bracht het zonet verschenen boek van Matt Mullican tot stand en werkt nu aan een boek van Antonio Muntadas.

Ziet u het kunstenaarsboek als een alternatieve tentoonstellingsruimte?

Dirk Imschoot: Dat idee is slechts later opgedoken. Voor mij situeert het interessante zich op persoonlijk vlak. Bepaalde kunstenaars zijn grote vrienden geworden. Neem nu iemand als Lawrence Weiner bijvoorbeeld, van wie we net een vierdubbele poster (“Show & Tell” ), een editie op 60 exemplaren uitgebracht hebben. Onlangs was Dara Birnbaum hier met wie we aan een boek werken. Ook met Joseph Kosuth werk ik graag samen. Hij heeft de poster voor onze tentoonstelling in Rotterdam ontworpen. De uitleg komt later voor mij. Ik beleef veel plezier aan het maken van een boek.

Maken jullie nog meer dergelijke edities en bewandelen jullie nog andere drukwegen?

Dirk Imschoot: Op dit moment niet. We maken ze omdat ze relatief verkoopbaar zijn. De kunstenaars maken deze edities uit plezier en sponsoren me op die manier. We hebben wel een nieuwe reeks, de IL-reeks, opgestart onder leiding van Cornelia Lauf. De IL-reeks zal risicovolle uitgaven brengen. Het zijn onze stoottroepen. De eerste IL-editie is een boek van de Franse jonge kunstenaar Michel Zumpf. De volgende kunstenaar die aan bod komt, is Ken Lum. In de IC-reeks kwamen de gevestigde waarden aan bod. We willen niet nog eens een boekje van Barry of van Weiner uitbrengen. Anderzijds heeft Baldessari ons gevraagd nog een boek met hem uit te brengen. Dat wil zeggen dat hij ons als uitgever waardeert. Zijn eerste boekje, “The Telephone book (with pearls)” , is trouwens in herdruk.

 

Le livre est une certaine maniabilité. Pour peu que les livres aient un sens, ce sens est l’usage de lecture .” (Pascal Quignard)

Hoe verloopt de produktie van een kunstenaarsboek?

Kaatje Cusse: De keuze van de eerste zes auteurs (Barry, Weiner, Downsbrough, Darboven, Mertz en Baldessari) was voor mij heel vanzelfsprekend. De projecten zijn ook heel vlot binnengekomen; vijf van de zes auteurs hadden al heel wat ervaring met het maken van boeken, meer dan ik. De produktie ervan was meestal redelijk eenvoudig en verliep vlot, al was het ene project wel arbeidsintensiever dan het andere. Zo moesten er voor het boek van Hanne Darboven “One Century: Johann Wolfgang von Goethe”  meer dan 800 films gemaakt worden. Christopher Williams daarentegen had nog nooit een boek gemaakt. Hij had me een project beschreven dat hij aan het voorbereiden was en toen hebben we beslist dat een luik van dat project ook in boekvorm kon gebracht worden. Het resultaat was “Angola to Vietnam” , een werk dat uit meerdere lagen bestaat, onder meer uit een alfabetisch gerangschikte lijst van 27 landsnamen die voorkwamen in een rapport van de Independent Commission on Humanitarian Issues, “Disappeared! Technique of Terror”  (1986) en 27 foto’s van glazen bloemen uit het Botanisch Museum van Harvard, die met de naam van het land waarin ze voorkomen ondertiteld worden.

Wat is jouw aandeel in dit alles?

Kaatje Cusse: Ik heb eerst een zestal kunstenaars geselecteerd. Hun boeken konden rechtstreeks naar de repro of op de pers. Daarnaast verricht ik ook soms onderzoekswerk, bijvoorbeeld voor het fotomateriaal in Kosuths boek of voor Carl Andre’s boek “Carl Andre Works in Belgium”, dat in de voorbereidende fase verkeert. Ik verzorg de coördinatie tussen kunstenaar/drukker/uitgever. Het boek dat we met Dan Graham maken, sleept al een tijdje aan. In samenwerking met architecte Marie-Paule Mac Donald werkte hij aan een rock&roll opera die in de Munt zou opgevoerd worden, maar nooit is doorgegaan. Met het libretto en de tekeningen besloten we dan een boekje te maken. Het is gebaseerd op de film “Wild in the Streets”  (1968). Op dit ogenblik onderzoeken we de mogelijkheden om een aantal exemplaren als pop-upboek (boek met uitspringende gedeelten) uit te geven. Voor het project van Dara Birnbaum heb ik gedurende twee jaar met de auteur samengewerkt. We hopen dit boek in februari uit te brengen.

De kunstenaars waarmee je werkt, hebben een afgelijnd idee over het kunstenaarsboek. Hoe zou je dat definiëren? Formuleert het kritiek op hun werk, is het er de onderbouwing van?

Kaatje Cusse: De meesten zien het boek als één van de vormen waarin ze hun werk kunnen brengen. Het zijn mensen die niet aan het ene of het andere gebonden zijn. Hanne Darboven heeft een tijdje geleden een concert gebracht in Hamburg dat op CD wordt verspreid. Robert Barry werkt onder andere met diaprojecties. Mertz heeft films gemaakt. Weiner gebruikt film, theater, muziek. Baldessari heeft meer dan twintig videotapes gemaakt en levert regelmatig bijdragen voor boeken en tijdschriften. Downsbrough heeft met film, video en muziek gewerkt en werkt nu ook met fotografie. Kosuth schrijft, maakt werken en is actief als tentoonstellingsmaker. In zijn boek vinden we 13 paar foto’s die in relatie gebracht worden met de brieven van Wittgenstein naar zijn vriend Engelmann. Birnbaum komt vanuit de architectuur, maar werkt al jaren als videokunstenaar. Ze maakte een plaatjesalbum op basis van straataffiches uit mei 1968 die systematisch vergroot en getransformeerd werden, zodanig dat door de toenemende graad van abstractie alleen nog een gestoord TV-beeld overblijft.

Wat vind je ervan om op deze manier met kunst om te gaan?

Kaatje Cusse: Als ik het niet boeiend zou vinden, zou ik het niet doen. Het belangrijkste is dat er weer een ander kunstenaarsboek gemaakt wordt, dat de kunstenaars tevreden zijn en er mensen zijn die benieuwd zijn naar de volgende uitgave.

De laatste jaren heeft de relatie kunstenaar-boek (tijdschrift) een hoge vlucht genomen. Volgens Daniël Buren zijn de meeste kunstenaarsboeken betekenisloos. Hoe kijk je er zelf tegenaan?

Kaatje Cusse: Een kunstenaarsboek bestaat op zich en heeft de betekenis die men - de auteur, de lezer - eraan geeft. Het neemt plaats in. Het kan gelezen worden. De beslissing om een boek te maken is subjectief. De beslissing om een boek te lezen is dat ook. Het kunstenaarsboek is letterlijk en figuurlijk de plaats waar het kunstwerk kan gelezen worden. Ik wil daarbij verwijzen naar een uitspraak van Lawrence Weiner: LEARN TO READ ART.

Burens uitspraak verwondert me niet. Anderzijds is er wel een wildgroei in de sector geweest. Men moet een onderscheid maken tussen kunstenaarsboeken en ‑bijdragen in tijdschriften. Een interventie binnen een tijdschrift kan niet los gezien worden van de context waarin het gebracht wordt. In een kunstenaarsboek valt de confrontatie met die context weg. De confrontatie die overblijft, is deze met de lezer.

 

Beschouwingen

Kunstaarsboeken verschillen van brieven, geschriften, pamfletten, dagboeken of leerboeken omdat ze niet van programmatische, didactische of registrerende aard zijn. Ze zijn intiemer. Ze hebben een autonoom karakter en liggen in het verlengde van het werk. Daniël Buren heeft het in “Les Ecrits”  over deze verlenging: als de kunstenaar de lijnen die het werk zelf uitgezet heeft, tracht te overschrijden, zal hij nieuwe grenzen opmerken die op hun beurt zijn onderzoek een nieuwe dimensie zullen geven, nieuw leven zullen inblazen. Het kunstenaarsboek: exploratie en uitbreiding van het mentaal grondgebied. Wat zijn kunstenaarsboeken nog meer? Het zijn virtuele ruimten, ze houden het werk “in een zwevende toestand tussen woorden en dingen” (Seth Siegelaub). Dit zwevend aspect maakt hen aantrekkelijk, het verleent hen armslag. En ondanks het feit dat het virtuele kunstwerk eerder gedacht of verondersteld wordt dan gegeven is (Alain), is het even werkelijk. De beelden die wij in deze boeken zien, openbaren ons het kunstwerk zoals in werkelijkheid. We hebben Williams’ glazen modellen van bloemen tussen onze vingers, we staan tussen de met parels en telefoons omgeven personages van Baldessari, reizen mee met of tegen de letter-wijzers van Barry’s klokboek of zitten in Weiners theater  - de “enig mogelijke voorstelling van het leven”. Tot slot: het kunstenaarsboek draagt, veel meer dan een literair werk, de geschiedenis  van het boek in zich mee, omdat de wijze waarop het tot stand gebracht wordt en het systeem of de idee waarvan het de uitdrukking is, een bepaalde leeswijze opleggen die me de lemen schrijfplankjes uit Sumer, de Egyptische papyrusrollen, de Chinese zijdedoeken, verweerde stenen of een stuk beschreven huid voor de geest roepen.

 

Noten

(1)     Kate Linker, The artist's book as an alternative space, Studio International nr.990, blz.75-79, 1980.

(2)     Frederik Leen, Seth Siegelaub, Conceptual Art; Tentoonstellingen, Forum International, n° 9, Sept-Okt 1991.

(3)     Daniël Buren, Les Ecrits (I, II, III) (1965-1990), CAPC, Bordeaux.

(4)     Alain, Système des Beaux-Arts, Gallimard, 1926.

(5)     Pascal Quignard, Petits Traités (I-VIII), Maeght, Paris, 1990.

 

 

De Imschoot Bookgallery vindt u in Onderbergen 31, 9000 Gent. Het adres van Imschoot, uitgevers: Burggravenlaan 20, 9000 Gent (091/22.55.08).

Informatie over tentoonstellingen van door Imschoot uitgegeven kunstenaars: Van 28 februari tot 12 april vindt in Haus Lange en Haus Esters (Wilhelmshofallee 91/97, 4150 Krefeld, 0251/590.808) de manifestatie “Künstlerbücher I”  plaats met bijdragen van onder andere Baldessari, Buren, Weiner,… Tot 31 januari loopt in Galerie de l'ancienne poste (13, boulevard Gambetta, Calais, 21.36.67.14) de tentoonstelling "No Figure"  met werk van o.a. Peter Downsbrough. Van 16 januari tot eind februari loopt in Galerie Yvon Lambert (108, rue Vieille du Temple, 75004 Paris) een tentoonstelling met werken van Barry, Downsbrough, Graham, Toroni, Weiner, e.a. Lawrence Weiner stelt binnenkort tentoon in Galerie Szwajcer (Verlatstraat 14, 2000 Antwerpen, 03/237.11.27). “Une oeuvre, des maquettes”  van Peter Downsbrough loopt van 21 tot 31 januari in de Fondation pour l’Achitecture, Kluisstraat 55, 1050 Brussel (02/649.02.59). Dan Graham stelt van 29 april tot 1 juni in het Van Abbemuseum (Bilderdijklaan 10, 5611 NH Eindhoven, 040/38.97.30) tentoon. Dezelfde tentoonstelling loopt nog tot 28 februari in Le Nouveau Musée (11 rue Docteur Dolard, 69605 Villeurbanne, 78.03.47.00). “Walker Evans & Dan Graham” , Westfälisches Kunstmuseum (Domplatz 10, 4400 Münster,0251/591.3249) van 14 februari tot 28 maart.