Bart Meuleman

DE WITTE RAAF

Editie 56 juli-augustus 1995

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

COCK/PIT

Over pornografie

Met schroom, weerzin en ongemak voel ik mij geroepen om de pornografie te verdedigen. Niet om haar befaamde lelijkheid te prijzen - een lelijkheid waarvan ik trouwens niet op elk moment even sterk overtuigd ben -, niet om de pornografie zelf dus, nee, ik protesteer tegen de afstandelijkheid, de ironie, waarmee er over haar gesproken wordt. Alsof porno de gewoonste zaak van de wereld is. Probeert men daarmee iets anders dan zich zo nonchalant mogelijk tegen het fenomeen te wapenen? Is die doorzichtige strategie beter dan de afgewende blik? Porno, moeten we toegeven, fascineert, af en toe. Verleidt niet, maar fixeert de blik radicaal, zoals een lichtbak ‘s nachts doet met konijnen. Een licht dat niet verblindt, maar de oogleden spert; een signaal dat de kijker moeiteloos op zijn plaats houdt en zijn ademhaling, zijn bloedstroom regelt. Maar op andere ogenblikken is die fixatie onbegrijpelijk, irritant voor het zelfbeeld, want gevolg van volstrekt minderwaardige fictie. De slechte illusie, die ons nooit kan doen geloven in wat we werkelijk zien, neemt de plaats in van een fatale realiteit die ongevoelig maakt voor de groteske mise-en-scène. Als pornografie het toonbeeld van obsceniteit is, van datgene, “zichtbaarder dan zichtbaar” (Baudrillard), dan is ze dat slechts in regel. Per uitzondering, op het moment van haar macht, muteert ze in het tegendeel, in iets ‘onzichtbaarder dan onzichtbaar’, het geheim. De gekluisterde laat zijn blik immers niet zomaar de vrije loop, hij geniet niet ‘met volle teugen’. Gespannen en opgewonden tuurt hij in de diepte, op zoek naar een onvindbaar vluchtpunt. We moeten porno niet bestrijden of negeren, maar haar waarheid erkennen.

 

Er wordt vaak gewezen op de parallelle ontwikkeling van pornografie en geweldfilm, op de vlucht die het expliciete heeft genomen in een samenleving die haar beelden alles laat prijsgeven. Dat is letterlijk en figuurlijk een oppervlakkige vergelijking die niets vertelt over de dispositie van de kijker in beide fenomenen. In oorsprong moet het de censuur geweest zijn die zulke overeenkomsten determineerde en verankerde. Censuur interesseert zich immers nooit voor de kijker op zich, enkel voor de representatie (zoals de justitie zich enkel interesseert voor de misdaad, niet voor het slachtoffer). In elk geval vergt het weinig denkwerk om te begrijpen dat pornografie en geweldfilm een totaal verschillende realiteit installeren. Hun onschadelijkheid beantwoordt aan twee zeer uiteenlopende signalementen.

Geweld in de hedendaagse film vormt een afstandelijke kijker, een ironische blik die het allemaal doorheeft. Het is de ratio in eigen persoon, in de vorm van zelfcontrole, die de lust naar geweld in film, of naar het echte geweldgenre (de slasher) weet te bevredigen. De liefhebber lijkt zijn zelfcontrole, en daarmee zijn identiteit iedere keer op het spel te zetten, maar weet op voorhand dat hij het pleit wint. Zijn macht is zijn weerstand. En ook maatschappelijk gezien heeft zijn voorkeur niks vreemds. Hij wandelt de videotheek binnen en maakt fluitend zijn keuze. Omgang met geweldfilm is louter spel.

 

De pornozuchtige daarentegen wordt het op alle terreinen veel moeilijker gemaakt. Alles wijst op de ernst van de zaak. Zo heeft, om te beginnen, de ruimtelijke ordening de sekswinkels gegroepeerd in dubieuze buurten die de klanten automatisch influisteren dat zij iets bijzonders komen doen. In de seksbuurt tracht iedereen tevergeefs voor te wenden dat hij iets anders komt doen. Een seksshop binnenstappen schudt dan ook een last van de schouders die op de weg er naartoe steeds zwaarder begon te wegen. De distributie, gevoelig als zij is, weet dat, en stelt alles in het werk om de illusie van een herwonnen gewichtloosheid niet in gevaar te brengen. Er is de discretie van de verkoper, het stilzwijgende respect onderling tussen de verschillende klanten, en vooral, de opmerkelijke orde van het materiaal, zowel inhoudelijk als qua schikking in de rekken. Pornozaken laten zich doorgaans onberispelijk en degelijk verlicht aantreffen (maar op elk moment kan juist de vlekkeloze plaats van transactie het gore spookbeeld van haar tegendeel oproepen!). In deze relatief gunstige omstandigheden zal de klant snel het nodige zelfvertrouwen vinden om te doen waartoe hij zich opdracht gaf: het materiaal kiezen dat de belofte van een latere, op dat ogenblik reeds voorvoelde opwinding garandeert. Hij schikt en controleert de beelden van zijn behoefte, treft de voorbereidingen van het te ensceneren genot.

We verlaten het spoor van de klant die enkel wat lectuur kwam halen en naar huis keert, en concentreren ons - hoewel het verschil misschien niet al te groot is - op de ‘consumptie ter plekke’, op het aanbod aan seksueel materiaal dat in de zaak zelf genoten kan worden: de activiteiten in de filmcabine, de peepshow en de private lifeshow. Hier ligt de belofte, het geheim van de porno.

In de filmcabine moet de liefhebber een keuze maken uit vaak meer dan honderd films die in hun repetitiviteit nauwelijks van elkaar verschillen, maar waarin kleine details zoals haarkleur, afmetingen en houdingen hem toch een beslissing doen nemen - het materiaal overtuigt daarmee niet beter of slechter dan gelijk welke andere koopwaar. Hij zet met de drukknop het mechanisme in gang dat zijn zelfcontrole, zijn identiteit wel degelijk op het spel zet, en ze uiteindelijk ook doet prijsgeven. Alles wat nu volgt, blijkt in toenemende mate vatbaar voor een dubbele uitleg. Er is het duister van de cabine waarin hij zich bevindt, maar wat vertelt ons het alomtegenwoordige licht dat uitgaat van de actie? Porno speelt zich haast altijd overdag af, niet eens in slaapkamers, maar in keukens en livings, in tuinen en duinen, in een dagdagelijkse vrijheid van geven en nemen die in schril contrast staat met de krappe, donkere behuizing van de observatiepost. Met munten of jetons koopt de kijker zich in het spektakel in, een utopie waarvan hij voor een keer ongestoord mag genieten. Dat porno alle taboes opheft, is dus maar de helft van de waarheid, conclusie uit een nuchtere, oneigenlijke lezing van het materiaal. Porno is meer dan foto, film of life-show: het is een vorm van seks bedrijven. Pornografie is ruimte, situatie. Vandaar ook dat het verwijt als zou ze geen catharsis kennen niet klopt. Porno vergt een actieve toeschouwer die als enig antwoord op de hem voorgeschotelde vrijheid het lot in eigen handen moet nemen.

De catharsis van de porno is de masturbatie. De organiserende instantie maakt dat op een bijna didactische wijze duidelijk: overal in de hokken staan doosjes cleenex en sprays en er lopen jongens rond met emmers en zwabbers die na ieder bezoek de vloer vegen. Maar ook zonder deze aanwijzingen zou de kijker op het juiste idee gebracht zijn. De echte aansporing zit in de gerepresenteerde seks, die in zijn onophoudelijke uitstroom om een verlossing vraagt buiten de film om. De film geeft op elk moment het goede voorbeeld, kent daarom geen narrativiteit die de kijker niet de kans geeft zijn eigen ritme te bepalen. De private life-show stelt dit gegeven nog wat letterlijker. Het meisje vraagt eerst vanachter het glas wat haar enige toeschouwer precies wil zien (hij regisseert zijn eigen show), om hem nadien, mocht hij er uit zichzelf niet toe overgaan, aan te manen zich af te rukken.

 

De heterofiele liefhebber is op zoek naar het mysterie van het vrouwelijke genot dat, zo weet hij, in haar opening ligt of, zoals de gebiologeerde zal denken, in haar kut. Heterofiele porno toont al even nieuwsgierige mannen, op zoek naar datzelfde mysterie, maar dan als personages. De zichtbaarheid van haar orgaan, tot het uiterste gedreven, tot in de meest lachwekkende houdingen, verklaren ze allen zonder ironie in het belang van de wetenschap. Het instrument om dat genot te meten is iedereen welbekend, evenals het gebruik ervan. Het onderzoeksmateriaal legt hen daarbij zo weinig mogelijk in de weg, integendeel, het vraagt niet beter dan om grondig onder handen te worden genomen. De vrouw kan daarbij niet naakt genoeg zijn. In de film biedt de close-up de uitkomst, maar ook het meisje van de peepshow, nochtans zonder kleren, geeft pas de indruk iets van haar lichaam te onthullen als zij haar benen spreidt, en, tot veler verbazing en geruststelling, een glimp laat opvangen van haar lichtroze binnenste. Dus toch geen zwart gat! Overigens twijfelt de pornofiel voortdurend tussen wat hem het meeste duidelijkheid verschaft: het radicale van de film of het beperkte, maar toch lijfelijke van de show. De voyeur moet het zelf zien te redden, de filmliefhebber weet zich veilig verdubbeld in de mannelijke positie. De blikken van het meisje, die veel te vaak het feit verraden dat hij gezien wordt, afgewogen tegenover de positie van meta-controleur. (Maar ook in de film bestaat geen absolute zekerheid: vooral de vrouwen werpen af en toe een blik in de verkeerde richting. De kijker twijfelt of hij zich betrapt moet voelen.)

In de film, en ook in sommige life-shows werken mannen met een nauwelijks zichtbare inzet aan de bevrediging van de vrouw. Hun eigen genot is het bijprodukt van de taak die zij zichzelf hebben toegedacht, de representatie zal dat nooit tegenspreken. Daar ligt het verschil tussen likken en afzuigen: mannen voeren een opdracht uit, vrouwen verlangen niks liever. Het onderzoek ondertussen drijft het vrouwelijk genot de hoogte in, wat de vakkundigheid van de vorser op de proef stelt - en ook zal bevestigen. Met het binnenschuiven peilt hij de lust van haar diepte, haar herbergzaamheid. Dat kan op de klassieke manier, maar er zijn talloze mogelijkheden. Uiteindelijk dient ook het hele subgenre met dieren nergens anders toe, met als voorlopig ultieme fascinatie de omgang met paarden.

En na eindeloze variaties valt plots het hoogtepunt van de fictie samen met de ontmanteling van de werkelijkheid. Het mannelijke personage komt klaar, het “mechanistische lozingsapparaat” (Sollers) wordt gecapteerd in het cum-shot, de merkwaardige kadrering van een realiteit in een steeds dubieuzer wordende fictie. Want het vrouwelijke lichaam, datgene waar alles toch om begonnen was, kan niet op zijn daadwerkelijk genot getaxeerd worden. In contrast met de mannelijke werkelijkheid kan het vrouwelijke genot niet anders dan gewantrouwd worden. De hele operatie toont plots zijn ware aard en moet bekennen dat het eigenlijke doel onhaalbaar was, waardoor het onderzoek op zichzelf terugplooit. De enige seksualiteit die zich hier daadwerkelijk prijsgaf, was de mannelijke. Van de vrouwelijke levert het gebeuren geen enkel bewijs.

De kijker laat zich nog niet van de kook brengen door dit demasqué, het komt hem nog niet uit. Dat gebeurt eerst nadat hij zichzelf, mogelijkerwijs wel synchroon, want geïnspireerd door de film, tot een hoogtepunt heeft gebracht. Maar dan is er ook geen ontkomen meer aan. Het zaad, dat in de film nog doel treft, op het lichaam, in het aangezicht van de vrouw, en haar een volstrekt ongeloofwaardig genot verschaft, spuit in de werkelijkheid van de cabine weg in het halfduister. Had de kijker voordien niet beseft dat hij samenviel met zijn stijve geslacht, in de krimping, de verschrompeling wordt hem dat maar al te duidelijk. Het hok krijgt de allure van een toilet, het zaad verliest iedere betekenis, tenzij die van uitwerpsel, stront. Zaak is nu hier zo snel mogelijk weg te komen. Vochtverlies, zoals tranen, is pure gêne.

 

Voor ze aan haar theoretisch werk “Hard-core” begon, ging Linda Williams er van uit dat de suprematie van de fallus in de pornografie een onaantastbaar gegeven was. Research bracht haar tot andere inzichten. “In werkelijkheid”, schrijft ze, “zag ik een opmerkelijke onzekerheid en onstabiliteit”. Dat kan ook niet anders: een totalitair regime gelooft nooit in zijn eigen propaganda. Een pornoregisseur van zijn kant vestigt de aandacht op de fysieke kant van de zaak. Mannelijke acteurs moeten het lid blijvend in erectie kunnen houden, en mogen vooral niet de indruk krijgen dat de crew hen uitlacht. Maar dat is toch de huiveringwekkende achterkant van de droom om als pornoster te fungeren!

Heterofiele porno onthult een zwakke mannelijke seksualiteit, die iedere keer weer genegeerd, iedere keer weer aan het licht komt. En de seksualiteit van de vrouw? Daar komen we weinig over te weten. Haar naakte lichaam, de oppervlakte, haar huid als mogelijke sleutels volstaan niet. Er wordt krampachtig naar iets diepers gezocht. Het vrouwelijke seksuele bewustzijn in de porno trekt zich terug, verbergt zich. Het anatomische verschil in opwinding wordt volledig uitgespeeld en wat toont het: een geheim dat zijn ontsluiering bijzonder slecht vertolkt en een hansworst die daar iedere keer weer in gelooft. Is daarmee het vrouwelijke lichaam in zekere zin niet afwezig? Heeft het zich, ten behoeve van een gefixeerd mannelijk verlangen, niet weggesublimeerd, waardoor het onaantastbaar wordt? Ziet de man niet enkel zichzelf, en dan nog in een volstrekt zwarte spiegel? Blijft het vrouwelijke lichaam niet volstrekt buiten schot en schuilt in het mechanisme dat porno is ook geen enorme vrouwelijke macht, die nauwelijks erkend en veel te weinig benut wordt?