Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 56 juli-augustus 1995

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Le monde après la photographie

Régis Durand staat al een aantal jaar voor overwogen presentaties en publikaties over actuele fotografie. In 1990 stelde hij bijvoorbeeld de stimulerende tentoonstelling “Rien que la chose exorbitée…” samen, variaties op een tekstfragment van Roland Barthes aan de hand van werk van onder meer Nancy Burson, Clegg & Guttmann, Pascal Convert, Noëlle Hoeppe, Allan McCollum & Laurie Simmons, James Welling en dit jaar verscheen bij La Différence in Parijs zijn laatste boek, “Le Temps de l’image - Essai sur les conditions d’une histoire des formes photographiques”. De fotografische ervaring en de onderlinge relaties en wisselwerkingen tussen fotografie en andere hedendaagse kunstvormen vormen in grote lijnen Durands hoofdbekommernissen. Dat gaat ook op voor zijn meest recente project, de tentoonstelling “Le monde après la photographie” in het Musée d’Art Moderne in Villeneuve d’Ascq. De wereld is sinds, of beter nog, na de fotografie (en niet achter de fotografie zoals de goedbedoelde maar kadukige Nederlandse vertaling in de tentoonstellingsfolder suggereert) drastisch veranderd, we zien hem anders, hij wordt fundamenteel anders afgebeeld. Ondanks dit point of no return heeft de fotografie een steeds ruimer deel van haar functies moeten prijsgeven aan andere beeldvormen, om uiteindelijk weinig meer dan een “artistieke functie” over te houden, zegt Durand. Er ontwikkelden zich nieuwe relaties tussen de werkelijkheid, de afbeeldingen ervan en onszelf als waarnemers-acteurs.

De 13 kunstenaars die in “Le monde après la photographie” werden samengebracht, staan met hun werk dan ook ver af van de klassieke opvatting over fotografie als weergave, document, classificatie. Zo kan je een rondgang in deze tentoonstelling aanvatten met een installatie van Stan Douglas, een loop van een filmpje uit het begin van deze eeuw - het adembenemende parcours van een bergtrein - waarbij continu een fragment uit “A la Recherche du temps perdu” van Proust te horen is. Of, helemaal aan het begin (of het eind) van de tentoonstelling, de “Monodramas” van diezelfde Canadese kunstenaar, tien video-sequensen zonder begin of einde, die subtiel de leegte van de televisiebeeldtaal raken. Cineast Harun Farocki is eveneens continu te horen en te zien, hij maakte voor deze tentoonstelling een video-compilatie van de films die hij realiseerde tussen 1969 en 1994 en voorziet die zelf van commentaar. Ook Lewis Baltz construeerde specifiek voor Villeneuve een muurgrote fotomontage. In “The Politics of Bacteria” gaat hij verder met zijn onderzoek naar de wijze waarop “macht” gebruik maakt van beelden. Opnamen van bewakingscamera’s worden hier gecombineerd met foto’s genomen in het Ministerie van Financiën te Parijs. In dezelfde zaal - onwennig, botsend - een monochroom grijs doek uit 1976 en het portret van Prinz Sturda uit 1963 van Gerhard Richter, aan de buitenmuur, zijn onscherpe “Pyramide” (uit het Gentse Museum van Hedendaagse Kunst) en “Wolken” uit 1968. Een beetje een noodoplossing, zo blijkt, de eerste keus van Durand ging uit naar “18 oktober 1977”, de magistrale Baader-Meinhoff-reeks van Richter uit 1988.

In elk geval schittert hier de fotoreeks die Hiroshi Sugimoto maakte in imposante bisocopen en drive-ins. Het opdringerige, schijnbaar lege scherm haalt zijn in het oog springende blankheid niet uit een of andere doka-ingreep. Sugimoto liet de sluiter van zijn camera open voor de duur van de hele film die op dat moment in de zaal liep. Het resultaat (de synthese van alle filmbeelden) is een hevig oplichtend, beeldloos wit vlak, centraal in een halfduistere, maar haarscherpe context. Een reflectie over tijd, over verdwijnen en over het medium fotografie en film. Van Jean-Marie Straub/Danièle Huillet wordt doorlopend de voelbaar 100' durende film “Trop tôt/trop tard” uit 1981 gedraaid en voorts is er in Villeneuve nog interessant ouder werk te zien van Hannah Collins en een nieuwe prachtige fotoreeks van de Portugees Jorge Molder, naast minder overtuigende realisaties van Dennis Adams, Pascal Convert en Bruno Yvonnet. “Le Monde après la photographie” loop nog tot 1 oktober in het Musée d’Art Moderne, 1, Allée du Musée, 59650 Villeneuve d’Ascq (20.05.42.46).