Etienne Wynants

DE WITTE RAAF

Editie 58 november-december 1995

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Prinzhorn collectie

Uit deze beroemde collectie van het Psychiatrisch Instituut van de Universiteit van Heidelberg stelde Laurent Busine een unieke tentoonstelling samen met een driehonderdtal werken van schizofrene patiënten. Als een van de eersten verzamelde de kunsthistoricus en dokter Hans Prinzhorn op systematische wijze tekeningen, borduurwerken, objecten en geschriften van patiënten, aanvankelijk met de bedoeling deze voor psychiatrisch onderzoek aan te wenden. Tussen 1919 en 1921 leverde dit al een onvoorstelbare collectie op van zowat zesduizend nummers. Prinzhorn, die zelf het Duits expressionisme op de voet volgde, publiceerde in 1922 zijn bevindingen en een aantal tekeningen in “Bildnerei der Geisteskranken”, een boek dat tot de verbeelding sprak van Max Ernst, Paul Klee en anderen. Prinzhorn zelf was lucied genoeg om geen gratuite vergelijkingen te beginnen maken, iets waar de Entartete Kunst-exploten zich een beetje later wel danig in zouden verslikken. Prinzhorn wou trouwens aanvankelijk ook vergelijkend onderzoek verrichten op basis van tekeningen van kinderen en gevangenen.

In deze tentoonstelling worden de werken van elke patiënt begeleid door een fragmentarische identiteitsfiche, opgesteld door Prinzhorn; een diepmenselijke en tegelijkertijd hopeloos verouderde herinnering. De keuze aan werken is zeer uiteenlopend, variërend van pseudo-wetenschappelijke machine-ontwerpen (een fietsploeg bijvoorbeeld), plattegronden van bijvoorbeeld de psychiatrische instelling, erotisch en religieus verluchte aantekeningen tot de adembenemend scherp getekende diagrammen en projecties van Hyacinth Freiherr von Wieser.

In de rijkelijk geïllustreerde catalogus wordt eerst het ontstaan van deze collectie overlopen en het misbruik dat er voor nazi-propaganda doeleinden van werd gemaakt. Caroline Douglas wijdt voorts uit over de esthetische fascinatie die dit soort tekeningen ten deel viel. Als buitenstaander meen ik het laatste woord aan de huidige verantwoordelijke van deze collectie te moeten laten. Inge Jadi breekt een lans voor een verantwoorde benadering van deze werken; ze zijn geen kunst, ook geen art brut maar - soms erg pijnlijke - aantekeningen van geestelijk versplinterde mensen, die niet per se onbewust van hun toestand, met de meest uiteenlopende externe impulsen in evenwicht trachten te komen. De onverantwoorde toeëigening door de surrealisten en anderen krijgen van haar een wellicht terechte veeg uit de pan.

 

• In samenwerking met Arch’Imago, een Brusselse vereniging die zich op dit vakgebied profileert, loopt de opmerkelijke tentoonstelling “La Beauté Insensée” nog tot 28 januari in het Palais des Beaux-Arts, Place du Manège in 6000 Charleroi (071/30.15.97).