Steven Jacobs

DE WITTE RAAF

Editie 58 november-december 1995

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Lucien Engels

Net als vorig jaar schenkt het architectuurprogramma van deSingel niet alleen aandacht aan hedendaagse architectuur, maar wordt ook het oeuvre belicht van een bij het ruimere publiek nagenoeg onbekend Belgisch architect, die zijn sporen reeds enkele decennia geleden verdiende. Vorig jaar werd Willy Van der Meeren met een tentoonstelling geëerd, dit jaar is de in 1928 geboren Lucien Engels aan de beurt. Een vergelijking tussen Van der Meeren en Engels zal zich hoe dan ook opdringen. Beiden doorliepen trouwens als Cambrien hetzelfde curriculum (één jaar Louis-Herman De Koninck, drie jaar Victor Bourgeois). Niettegenstaande het oeuvre van Engels niet dezelfde experimentele durf en consequentie vertoont als dit van Van der Meeren, leverde Engels toch een bijdrage van zeer hoge kwaliteit aan het Belgische modernisme van de vijftiger jaren, dat in zijn totaliteit nauwelijks een provincialistische en pragmatische banaliteit wist te overstijgen. Engels’ realisaties illustreren evenwel uitvoerig dat een modernistisch idioom perfect verzoenbaar is met een sensualistische verbeelding. Helder leesbare plattegronden worden gekoppeld aan een gevoel voor grootsheid en monumentaliteit, rechtlijnigheid met sculpturale gevoeligheid, een voorkeur voor het efemere met robuuste verankering. Ondanks internationale referenties (Saarinen, Breuer, Niemeyer en vooral de Italiaanse wederopbouwarchitectuur van Nervi, Soleri en Ponti), is het werk van Engels ook geworteld in de specifieke Belgische context. Exposities als deze zijn dan ook nodig: ze tonen aan dat het Belgisch modernisme, zonder een pioniersrol te hebben gespeeld, toch enkele belangrijke realisaties heeft nagelaten. Wars van elk nationaal chauvinisme wordt het hoog tijd dat de tergende onverschilligheid hieromtrent wordt verbroken. Geruchten doen immers de ronde dat Lucien Engels’ magnum opus, het Home Emile Vandervelde II te Oostduinkerke (1954-57), dat onder meer een 35 meter lange muurschildering van Jan Cox bevat, zou worden gesloopt. Nadat de aanpalende vleugel van Gaston Brunfaut (1934-39) onlangs onherkenbaar werd verminkt, dreigt nu ook dit meesterwerk van de fifties de ‘renovatiekoorts’ van aannemers en eigenaars niet te kunnen weerstaan. Een betreurenswaardig toekomstperspectief, te meer daar Engels het vakantiehome voor kinderen als een totaliteit vormgaf: zowel de drie stervormige gebouwen met hun sculpturale trappenpartijen als het meubilair werden door Engels getekend.

 

• Naar aanleiding van deze tentoonstelling werd een oeuvrecatalogus samengesteld door Mil De Kooning, in de reeks uitgaven van Vlees & Beton (nummer 26-27). De tentoonstelling “Lucien Engels” loopt van 23 november tot 28 januari in deSingel, Desguinlei 25, 2018 Antwerpen (03/248.28.00).