nr193
mei-juni 2018

Freischwebende Intelligenz?

Bestaat er nog een Freischwebende Intelligenz? En als er nog 'vrije intellectuelen' zijn, waar houden ze zich dan op? Deze vragen liggen ten grondslag aan dit nummer, dat je als epiloog bij de twee voorgaande nummers over Dirk Lauwaert kunt lezen.

In de openingstekst toont Rudi Laermans dat de intellectueel 'maatschappelijk passé' is. Laermans vat die 'dood van de intellectueel' op als de ontkoppeling van een aantal eigenschappen van de oude intellectueel, zoals de 'operaties van vrijdenkerij, engagement of kritiek, essayistiek en publieke zichtbaarheid' of van engagement en 'het spreken in naam van de waarheid'. Die ontwikkeling heeft tot een 'post-denken' geleid dat zijn geloofwaardigheid vooral via een 'authentiek spreken' – 'hier sta ik voor', 'dit heb ik meegemaakt’… – moet afdwingen. Brengt dit vaak nog uitstekende essayisten (en overtuigende moralisten) voort, dan ziet Laermans vandaag twee schijnfiguren opdoemen die niets meer met authentieke vrijdenkerij vandoen hebben: de opiniemaker en de radical chic-academicus – respectievelijk een door de media ingehuurde academicus die zich aan de opgelegde formats houdt, en een politiek-correcte 'identiteitsdenker' die zijn 'engagement' louter in peer-reviewed tijdschriften afficheert.

Hans Demeyer heeft nog een recent en authentiek voorbeeld van een vrije intellectueel gevonden: de Britse cultuurtheoreticus Mark Fisher (1968-2017). Er is dus hoop, zou je zeggen, maar Demeyer laat zien hoe zwaar het is om de rol van vrije intellectueel in de eenentwintigste eeuw op zich te nemen. Fisher blijkt een 'precaire arbeider’, een ‘rusteloze zombie’ en een ‘overgestimuleerde slapeloze', die een inkomen bijeenharkt 'door kritisch te schrijven over datgene wat hem onderuithaalt […] en waarvan hij niettemin uitgeput op drift raakt'. Onderhevig aan depressies brengt hij zijn eigen fragiele gestel in de openbaarheid en tracht zo zijn persoonlijke ervaring te objectiveren, in de hoop dat er 'een strijd voor andere […] bestaanscondities [kan] ontstaan'. Die ultieme poging om de relatie tussen 'engagement' en 'waarheidsgedachte' te herstellen, strandt in januari 2017, wanneer Fisher zich van het leven berooft.

Mark Fisher cultiveerde de 'ontsnapping aan [zichzelf] via de kritiek'. De parallel met de analyse van het schrijverschap van Dirk Lauwaert door Bart Verschaffel is frappant. Het naakte leven is onleefbaar, de waarheid onacceptabel, de realiteit onverdraaglijk, ziet de jonge Lauwaert in. Daarom moeten ze een vorm krijgen, omkleed worden met '‘fictie’ – kledij, taal […] beeld, verhaal – […] die de ‘natuur’ vervangt of transformeert'. Die ontsnapping aan het immanente leven is niet zomaar een 'thema' bij Lauwaert, ze vormt de kern van zijn schrijfproject: 'schrijven tot het einde als het ‘vorm’ geven aan het eigen leven, met de tekst als een beeld waarin men tegelijk verschijnt en verdwijnt, zich toont en zich terugtrekt.'

Lauwaert was een meester van de 'korte piste' en van de fragmentaire, gebroken vorm. Eddy Bettens buigt zich over auteurs die dat soort kwaliteiten tot programma maken: schrijvers van boeken die enkel uit notities bestaan. Het zijn 'notitieschrijvers' die met open handen weten te schrijven, aldus Bettens, 'zonder iets te verwachten, zonder macht of ambitie'.

Het nummer bevat ook twee 'losse' teksten. 'Is dit linkse of rechtse kunst, of is deze vraag misplaatst', vraagt Arnold Heumakers zich af terwijl hij door de tentoonstelling Erich Wichman, vrije radicaal in Centraal Museum Utrecht wandelt. Erwin Jans herlas Orientalism (1978) van Edward Said, en raadt hedendaagse diversiteitsdenkers die met dat boek dwepen aan om ook de zwaktes ervan – zoals het schematische en binaire denken waartoe het zich leent – in overweging te nemen.

 

Dit is het laatste nummer dat ik voor De Witte Raaf samenstel. Na dertien jaar hoofdredacteurschap wil ik me meer op eigen projecten toeleggen.

Dirk Pültau

ESSAYS

Postintellectualiteit

Rudi Laermans

Uitgeput op drift

Over Mark Fisher

Hans Demeyer

Verliezen met stijl

Leven en schrijven volgens Dirk Lauwaert

Bart Verschaffel

Woorden in de wind

Notities lezen

Eddy Bettens

De kunst om niet te bevriezen

Erich Wichman tussen avant-garde en fascisme

Arnold Heumakers

Orientalism Now!

Erwin Jans

BESPREKINGEN


beeldende kunst


Unexchangeable

Laurens Otto

Jochen Lempert. Phasmes

Steven Humblet

Dreaming Awake

Laurens M. Besselsen

Jean Brusselmans

Bram Ieven

Raoul Hausmann

Steven Humblet

architectuur


Dissident Gardens

Edo Dijksterhuis

publicaties


ENGLISH SUMMARY


→ read more

Rudi Laermans – Post-intellectuality

Laermans starts with the observation that, as a social figure, the intellectual is 'dead' or non-existent nowadays – as far as intellectuals still exist, they are living as 'ghosts in the catacombs of culture and society'. He goes on to propose the hypothesis that the 'death of the intellectual' is tantamount to the disconnection of several characteristics that used to be unified in this figure: 'free thinking', critical commitment, essay writing and public visibility. According to Laermans a first important rupture in the history of the intellectual occurs when the connection gets lost between commitment and concern about values on the one hand, and the intellectual's 'experience of truth' on the other. He concludes with a discussion of two contemporary 'simulacrum figures' of the intellectual – the radical chic academic and the opinion maker – and relates them to the application of neoliberal logic within the university.

The intellectual – Niklas Luhmann – 'radical chic'

 

Hans Demeyer – Exhaustedly Adrift. On Mark Fisher

 In this essay Hans Demeyer introduces the work of British cultural theorist Mark Fisher (1968-2017). Starting from a characterization of the ‘free intellectual’ as a precarious labourer, for whom work exhausts mental health, it both sketches Fisher’s intellectual biography and covers the dominant preoccupations of his critical production. It discusses his desire to revitalize the ‘popular modernism’ he encountered in his youth, qualifies his practice as blogger and reviewer in terms of ‘structures of feelings’, and traces his leftist political and aesthetic critique of late capitalism. Although Fisher’s work offers an escape from the personal, a final section asks if it allowed for instances of compassion.

cultural theory – Mark Fisher – the Intellectual

 

Bart Verschaffel – Losing with style. Living and writing according to Dirk Lauwaert

Verschaffel characterizes the writing practice of Flemish essay writer Dirk Lauwaert as an existential project: a lifelong attempt to 'lose with style' and to escape from the inability to live. According to Verschaffel, the intense confession of the unliveability of existence is the basis of Lauwaert's critical work. As existence is unliveable, it needs to receive a form (to become liveable). Lauwaert finds these forms in fiction, in the first place film, which is for him the art par excellence that 'shows bodies and looks at bodies, that conceives of hundreds of different ways to express emotions and consciousness in corporeality'. The urge to make (the nakedness of) life liveable also supports Lauwaert's interest in clothing, within film and real life. Writing, for Dirk Lauwaert, was tantamount to giving 'form' to one's own life: his texts were like images in which the writer could appear and disappear, show himself and withdraw.

Dirk Lauwaert (1944-2013) – Essay Writing

 

Eddy Bettens – Words in the wind. Reading notes

Bettens writes about literary 'short forms' and books that consist of nothing more than 'notes' – the classical example being the so-called Waste Books by Georg Christoph Lichtenberg. Authors like Lichtenberg, Sei Shōnagon, Gerhard Amanshauser, Georges Perros… practise a minimalistic, free and almost passive form of writing, that ranges from making notes to writing down quotations or even just highlighting parts of an existing text with lines in the margin. Often these unpretentious 'note books' have something dilettantish about them, but they also possess 'passive virtues' like resignation and reticence. Bettens concludes that these 'note writers' are endowed with the extraordinary capacity for 'writing with an open hand'.

Gerhard Amanshauser – Literature – Notes

 

Arnold Heumakers – The tension between art, politics and life. On Erich Wichman, free radical in Centraal Museum Utrecht

While visiting the exhibition Erich Wichman, free radical in the Centraal Museum Utrecht, Arnold Heumakers found himself asking: is the art of Erich Wichman (1890-1929) 'left' or 'right', or is this question out of place? In this essay, Heumakers explores the biography, writings and art of Wichman, who is known to have been an extreme-right agitator and by some is even considered the first fascist of the Netherlands. He finds that Wichman's writings hardly contain any statements about the social function of art, but at the same time remarks that a certain Nietzschean vitalism links his views on art and politics. Furthermore Heumakers observes that Wichman's 'fascist writings' (mainly Fascism in the Netherlands from 1925) are remarkably unpolitical and that his art can be regarded at most as a mere illustration of his rebellious political ideas.

Art and Fascism – Dutch Art – Erich Wichman (1890-1929) – Fascism

 

Erwin Jans – Orientalism Now!

Forty years ago Edward Said published Orientalism (1978). This book has had an enormous impact on postcolonial theory, literary theory, cultural studies, and oriental studies. It also plays a major role in contemporary discussions on 'whiteness' in the art world. In this article, however, Erwin Jans reminds us of the critical reception of Said's book, mainly from Marxist circles, and Said's response to this critique. Jans concludes that the popularity of Said's book has contributed to the dominance of a binary and schematic way thinking about the self and the other.

Edward Saïd – Postcolonial theory

← back