nr53
januari-februari 1995

Kunstbeleid / Verzamelen

Nu “De Witte Raaf”, met ingang van deze nieuwe jaargang, ook in Nederland ruim verspreid wordt, is een korte omschrijving van de politiek van het tijdschrift aangewezen. Een “Cultureel Ambassadeur” is “De Witte Raaf” niet. “Te gast” wil het tijdschrift in Nederland evenmin zijn. Net als in Vlaanderen wil “De Witte Raaf” een duidelijke plaats verwerven, maar welke?

Het is makkelijk om de positie van het tijdschrift duidelijk te maken aan de hand van deze aflevering. De thematische as betreft het Vlaamse kunstbeleid in het algemeen en de wijze waarop het concreet gestalte kreeg in het verzamelbeleid van het enige museum voor hedendaagse kunst van de Vlaamse Gemeenschap en in het Vlaams aankoopbeleid dat op voorstel van de Vlaamse Commissie voor de Beeldende Kunst gevoerd werd in 1992 en 1993. “De Witte Raaf” plaatst de beeldende kunst in een zo breed mogelijke context, omdat blijkt dat deze keuze tegemoet komt aan wat slechts eufemistisch als een lacune omschreven kan worden. De discussie over het Vlaamse kunst- en (openbare) verzamelbeleid bestaat momenteel enkel uit gemeenplaatsen en cliché-opvattingen. Aan de overheid kan men om te beginnen verwijten dat ze niets doet om het debat te voeden met zinvolle voorbereidende beleidsteksten en beschouwende analyses. Met deze valse noot presenteert “De Witte Raaf” haar eerste visitekaartje aan Nederland. 

In het volgende nummer willen we op beide problematieken - kunstbeleid en verzamelen - verder ingaan, maar dan niet meer vanuit dit exclusief Vlaamse, historische en panoramische vogelperspectief - wat ook de invalshoek is van Steven Jacobs in zijn bespreking van de Kunst- und Wunderkammer - maar van onderuit. Welk spoor trekt een individu tijdens zijn korte, kruipelingse verblijf in dit ondermaanse? De in dit nummer gepubliceerde kalender van de activiteiten van A379089, de “anti-galerie” die in de schaduw van de Wide White Space gedurende een korte maar krachtige periode actief was, is in wezen zo’n descriptief microsociologisch onderzoek.

Verder in dit nummer: Mark Kremer over Jeff Wall, Peter Halley over enkele geschiedenissen van de affecten, Bart Meuleman over het gezin anno 1994 en een perfect in memoriam bij de dood van de Franse cultuurfilosoof Guy Debord, geschreven door Giorgio Agamben naar aanleiding van de publikatie van de Italiaanse vertaling van Debords “Commentaires sur la société du spectacle”, dus lang vóór de dood van de betreurde.

ESSAYS

Een crematorium van soortnamen en vertegenwoordigers

De collectie van het MUHKA

Dirk Pültau

Œuvres reçues

Koen Brams, Ilse Kuijken, Dirk Pültau

Wunderkammer des Abendlandes

De Kunst- en Wunderkammer en het museum: breuken en overgangen

Steven Jacobs

Wonde plekken

Over enkele werken van Jeff Wall

Mark Kremer

BESPREKINGEN


beeldende kunst


Jetztzeit

Etienne Wynants

Blinky Palermo

Etienne Wynants

Allan Sekula

Erik Eelbode

publicaties


← back