nr71
januari-februari 1998

Het kunstenaarschap

Van de Vlaamse werkzoekende schoolverlaters die in juni 1995 afstudeerden, is een jaar later nog één derde van de meisjes, en één vierde van de jongens werkloos. Een dramatische statistiek! Voor het artistieke onderwijs – onze academies, zeg maar –  ziet de situatie er nog ernstiger uit: niet minder dan 41% van de meesters in de kunst zit na één jaar nog steeds zonder werk. Het is blijkbaar niet gemakkelijk om kunstenaar te worden. Terwijl elke nieuwe lichting pas afgestudeerde kunstenaars de weg naar het artistieke succes probeert te effenen, wagen ook talloze ongeschoolde avonturiers hun goed geluk. En waarom niet? Zeg eens eerlijk, wie van ons heeft niet ooit de droom gekoesterd om iets te maken dat iedereen paf zou doen staan? In ieder van ons, toegegeven bij de enen wat meer dan bij de anderen, schuilt toch het verlangen om eens iets echt groots te doen, iets dat heel veel betekenis heeft, op het eerste gezicht totaal onnuttig is, maar uiteindelijk heel veel geld kan opbrengen – kunst dus.

Over de jonge kunstenaar en de speculatieve kanten van het kunstbedrijf hebben we het al in het lang en het breed gehad. Het kunstenaarschap zelf staat nu centraal: hoe reflecteert de kunstenaar over zijn roeping en in hoeverre maakt hij daarbij gebruik van minder of meer retorische trucs? Sven Lütticken gaat op zoek naar de historische wortels van het kunstenaarschap. Zo gauw de kunstenaar de rangen van de ambachtslieden ontstijgt, duiken ook de eerste kunstenaarsmythen op. In de eeuwen die daarop volgen probeert de kunstenaar greep te krijgen op zijn eigen mythe, soms op zeer lucide wijze (Marcel Duchamp), vaak evenwel ook op een ronduit demagogische manier (Joseph Beuys). In de volgende bijdragen wordt nagegaan hoe Thierry De Cordier en Jan Vercruysse in hun kunstpraktijk zelf omgaan met de problematiek van het kunstenaarschap. Frank Vande Veire voerde een lange correspondentie met De Cordier, waarvan hier jammer genoeg alleen Vande Veires ‘helft’ gepubliceerd wordt. Bart Verschaffel behandelt Vercruysses Portretten van de Kunstenaar. “Broodthaers werkt op de Idee van de kunst,” aldus Verschaffel, “Vercruysse, die niet enkel na de Kunstgeschiedenis maar ook na Broodthaers nachlebend kunst maakt, werkt op de Idee van de kunstenaar en diens blik”. De kunst van het kunstenaarschap, daarover handelt het eerste deel van deze aflevering.

Verder in dit nummer: Bernadette Klasen en Rudi Laermans over het project Geheugenverlies. Verantwoordelijkheid en collaboratie. Willy Kessels, fotograaf, Dirk Pültau over de gewijzigde omgang met de 19de-eeuwse kunst, Dirk Lauwaert over mode, een polemische terugblik op de eerste helft van de jaren ’90 door Benjamin Buchloh, en de eerste aflevering van het gloednieuwe feuilleton De lage landen, een stripverhaal.

ESSAYS

De onmisbaarheid van de kunstenaar

Over kunstenaarsmythen en intentieverklaringen

Sven Lütticken

Brieven aan Thierry De Cordier

Frank Vande Veire

Verwijzende beelden

Over Geheugenverlies. Verantwoordelijkheid en collaboratie. Willy Kessels, fotog

Bernadette Klasen

Het moreel en de mode

Dirk Lauwaert

Kritische reflecties

Benjamin H.D. Buchloh

Cathedra

Sven Lütticken

Montevideo/TBA

Sven Lütticken

Canvas

Etienne Wynants

Kunst in openbare gebouwen

Etienne Wynants

Marval

Erik Eelbode

Vlaamse Cultuurprijzen

Etienne Wynants

Wermer Mantz Prijs

Erik Eelbode

Spectrum Prijs

Erik Eelbode

Turner Prize 1997

Etienne Wynants

Joëlle Tuerlinckx

Etienne Wynants

Jean-Luc Moulène

Etienne Wynants

Max Ernst in beeld

Sven Lütticken

Rita McBride

Sven Lütticken

Experiment en ruimte

Sven Lütticken

Zielespiegel

Sven Lütticken

De Vertelling

Sven Lütticken

Docomomo

Etienne Wynants

Peter Callebout

Steven Jacobs

Stedenbouw in Europa

Steven Jacobs

Otto Wagner

Steven Jacobs

Sally Man, Jan Locus

Christoph Ruys

Joel-Peter Witkin

Erik Eelbode

Allan Sekula

Sven Lütticken

Claude Cahun

Erik Eelbode

August Kotzsch

Erik Eelbode

Bruce Weber

Erik Eelbode

Telex: Iran

Erik Eelbode
← back