width and height should be displayed here dynamically

Nieuwe publicaties (25)

• Peter Downsbrough. Now. Rennes: Editions Incertain Sens / Châteaugiron: Frac Bretagne, september 2010. 32 blz. 1000 ex. ISBN 2-914291-39-6

In 1986 had Peter Downsbrough een tentoonstelling in de Wladyslaw Strzeminski Academy of Fine Arts and Design in Lodz (Polen). Voor die gelegenheid produceerde hij het kunstenaarsboek Now. De plaatselijke censuuragent gaf slechts toestemming tot het drukken van 49 exemplaren voor intern gebruik. Maciej Nowakowski drukte toen het boekje in zijn zeefdrukstudio, maar door technische mankementen haalden maar drie exemplaren de eindstreep. Deze nieuwe uitgave is gedrukt in offset. Peter Downsbrough behandelt de pagina’s in zijn typisch minimalistisch idioom. Met enkele korte woorden, gecombineerd met horizontale en vertikale lijnen, speelt hij een spel waarvan de spelregels verborgen blijven. Woorden worden in twee gesneden, gekanteld of gefragmenteerd. Lijnen verschijnen steeds in andere verhoudingen en oranjekleurige banden verplaatsen zich afwisselend langs de horizontale of vertikale rand van de pagina. Tegelijkertijd zijn er op inhoudelijk niveau onverwachte betekenisverschuivingen door het gemengd gebruik van Engelse en Poolse woorden. Maar een verklarend woordenlijstje op de achterflap is verhelderend.

 

Olivier Foulon. The Soliloquy of the Broom. Brussel: Gevaert Editions / Amsterdam: If I Can’t Dance, I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution, oktober 2010. 68 blz. 500 ex. ISBN 978-2-930619-00-2

Dit kunstenaarsboekje met een mysterieuze titel bevat twee teksten. De eerste is een transcriptie van een gesprek dat Olivier Foulon in 2008 voerde met de Duitse kunstenaar Michael Krebber. Het belangrijkste thema is de betekenis van origineel en kopie, waarbij voortdurend wordt verwezen naar kunstwerken van Gustave Courbet en Marcel Broodthaers. Het gesprek is gevoerd in het Engels, een taal die geen van beide kunstenaars beheersen. De nauwkeurige transcriptie bevat alle stunteligheden en misverstanden eigen aan zulke conversatie. De drie delen van het gesprek hebben als titel: Disc 1 Track 8, Disc 1 Track 9 en Disc 2 Track 1. Zo begrijpt de lezer dat dit moeizame gesprek hem via verschillende reproductietechnieken bereikt: een gedrukte transcriptie van een digitale opname van een gesprek gevoerd in een taal die de sprekers vreemd is. De cover van deze publicatie is gedrukt over een facsimile van de uitnodiging die Olivier Foulon gebruikte voor zijn tentoonstelling in de Kölnischer Kunstverein in 2008. Deze uitnodiging is op zijn beurt gedrukt over de reproductie van de cover van een boek uit de jaren 60 van een zekere Hunter Diack, Study-The Easy Way. Het leidt geen twijfel dat hiermee verwezen wordt naar de uitnodigingen bij de eerste tentoonstelling van Marcel Broodthaers uit 1964 die gedrukt waren op diverse tijdschriftpagina’s: ‘Moi aussi, je me suis demandé si je ne pouvais pas vendre…’. De inhoud en de vorm van deze nieuwe publicatie vallen mooi samen: ze verwijzen beide naar het hergebruik van taal en beeld. Om die reden vermoed ik trouwens dat dit boekje ook nog eens gedrukt is op gerecycleerd papier. De tweede, Franse tekst (3 blz.) is geschreven door Olivier Foulon en is getiteld La vague. In deze gefragmenteerde tekst wordt opnieuw verwezen naar Marcel Broodthaers en Gustave Courbet.

 

Sophie Nys. Au Pilori. [Brussel]: Grotto Publications, oktober 2010. 80 blz. 80 afb. 250 ex.

Naar aanleiding van de solotentoonstelling The Drunkard’s Cloak in Antwerpen (Objectif Exhibitions van 4 september tot 6 november 2010) verscheen dit kunstenaarsboek van Sophie Nys. De publicatie bevat 80 zwart-witfoto’s die de kunstenares zelf nam van evenveel verschillende schandpalen of resten ervan die nog te vinden zijn in Vlaanderen. De presentatie is zuiver visueel; er is dus geen enkele informatie te vinden over de plaats of de geschiedenis van de schandpalen. Alleen op de cover van de publicatie is een tekst afgedrukt over de algemene geschiedenis (en het gebruik) van de schandpaal in de Zuidelijke Nederlanden van de middeleeuwen tot de 19de eeuw. Tijdens de tentoonstelling waren deze 80 beelden te zien in een diavoorstelling. Door het ontbreken van commentaar krijgt de (anonieme) omgeving waarin de schandpalen staan extra aandacht. De wisselende urbanistische (en niet-urbanistische) taferelen worden bijna even intrigerend als de schandpalen zelf.

 

Emmett Williams. Sweethearts. Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2010. 226 blz. ISBN 978-3-86560-810-9

Deze erotische dichtbundel is een heruitgave van een klassieker uit de korte geschiedenis van de concrete poëzie. Het boek verscheen voor het eerst in 1967, zowel in de Verenigde Staten (New York: Something Else Press) als in Duitsland (Stuttgart: Editions Hansjörg Mayer). De cyclus gedichten maakt enkel gebruik van de 11 letters van het woord sweethearts. Op elke pagina worden, binnen een vooraf vastgelegd raster, nieuwe woorden en betekenissen samengesteld (bijvoorbeeld: ‘as he heats her teats’). Tegelijkertijd worden de letters en woorden zodanig geschikt dat de dichtbundel ook werkt als een flip book. Door dit eenvoudig cinematografisch effect kan de goede lezer (kijker) enkele  erotische bewegingen ontdekken. Deze heruitgave is gebaseerd op de editie van Something Else Press met op de cover een afbeelding van Coeurs Volants van Marcel Duchamp. Emmett Williams (1925-2007) was niet alleen dichter, maar is ook bekend als Fluxuspionier.

 

[Urs Lehni]. [Xerox Book]. [Birmingham]: [East Side Projects], [2010].

In 1968 organiseerde Seth Siegelaub in New York een tentoonstelling met 7 conceptuele kunstenaars. Elke kunstenaar kon beschikken over de erg specifieke ruimte van 25 boekpagina’s. Siegelaub vroeg de kunstenaars ook om enkel gebruik te maken van de fotokopieertechniek. De 7 x 25 kopieën werden gebundeld en uiteindelijk gedrukt in offset op 1000 exemplaren. Later kreeg het boek toch de titel Xerox Book mee. Ondertussen is dit werk een mijlpaal in de geschiedenis van het kunstenaarsboek. De Zwitser Urs Lehni produceerde onlangs een bootleg van dit conceptuele boek op honderd exemplaren. Hiervoor fotokopieerde hij opnieuw de originele offsetversie. Het is een perfecte replica; er is geen enkele extra informatie toegevoegd, waardoor de bootleg er bedrieglijk origineel uitziet. De bootleg verraadt zich enkel door de frisheid van het papier en de iets waziger kwaliteit van de kopies, die immers zelf op kopies teruggaan. Lehni’s curiositeit is niet te koop, maar kan enkel verkregen worden in ruil voor een boek van een van de 7 kunstenaars (Andre, Barry, Huebler, Kosuth, LeWitt, Morris of Weiner) of een willekeurig boek uitgegeven in 1968.

 


De laatste jaren verschijnen regelmatig varianten op de kunstenaarsboeken van Edward Ruscha. Vooral Twentysix Gasoline Stations (1963), dat beschouwd wordt als het eerste moderne kunstenaarsboek, is dikwijls het uitgangspunt van deze artistieke toeëigeningen. Wellicht is het boekje Thirtysix Fire Stations (2003) van de Franse kunstenaar Yann Sérandour het vroegste voorbeeld in dit genre. Hierna volgt een selectie van enkele recent verschenen Ruscha-varianten.

 

Bill Daniel. Dead Gas Stations. New York: The Holster, 2010. 12 blz. 9 afb. print-on-demand-edition, 50 ex.

De Amerikaanse kunstenaar en filmmaker Bill Daniel (Dallas, °1959) is vooral bekend als fotograaf van de eerste punkgeneratie in Austin (Texas) tijdens de vroege jaren 80. Nu slaagt hij erin om met deze publicatie de preconceptuele popartstijl van Edward Ruscha te herwerken tot een neopunk-schotschrift. Het typische,  gekleurde, vette lettertype op Ruscha’s boekcover van Twentysix Gasoline Stations is hier vervangen door magere, zwarte, schreefloze letters op bruin papier. Het dunne boekje bevat uitsluitend foto’s van verlaten en vervallen tankstations. Het wordt met een laserprinter geproduceerd in een oplage van 50 exemplaren en verkocht voor het schamele bedrag van $3. Bij het bladeren komt onmiddellijk de rauwe punkethiek naar boven drijven met slogans als no future! en do it yourself!

 

Eric Doeringer. Real Estate Opportunities. 2009. 48 blz. 25 afb.

In 1970 publiceerde Ed Ruscha Real Estate Opportunities. Dit kunstenaarsboek bevat 25 zwart-witfoto’s (snapshots) van bouwgronden in de omgeving van Los Angeles die toen te koop stonden. De Amerikaanse kunstenaar Eric Doeringer heeft de 25 locaties opnieuw bezocht en gefotografeerd. De vormgeving is identiek aan Ruscha’s boek, enkel de foto’s zijn vervangen door nieuwe opnames. Ze reveleren wat er in de afgelopen 39 jaar is gebeurd met de braakliggende percelen. Eric Doeringer hernam in 2009 op dezelfde wijze Ruscha’s boek Some Los Angeles Apartments (1965).

 

Michael Maranda. Twentysix Gasoline Stations, 2.0. Toronto: Parasitic Ventures Press, 2010. ISBN 978-0981326306

Michael Maranda reconstrueert Twentysix Gasoline Stations met beelden die hij op het internet vond. Deze gegoogelde selectie laat een rijke variatie aan beeldkwaliteiten zien. Het boekje eindigt met een laconieke mededeling: Absolutely no effort has been made to secure permission for use of any images within this book.