NIEUWSBERICHTEN



Luuk Vulkers ontvangt Prijs Jonge Kunstkritiek - essay

Woensdag 16 december werden de winnaars van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2020 bekendgemaakt. De hoofdprijs in de categorie essay ging naar Luuk Vulkers voor zijn tekst ‘Beschermengel incognito’, die de vorm van een reisverslag heeft en waarin de sculptuur Frankfurter Engel van Rosemarie Trockel centraal staat. Vulkers vraagt zich af of er nog een toekomst is voor het fysieke, statische monument-als-symbool. Aan de prijs is onder meer een som van 3.000 euro verbonden en een jaar begeleiding door een mentor. Andere genomineerden in deze categorie waren Zippora Elders en Claire van der Mee. De hoofdprijs voor een recensie ging naar Esmee Postma voor haar bespreking van De Migrant van Anaïs López (De Witte Raaf nr. 208), een multimediale tentoonstelling in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Dagmar Dirkx en Nadia de Vries ontvingen voor hun recensie de basisprijs. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek is een tweejaarlijks initiatief van Mondriaan Fonds, De Appel, Kunstinstituut Melly, Stedelijk Museum Amsterdam, M HKA, Van Abbemuseum, De Brakke Grond, Mu.ZEE, Z33 en Museum M. (jongekunstkritiek.net)

Mu.ZEE gaat half jaar dicht

Na het plotse vertrek van directeur Philip Van den Bossche in 2019 blijkt voor Mu.ZEE in Oostende het moment aangebroken om het beleid aan te passen. De coronamaanden hebben het museum de kans geboden om de kelder op te ruimen en een aantal reflectiedagen in te lassen. Daaruit is naar eigen zeggen de nood ontstaan om een nieuw verhaal te schrijven dat 'recht doet aan de eigenheid van het museum en de collectie'. 2021 moet een kanteljaar worden en de tijd van de sluiting zal gebruikt worden voor een hernieuwde focus op de kerntaak en missie, namelijk het tonen van kunst uit België tussen 1880 en nu. Op de eerste en tweede verdieping zal de collectie centraal staan, in een compleet herdachte scenografie. Het mandaat van Dominique Savelkoul, die vorig jaar werd aangesteld als waarnemend directeur, wordt met anderhalf jaar verlengd. Zij wilde met de vernieuwingsoperatie niet wachten tot na de grote verbouwingen in 2024. Het museum zal op 1 juni weer opengaan. (muzee.be)

Gemeente Rotterdam verlaagt subsidie voor Boijmans Van Beuningen

De gemeenteraad van Rotterdam confronteert Museum Boijmans Van Beuningen met een structurele jaarlijkse bezuiniging van 400.000 euro, en volgt daarmee het advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC). Het museum hoort tot de zogenaamde RCB-instellingen die een 'instellingsoverstijgende taak krijgen op grond van hun strategische positie voor de stad'. Zij dragen verantwoordelijkheid voor de Rotterdamse cultuursector als geheel en de ontwikkeling van talent in de stad, en moeten zich opstellen als strategische partner. De RRKC oordeelt dat het museum deze rol zonder overtuiging vervult en vooral oog heeft voor de eigen activiteiten, met name op het vlak van talentontwikkeling en interconnectiviteit schiet het tekort. Daarnaast wordt van het museum verwacht meer eigen inkomsten te genereren door sponsoring, door tentoonstellingen in het buitenland duurder te verkopen en door meer huurders te zoeken voor het nieuwe depot. De korting is volgens RRKC nodig omdat het museum 'een prikkel nodig heeft om een andere visie te ontwikkelen op zijn rol in de stad'. In een reactie weerlegt het museum punt voor punt de kritiek en wijst erop dat de beleidskeuzes die nu bekritiseerd worden eerder door de gemeente werden ondersteund. Door de verbouwing en de sluiting van het museum zijn er geen reguliere publieksinkomsten en werd de personele omvang sinds 2019 reeds met 36 fte's verminderd. Door de bezuiniging zal het aantal medewerkers uiteindelijk binnen ruim een jaar zelfs gehalveerd zijn. (boijmans.nl, rrkc.nl)

Mondriaan Fonds ondersteunt 183 musea met coronacompensatie

In Nederland zijn de bezoekcijfers van musea in 2020 gemiddeld met 65 procent gedaald. In totaal waren de musea 3,5 maand gesloten. Die in de Randstad zijn het zwaarst getroffen, en met name in Amsterdam. Het Mondriaan Fonds biedt binnen het kader van de 'Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector covid-19' financiële steun aan 183 musea. Er wordt een bedrag van 17 miljoen euro besteed, verdeeld in verhouding tot het gemiddeld aantal betalende bezoekers in 2017 en 2018. De compensatieregeling voor musea is onderdeel van een breder steunpakket voor de gehele sector beeldende kunst en erfgoed. (mondriaanfonds.nl)

S.M.A.K. stelt alternatief ontwerp voor nieuw museum voor

Terwijl in maart vorig jaar de plannen voor een nieuwbouw voor het Antwerpse museum M HKA de koelkast in gingen, presenteerde het Gentse S.M.A.K. in november het project Le Musée et son Double waarmee het naar eigen zeggen een publiek debat wil stimuleren over een mogelijke uitbreiding. Het museumgebouw kampt sinds geruime tijd met klimatisatieproblemen waardoor tijdelijke tentoonstellingen in het gedrang komen en de collectie niet volgens de normen kan worden geconserveerd. In 2017 bestelde het stadsbestuur een studie bij OYO Architects dat drie opties voorstelde. Een verdubbeling van de oppervlakte die in de plannen werd voorzien, zou het museum de mogelijkheid bieden om naast tentoonstellingen ook een volwaardige collectiepresentatie te organiseren. Dat het S.M.A.K. nu uitpakt met een eigen ontwerpvoorstel in samenwerking met het bureau CRIT. van voormalig Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen is opmerkelijk. Mogelijk vreest het museum dat het onvoldoende zijn stempel kan drukken op het complexe dossier van de Citadelparksite. Het stadsbestuur had pas bekendgemaakt dat het team rond 51N4E en NU Architectuuratelier de Open Oproep had gewonnen voor de renovatie van het Internationaal Congrescentrum en een masterplan voor het aanpalende Floraliënpaleis, twee buren van het S.M.A.K. Ook het team CRIT. / Lacaton-Vassal had meegedongen, en had bovendien een intensief gesprek gevoerd met museumdirecteur Philippe Van Cauteren, hoewel het S.M.A.K. in de projectdefinitie amper ter sprake was gebracht. Ongetwijfeld ziet het museum de voorwaarden voor een nieuwe huisvesting beter vervuld worden door de ideeën van CRIT. / Lacaton-Vassal, want Le Musée et son Double (de titel is een verwijzing naar een werk in de collectie van Daniel Buren, Le Décor et son Double) is gebaseerd op het ontwerp van de Open Oproep. De Floraliënhal wordt aan beide kanten geflankeerd door een identiek kopgebouw, een voor de collectie en een voor tijdelijke tentoonstellingen, dat lijkt op het huidige. Het depot komt in een nieuwe verdieping die onder de grote hal wordt gegraven. (OYO Architects had al gewezen op de voordelen van een ondergrondse verdieping met betrekking tot klimaatregeling.) Het stadsbestuur maakt geen probleem van het initiatief. Het ziet het project niet als een uitgewerkt plan, maar als een idee dat tot nadenken stemt. (smak.be, a-plus.be)

Amsterdams architectuurmuseum Het Schip bedreigd

Het voortbestaan van het Amsterdamse museum Het Schip wordt bedreigd door het wegvallen van subsidie. Het museum is gewijd aan de Amsterdamse School en bevindt zich in het gerestaureerde volkswoningbouwcomplex Het Schip uit 1919, een ontwerp van Michel de Klerk. Ondanks een goede beoordeling door het Amsterdams Fonds voor de Kunst krijgt het museum bijna 150.000 euro minder. Dat is een derde van de exploitatiebegroting en het brengt de werking fundamenteel in het gedrang. Het museum heeft een steunbrief van de Getty Foundation gepubliceerd en is een petitie gestart om de Amsterdamse politiek alsnog te overtuigen de korting terug te draaien. (hetschip.nl)

Kunstwerk David Lamelas bedreigd door renovatie KMSKA

De heropening van het Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) was oorspronkelijk voorzien in 2017, maar de renovatie die in 2011 van start ging verloopt moeizaam en stootte op onvoorziene problemen. Opmerkelijk genoeg kwam men pas in 2018 tot de vaststelling dat het werk Quand le ciel bas et lourd van de Argentijnse kunstenaar David Lamelas een obstakel vormt voor de nieuwe ingang die aan de zijkant van het gebouw is voorzien. De sculptuur maakte in 1992 deel uit van de tentoonstelling America. Bride of the Sun: 500 Years Latin-America and the Low Countries in het KMSKA. Onder een hellend, trapezoïdaal stalen dak werden drie rijen van acht bomen geplant, die de structuur overgroeiden – enkele stierven af en lieten een leegte achter. Het werk zou een reflectie bieden op de relatie tussen natuur en de industriële samenleving, maar (in relatie met het museumgebouw) ook op postkoloniale vraagstukken omtrent onderdrukking, vrijheidsstrijd en censuur. Benjamin Buchloh verwerpt deze metaforische lezing in een essay speciaal aan het werk gewijd. Volgens hem is het zowel een kritiek op het sculpturale paradigma van de eenvoud van het natuurlijke, universeel aanwezige materiaal, als op de retoriek van grootschalige sitespecifieke installaties, geproduceerd met indrukwekkende industriële middelen in de openbare ruimte. Lamelas heeft in 2011 het werk aan het M HKA geschonken, op vraag van het museum, in de veronderstelling dat de conservatie ervan als onderdeel van een publieke collectie gegarandeerd zou zijn. Het M HKA heeft voorgesteld om Quand le ciel bas et lourd op een andere plek opnieuw op te richten. Lamelas stemt daarmee in zolang het naast het museumgebouw blijft staan omwille van de interactie. De kosten voor een verplaatsing zijn niet voorzien in het budget van de renovatie van het KMSKA, en de Vlaamse overheid komt niet over de brug met extra geld. De kunstenaar en zijn Belgische vertegenwoordiger Jan Mot vinden het de evidente rol van M HKA-directeur Bart De Baere om Vlaams minister-president Jan Jambon te wijzen op zijn verantwoordelijkheid, De Baere bepleit echter om de ingreep te bekostigen door privéfinanciering. (janmot.com, muhka.be)

Nederlandse kunstwereld in beroering door beschuldigingen van seksueel geweld.

Op 30 oktober publiceerde NRC een uitgebreid artikel waarin bericht wordt over het gewelddadige en seksueel grensoverschrijdende gedrag van een succesvolle Nederlandse kunstenaar. Aan het stuk ging langdurig onderzoekswerk vooraf. De beschuldigingen tegen de man omspannen een periode van zeker veertien jaar. In een afweging van zijn privacy tegen het publieke belang besloten de journalisten de naam van de betreffende kunstenaar niet geheim te houden. Uit het artikel blijkt dat slachtoffers die bij de politie aanklopten amper of geen gehoor kregen. Ook binnen de kunstwereld is er kritiek dat op meldingen door (ouders van) slachtoffers te passief gereageerd is en klinkt de vraag of een betrokken opleiding, galerie of museum daardoor medeverantwoordelijk is. Voor ongewenste omgangsvormen in de culturele sector bestaat het meldpunt Mores, dat weliswaar opgericht werd door de podiumkunsten-, film- en televisiesector, waar het probleem tot voor kort urgenter leek. (nrc.nl, mores.online)

S.M.A.K. zet samenwerking CC Strombeek stop

Het Gentse S.M.A.K. heeft het project Museumcultuur Strombeek Gent, een samenwerking met het cultuurcentrum Strombeek Grimbergen, eenzijdig opgezegd. Het museum heeft die beslissing genomen nadat curator Luk Lambrecht werd ontslagen. Lambrecht was sinds 1999 verantwoordelijk voor de tentoonstellingen in het cultuurcentrum, en mede-initiatiefnemer van het samenwerkingsproject. Het bestuur zou Lambrecht om ‘persoonlijke redenen’ ontslagen hebben, maar er waren ontegensprekelijk meningsverschillen over het te volgen beleid, zo valt op de nieuwssite Apache te lezen. CC Strombeek staat bekend om zijn gedurfde programmering van (internationale) hedendaagse kunst die volgens sommigen eerder in een museum thuishoort. Lambrecht werkte vanuit de overtuiging dat kunst niet elitair is, maar elitair wordt gehouden. Rudi Laermans vroeg zich in een opiniestuk in De Standaard af of de cultuurcentra 'parochiezalen nieuwe stijl' dreigen te worden. Met het aflopen van het samenwerkingsproject verliest CC Strombeek de bijhorende subsidie van de Vlaamse Gemeenschap en moet het alle bruiklenen terugbezorgen aan het S.M.A.K. De toekomst voor hedendaagse beeldende kunst in het cultuurcentrum lijkt onzeker. (apache.be, ccstrombeek.be, smak.be)

Minister van Cultuur Jan Jambon voorziet relanceplan

Eind oktober maakte Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon een relanceplan voor cultuur bekend waarvoor 160 miljoen euro wordt vrijgemaakt. Een groot deel, 100 miljoen euro, gaat naar culturele infrastructuur, onder meer naar een nieuwe museumsite voor Musea Brugge, de kunst- en tentoonstellingssite Groeningeabdij Kortrijk, en naar nieuwe huisvesting voor het Vlaams Architectuurinstituut. Verder worden de projectsubsidies voor individuele kunstenaars en kleinere organisaties, in reactie op de protesten vorig najaar, structureel opgetrokken tot het oorspronkelijke budget van 9 miljoen euro per jaar. Volgens de minister trekt een goede infrastructuur mensen aan en stimuleert deze investering het culturele leven in het algemeen. De crisiscel cultuur, die in augustus door de culturele sector werd opgericht om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen, reageert met ongeloof op het feit dat er zoveel geld naar 'bakstenen' gaat. Investeren in infrastructuur is zinvol, maar kan op dit moment niet voor relance zorgen. Daarvoor is allereerst een investering nodig die de vele spelers in de sector helpt om de crisis te boven te komen, stelt woordvoerder Tom Kestens.

Sandra Kisters ontvangt Karel van Manderprijs

De Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici (VNK) heeft de Karel van Manderprijs, de belangrijkste kunsthistorische prijs van Nederland, toegekend aan Sandra Kisters voor haar publicatie The Lure of the Biographical. On the (Self-)Representation of Modern Artists (besproken in De Witte Raaf nr. 196). Kisters laat aan de hand van drie beroemde kunstenaars zien welke mechanismen en strategieën een rol spelen bij het tot stand brengen van een imago. Ze bestudeerde hoe de Franse beeldhouwer Auguste Rodin, de Amerikaanse schilder Georgia O’Keeffe en de Britse schilder Francis Bacon hun persoonlijke geschiedenis gebruikten om bekendheid te verwerven en invloed uit te oefenen op de interpretatie van hun werk. De Karel van Manderprijs wordt sinds 1958 jaarlijks uitgereikt door de Vereniging van Nederlandse Kunsthistorici en bestaat uit 1500 euro en een trofee. (kunsthistorici.nl)

Amsterdamse kunstpodia klagen onzekere positie aan

Op 21 oktober verscheen in NRC een artikel waarin een aantal vertegenwoordigers van Amsterdamse kunstpodia de alarmbel luidt. De stad zou voor de beeldende kunst steeds minder aantrekkelijk zijn, ondanks de nog steeds succesvolle postacademische kunstopleidingen aan de Rijksakademie, De Ateliers en het Sandberg Instituut. Er is uiteraard al jarenlang de tanende positie van het Stedelijk Museum, maar door een falend beleid krijgt ook het zogeheten 'middenveld' het moeilijk en is er voor beeldend kunstenaars steeds minder betaalbare woon- en atelierruimte beschikbaar. Vele jonge kunstenaars zouden daardoor na enkele jaren de stad verlaten. Kunstpodia ondervinden eveneens de gevolgen van onzekere huisvesting. Het zoeken naar ruimte verlamt voor een deel de uitvoer van de eigenlijke taken, onder meer om jonge kunstenaars met vaak experimenteel werk een platform te bieden. De kunstpodia kunnen die impuls tot vernieuwing, die volgens hen de algemene kwaliteit en dynamiek van het veld mee bepaalt, enkel garanderen als ze daarvoor voldoende financieel ondersteund worden. Structurele subsidies op langere termijn, drie à vier jaar, zijn schaars. Beeldende kunst komt er in vergelijking met podiumkunsten bekaaid van af. Onlangs verloor de presentatieruimte W139, die reeds veertig jaar in het centrum van de stad actief is, haar subsidie van meer dan 300.000 euro bij het Amsterdams fonds voor de kunst. De beoordelingscommissie stelt dat de instelling te zeer op een ingewijd publiek gericht is, er een klassiek idee van de vrije kunsten op nahoudt dat een nostalgische indruk wekt, zich te weinig verhoudt tot het lokale stadsweefsel en onvoldoende inclusief is. Het wegvallen van de stadsfinanciering zou voor W139 samen met de gevolgen van de coronacrisis fataal zijn. (amsterdamsfondsvoordekunst.nl, nrc.nl, w139.nl)

Kunstinstituut Melly roept nieuwe prijzen in het leven.

Vanaf 27 januari zal Witte de With Center for Contemporary Art van naam veranderen en Kunstinstituut Melly heten. Het instituut wil niet langer geassocieerd worden met een naam die samenhangt met de koloniale tijd en zijn excessen. Kunstinstituut Melly stelt artistieke innovatie en betrokkenheid van het publiek voorop. In dat kader kunnen ook de prijzen begrepen worden die het instituut in het leven roept. De Berry Koedam Award erkent beeldmakers die het werk van kunstenaars, kunstenaarsgemeenschappen, kunstinstellingen, en -evenementen documenteren en zichtbaar maken, en daarmee een goed tijdsbeeld vast weten te leggen. Dustin Thierry is de eerste laureaat met zijn fotoserie Opulence die de ballroomscene in Amsterdam en andere steden documenteert. De Maker achter de Maker Award zet de prestatie van een ambachtspersoon in het licht die door een beeldend kunstenaar werd ingeschakeld om haar of zijn werk te kunnen verwezenlijken. De Visionary Award is bestemd voor een persoon die vorm geeft aan het culturele landschap van Rotterdam. Een potentiële winnaar wordt omschreven als 'een daadkrachtig persoon met een briljante visie die gedurende een periode van ten minste vijf jaar een positieve bijdrage heeft geleverd aan de artistieke gemeenschap'. Aan elke prijs hangt een bedrag van vijfduizend euro. (fkawdw.nl)