NIEUWSBERICHTEN



Caermersklooster gaat met Huts op zoek naar Vlaamse wortels

In samenwerking met de Vlaamse superondernemer Fernand Huts (Katoen Natie) presenteert het Provinciaal Cultuurcentrum Caermersklooster in Gent een tweede tentoonstelling waarbij de kunstgeschiedenis op uiterst eenzijdige wijze wordt herschreven in functie van een ideologisch programma. De eerste tentoonstelling, Voor God en Geld – Gouden Tijden van de Zuidelijke Nederlanden, wilde de bezoeker ervan overtuigen dat ondernemingslust het ultieme doel van de mensheid is en dat middeleeuws Vlaanderen historisch gezien de bakermat is van dit (neo)liberale geloof. In zijn bespreking op dereactor.org van het bijhorende boek, met als auteurs kunsthistorica en curator prof. dr. Katharina Van Cauteren en Fernand Huts zelf, analyseerde Marc De Kesel de bedenkelijke theses van de auteurs. ‘Het kapitalisme is geen uitvinding van de middeleeuwse Vlaamse en Brabantse steden’, zo corrigeert hij. Er is in die context hooguit sprake van een markteconomie die zich tegelijkertijd, of iets vroeger, overigens ook ontwikkelde in Italiaanse steden, en die bovendien deels terugging op de pas ontdekte stedelijke cultuur uit de Oriënt. Deze markteconomie zou pas in de zeventiende eeuw aanleiding geven tot een eerste vorm van kapitalisme doordat winst om religieuze redenen voor niets anders meer kon worden gebruikt dan voor het kapitaliseren van zichzelf. De Kesel vergelijkt de ideologische verdraaiing door Van Cauteren en Huts met het schaamteloos herschrijven van de geschiedenis in de voormalige Sovjet-Unie.

Het Caermersklooster bewijst met de nu lopende tentoonstelling OER dat het nog veel erger kan. Opnieuw slagen Huts en Van Cauteren erin om een prachtige selectie werken (voornamelijk uit privéverzamelingen) bij elkaar te plaatsen en ze in dienst te stellen van een nationalistisch identiteitsdiscours. De ondertitel De wortels van Vlaanderen laat over de inzet geen twijfel bestaan: ‘OER gaat ook over vandaag, en over wie wij als Vlamingen zijn.’ De tentoonstelling spits zich toe op wat ze als een kantelmoment beschouwt in de Vlaamse kunstgeschiedenis, en dat situeert zich ergens tussen 1880 en 1930. Ergens in die periode zijn de ware wortels van de regio bedekt geraakt onder de smerige laag van de industrialisering. Gelukkig zijn er de schilders aan de Leie, die de decadente stad laten voor wat ze is en zich op de ware aard van het Vlaamse volk concentreren: ‘In hun schilderijen, beelden en tekeningen zweemt een soort collectieve essentie van wat Vlaanderen is. Een monumentale, complexloze en vaak bijna spirituele ode aan de streek en haar bewoners.’ Uiteraard hangt dat allemaal samen met de ‘malse Vlaamse boerengrond’: ‘Wie in eenzelfde uithoek van de wereld woont, deelt nu eenmaal vaak gelijkaardige idealen, normen en waarden.’ En als onze kunstenaars dan toch eens in het buitenland terechtkomen (het kantelmoment?) ‘en voeling krijgen met wat internationaal beweegt op de artistieke scène’, geen nood: de volksvreemde avant-garde wordt door hen gecorrigeerd tot een oer-Vlaamse versie ervan. Hoe flutterig het persmapje ook, je kan er eindeloos fragmenten van een nationalistisch ‘clichédenken’ uit blijven citeren; en als je er niet genoeg van hebt, in de catalogus loopt het gewoon voort.

Het is zeker niet de eerste keer dat het Vlaamse expressionisme ingeschakeld wordt in een bloed-en-bodemdiscours – tot enkele decennia geleden gebeurde dat zelfs voortdurend. Nog in 1981, ter gelegenheid van een tentoonstelling in Lyon, zag de toenmalige cultuurminister Rika De Backer-Van Ocken de identiteit van het Vlaamse volk in het expressionisme gereflecteerd: ‘Dans l’expressionisme l’on retrouve la relation du peuple flamand avec la terre et la simplicité avec laquelle le peuple vit les mystères de l’amour, de la fertilité et de la mort.’ (zie hierover De mythologisering van de Belgische kunst door Koen Brams en Dirk Pültau in De Witte Raaf nr. 113, januari-februari 2005). Onthutsend is evenwel dat dit discours vandaag weer de kop opsteekt, terwijl er al geruime tijd onderzoek beschikbaar is dat de idee van een authentiek en zuiver Vlaams expressionisme op doeltreffende wijze onderuithaalt – een mijlpaal was op dat punt de tentoonstelling Vlaams expressionisme in Europese context 1900-1930 die in 1990 onder leiding van Robert Hoozee plaatsvond in het Museum voor Schone Kunsten (Gent).

Zoals ook De Kesel in zijn bespreking opmerkt, kan je de hobbyist Huts amper ten laste leggen dat hij zijn kapitaal en zijn contacten aanwendt om een simplistische nationalistische ideologie te verkondigen, ook al doet hij veel kunst en kunstenaars er oneer mee aan. Dat vele min of meer bekende Vlamingen in de catalogus mee willen werken aan dat verhaal, is uiteindelijk hun persoonlijke verantwoordelijkheid. Dat een openbare instelling zich in dat programma laat inschakelen is, zoals door velen al werd opgemerkt, daarentegen uiterst bedenkelijk. En dat kunsthistorici als prof. dr. Katharina Van Cauteren kritiekloos meestappen in het ‘Hutsdiscours’ gaat zonder meer tegen elke wetenschappelijke deontologie en integriteit in. Je zou je bijna gaan afvragen of het niet tijd is om een Orde der kunsthistorici op te richten. (caermersklooster.be)

Commotie rond toegekende werkingssubsidies 2016

Bij de verdeling in 2016 van de werkingssubsidies was het beleid van cultuurminister Sven Gatz erop gericht om het aantal spelers in het culturele veld te beperken. Met het beschikbare budget zou hij dan een kwalitatieve werking kunnen garanderen van die instellingen die goed uit de beoordeling kwamen. Dat de subsidiënt kwaliteitseisen stelt en de gesubsidieerde op basis daarvan afrekent, lijkt vanzelfsprekend. Het systematisch schrappen van elke subsidie voor instellingen die niet goed uit de beoordeling komen, was echter nooit eerder gezien en getuigde van een doortastend optreden, en eigenlijk ook van politieke moed. De doorlichting van de zakelijke werking van elke instelling gebeurde daarbij door de Vlaamse administratie cultuur, die van de inhoudelijke werking door een, zogenaamd, onafhankelijke commissie van, zogenaamde, experten. Het zwaartepunt in de eindbeoordeling lag op de inhoudelijke score. Het hoeft geen betoog dat er bij een dergelijke procedure instellingen uit de boot vallen die zich, zeker niet altijd onterecht, onheus behandeld voelen. Een aantal daarvan is ondertussen naar de Raad van State getrokken om de beslissing van de minister aan te vechten. Elke instelling die wel een werkingssubsidie werd toegekend, is hiervan op de hoogte gebracht, met per dossier een aangetekend schrijven. (Dit betekent dat er naar de 207 gesubsidieerde instellingen in totaal 828 dossiers per aangetekende zending werden verzonden – bij ruwe schatting een stapel papier van vier meter hoog.) In een opmerkelijke mail, uitgaande van de administratie cultuur, worden die instellingen er bovendien op gewezen dat de Raad van State een uitspraak moet doen over de ‘vorderingen tot nietigverklaring’. Waarop wordt gesteld: ‘Indien het [ministerieel] besluit vernietigd zou worden, zou dit gevolgen kunnen hebben voor alle organisaties die momenteel een werkingssubsidie binnen het Kunstendecreet ontvangen. Deze organisaties hebben er daarom belang bij dat het besluit niet vernietigd wordt. Om die reden geeft de Raad van State aan elke begunstigde de kans om tussen te komen in deze vernietigingsprocedures.’ De gerechtelijke procedure geeft de ‘uitverkorenen’ met andere woorden de kans om de ‘verdoemden’ te beletten hun lot te verbeteren. Het lijkt erop dat culturele instellingen worden uitgenodigd om met elkaar de strijd aan te binden, en dat is betreurenswaardig. Intussen kondigt een van de instellingen die naar de Raad van State is getrokken haar doorstart aan. Het kunstenfestival Watou zal deze zomer wel degelijk worden georganiseerd, en zijn toekomst is bovendien verzekerd tot en met 2019. Ironisch genoeg is dat onder meer dankzij een tussenkomst van Cultuurminister Gatz, die in 2018 en 2019 een jaarlijkse bedrag van € 135.000 voorziet. De organiserende instelling Kunst vzw had in de beoordelingsronde nochtans een strikt onvoldoende gekregen voor haar inhoudelijk dossier, en een nipt onvoldoende voor het zakelijke. Watou lokte vorig jaar 24.000 bezoekers en is belangrijk voor het toerisme en de culturele uitstraling van de regio, zo klonk het in De Morgen van 6 maart. (kunstenfestivalwatou.be)

Nieuwe ruimten: RESETHOME (solotentoonstelling Luc Tuymans), Gallery Sofie Van de Velde/PLUS-ONE Gallery, Axel Vervoordt Gallery

De Belgische kunstenaar Gert Robijns heeft in de gemeente Borgloon op de fundamenten van het huis van zijn grootmoeder, dat grotendeels werd afgebroken, een nieuwe constructie laten optrekken die tegelijk sculptuur, kunstenaarsresidentie en tentoonstellingsruimte wil zijn. Twee van de oorspronkelijke buitenmuren van de woning bleven behouden en lijken het nieuwe gebouw tussen haakjes te zetten. Het uitzicht naar de straat is weggewerkt doordat de ramen zijn dicht gemetseld [heb jij in woordenboek ‘dichtmetselen’ gevonden? Het is dus best ‘metselen’, metsen is Vlaams], terwijl de brede ramen van de nieuwe ruimte achteraan een blik bieden op enkele boomgaarden, typerend voor de Limburgse regio. RESETHOME wil hedendaagse visuele kunst, kunstenaars en publiek, naar Limburg brengen en er een bruisende dialoog over hedendaagse kunst op gang brengen. De ruimte is op 9 april geopend met een solotentoonstelling van Luc Tuymans (de enige dit jaar), getiteld The Swamp, die bestaat uit drie werken, elk op een andere drager. (resethome.be)

In de wijk Nieuw Zuid in Antwerpen hebben PLUS-ONE Gallery en Gallery Sofie Van de Velde de krachten gebundeld en samen een nieuwe extra ruimte geopend. De gezamenlijke ingang biedt de bezoeker de kans om de visie van de galerie aan de ene kant meteen te vergelijken met de visie van de galerie aan de andere kant. (sofievandevelde.be en plus-one.be)

Axel Vervoordt Gallery is in maart verhuisd van de Vlaeykensgang in Antwerpen naar de site Kanaal in Wijnegem. De vernieuwde Axel Vervoordt Gallery is vele malen groter dan de voormalige galerie, en tegen het einde van het jaar komen er nog ruimtes bij. Een deel van de site zal voorbehouden zijn aan de Axel & May Vervoordt Foundation. (axel-vervoordt.com)

KunstRAI 2017

Van 31 mei tot 5 juni vindt in Amsterdam de 33e editie van KunstRAI plaats, de oudste beurs in Nederland voor moderne en hedendaagse kunst. Zeventig galeries presenteren Nederlandse kunst en design. Als speciaal onderdeel legt de beurs ook de focus op een buitenlandse stad en dat is dit jaar Antwerpen. Een twintigtal galeries zorgt ook voor een solopresentatie van een van hun kunstenaars. (kunstrai.nl)

Bewakingssector lanceert aanval op museumsector

Volgens een recent persbericht van icom-vlaanderen (voorheen Vlaamse Museumvereniging) staat de opleiding van 'erfgoedbewaker' onder druk. Hoe deze opleiding het licht zag, heeft een kleine voorgeschiedenis. In 1990 zorgde de 'bewakingswet’ of ‘Wet-Tobback’ lange tijd voor onrust in de erfgoedsector. De wet was bedoeld om wanpraktijken in de bewakingssector – zoals portiersoorlogen – aan banden te leggen. De wetgever formuleerde de wet echter bijzonder breed, waardoor er lange tijd discussie en onduidelijkheid heerste. Een opleiding op maat van de museumsector was nodig. Hoewel suppoosten bewakingsagenten zijn, vormt de bewakingsopdracht vaak slechts een fractie van hun takenpakket. Na een uitgebreid overlegtraject bekwam de toenmalige Vlaamse Museumvereniging in 2007 een aangepaste opleiding tot ‘erfgoedbewaker’. Met een lespakket van 72 uren is deze aanzienlijk goedkoper dan de algemene opleiding tot bewakingsagent (127 uren). Volgens icom-Vlaanderen wil de bewakingssector de vorming ‘erfgoedbewaker’ nu afschaffen en opnieuw vervangen door de veel duurdere algemene opleiding tot bewakingsagent. De vereniging vermoedt dat de commerciële opleidingsinstellingen te weinig aan deze opleiding verdienen. Ze vindt het onaanvaardbaar dat dit wordt voorgesteld zonder enig overleg met de museumsector en roept de bevoegde minister op om in dialoog te treden met de museumsector. (icom-vlaanderen.be)

Antwerp Art Weekend

Van 19 tot 21 mei vindt het derde Art Weekend in Antwerpen plaats. Meer dan zestig galeries, kunstruimten en musea omtrent hedendaagse kunst zijn gratis toegankelijk. DE Studio in de Maarschalk Gerardstraat fungeert als de centrale locatie voor het evenement, waar op zondag tevens het lezingenprogramma Urgent Conversations wordt georganiseerd. (antwerpart.be)

Art Basel 2017

Het Europese seizoen van de megakunstbeurzen wordt in Bazel afgesloten waar van 15 tot 18 juni werk van meer dan vierduizend kunstenaars wordt gepresenteerd door in totaal 291 galeries. Art Basel biedt plaats aan alle vormen van beeldende kunst daterend van 1900 tot heden. Zo is er ook plaats voor een filmprogramma met werk van onder meer John Akomfrah, Kader Attia, Eric Baudelaire, He Xiangyu, Ana Mendieta en Andy Warhol. (artbasel.com)

Skulptur Projekte Münster 2017

Van 10 juni tot 1 oktober loopt in Münster de vijfde editie van de tienjaarlijkse tentoonstelling Skulptur Projekte, die draait rond kunst in de openbare ruimte. De tentoonstelling, die in 1977 een eerste keer plaatsvond op initiatief van Klaus Bussmann en Kasper König, probeert bewust om te gaan met alle ideologische en theoretische problemen die gepaard gaan met kunst in de openbare ruimte. Ze vertrekt van de overtuiging dat kunst de ruimte niet hoeft te bezetten, maar in staat is nieuwe ruimte te creëren. De openbare ruimte wordt daarbij benaderd als een voorwaarde voor een 'socio-cultureel samenleven', die niet mag onderworpen worden aan economische belangen. Voor het eerst zal de tentoonstelling het moeten stellen zonder de caravan van kunstenaar Michael Asher, die in 2012 overleed. Het werk was in die vier edities uitgegroeid tot een soort van mascotte voor de tentoonstelling. Er zullen in totaal 35 nieuwe kunstwerken worden getoond, van onder meer Cosima von Bonin, CAMP, Jeremy Deller, Nicole Eisenman, Pierre Huyghe, Gregor Schneider, Thomas Schütte, Hito Steyerl, Joëlle Tuerlinckx en Cerith Wyn Evans. (skulptur-projekte.de)

Amsterdam Art Fair - K_unstvl___festival

De 3e editie van Amsterdam Art Fair vindt vanaf 17 mei plaats in een voormalige kantoorpand aan de Huidekoperstraat. Aan de beurs nemen een goeie veertig toonaangevende Nederlandse galeries deel. K_nstvl___ zal aanwezig zijn met een gespecialiseerde boekhandel met publicaties van projectruimtes, kleine boekwinkels en uitgeverijen. Gelijktijdig met de Art Fair, van 20 tot en met 22 mei, presenteert K_nstvl___ in de Stadsschouwburg het elfde K_nstvl___ festival onder de titel Playtime, met de waarde van zichtbaarheid als leidmotief. Playtime hanteert een 'elastisch tentoonstellingsconcept' waarbij niet de ruimte, maar de tijd wordt verdeeld. Elke genodigde projectruimte maakt binnen een basale tentoonstellingsenscenering een zeer tijdelijke presentatie die zich gedurende de dag ontvouwt aan het publiek, als scènes van een theaterstuk. Op de Art Fair zal de tentoonstelling doorlopend (semi)live op scherm te volgen zijn. Daarnaast bestaat het programma uit speeddates, gesprekken en lezingen rondom experimentele tentoonstellingsvormen, tijdelijkheid en precariteit binnen de kunst. (amsterdamartfair.nl en kunstvlaai.nl)

Otobong Nkanga wint BelgianArtPrize 2017

De Nigeriaanse kunstenares Otobong Nkanga heeft op 19 april de Belgian Art Prize gewonnen. Nkanga woont en werkt in Antwerpen. In haar werk hanteert ze materialen die transformaties ondergaan, wat symbool zou moeten staan voor veranderingen in de maatschappij. Voldoende reden voor de jury om haar een politiek en sociaal geëngageerd kunstenares te noemen die het in haar werk onder meer heeft over migratie. De Belgian Art Prize is de nieuwe versie van de Young Belgian Art Prize en de Prix de la Jeune Peinture Belge. Vanaf heden is er aan de prijs geen leeftijdsgrens meer verbonden, komen ook alle kunstenaars in aanmerking die minstens één jaar in België verblijven. Een open call wordt niet meer georganiseerd, de deelnemers worden voorgedragen door een pool van experten. Aan de prijs is een som van € 25.000 verbonden. Nog tot 28 mei loopt in Bozar de expositie met werk van de vier genomineerden, met naast Nkanga, Edith Dekyndt, het Brusselse duo Simona Denicolai & Ivo Provoost en Maarten Vanden Eynde. (belgianartprize.be)

S.M.A.K. wil tegen 2025 nieuw museum

Het kan geen toeval zijn. Op het moment dat M HKA een facelift ondergaat en er op politieke kabinetten wordt nagedacht over een mogelijke verhuis van het museum op middellange termijn, springt artistiek directeur Philippe Van Cauteren van het S.M.A.K. in de bres voor zijn museum. Ook in Gent is er immers een collectie (2.000 werken) voor handen die ruimer uitgestald kan worden. Van Cauteren wil permanent vijfhonderd werken tentoonstellen. De huidige infrastructuur voldoet niet en de OYO-architecten zijn aan het werk gezet om te onderzoeken welke mogelijkheden er op de bestaande site zijn om hieraan te verhelpen. De drie opties zijn: een transformatie van het huidige gebouw, een uitbreiding/verbouwing of een volledige nieuwbouw. Binnen een half jaar moet de studie rond zijn. Van Cauteren meent dat het nieuwe S.M.A.K. er ten laatste tegen 2025 moet kunnen staan. (smak.be)

Contour Biennale 8 - Polyphonic Worlds: Justice as Medium

Van 11 maart tot 21 mei loopt in Mechelen de achtste editie van Contour Biennale, een tentoonstelling die zich toelegt op het 'bewegende beeld'. Deze editie, onder aanvoering van curator Natasha Ginwala, brengt op nogal onorthodoxe wijze een aantal (historische) begrippen samen. Het programma wil refereren aan de Grote Raad die in de vijftiende eeuw zetelde in het Schepenhuis in Mechelen en dat het hoogste rechtscollege was in de Nederlanden. Het ondervraagt de rationele grond op basis waarvan rechtspraak zou geschieden, door ze te beschouwen als een 'medium' dat gekenmerkt wordt door tegelijk een performatieve, ethische en esthetische operatie. Als een parallel veld naast de rechtspraak wordt de Vlaamse polyfonie opgevoerd, die een perspectief zou bieden op de formalisering van de getuige en het getuigenis, op de wijze waarop een verhaal tijdens een rechtszaak wordt opgebouwd en de functie van stilte daarin, van fictie en verbale bewijsvoering. De site van het evenement omvat een indrukwekkende discursief apparaat, The Online Journal of Contour Biennale, met meerdere teksten die op uiteenlopende wijze de verhouding tussen esthetiek en rationaliteit aan de orde brengen. (contour8.be)

Documenta in Griekenland

Met haar veertiende editie zal de Documenta voor het eerst in haar geschiedenis niet enkel plaatsvinden in Kassel. Op 8 april gaat ze immers van start in Athene. Uiteraard is met deze afwijking van de traditie geen toeval gemoeid, en moet ze gelezen worden als een politiek statement. Nochtans heeft niet iedereen het zo begrepen op het idee om de tentoonstelling te verdelen over twee verschillende plaatsen in Europa. In een interview met Spike Art Magazine stelde Yannis Varoufakis meer dan een jaar geleden al dat het slechts om een gimmick gaat. Als het de curatoren menens was geweest, hadden ze volgens hem de hele Documenta in Athene moeten onderbrengen. De halfslachtige beslissing om de tentoonstelling te spreiden, vergeleek Varoufakis met ordinair ramptoerisme waarbij de Griekse economische tragedie wordt geëxploiteerd door sommige mensen bij Documenta om hun geweten te sussen. De organisatie lost voorlopig weinig of niets over het programma, noch over de tentoonstellingsruimte, noch over de deelnemers. Mogelijk zou de Documenta onderdak vinden in het stedelijk kunstencentrum van Athene en in het nationaal museum voor hedendaagse kunst (EMST). Ook wordt erop gespeculeerd dat er een uitgebreid programma in de openbare ruimte zou voorzien zijn. De tentoonstelling in Athene loopt tot 16 juli. In Kassel opent de Documenta op 10 juni en sluit ze op 17 september. (documenta14.de en spikeartmagazine.com)

Nieuwe galeries

Op za 4 maart is in Brugge aan de Langerei 24 de Black Swan Gallery opengegaan met een tentoonstelling getiteld Transruptie. Deelnemende kunstenaars zijn Fia Cielen, Femmy Otten, Kostas Synodis, Nathalie Vanheule, Jan Van Oost. De tentoonstelling loopt nog tot zo 2 april. (www.blackswangallery.be)

M HKA heropent met permanente tentoonstelling 'Vlaamse meesters'

Het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA) ging vorig jaar in op de oproep van Vlaams minister voor Toerisme Ben Weyts om een voorstel in te dienen voor een project dat de schijnwerpers op de 'Vlaamse Meesters' richt. Het project van het M HKA werd door de minister, bijgestaan door een onafhankelijke jury, gevalideerd. Het levert het museum een extra budget van € 650.000 op. Dit bedrag dekt de helft van de totale kosten voor de transformatie die van het museum een ‘internationale ambassadeur voor de Vlaamse beeldcultuur’ moet maken, zoals het nogal bombastisch wordt uitgedrukt. Concreet komt het er eenvoudigweg op neer dat het museum een permanente tentoonstelling van ‘Vlaamse Meesters’ inricht. Het museum meent dat het daarmee bezoekers van ‘over de hele wereld’ zal aantrekken, onder meer met als argument dat deze bezoeker, dankzij een keur aan ‘iconische meesterwerken’, een overzichtelijk beeld krijgt voorgeschoteld van… de ‘Vlaamse Meesters’. De retoriek die de ‘internationale ambassadeur’ daarbij hanteert, kan niet mis begrepen worden. Zo wordt gesteld dat ‘Vlaamse kunst, als een exportproduct, zowel culturele als economische relevantie heeft. Ze is niet enkel hedendaags, ze is ook historisch geworteld.’ En uiteraard volgt er op deze samenballing van boutades de obligate verwijzing naar de ‘Vlaamse schilderkunstige traditie’ (de Primitieven, Rubens enzovoort). ‘Vlaanderen blijft tot op heden een centrum van mondiaal belang voor de beeldende kunst, met kunstenaars als David Claerbout, Jan Fabre en Luc Tuymans, die momenteel alle drie in de top 100 staan van kunstenaars wereldwijd.’ En de communicatie krijgt al helemaal de toon van een pastiche wanneer wordt aangekondigd dat de herinrichting van het museum zal gebeuren door Axel Vervoordt, ‘de wereldberoemde topdesigner met prestigieuze klanten’. De collectiepresentatie, waar het dan uiteindelijk om te doen is, zal ‘meesterwerken van Vlaamse kunstenaars’ in dialoog brengen met internationale kunstenaars, met onder meer werk van Jan Fabre, Dan Flavin, Cindy Sherman, Marina Abravmović en Luc Tuymans’. Allerminst betreurenswaardig is dat de transformatie ook de inrichting van een leeszaal behelst, waar permanent werk zal te zien zijn van ‘Paul Van Hoeydonck, Colson, Panamarenko, Marlow Moss en Koen van den Broek’. Verder zal er ook nog ruimte zijn voor tijdelijke collectiepresentaties en tijdelijke monografische tentoonstellingen van lokale en buitenlandse kunstenaars. Cynisch genoeg circuleren er ondanks deze dure investering sinds enige tijd plannen en onderzoeken op zowel het kabinet van cultuurminister Sven Gatz als op dat van Antwerps schepen voor ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling Rob Van de Velde die op redelijk korte termijn mogelijk voorzien in een verhuis van het museum, met onder meer de site van het Stuivenbergziekenhuis in de Seefhoek als alternatief. De buurtvereniging Open Zuid Open wijst erop dat de concentratie van musea op het Antwerpse Zuid een troef is die niet mag worden verkwanseld, en dat de huidige locatie voldoende opties biedt om te voorzien in een infrastructuur die aan alle criteria beantwoordt. De vraag is of er op politiek vlak nog andere criteria meespelen. Het M HKA bezet een voor de stad financieel erg interessante kavel aan de Scheldekaaien. En mogelijk zijn de ‘Vlaamse Meesters’ nu ook weer niet zoveel waard. Hoe dan ook zal de bezoeker vanaf do 27 april (de feestelijke opening) eindelijk met zekerheid kunnen vaststellen wie, als ‘Vlaamse Meester’, de huidige ware erfgenamen zijn van Jan van Eyck en Rubens, en mogelijk komt hij ook nog te weten welke Vlaamse kunstenaars stijgen of dalen in ’s werelds top 100. Voor de criticus wordt het alvast een hachelijke opgave om na zoveel bombarie onbevooroordeeld een lang verhoopte collectiepresentatie tegemoet te zien. (muhka.be)

ART'CONTEST 2016 gaat naar Olivia Hernaïz

Sinds 2005 wil ART'CONTEST het werk van 'aanstormend talent in de kunstwereld' promoten. Deelnemende kunstenaars wonen of verblijven in België en zijn jonger dan 35 jaar. De Brusselse Olivia Hernaïz ontving bij de recentste editie de eerste prijs (€ 9.000 en een tentoonstelling in het Museum van Elsene) voor een interieur waarin de logo's van politieke partijen uit een twintigtal landen en die van financiële instellingen verwerkt zijn tot decoratieve patronen. De tweede prijs (€ 6.000) ging naar Lydya Debeer, de derde prijs (€ 3.000) naar Tamara Van San. (artcontest.be)

Stedelijk Museum Schiedam ontvangt omvangrijke schenking

Het Stedelijk Museum Schiedam heeft een schenking van ruim vierhonderd werken van Han en Wouter Altena-Boswinkel ontvangen. Het verzamelaarsechtpaar schonk eerder al een groot aantal schilderijen, sculpturen en werken op papier. Met in totaal vijftienhonderd werken is het een van de omvangrijkste particuliere schenkingen aan een Nederlands museum van de afgelopen decennia. Het echtpaar verzamelt sinds 1972 werk van vooral Nederlandse kunstenaars, onder wie Bram Bogart, Ton Boelhouwer, JCJ Vanderheyden, Paul Damsté, Erik van Lieshout, Cees Andriessen en Luis Tomasello. Hun voorliefde voor onder andere formeel abstracte kunst sluit aan bij het verzamelbeleid van het museum. (stedelijkmuseumschiedam.nl)

Laurie Cluitmans ontvangt Prijs Jonge Kunstkritiek - essay

Op 16 december jl. werden de winnaars van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 bekendgemaakt. De hoofdprijs Essay ging naar Laurie Cluitmans voor haar essay De mogelijkheid van de tuin, 'een lyrische reportage over de tuin van de overleden cineast Derek Jarman', zoals het  luidt in het juryrapport. Aan de prijs is onder meer een som van 2.500 euro verbonden en een jaar begeleiding door auteur Sven Lütticken. Andere laureaten in de categorie essay waren Sophia Zürcher, met een tekst over Marinus Boezem, en Nele Wynants, met een tekst over het fictieve Europamuseum van Thomas Bellinck. De hoofdprijs Recensie ging naar Brenda Tempelaar die in haar tekst het ontslag van Lorenzo Benedetti bij de Appel verweeft met werk van het kunstenaarsduo gerlach en koop. De Prijs voor de Jonge Kunstkritiek 2016 is een initiatief van Het Mondriaan Fonds, de Appel arts centre en Witte de With Center for Contemporary Art, in samenwerking met STUK, M HKA en Van Abbemuseum. (jongekunstkritiek.net)

Website abstract modernisme in België

De Vlaamse Kunstcollectie lanceert een nieuwe website rond abstract modernisme in België. De site, die een onlinemuseum wordt genoemd, brengt met achthonderd kunstwerken uit Vlaamse publieke collecties het verhaal van het abstract modernisme in België, van het begin van de twintigste eeuw tot het einde van de jaren zeventig. Verantwoordelijke voor de inhoud van de site is Sergio Servellón, directeur van het FelixArt Museum. Hij stelt onomwonden dat de abstracte kunst een van de belangrijkste ontwikkelingen is sinds de renaissance. De site biedt informatie over kunstenaars, tijdschriften, groeperingen, tentoonstellingen van het Belgisch modernisme. De tekst is beschikbaar in het Nederlands en het Engels, wat opmerkelijk kan genoemd worden voor een site over Belgische kunst.  (abstractmodernisme.vlaamsekunstcollectie.be)

Van Gogh Museum verwerft neo-impressionistisch schilderij Paul Signac

Onlangs kocht het Van Gogh Museum op een veiling in New York een werk van Van Goghs tijdgenoot Paul Signac (1863-1935): Ponton de la Félicité bij Asnières (Opus nr. 143) (1886). Signac verbeeldde de oevers van de Seine bij Asnières in de voor die tijd revolutionaire pointillistische techniek waarvan Georges Seurat de grondlegger was. Het Van Gogh Museum presenteert in de vaste opstelling het verhaal van het leven en werk van Vincent van Gogh. Om beter inzicht te geven in de ontwikkeling van Van Gogh toont het museum ook werken van invloedrijke tijdgenoten, evenals voorgangers en navolgers. Met Ponton de la Félicité bij Asnières (Opus nr. 143) kan het museum de artistieke invloed toelichten die Signac in de periode rond 1986 op Van Gogh had. Het werk brengt bovendien kenmerkende thema's ter sprake zoals de relatie stad–platteland en de industrialisatie. (vangoghmuseum.nl)

Werken aan de sociaal-economische positie van de kunstenaar, in Vlaanderen en Nederland.

Terwijl in Vlaanderen onlangs de resultaten van een onderzoek naar de sociaal-economische positie van de professionele kunstenaar werden voorgesteld, treedt in Nederland vanaf heden de richtlijn kunstenaarshonoraria in voegen. De richtlijn wordt geïntroduceerd door belanghebbende organisaties en verenigingen in de beeldende kunst, maar zal, waar van toepassing, ook gehanteerd worden door het Mondriaan Fonds bij de beoordeling van subsidieaanvragen. In het verlengde ervan zal het Fonds een experimenteerreglement introduceren dat voorziet in gedeeltelijke compensatie voor instellingen die de richtlijn toepassen. De richtlijn is bedoeld om tot een professionelere contractpraktijk te komen bij tentoonstellingen zonder verkoopdoel, en daarmee de inkomenspositie van beeldend kunstenaars te verbeteren. Directeur van het Fonds Birgit Donker stelt dat de richtlijn, en het feit dat veel betrokken partijen, van musea tot Platform BK, zich erachter scharen, een doorbraak is waarop al jaren op wordt gewacht. Meer concreet omvat de richtlijn een rekentabel en een checklist om het kunstenaarshonorarium te kunnen vaststellen afhankelijk van de situatie. De onlineapplicatie is te vinden via kunstenaarshonorarium.nl. Opmerkelijk daarbij is dat het Fonds compensatie voorziet vanaf een instelling vijftig procent van het vastgestelde kunstenaarshonorarium betaalt – wat voor een instelling meteen ook de goedkoopste optie is. De vraag stelt zich of de richtlijn daarmee dan geen aanmoediging is om kunstenaars maar voor de helft uit te betalen.

Ook in Vlaanderen heerst er sinds vele jaren ongenoegen over de hachelijke sociaal-economische situatie waarin vele kunstenaars zich bevinden, en wordt er al heel lang uitgekeken naar een ‘doorbraak’. In november werd door minister Sven Gatz een onderzoek naar de sociaal-economische positie van de professionele kunstenaar voorgesteld. Initiatiefnemers waren onder meer het Kunstenpunt, het Kunstenloket, het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) en het Overleg Kunstenorganisaties (oKo). De resultaten zijn gebaseerd op een online-enquête die door meer dan 2.700 kunstenaars werd beantwoord. Ze beantwoorden derhalve niet aan die van een representatieve steekproef en bovendien beperkte de vragen zich tot de activiteiten van de kunstenaar in 2014. Het onderzoek was erop gericht om inzicht te verwerven in de sociaal-economische positie van de kunstenaar als ‘flexwerker’ en om op basis van de resultaten na te gaan hoe die kan worden verbeterd. In totaal beantwoordden 716 professionele  beeldend kunstenaars de enquête. Daarvan ontving slechts een derde een vergoeding voor de creatie van eigen werk. 77% van de kunstenaars stelde in dat jaar tentoon, en slechts 30% daarvan kreeg daarvoor een vergoeding. 50% deed een creatie in opdracht waar in zeven van de tien gevallen een vergoeding tegenover stond. Met bijkomende activiteiten als verkoop en promotie van eigen werk houdt drie vierde van de kunstenaars zich bezig, meer dan de helft volgt de zakelijke kant ervan op. De derde bijkomende activiteit, door de helft van de kunstenaars uitgevoerd, is lesgeven (in privécontext, deeltijds of hoger kunstonderwijs). 41% van de kunstenaars heeft een betaalde job buiten de artistieke sector. Gemiddeld spenderen ze iets meer dan de helft van hun werktijd aan hun artistieke kernactiviteit. De helft van de kunstenaars met een zelfstandigenstatuut (hoofdberoep) verdient minder dan € 12.000 netto per jaar. In vergelijking met de andere groepen (regisseurs en scenaristen, muzikanten en componisten, schrijvers en illustratoren, acteurs en andere podiumkunstenaars) verdienen de beeldende kunstenaars het minst, en zijn ze (terecht) ook het minst tevreden met de vergoedingen die tegenover hun werk staan. Deze vaststelling is des te schrijnender omdat er ongetwijfeld in geen enkele andere kunstsector zoveel geld circuleert als in die van de beeldende kunst. Het onderzoek brengt in grote lijnen geen nieuwe feiten aan het licht, maar brengt wel de gekende problemen in cijfer en biedt een aantal interessante details. In het begeleidend discours zou overigens een uitschuiver als ‘Kunstenaars combineren diverse jobs en tonen zich ware ‘ondernemers’’ best vermeden worden. Eerder zou een dergelijke studie mogen beklemtonen dat er in het landschap idealiter ook plaats moet zijn voor kunstenaars zonder ondernemerstalent. Hopelijk kan dit onderzoek de beleidsmakers er hoe dan ook van overtuigen om eindelijk naar een ‘doorbraak’ toe te werken, al dan niet in de trant van de richtlijn kunstenaarshonoraria. (mondriaanfonds.nl en kunsten.be/dossiers/kunstenaarcentraal) (dm)

Europees Parlement pacht huis van Antoine Wiertz voor één euro

Het huis en de bijhorende tuin van de negentiende eeuwse romantische schilder Antoine Wiertz in de Brusselse Leopoldwijk worden de komende vijftig jaar door de Belgische staat verpacht aan het Europees Parlement voor het symbolische bedrag van één euro, onder de voorwaarde dat de pachter instaat voor de restauratie van het pand. Het gebouw werd door de Belgische overheid volledig verwaarloosd. Voor het aanpalende Wiertzmuseum zijn er geen gevolgen. De buurtvereniging Leopoldswijk-Association du Quartier Léopold (VLW-AQL) reageert verbolgen op de gesloten overeenkomst. Ze herinnert eraan dat Wiertz zijn schilderijen naliet aan de Belgische staat op voorwaarde dat zijn atelier gratis openbleef voor het publiek, en dat zijn huis jonge kunstenaars zou herbergen. Verder pleit ze ervoor om de tuin publiek toegankelijk te maken; in de wijk die zwaar lijdt onder de vastgoedspeculatie is kwaliteitsvolle openbare ruimte erg schaars. Als reactie lanceert de vereniging via change.org een petitie waarbij ze in één adem de Belgische regering vraagt om het museum beter te promoten en het toegankelijker te maken.