Els Nouwen. OXOMORON
De eerste museale solotentoonstelling van Els Nouwen (1968) in M Leuven is, hoewel bescheiden van formaat en gevuld met beschaafde gekadreerde schilderijen, een aanslag op de zintuigen. Elk schilderij is een zorgvuldige oefening in de relatie tussen esthetisch geweld en onheilspellende inhoud, of het nu de aanstootgevende kleurkeuzes betreft (felgeel, gifgroen, paars, chemisch rood), de hyperrealistische figuratie van monden, ogen, oren en geslachtsdelen, of de manier waarop diverse dieptes en beeldsystemen clashen. Aan de basis van Nouwens oeuvre ligt een grote verzameling afbeeldingen uit allerhande bronnen, waarin lichamen en seksualiteit een grote rol spelen, vaak op een opvallend unheimische manier. Nouwen slaagt erin om delen van die beelden op doek, koperplaat of papier zo behendig te remixen met andere perspectieven en technieken dat de schilderijen ternauwernood aan een directe narratieve interpretatie ontsnappen.
De tentoonstelling heet ‘OXOMORON’; een terugkerend element is het OXO-spel (ook wel boter-kaas-en-eieren genoemd), waarvan de X’en en O’s met dikke verf over het beeld worden aangebracht. Tegelijk verwijst de titel uiteraard naar ‘oxymoron’, een stijlfiguur waarmee tegenstrijdige begrippen tegenover elkaar worden gezet, waardoor ze een nieuwe, soms ironische betekenis krijgen. De hele werkwijze van Nouwen lijkt op een OXO-spel: voordat een werk een beeldtaal bereikt of een uitspraak doet, doet de kunstenaar alweer een tegenzet. Een hyperrealistische mond met tong, scherp afgelijnd, zweeft in gekleurde vlakken. De onderste helft van het doek verandert in abstracte opart. Nouwen voorziet het vlak van een laag met een heel nieuw tekensysteem: letters, maar ook Pacmanachtige vormen die zowel retro aanvoelen als op taartgrafieken lijken. Dikke klodders verf worden afgewisseld met gladde stroken, en tekens zijn handgekrast of imiteren digitale lijnen, compleet met artificiële schaduwen. Hoewel de werken sensuele elementen bevatten (een klodderige streep, een vulva-schelpdier), lijken de schilderijen niet te bestaan om sensueel of esthetisch te plezieren, maar om het slimme spel dat Nouwen speelt weer te geven.
Het beginpunt van haar werkproces zijn afbeeldingen uit haar verzameling, waardoor schilderkunst steeds op het medium fotografie reageert. De hyperrealistische en ongelofelijk minutieus geschilderde restanten van beelden worden opgeknipt, deels overgeschilderd en aangevuld met vreemde elementen. Waar fotografie een ogenschijnlijk directe relatie heeft tot de realiteit, plaatst schilderen veel duidelijker en materiëler een nieuw medium tussen de kijker en wat wordt afgebeeld. Niet alleen kan het schilderij verschillende beeldregimes gemakkelijker naast elkaar laten bestaan, ook het kijken wordt erdoor vertraagd. De tentoonstellingstekst van curator Ralph Collier zet in op dit vermogen om – in contrast met de huidige massaconsumptie van beelden – het kijken zelf te bevragen. Toch blijft het de vraag waarom een kunstwerk dit beter zou kunnen dan alle andere assemblages waarmee we geconfronteerd worden.
Het is duidelijk dat de schilderijen van Nouwen tussen de toeschouwer en de visuele dreiging van het oorspronkelijke beeld in gaan staan, zonder dat geweld af te vlakken, ook omdat er vaak onzacht op het bronmateriaal wordt ingehakt. Maar wat ontstaat er vervolgens in de spleten tussen de assemblage, de cut-up en het kijken? Het werk vormt vrijelijk associaties met andere stromingen zonder op een plek wortel te schieten: de vele hyperrealistische oogbollen doen denken aan het surrealisme, inclusief psychoanalytische ondertoon; de kleuren en het geweld zijn verwant met muziekstromingen als grunge en punk, als stromingen die de commercie proberen te verbloemen; de grafische elementen uit de opart verwarren de zintuigen. Naar hartenlust mixt Nouwen hoge en lage cultuur, kunst en kitsch, en alles wat ze doet getuigt van humor. Toch ontbreekt er iets, wellicht omdat de verzameling inspiratiemateriaal zelf buiten beeld blijft. De beelden zijn van hun context ontdaan en zweven als onderdelen vaak vrijelijk over het vlak van het schilderij. Een betekenis laat zich daarom moeilijk bepalen, laat staan dat er te achterhalen valt op welke manier Nouwen zich tegenover die ‘eerste’ beelden positioneert.
Voor de tweede zaal van de tentoonstelling heeft Nouwen werk uit de collectie van M geselecteerd, van onder anderen Marthe Wéry, René Heyvaert en Michael Van den Abeele. Materials (2020) van Hana Miletić, bestaande uit oranje handgeweven stroken, is een sleutelwerk, ook omdat de muren in deze ruimte in dezelfde kleur geschilderd werden. Haar eigen Carrousel (2024-2025), een werk op koperplaat dat Maria afbeeldt als de belichaming van rouw en mededogen, vormde het vertrekpunt voor de selectie. In combinatie met een aantal recente tekeningen van Nouwen lijkt de aanwezigheid van andermans kunstwerken haar oeuvre alsnog van een bredere context te voorzien. Nouwens associatieve visuele wereld en haar affiniteit met verzamelen zorgen inderdaad voor een mooie samenstelling, die helaas toch geen echt nieuwe blik oplevert: dat deze kunstenaar ook een verzamelaar is, was reeds bekend. In plaats van haar werk te situeren en de blik erop preciezer te maken, worden de referenties en de verschillende opties nog breder gemaakt.
De gruwelijke doch fijngevoelige schilderijen van Nouwen zijn een bron van zowel esthetisch als inhoudelijk ongemak. Dat is een krachtig wapen, maar OXOMORON blijft vooral gericht op haar schilderkunst zelf, als een reeks fantastische werken van een kunstenaar die haar medium volledig beheerst. Tegelijkertijd ontstaat de indruk van een gesloten systeem waarin verzameling, beeldarchief en schilderij afzonderlijk functioneren, binnen de autonome visuele wereld van het kunstwerk. Welk effect haar werk kan hebben op de buitenwereld, waaruit alle bronmateriaal nochtans afkomstig is, blijft buiten beschouwing. De tweede zaal vormt vooral een uitbreiding van die autonome, artistieke wereld, eerder dan een opening naar andere oorden. Of dit eerste museale overzicht van Nouwen geslaagd is, hangt daarmee af van de mate waarin de toeschouwer dit werk als autonoom wil beschouwen, zonder de contextualisering die OXOMORON vollediger en inzichtelijker had kunnen maken.
• Els Nouwen. OXOMORON, tot 22 november, M Leuven, Leopold Vanderkelenstraat 28.