width and height should be displayed here dynamically

Collectie als kosmos

Paul Ricœur schrijft over de aporia van tijd in filosofische tradities, waarin tijd wordt bekeken vanuit een objectief of subjectief perspectief. Hij probeert deze tegenstelling op te lossen door beide benaderingen te combineren in een concept van historische tijd. Subjectief geleefde tijd wordt geïnterpreteerd als een niet-lineaire, kwalitatieve tijd, terwijl in de objectieve traditie vaak wordt aangenomen dat kosmologische tijd ‘natuurlijk’ lineair is. In het Van Abbemuseum is het juist de objectieve, kosmologische tijd die een startpunt vormt voor een niet-lineair, temporeel denken over de collectie.

Dit jaar bestaat het museum negentig jaar. Er is een nieuwe ingang en de begane grond werd omgedoopt tot Dommelplein, naar de gelijknamige rivier, waarmee het museum zich wil ‘verbinden met de stad en haar community’s’, zoals omschreven door Defne Ayas, die in september als directeur aantrad. De eerste solo van Ayoung Kim in Nederland, Delivery Dancer. Time Curves, toont alternatieve kalendersystemen en is zo een logische opmaat voor Collectie als kosmos. Beginnend op de eerste verdieping worden ruim 250 kunstwerken uit een collectie van ongeveer 3500 werken getoond.

De afgelopen jaren kiezen musea vaak voor een transhistorische aanpak van collectiepresentaties, meestal in samenwerking met kunstenaars. Wat Collectie als kosmos onderscheidt, is de expliciete reflectie op de tijd en het postuleren van andere tijdsconcepten. Black Liberation Zodiac (Khunuseti) (2017-heden) van Nolan Oswald Dennis is het sleutelwerk: in de bovenste zaal presenteert de installatie een alternatieve kosmologie vanuit het perspectief van het zuidelijk halfrond (normaal gesproken nemen sterrenkaarten het noordelijk halfrond als uitgangspunt). Daarnaast zijn er nog drie andere benaderingen van niet-lineaire tijd die met kunstenaars zijn ontwikkeld. Er is ‘onchronologische tijd’ in samenwerking met het collectief ARAC (Another Roadmap Africa Cluster), ‘regeneratieve tijd’, met kunstenaar en ‘doodsonderzoeker’ G en ‘publieke tijd’, met Ima-Abasi Okon.

De tentoonstelling begint bij een sterrenbeeld: Andromeda (c. 1660) van Guercino, een van de oudste werken in de collectie. Dit vroegmoderne beginpunt is veelzeggend, aangezien de dominantie van lineaire benaderingen van tijd – en de chronologische organisatie van musea – pas later een vlucht nam. Curator Yolande Zola Zoli van der Heide geeft aan dat lineaire tijd onder het directoraat van Charles Esche bevraagd werd door kritisch te kijken naar de moderniteit, maar dat het Van Abbe niet verder terugkeek. De mythe van Andromeda, geofferd aan het zeemonster Ceto, wordt geflankeerd door Fragment of a Crucifixion (1950) van Francis Bacon. De combinatie leidt tot een volgende onderzoeksvraag: wat betekent de dood van een kunstwerk? In workshops met het collectie- en conservatieteam wordt deze kwestie behandeld door G, die richtlijnen voor het onderhoud en het eventueel afstoten van kunstwerken ontwikkelt in samenspraak met het museum.

De scenografie is ontworpen door Matilde Cassani Studio en neemt capriccio als uitgangspunt – de geschilderde, architecturale fantasie waarin uiteenlopende elementen bij elkaar worden gezet. De gelaagdheid van tijden is inderdaad aanwezig in de gehele tentoonstelling: de white cube heeft als het ware een petticoat gekregen, een versiering met luxueuze stof en met een kleurcode die de verschillende noties van ‘tijd’ signaleert. Op comfortabele banken en poefen kan de bezoeker uitrusten en ‘de tijd nemen’ om rond te kijken. Zachte stoffen inkepingen in het trappenhuis nodigen uit om omhoog naar de lucht te kijken door de grote ramen van de nieuwbouw. Een rode draad, ontwikkeld met behulp van de onchronologische tijdlijn van ARAC, wordt aangereikt met plexiglas dozen die alledaagse objecten presenteren. Het gaat om voorwerpen van negentig ‘buren’ van het museum die in verband worden gebracht met een kunstwerk. Ze zijn officieel tijdelijk in bruikleen gegeven door onder andere een voormalige beveiliger van het museum, maar ook een PSV-voetballer en een restauranteigenaar. Deze aanpak resulteert in een persoonlijke, individuele benadering van de collectie en benadrukt tegelijkertijd de objectstatus van de kunstwerken.

Er zijn veel oude bekenden uit de Van Abbecollectie: Wifredo Lam, Marc Chagall, Lubaina Himid, Rasheed Araeen, Pablo Picasso, Rebecca Horn, stanley brouwn, Ana Mendieta en de Guerrilla Girls. Toch zijn er ook werken aanwezig die niet vaak getoond werden, zoals Karel Appels Tussen wimpel en vlag (1987), vergeten en teruggevonden in het depot. In een zaal waar alle werken op rolstoel- en kinderhoogte hangen, bevindt zich een van On Kawara’s datumschilderijen. Ook de binnenkant van het schilderij is zichtbaar: een doos met krantenknipsels van de desbetreffende datum. De ‘lege’ tijd van datumsystemen contrasteert met de kwalitatieve invulling van de tijd van gebeurtenissen en verandering. Op 4 juli 1973 valt er te lezen over Vietnam en Oost-Duitsland: andere tijden, met toch ook imperialistische oorlogen en gespannen geopolitieke verhoudingen.

Er wordt speels geëxperimenteerd met lichamelijkheid, zoals Zola Zoli van der Heide dat ook deed in de eerdere collectiepresentatie A Lasting Truth is Change (zie De Witte Raaf, nr. 218). Waar de aanpak onder Esche nog expliciet ‘demodern’ en ‘dekoloniaal’ was, daar zoekt Zola Zoli van der Heide eerder naar een intuïtieve, artistieke benadering dan naar een didactische. Aandacht voor alle zintuigen is een continuïteit. ‘In instituties als deze wordt lineaire tijd gepresenteerd als de enige manier en als een objectieve waarheid. Maar lineaire tijd is een principe dat we bedacht hebben, en als het ons niet meer dient, kunnen we het veranderen,’ vertelt ze. ‘Hier worden elf suggesties gedaan voor hoe je dat zou kunnen aanpakken.’

Een museum en een collectie bestaan zelf uit verschillende tijdslagen: in de eerste zaal refereert een krijttekening van Jan Toorop van vrouwelijke arbeiders in een tabaksfabriek aan de totstandkoming van het museum. Het fortuin van ondernemer en kunstverzamelaar Henri van Abbe werd vergaard in de tabaksindustrie, en het werd mogelijk gemaakt door slavernij op Sumatra. Wat dat betreft had het verleden nog meer ruimte kunnen innemen in de tentoonstelling. Een formeel mooie opstelling legt uiteindelijk veel nadruk op het heden van een bezoeker die werken in het nu tegenkomt. In de context van G’s onderzoek naar de ‘levensloop’ van kunstwerken is het duidelijk hoe de reflectie over tijd doorsijpelt in de dagelijkse museumpraktijk. Het is iets om naar uit te kijken: hoe deze niet-lineaire vormen van publieke, onchronologische en kosmische tijd zich zullen laten vertalen in de toekomst.

 

Collectie als kosmos. Een andere kijk op tijd in de nieuwe collectiepresentatie, tot 2 mei 2030, Van Abbemuseum, Stratumsedijk 2, Eindhoven.