Nieuwe publicaties (28)
• Jean-François Lyotard. Writings on Contemporary Art and Artists. Leuven: Leuven University Press, 2009 – 2011. 5 delen, geïllustreerd.
Deze ambitieuze vijfdelige reeks, onder redactie van Herman Parret, verzamelt voor het eerst alle teksten die Jean-François Lyotard schreef over kunst en kunstenaars van zijn tijd. Daarenboven zijn alle teksten zowel in het Frans als het Engels afgedrukt. Tot nu toe verschenen drie delen. Het eerste deel Karel Appel, un geste de couleur (2009) bevat een niet eerder uitgegeven tekst. Dit boek kreeg trouwens in 2010 de Plantin Moretus Prijs voor best verzorgde boek in de categorie tekstboeken en academische publicaties. Sam Francis, Leçon de Ténèbres …like the paintings of a blind man… (2010) is de titel van het tweede deel, dat 43 teksten en poëtische bespiegelingen bevat over evenveel werken van de Californische schilder Sam Francis (1924-1998). Het derde deel Les Transformateurs Duchamp (2010) bevat een meer diverse verzameling essays. Later dit jaar verschijnt Textes dispersés sur l’art contemporain et les artistes. Dit vierde deel zal 48 teksten bevatten, zowel over algemene esthetica als over individuele kunstenaars, onder wie Luciano Berio, Joseph Kosuth en Stig Brogger. In december 2011 ten slotte verschijnt Que peindre? Adami, Arakawa, Buren.
• Jonathan Monk. It’s a Newspaper for It’s a Circus. Paris: Galerie Yvon Lambert, 2011. 16 blz. circa 100 afb. ISBN 978-2-913893-42-9
Deze kunstenaarspublicatie, gedrukt op tabloidformaat, bevat een honderdtal zwart-witafbeeldingen van min of meer beroemde kunstwerken uit de tweede helft van de vorige eeuw en dit zonder vermelding van de respectievelijke kunstenaars, titels en jaartallen. De beelden lijken op het eerste zicht lukraak gekozen. Ze vormen echter een samenhangend geheel doordat Jonathan Monk ze allemaal onder de noemer It’s a Circus! plaatst. En inderdaad, de blauw beschilderde naaktmodellen die Yves Klein in de jaren 50 afdrukte op canvas, zien er plots uit als circusacrobates. Enkele foto’s van Andy Warhol, in een gestreepte trui, doen denken aan Pipo de clown. En het iconische beeld van de 12 paarden die de arte-poverakunstenaar Jannis Kounellis installeerde in Galleria L’Attica (Rome, 1969), roept een rondje circusdressuur op. Is dit denigrerend? Is dit burleske humor of postmoderne ironie? Hoe dan ook, de meeste connaisseurs zullen plezier beleven bij het bekijken van deze nieuwe contextualisering.
• Johan Pas. Multiple / Readings. 51 kunstenaarsboeken 1959 – 2009. Gent: Mer / Brussel: ASA, 2011. 2 x 112 blz. ISBN 978-9461170118
De kunsthistoricus Johan Pas selecteerde 51 kunstenaarsboeken uit zijn persoonlijke collectie en presenteerde die in de indrukwekkende Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience te Antwerpen (van 10 maart tot 24 april 2011). Als uitgangspunt voor deze tentoonstelling nam Johan Pas de periode 1959 – 2009. Per jaar schoof hij één favoriet boek naar voor. Dat resulteerde in een brede, heterogene selectie: van Yves Klein (1959) tot Vaast Colson & Dennis Tyfus (2009) en van Bruno Munari (1964) tot Johan Grimonprez (2000). De catalogus toont van alle boeken, in chronologische volgorde, een paginagrote afbeelding van de cover en van het binnenwerk. Door deze seriële behandeling (zoals in een catalogue raisonné) heeft de publicatie een encyclopedisch karakter. De tentoonstelling is nog te zien in de Stedelijke Openbare Bibliotheek Harelbeke tot 27 augustus 2011.
• Gerhard Richter. Eis. Köln, Verlag der Buchhandlung Walther König, 2011. 142 blz. 172 afb. ISBN 978-3-86560-924-3
Gerhard Richter heeft de laatste jaren een succesvolle modus operandi gevonden voor het samenstellen van kunstenaarsboeken. Op de tafels van de internationale kunstboekhandels verschenen ondertussen War Cut (2004), Wald (2008), Obrist (2009) en Sindbad (2010). Telkens formaliseert hij teksten en foto’s zodanig dat de inhoud en het uitzicht ervan bijna abstract worden. Voor Eis ging Gerhard Richter aan de slag met een fotoreeks die hij meebracht van een reis naar Groenland in 1972. De foto’s tonen desolate sneeuwlandschappen en ijszeeën, sneeuwbergen en ijsschotsen. Een didactische tekst over Groenland plukte Richter uit een encyclopedie. De pagina’s van het boek zijn verdeeld in gelijke vakken van 8,5 x 13 cm. Binnen dit raster wisselen beelden en tekstfragmenten, maar ook witte vlakken, op een modulaire wijze af. Daarenboven is ongeveer de helft van het materiaal ondersteboven afgebeeld waardoor het boek ook in omgekeerde richting kan bekeken worden. Optisch levert dat soms rake effecten op.
• Susanne Strassmann. Art People or Employees. Marseille: Al Dante, 2011. 152 blz. ISBN 978-2-84761-857-0
De Franse kunstenares Susanne Strassmann bezocht de laatste twee decennia talrijke kunstbeurzen, musea en galeries gespecialiseerd in hedendaagse kunst. Basel, Venetië, Miami… dikwijls bracht ze foto’s mee van het publiek dat ze daar aantrof. De technische kwaliteit van de foto’s is meestal laag. Het zijn snapshots genomen in variabele, soms moeilijke lichtomstandigheden met een simpele camera of misschien zelfs met het fototoestelletje in haar gsm. Hierdoor hebben de beelden een vluchtig karakter. Toch besloot Strassmann om de foto’s full page te publiceren zoals in een ‘echt’ fotoboek. De fotoreeks is door zijn focus op mensen, in een strikt omschreven milieu, bijna een antropologische studie. Susanne Strassmann vraagt zich af wat het publiek van hedendaagse kunst bezielt. Ze stelt vast dat het publiek naar zichzelf kijkt in plaats van naar de kunstwerken waartussen het voorzichtig manoeuvreert. Ze detecteert dress codes, verveling, gesofisticeerde attitudes en grappige situaties. Alle stadia tussen de arme, debuterende maar ambitieuze kunstenaar/kunstenares en de zelfzekere, slome millionair(e) zijn te zien. De titel van het boek is een fragment uit een gesprek met Bart De Baere, directeur van het M HKA in Antwerpen. Toen Susanne Strassmann in 1996 samen met hem op zoek was naar een werk van Diane Thater op de tentoonstelling Skulptur Projekte Münster dook in de verte een groep mensen op waarbij Bart De Baere zich afvroeg: ‘Are these art people or employees?’.