width and height should be displayed here dynamically

Nieuwe publicaties (45)

• Peter de Ruiter / Jonneke Jobse. Kunstkritiek in Nederland 1885 – 2015. Rotterdam: nai010 uitgevers, 2014 – 2016.

Zopas verschenen de eerste twee delen van een elfdelige boekenreeks die de Nederlandse kunstkritiek in kaart wil brengen. Het is een erg ambitieus project. Elk boekdeel bekijkt een specifieke periode uit de recente Nederlandse kunstgeschiedenis vanuit het standpunt van de geschreven pers. Op deze wijze wil men achterhalen welke rol kunstcritici speelden bij de ontvangst en perceptie van nieuwe kunstbewegingen, en welke uitgangspunten zij hanteerden om kunst te benaderen. Het eerste deel verscheen onder de titel De terugkeer van het schilderen. Kunstkritische opvattingen over een ijzersterk medium 1975 – 1989 (288 blz; ISBN 978-94-6208-125-3). Een inleidend essay van Peter de Ruiter behandelt de periode waarin de conceptuele kunst in Nederland op zijn einde liep en plaatsmaakte voor de schilderijen van Baselitz, Penck, Immendorff, Lüpertz en Kiefer. In de jaren 80 volgden nog meer Duitse neo-expressionisten (Neue Wilde, Mülheimer Freiheit), maar ook de Italiaanse Transavanguardia en Amerikaanse kunstenaars zoals Julian Schnabel en Keith Haring. Tegen deze achtergrond schetst de auteur een beeld van het komen en gaan van kunstcritici op de kranten- en tijdschriftenredacties, en hun verhouding met de nieuwe kunst die in de Nederlandse musea en galeries was te zien. Na het essay volgt een selectie van 31 artikels. Een uitgebreid personenregister maakt van deze publicatie een handig werkinstrument.

Tegelijkertijd verscheen het tweede deel onder de titel De schilderkunst in een kritiek stadium? Critici in debat over realisme en abstractie in een tijd van wederopbouw en Koude Oorlog 1945 – 1960 (288 blz. ISBN 978-94-6208-124-6). Het behandelt de naoorlogse periode, toen de tegenstelling tussen abstracte en figuratieve kunst hevige discussies teweegbracht.

Deze twee delen tonen alvast dat de elfdelige reeks Kunstkritiek in Nederland 1885 – 2015 een indrukwekkend naslagwerk zal worden.

 

Bruce Hainley. Under the Sign of [sic]. Sturtevant’s Volte-Face. Los Angeles: Semiotext(e), 2014. 344 blz. 70 afb. ISBN 978-1-58435-122-1

Toen het werk van Elaine Sturtevant in de jaren 60 voor het eerst te zien was in Manhattan, werd haar werk op boegeroep onthaald. Haar artistieke praktijk bestond namelijk in het opnieuw uitvoeren van kunstwerken uit de pop art, maar ook van Marcel Duchamp en Francis Picabia. Ze deed dit niet vanuit een dilettantische kopieerdrift, maar om het aura en de uniciteit van het moderne kunstwerk in zijn kern te raken. Zelf zegt ze dat ze een duizeling (‘vertigo’) wou opwekken. Tegelijk deconstrueerde ze de artistieke persoonlijkheid en haalde ze de kunstmarkt onderuit. Marcel Duchamp was geïntrigeerd en inviteerde haar voor een gesprek, maar Claes Oldenburg ‘could kill her’. Anderen vonden het een flauwe grap of plagiaat. Van ‘appropriation’ was toen nog geen sprake, maar ook daar heeft haar oeuvre dus niets mee te maken.

In deze nieuwe publicatie behandelt Bruce Hainley het vroege oeuvre van Sturtevant als een intellectueel avontuur. Het boek start met drie casestudies uit 1967: The Store of Claes Oldenburg, Picabia’s Ballet Relâche en Study for Yvonne Rainer’s ‘Three Seascapes’. Het archiefwerk dat Bruce Hainley uitvoerde is indrukwekkend. Hij analyseert aankondigingen, tijdschrift- en krantenartikels, brieven, getuigenissen, foto’s enzovoorts. Maar ook in zijn taalgebruik opent hij alle registers. Zo is een van de hoofdstukken opgevat als een scenario voor een Hollywoodfilm waarin twee heren aan de rand van een zwembad van gedachten wisselen over Sturtevant en de kunstwereld van de jaren 80. Bruce Hainley heeft duidelijk plezier beleefd aan het ontrafelen van dit enigmatische werk en beschrijft zijn eigen werk in het dankwoord terecht als de ‘Fun City of the mind’.

 

Henk Visch. Exactly how I remembered it. Gent: Posture Editions #8, 2014. 64 blz. 40 afb. ISBN 978-94-9126-208-1

Posture Editions is een periodiek, gedrukt op A4-formaat, die telkens een segment uit het oeuvre van een kunstenaar behandelt. De nadruk ligt op paginagrote reproducties. Een korte tekst biedt de kijker enige oriëntatie. Vormelijke elementen zoals papierkwaliteit, lettertype en bindwijze variëren naargelang de inbreng van de kunstenaar. Onlangs verscheen de achtste aflevering met werk van de Nederlandse beeldhouwer Henk Visch (Eindhoven, 1950), naar aanleiding van de tentoonstelling Precies zoals ik me het herinnerde in het Middelheimmuseum te Antwerpen. De uitgave bevat een korte tekst van Christophe Van Gerrewey.

 

Xu Bing. Book From the Ground: from point to point. Cambridge: The MIT Press, 2013. 112 blz. ISBN 978-0-262-02708-3

Mathieu Borysevicz (red.). The Book About Xu Bing’s Book From the Ground. Cambridge: The MIT Press, 2014. 168 blz. ISBN 978-0-262-02742-7

Book From the Ground beschrijft een werkdag uit het leven van Mr. Black. Het is niet bepaald een uitzonderlijke dag voor Mr. Black, maar de wijze waarop de Chinese kunstenaar Xu Bing (Chongqing, 1955) het verhaal schreef is verbluffend. Voor dit meer dan honderd pagina’s tellende boek gebruikte hij uitsluitend pictogrammen. Deze verzamelde hij de laatste tien jaar op plaatsen met een hoge concentratie van mobiele mensenmassa’s, zoals luchthavens, stations, hotels enzovoorts. Iedereen die vertrouwd is met het moderne leven, kan ze dus herkennen en interpreteren. Naast deze alombekende pictogrammen duiken symbolen op uit allerlei computerprogramma’s en het wereldwijde web, maar ook smileys (), logo’s en conventionele leestekens zijn te zien. Het boek oogt op het eerste zicht als een eindeloze rebus, maar het is niet moeilijk om het te ontcijferen. Zelfs een vijfjarige kleuter kan grote happen uit het verhaal ‘lezen’. Het is dus zeer verleidelijk om te stellen dat Xu Bing een nieuwe taal heeft ontdekt, die bijna universeel is. Bijzonder is dat deze taal gewoon voor het grijpen lag, waarbij Xu Bing ‘enkel’ de katalysator was.

Ondertussen verscheen ook The Book About Xu Bing’s Book From the Ground. Naast een tekst van Xu Bing zelf, bevat het enkele essays en interviews. De toon is optimistisch en de auteurs geloven dat ze getuige zijn van de geboorte van een nieuwe wereldtaal. Het vele beeldmateriaal toont hoe het moeizame productieproces verliep. Interessant om te zien is hoe Xu Bing aanvankelijk met een collagetechniek betekenis probeert te puren uit groepen pictogrammen. Later heeft hij software ontwikkeld waarmee het schikken van de pictogrammen handiger verloopt. Het boek sluit verrassend af met een Engelse vertaling van Book From the Ground: from point to point, wat gezien het uitgangspunt van Xu Bing nutteloos is. Maar het levert wel heerlijk vergelijkend materiaal op.

 


De laatste jaren verschenen regelmatig facsimile’s van kunstenaarsboeken uit de periode 1960-70. De originele boeken zijn dikwijls erg schaars en prijzig. Maar ook hun artistieke relevantie is een goede reden om deze werken opnieuw goedkoop aan te bieden. Hier volgt een korte selectie van de meest recente.

 

Carl Andre: Quincy. New York: Primary Information, 2014. 52 blz.

In de winter van 1972 huurde Carl Andre (°1935) een fotograaf om zwart-witfoto’s te nemen in zijn geboortestad Quincy, Massachusetts. Het fotoboek verscheen naar aanleiding van zijn tentoonstelling in de Addison Gallery of American Art, Massachusetts in 1973. De focus ligt op scheepswerven, spoorwegen en steengroeven, maar ook op de beboste zones en aarden wegen van de randstad. Binnen het oeuvre van Carl Andre is dit een uitzonderlijk boek. Het autobiografisch werk toont hoe belangrijk die plek was als inspiratiebron voor zijn minimalistische sculpturen van de jaren 60 en later.

 

Robert Filliou. Teaching and Learning as Performing Arts. London: Occasional Papers, 2014. ISBN 978-0-9569623-4-8

Robert Filliou (1926-1987) was niet alleen dichter, kunstenaar en performer, maar ook een grapjas, een conceptueel avant la lettre en een génie sans talent. Hij zag het leven zelf als kunst en zocht allerlei strategieën om kunst te democratiseren en het gat te dichten tussen kunstenaar en publiek. Van de vele kunstenaarsboeken die hij publiceerde is Teaching and Learning as Performing Arts (1970) wellicht het meest treffende. Teksten, interviews, scenario’s, brieven, poëzie, ontwerpen en manifesten worden afgewisseld met bijdragen van medestanders zoals John Cage, Allan Kaprow, Joseph Beuys en Dieter Roth. Inhoudelijk draait alles rond kunst en welke plaats die kan innemen in het leven. Voortdurend zet Robert Filliou de lezer aan om mee te denken en te schrijven. Om deze participatie te bevorderen krijgt de lezer heel wat schrijfruimte en blanco pagina’s ter beschikking. De spiraalbinding maakt er een karakteristiek nota- en schetsboek van.

 

Dieter Roth: Die Kakausener Gemeine. Rennes: Editions Incertain Sens, 2014. 12 blz. ISBN 978-2-914291-66-8

Die Kakausener Gemeine verscheen in 1968 bij Edition Hansjorg Mayer in Stuttgart. Het is een scatologisch werk met een bizarre esthetiek. De pagina’s zijn volgepropt met handgeschreven tekstjes en lijntekeningen, gedrukt in lichtgeel (urine) op een bruine (stront)achtergrond. Kwantiteit is een van de artistieke grondregels van Dieter Roth, die hij ook hier hanteert om zo veel mogelijk facetten van de menselijke ontlasting te exploreren. Het resultaat is grappig, inventief en coherent. Zo is dit werk gedrukt op het formaat van een krant. Vanaf de 17e eeuw was krantenpapier immers gebruikelijk als wc-papier.