Rein Dufait. Ginder de dingen, de dagen en de wolken

Be-Part Waregem presenteert momenteel een tentoonstelling met haast uitsluitend nieuwe werken van Rein Dufait (1990). De voorbije jaren heeft Dufait zijn praktijk ontwikkeld als een onderzoek naar de eigenheden van de artistieke media die hij hanteert, om ‘een bestaande logica te verwonderen met een nieuwe logica’, zoals hij het zelf omschrijft.
Een vroeg werk van Dufait op de tentoonstelling is Elpha (2017): een volume cement, gevormd in een plexiglas bak met zand waarin met de hand een holte werd gemaakt. Met die ingreep raakt Dufait aan de kern van het beeldhouwen, dat traditioneel technieken van gieten, hakken of boetseren behelst, maar dat in de loop van de twintigste eeuw onder impuls van Duchamps readymades een ruimer objectkarakter verwierf. In het cementwerk wist Dufait beide invloeden te verenigen, wat de kunstenaar aangeeft in een toelichting. De met zand gevulde bak is de context waarin ‘een leegte werd gezocht (het graven), vervolgens een volume gemaakt (het gieten)’. De holte in het structuurloze zand werd ‘als mal gebruikt (het plexiglas is de tweede mal)’, waardoor zowel het zand als de bak letterlijk zijn vastgemaakt aan de tot stand gekomen cementvorm. In het werk zijn mal en afgietsel met elkaar verbonden. Dufait zocht het voorbije decennium steeds verder de grenzen van de beeldhouwkunst op, in die mate dat de problematiek van het medium de kern is gaan uitmaken van het kritische discours bij zijn praktijk. In het boek In de verte – de lucht, naar aanleiding van de tentoonstelling in Be-Part verschenen bij MER, benadrukt Christophe Van Gerrewey dat het beeldhouwwerk door Dufait wordt ‘bevraagd, omdat geprobeerd wordt om het met schilderkunstige technieken tot stand te brengen’.
De werken in Ginder de dingen, de dagen en de wolken getuigen van deze mediumkritische kwaliteit. Voor King and Queen (2025) werkte Dufait voor het eerst op schilderdoek, dat hij behandelde met verf, stukken papier, karton, acrylic one (een soort kunsthars), pigment en potlood. De in drie groepen gepresenteerde Graafcollages uit 2025 zijn met potlood, grafiet en oliepastel op papier gerealiseerd. Met de frottagetechniek zette Dufait op het papier letters en jaartallen die hij aantrof op grafstenen, om die vervolgens weer te bewerken in zijn atelier. Voor de zesdelige reeks Lentegeuren, ook uit 2025, bracht hij op een als drager fungerende passe-partout van karton naast potlood en verf ook oliepastel aan. Door de werken te presenteren aan de wand, soms ingelijst of achter glas, lijkt hun teken- en schilderkunstige karakter nog te worden benadrukt.
De tentoonstelling is echter niet zomaar een ensemble van tekeningen en schilderijen. Zo zijn in de oppervlaktelaag van King and Queen stukken papier verwerkt, die mee zijn beschilderd en die reliëf in het beeld creëren. Diezelfde driedimensionaliteit is aanwezig in de Graafcollages, waarin stukken papier in het beeld zijn aangebracht, gelaagd en met een zeker volume. Ook in de reeks Lentegeuren wordt het platte vlak doorbroken door de toepassing van reliëf. Zo zijn in het vijfde werk van deze reeks een kartonnen en een houten vorm verwerkt en is het zesde werk bedekt met een raster van met pigment opgehoogd acrylic one.
Het reliëf is een uitdrukkingsvorm die de vroegste beeldhouwers al hanteerden. Ergens tussen het tweedimensionale werk op papier, paneel of doek en het volume van een vrijstaande sculptuur, laat het reliëf Dufait toe om zich vanuit zijn praktijk als beeldhouwer aan het tekenen en schilderen te zetten. In die zin weet hij zich in te schrijven in de traditie, maar slaagt hij er tegelijk in om een eigen plaats in te nemen in de hedendaagse artistieke praktijk. Die problematisering van het medium mag het meest zichtbare aspect van zijn werk echter niet overschaduwen. Hoewel artistieke producties sinds de naoorlogse avant-garde worden getoetst aan een theoretisch fundament, staan zijn bevragende en onderzoekende kunstwerken ook garant voor een esthetische ervaring. Vooreerst richt de tentoonstelling zich op de waarneming van de toeschouwer, die in Lentegeuren en Graafcollages al bij de eerste oogopslag kleuren en vormen ziet, zorgvuldig tot een eenheid geschikt. In de compositie van King and Queen kan een aanzet tot figuratie worden ontwaard, als een verwijzing naar het gelijknamige beeld van Henry Moore.
Wanneer de afzonderlijke werken in de samenhang van de tentoonstelling worden bestudeerd, blijken kleuren en vormen telkens opnieuw op te duiken. Dufait hanteert ze als motieven in verschillende reeksen en brengt een verbinding tot stand tussen verschillende ontwikkelingsfases. Zo herinnert het gebruik van het verzadigde blauw, rood, geel en groen in King and Queen aan de kleine sculptuur Sis (2014), waarvoor zeven kleurpotloden van diezelfde tinten aan elkaar werden vastgezet met klei, of aan de tiendelige reeks kunstenaarsboeken Tesanada (2013-2018), waarvan de rug door diezelfde kleurpotloden werd gemarkeerd. De felgroene, ovaalachtige vormen uit de reeks Lentegeuren stemmen overeen met de verfafdrukken op Lentezicht (2018), een sculptuur van plexiglas. De verwantschap in naam tussen beide werken is wellicht niet toevallig.
De nadrukkelijke referenties aan eerder werk impliceren echter niet dat Dufait zich beperkt tot een afgesloten repertoire. Met elke reeks voegt hij er nieuwe motieven aan toe. In Be-Part ligt de vernieuwing in de recentste werken als Graafcollages, waarin voor het eerst de aanwezigheid van letters en cijfers opvalt. Misschien kan ook dit aspect van Dufaits praktijk vanuit de beeldhouwkunst worden verklaard. Zoals een beeldhouwer materie toevoegt, weghaalt en tot het gewenste resultaat boetseert, zo modelleert Dufait zijn oeuvre tot een groter geheel. In een additief proces worden nieuwe elementen aan de beeldtaal toegevoegd. Het moment lijkt gekomen om net die beeldtaal, met welbepaalde kleuren en vormen als motieven, nader te bestuderen.
• Rein Dufait. Ginder de dingen, de dagen en de wolken, tot 30 november, Be-Part, Gemeenteplein 12, Waregem.





