width and height should be displayed here dynamically

238

Tekst en beeld

‘Staat er altijd tekst in, onder of rondom een afbeelding?’ Het is een vraag die Roland Barthes stelde in 1964, in het essay ‘Rhétorique de l’image’. Om een antwoord te vinden gebruikte hij een reclamefoto van het Italiaanse pastamerk Panzani. De lectuur van een beeld voltrekt zich, aldus Barthes, op drie manieren: er staat letterlijk tekst in het beeld die gelezen kan worden (het merk op de verpakking); er is een beeldelement dat geïdentificeerd wordt (een tomaat); en er zijn boodschappen die symbolisch en cultureel zijn (Italië is het land van het goede leven, waar tomaten nog naar tomaten smaken). Ja dus: er staat altijd tekst in, onder of rondom een afbeelding, en altijd tegelijkertijd; visuele taal is een taal zonder code, die om betekenis te krijgen een beroep doet op verbale gegevens.

Kunstwerken zijn meestal geen reclamefoto’s, en al zeker niet voor pasta. En toch is het de functie van kunstkritiek om zo bewust mogelijk de lectuur van een beeld te organiseren, door na te gaan welke tekst in, onder of bij het werk staat, wat er ‘echt’ te zien is, en hoe dat alles verbonden kan worden met ‘de duizend-en-één brandpunten van de cultuur’, om nog eens Barthes te citeren. In dit nummer van De Witte Raaf staat de spanning tussen woord en beeld nog meer dan gewoonlijk centraal. De openingstekst is een panelgesprek over het M HKA – het Antwerpse museum dat de voorbije weken in news feeds bleef opduiken. Het panelgesprek concentreert zich op de verbeelding van een toekomst voor dit museum, ontworpen door een tiental architectenteams voor wedstrijden in 2019 en 2024. De analyse van de architectuurbeelden helpt om de retoriek rond het M HKA te doorprikken, door na te gaan wat er op het spel staat (of stond).

In een interview blikt Dirk van Bastelaere terug op zijn oeuvre, en meer bepaald op de rol die beeld – fotografisch, artistiek, filmisch – in zijn werk speelt. Van Bastelaere schrijft poëzie ‘bij’ kunstwerken of foto’s, maar zonder klassieke beeldgedichten te maken. Zijn recentste bundel is een reactie op het oeuvre van John Baldessari, de Amerikaanse kunstenaar die als geen ander de relatie tussen woord en beeld verkende, en van wie dit najaar in Bozar een overzichtstentoonstelling loopt. Nadia de Vries en Louis De Mey recenseren deze expo, door het politieke en het verhalende karakter van zijn beelden na te gaan. Twee archiefdocumenten vullen de besprekingen aan: een korte beschouwing van Dirk Lauwaert uit 1988 en een gesprek tussen Baldessari en Ann Cesteleyn uit 2003.

Het nummer besluit met een tekst over Liaisons, negen recente schilderijen van Marlene Dumas die zopas een vaste plek kregen in het Louvre.

 

Christophe Van Gerrewey