width and height should be displayed here dynamically

Alex Schuurbiers. Placeholder

Alex Schuurbiers, Placeholder, 2025

Ongeveer vijf jaar geleden verruilde audiovisueel kunstenaar Alex Schuurbiers (1990) het fototoestel in voor een filmcamera. Haar fotografische werk was analoog en die voorkeur trekt ze door in haar experimenten met bewegend beeld: al haar films zijn op 16mm- of (super)8mm-film geregistreerd. Ze maakte ondertussen vijf kortfilms waarin ze zowel inhoudelijk als vormelijk inzet op de manuele verwerking van dingen.

Haar nieuwste film van acht minuten lang, Placeholder, ging in 2025 in première op het Gentse filmfestival Courtisane, reisde naar verschillende andere plekken en is deze zomer te zien in de boîte noire van het Musée de la Photographie in Charleroi. De film opent met een citaat van de uit Hongkong afkomstige dichter Mary Jean Chan: ‘Most nights I dream of my mother’s face, by turns harsh and tender / In a nightmare, I shouted at her: Neither you nor I are the enemy!’ Het geprojecteerde citaat geeft als een ondertitel aan wat er op het spel staat: ouder-kindrelaties, de vorm en betekenis van tijd, verbeeldingen van het onderbewuste. De titel Placeholder verwijst naar een ding dat volledig aan semantiek is onttrokken, een opvulnul in de wiskunde of een tijdelijk tekstfragment op een pagina. De afwezige neemt in de film verschillende entiteiten aan. Het kan een moeder zijn, maar evengoed zijn het dromen of objecten die ontbreken.

Amper is het citaat van Chan uit beeld verdwenen, of er verschijnt een vredige woonkamer met een grote ronde tafel die uitkijkt op een wild stadstuintje. Op de tafel liggen stenen waar een kind mee speelt. Het beeld heeft kleur en het meisje draagt een mooie rood- en goudkleurige, oosterse vest. De film vertrekt vanaf de rug van het kind, toont vervolgens ogen die opzij kijken en andere (volwassen) handen die de stenen vastnemen en onderzoekend bevoelen. Tussen deze scherven van mensen verschijnen bloemen en planten, slechts licht door de wind aangeraakt. Aanrakingen en aan- of afwezigheid blijven belangrijke elementen in Schuurbiers’ werk.

In deze montage van handen en ogen van volwassenen, wilde planten en abstracte beelden is alle kleur verdwenen. Pas wanneer het kind weer verschijnt, keert de kleur terug in de pellicule. Hoewel herinneringen in cinema vaak in zwart-wit of sepia opduiken, kiest de filmmaker hier voor een schijnbare omkering. Want het kind verbeeldt niet noodzakelijk herinneringen, en de kleuren hoeven ook niet te betekenen dat het mooie of werkelijke tijden waren. Wat duidelijk wordt, is dat afwezige dromen, leugenachtige herinneringen en verzonnen feiten naast elkaar bestaan in Placeholder.

Door een pulserende tekst en klankband – de muziek is van Bert Dockx – raken beelden en ideeën verweven. Op een enkele stilte na, geeft een ruisende machine als een klok steeds de volgende tel aan in de film. Het tempo ligt hoog. Tussen mensen, stenen en bloemen verschijnen geschreven zinnen in witte tussentitels op een houtskoolzwarte achtergrond: een tekst van Schuurbiers die als een gedicht tussen de beelden lijkt te verdwalen. Nooit is een menselijke stem hoorbaar, wel ontspruit er een melodie uit een kleine, oude synthesizer die het machinale, doffe getik soms overstemt. De melodie zwelt aan en ontspoort in vervormingen. De noten vibreren, zakken, vertragen. Er ontstaat een spanning tussen het vaste tempo van de machine en de vertraging van de synthesizer die iets nostalgisch in zich draagt. Duwen en trekken, vooruit blijven bewegen en terugblikken. Of zoals het, een polsslag lang, op beeld verschijnt: ‘the white noise of memory’.

Tijdens het productieproces werd de film zelf de afwezige. Schuurbiers begroef de onontwikkelde pellicule in de aarde, midden in donkerrood pfas-gebied op Linkeroever in Antwerpen. De aarde beet, het water vervormde de geregistreerde beelden. Vreemde materialen je beeld laten bewerken, wordt mordançage genoemd. Hoe de film vervolgens uit de donkere kamer zou komen, was ook voor de kunstenaar grotendeels een verrassing. Het maakproces is in de afgewerkte en gedigitaliseerde film afwisselend zichtbaar en onzichtbaar. Soms smelten de vervormingen met het beeld samen, soms lijken de chemische effecten als kalkeerpapier over het beeld getrokken. Alle kwetsuren die de film opliep, blijven als littekens achter. De vorm echoot op die manier de inhoud van de film zonder eenvoudigweg illustratief te zijn.

Het is een werkwijze die kan doen denken aan de ambities en onderzoekingen van de Franse dichter en cineast Jean Cocteau. Ook hij respecteerde het onderscheid tussen realiteit, dromen en herinneringen niet, en ook hij probeerde via spiegels of stenen inzicht te krijgen in de menselijke psyche. In groot contrast met Cocteau heeft Schuurbiers bijzondere aandacht voor de vrouw. Ze filmt overwegend vrouwen en wil hun verhalen vertellen door de autonomie te verleggen naar kleinere, interne stemmen (al dan niet in conflict), moeders tegen dochters en omgekeerd, of juist kinderstemmen die nog geen weet hebben van hiërarchie. Aan het einde van de film probeert het kind dat eerst met stenen speelde een heleboel kleurrijke springballetjes van de tafel op te rapen om ze met beide handen vast te houden. Het lukt heel even om alles te dragen, maar door net iets te hard te proberen en ze te omklemmen, rollen de ballen in elke richting van de ronde tafel af. Soms is het beter om niet te hard te proberen. De camera zoomt in, het beeld wordt wazig en verdwijnt.

 

Alex Schuurbiers. Placeholder, tot 27 september, Musée de la Photographie, Avenue Paul Pastur 11, Mont-sur-Marchienne (Charleroi).