width and height should be displayed here dynamically

Chronograms of Architecture

Chronograms of Architecture, CIVA, Brussel, 2025, foto Dan Miller, Useful Art Services

CIVA in Brussel presenteert een tentoonstelling gebaseerd op het levenswerk van de architectuurtheoreticus van het postmodernisme, Charles Jencks (1939-2019). In een poging om grip te krijgen op de verschillende stromingen van de twintigste eeuw creëerde Jencks iconische diagrammen, ‘evolutionaire boomtekeningen’, die onderlinge verbanden in de architectuurgeschiedenis uitdrukken. Chronograms of Architecture trekt die insteek door naar onze hedendaagse, pluralistische realiteit door architecten, onderzoekers en ontwerpers uit te nodigen om hun eigen tijdlijnen te visualiseren. Het resultaat is een opeenvolging van acht geschiedenissen van de moderne architectuurpraktijk. Volgens de introductietekst pretendeert geen van deze ‘kaarten’ een allesomvattend overzicht te zijn, maar vormen ze samen misschien wel ‘acht stromingen van een kaart van vandaag’.

Het werk van Jencks vormt zowel in thematische als letterlijke zin het centrum van de tentoonstelling: in het midden van de ruimte bevindt zich een vitrine-installatie, in een scenografie van Pauline Clarot. In de vitrine liggen publicaties van Jencks in onder andere het tijdschrift Architectural Design, naast dubbelpagina’s uit boeken die hij over het onderwerp schreef. De nadruk ligt op de uitwerking van zijn Evolutionary Trees tussen 1969 en 2000. Opnieuw wordt een tijdlijn gevormd, als een raamvertelling waaraan de chronogrammen van Jencks elk een eigen bijdrage leveren. Interpretaties van gebeurtenissen, stijlen en hun onderlinge verband variëren mee met de tijdsbeleving naarmate de geschiedenis zich ontwikkelt. Opvallend is dat deze chronogrammen het verleden niet zomaar opdelen. In het boek Architecture 2000. An Evolutionary Tree (1971) werd een dubbelpagina gewijd aan zowel het contextualiseren van bekende stromingen als aan het voorspellen van ontwikkelingen tot en met het jaar 2000. De lineaire tijdlijn van chronogrammen wordt doorbroken door een exemplaar van Architecture 2000 and Beyond. Success in the Art of Prediction uit 2000, waarin Jencks terugblikte op zijn boek van dertig jaar eerder, door na te gaan hoe de geschiedenis zich effectief had ontvouwen.

In de enige nevenruimte van de tentoonstelling wordt een filmfragment getoond waarin Jencks aan het woord is en de motivatie bespreekt achter zijn evolutionaire boom, maar ook wijst op de beperkingen ervan. Zijn diagrammen baseerde hij op twee principes: stromingen en trends vertonen in de geschiedenis een cyclische beweging en kunnen dus telkens weer geïdentificeerd worden als een logisch vervolg op elkaar. Tegelijk is de realiteit complexer en ontwikkelen tendensen zich ook lineair. Technologische ontwikkelingen keren bijvoorbeeld niet terug, maar bouwen voort op elkaar. Hoewel het tweedimensionale aspect van de semantische ‘kaart’ van Jencks de leesbaarheid ervan bevordert, beperkt het ook de complexiteit die het model kan verdragen.

Deze ‘spoedcursus Charles Jencks’ wekt nieuwsgierigheid naar de acht hedendaagse interpretaties. In de opstelling bevinden de chronogrammen zich niet toevallig aan de muren, rond de centrale tafel: het meubel vervult de rol van vitrinekast, auditorium en ontmoetingsplek. De nieuwe diagrammen zijn geen neutrale tijdlijnen, maar een open uitnodiging tot dialoog, en CIVA speelt hier mooi op in door lezingen, debatten en workshops te organiseren te midden van de acht chronogrammen.

Het begrip ‘architectuur’ is vandaag veel breder dan de ‘stilistische’ stromingen en technisch-sociale ontwikkelingen die Jencks definieerde. Thema’s variëren van circulaire bouwstrategieën en de ecologische houdbaarheid van onze steden tot feministische en antiracistische perspectieven op de productie van ruimte. Zo analyseren Charles L. Davis II en Curry J. Hackett in een driedelig diagram de raciale onderstromen van de architectuurgeschiedenis, terwijl het collectief MOULD de ruimtelijke gevolgen van klimaatverandering koppelt aan de historische neiging van de architectuurpraktijk om zich buiten het klimaatprobleem te plaatsen. Mario Carpo’s bijdrage onderzoekt de verschuiving naar een digitale architectuurcultuur – en doet dit overigens als enige chronogram met behulp van een digitale installatie op een scherm, hoewel de tweedimensionale tijdslijn ook gewoon afgedrukt had kunnen worden. Bryony Roberts en Abriannah Aiken buigen zich over gender en ruimtelijke representatie en eindigen met een uitgebreid cartografisch landschap van ideologieën en activisme. Het chronogram van Pier Vittorio Aureli en Marson Korbi is visueel een ingewikkeld architectonisch tapijt; de architectuurgeschiedenis wordt geanalyseerd aan de hand van de marxistische termen ‘basis’ en ‘bovenstructuur’. Cul de sac van Urtzi Grau en Francesca Hughes klaagt de onzinnigheid van het metriseren en het controleren van het architectuuronderwijs aan.

Deze chronogrammen waren eerder in Londen te zien in de Architectural Association, maar speciaal voor de Brusselse editie werden twee nieuwe bijdragen ontwikkeld. Maria Fedorchenko en Yeliz Abdurahman ontwierpen Chronogram of Chronograms – een metadiagram dat reflecteert op de veranderende manier waarop architectuurgeschiedenis wordt gemaakt en voorgesteld. Hun kaart koppelt abstracte concepten als autonomie, speculatie en narratief aan visuele structuren die de architectuurdiscipline zelf ter discussie stellen.

Daarnaast creëerde Lionel Devlieger, in 2006 medeoprichter van Rotor, samen met een interdisciplinair team van de Universiteit Gent, een nieuw chronogram dat de geschiedenis van het circulaire bouwen visualiseert: van hergebruik en modulaire systemen tot actuele praktijken rond materiaalstromen en herbestemming. Ze schrikken er niet voor terug de kloof te benoemen tussen het theoretische discours rond circulaire processen en de ontnuchterende praktijk – het diagram is rond die discrepantie gestructureerd.

De acht chronogrammen zitten vol symboliek en brengen actuele onderwerpen aan, zoals mag worden verwacht van diagrammen die deze tijdsperiode willen duiden. In die nobele missie wordt soms voorbijgegaan aan de eenvoudige leesbaarheid van Jencks modellen – nochtans een van de redenen dat ze nog steeds in het geheugen gegrift staan. Het lijkt een gemiste kans dat er weinig tot niet geëxperimenteerd werd met driedimensionale modellen, terwijl die in onze huidige, technocratische wereld niet meer weg te denken zijn. De keuze werd gemaakt om het tweedimensionale, semantische principe van Jencks te respecteren, zonder de simplificatie ervan te behouden. Het resultaat is een aantal inhoudelijk sterke chronogrammen die moeten leunen op legenda’s en veel goede wil van de bezoeker, wat toch afdoet aan de doelmatigheid ervan.

Hoewel de inhoud overeind blijft, wagen de auteurs van de nieuwe chronogrammen zich niet aan toekomstvoorspellingen. In een wereld die snel verandert voelen sommige chronogrammen zelfs achterhaald aan, zeker wanneer 2023 het laatst vermelde jaar is. Toch, of misschien net daarom, weet de tentoonstelling essentiële vragen op te werpen. Architectuur wordt niet gepositioneerd als een neutrale praktijk, maar wordt stevig verankerd in politieke en ideologische processen. Hoe visualiseren we verandering? En met welke verhalen kunnen we de toekomst mee vormgeven?

 

Chronograms of Architecture, tot 28 september, CIVA, Kluisstraat 55, Brussel.