width and height should be displayed here dynamically

EindhovenIstanbul

Het begon natuurlijk allemaal in Venetië. Daarna volgden Havanna, Lyon, Gwangju, Johannesburg, Tirana, Berlijn, Sjanghai, São Paolo en vele andere plaatsen overal ter wereld. Inmiddels is elke zich respecterende stad het aan zijn stand verplicht om elke twee jaar een grote tentoonstelling met beeldende kunst te organiseren. De biënnale blijkt een effectief middel om door te stoten in de vaart der volkeren. Het is goed voor de plaatselijke middenstand en bovendien een impuls voor nieuwe plaatselijke kunstinitiatieven.

De verspreiding van het fenomeen naar alle uithoeken van de globe is ook tekenend voor de situatie van de hedendaagse kunstwereld. De afgelopen jaren werd de hegemonie van dominante westerse cultuurcentra immers steeds verder doorbroken door initiatieven uit delen van de wereld die tot voor kort niet direct met hedendaagse kunst werden geassocieerd. Deze biënnalisering van de internationale kunstwereld staat lijnrecht tegenover de traditionele rol die musea vervullen. De oorspronkelijke taak van een museum bestond uit het bewaren, onderzoeken en tentoonstellen van kunstwerken in een statische omgeving, terwijl biënnales bij uitstek functioneren als tijdelijke, cultureel verantwoorde pretparken.

Deze werelden ontmoeten elkaar nu op een opmerkelijke manier in Eindhoven. Het Van Abbemuseum presenteert een selectie kunstwerken van veertig internationale kunstenaars die de afgelopen achttien jaar te zien waren op de Biënnale in Istanbul. Deze werken, die niet eerder in deze combinatie werden gepresenteerd, worden in Eindhoven getoond in samenhang met stukken uit de verzameling van het Van Abbemuseum. Helemaal toevallig is die verbintenis niet, want Charles Esche combineerde zijn functie als directeur van het Van Abbemuseum dit jaar met die van medesamensteller van de Biënnale van Istanbul (samen met Vasiv Kortun).

Voor deze presentatie werden allerlei uithoeken van het labyrintische gebouw van het Van Abbemuseum benut. In de oudbouw worden louter werken geëxposeerd die ooit op de Biënnale van Istanbul te zien waren. Het gaat om kunst die zich volgens het Van Abbemuseum hoofdzakelijk op “algemene, filosofische en existentiële menselijke kwesties” concentreert. Over het algemeen treedt de artistieke visie van de kunstenaar er nadrukkelijk op de voorgrond. Verder spreken deze werken een min of meer universele, internationale kunsttaal, of doen ze een poging in die richting.

Er hangen bijvoorbeeld schilderijen van Bernard Frize, met sierlijke kwaststreken die een fundamentele vraagstelling naar de zin van het schilderen suggereren. De doeken worden gecombineerd met de persoonlijke krabbels waarmee de dove Amerikaanse kunstenaar Joseph Grigely met zijn omgeving communiceert. Elders in de oudbouw toont de Israëlische kunstenaar Zvi Goldstein sculpturale objecten die de taal van de westerse kunst gebruiken, maar ook onderuithalen. Een vitrine met kleurige objecten die doen denken aan Duchamps vrijgezellenmachine en aan etnografische voorwerpen, staat op een voetstuk met islamitische motieven. “Your modernity is no less picturesque than my primitivism”, lezen we op de tegenoverliggende wand.

Ook in de nieuwbouw van het museum zijn werken uit de geschiedenis van de Biënnale van Istanbul te zien, maar hier zijn ze over het algemeen politieker en socialer van aard. Ze verwijzen naar plaatselijke vraagstukken of situaties en spreken de taal van het document en de documentaire. Ze worden gecombineerd met kunstwerken uit de collectie van het museum, die voor de gelegenheid zijn opgehangen aan provisorische, onafgewerkte systeemwandjes, ontworpen door Heimo Zobernig. Een grote wand van gipsplaten hangt bijvoorbeeld vol met portretten uit het interbellum, waarvan de meeste, vooral door het contrast met twee Picasso’s, opvallend provinciaal ogen.

Elders wordt Michelangelo Pistoletto’s Donna che disegna, een spiegelwerk waarop een vrouw op de rug is afgebeeld, gecombineerd met een video van Bülent Sangar waarin de toeschouwer meekijkt met iemand die vanachter de vitrages zijn geweerloop richt op volslagen willekeurige mensen. Daar tegenover hangt een fotowerk van Aydan Murtezaoglu, waarop een vrouw, op de rug gezien, vanaf het dak van een flat in Istanbul met een antenne staat te zwaaien, alsof ze iets te vieren of te verdedigen heeft.

In andere zalen maken dergelijke beeldrijmen weer plaats voor inhoudelijke overeenkomsten tussen de afzonderlijke kunstwerken. Schilderijen en prenten van Constant, Jorn en andere Cobraleden worden bijvoorbeeld zij aan zij getoond met video’s van Jasmila Zbanic over de oorlog in Sarajevo. Het is een combinatie die niet bepaald gunstig uitvalt voor laatstgenoemde, want haar politiek-correcte aanpak steekt wel erg braaf af tegen de kunst van vijftig jaar eerder.

Niet alles is dus even geslaagd. Wat in elk geval opvallend goed is in deze tentoonstelling is de informatievoorziening. Er zijn plattegronden en vouwbladen beschikbaar en voor drie euro kan een handzame bezoekersgids worden aangeschaft, met teksten over de kunstenaars. Dat is een prettige bijkomstigheid van de museale omgeving, omdat deze bij echte biënnales wel eens te wensen overlaat.

Al met al zijn er nogal wat (documentaire) video’s op EindhovenIstanbul te zien, waardoor er een behoorlijke claim op de tijd van de bezoeker wordt gelegd. Aan een dagdeel heb je niet genoeg om alles te bekijken. Toch net een echte biënnale dus.

•• EindhovenIstanbul loopt nog tot 29 januari 2006 in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, 5600 AE Eindhoven (040/238.10.19; www.vanabbemuseum.nl).