Grind Grind Grind, Release. An Exhibition as a Massage

Artefact 2026 gaat verder op de weg die in 2024 ingeslagen werd met At the still point of the turning world (zie De Witte Raaf, nr. 228). Die thematentoonstelling beoogde het gevoel van verwarring ten gevolge van verstoorde mediacommunicatie in beeld te brengen en alternatieven te bieden via kunstwerken. Met deze editie wil curator Karen Verschooren nog een stap verder gaan. Grind Grind Grind, Release. An Exhibition as a Massage is bedoeld als remedie tegen verstarring en verkramping door te drukken waar het pijn doet, tot ontspanning volgt. To grind is de Engelse term voor diepe weefselmassage.
Tijdens de vernissage verwoordde Verschooren haar intuïtie – het woord ‘gedachtegang’ vermeed ze nadrukkelijk – onverbloemd. Mentale en emotionele verkramping uiten zich vaak in fysieke verstarring. Kunst die via het lichaam de geest bereikt, zonder de omweg van ‘binaire’ rationalisatie, maakt ons daarvan bewust, door te duwen waar het pijn doet en dan te zalven. Of zoals Cassie Packard het stelt in een response essay in de catalogus: ‘De tentoonstelling beweegt door je heen, een elektrische stroom die je lichaam begrijpt nog vóór jij dat doet.’
Is een dergelijk ‘masseren’ de roeping van kunst, en zo ja, waarom zou reflectie daarmee in strijd zijn? Veel kunst mikt direct op het gevoel en raakt de kijker meteen, zonder noodzakelijkerwijze iets in beweging te brengen. Kitsch is dan niet ver weg. Onmiskenbaar zijn er echter kunstenaars die de connectie tussen lichaam, waarneming (aanraking) en ervaring diepgaand exploreerden. De praktijk van Lygia Clark, die van artistiek naar therapeutisch evolueerde, is het voorbeeld bij uitstek. De vraag naar het onderscheid tussen beide uitersten, naar een kritiek van therapeutische kunst, komt op deze editie van Artefact echter niet aan bod, alsof het directe gevoel erdoor besmet zou raken. Merkwaardig is bovendien dat elk werk van trigger warnings en een sensorial map voorzien werd. Bezoekers hoeven niet te vrezen voor onverwachte, onaangename ervaringen, of zijn alleszins gewaarschuwd. Grind Grind Grind, Release is een ‘veilige’ tentoonstelling, maar wat betekent grinding dan nog? Wat valt er dan nog te beleven, als beleving het doel is?
De ontwijkende opzet leidt tot een tentoonstelling die een heldere inzet lijkt te missen. Ik vermoed echter dat de film Vita activa (2025) van choreograaf Daniel Linehan en documentairemaker Marieke Dermul er de blauwdruk voor leverde. Linehan is een choreograaf die evolueerde van conceptuele, vormelijke dans naar werk dat expliciet latente gevoelens en emoties bij de kijker wil aanboren, al is dat by proxy. Hij put in de film ook uit eigen ervaringen over de bijzondere intimiteit die bij dans kan ontstaan. Vita activa documenteert een workshop waarin tien onbekenden een week lang tijd delen door elkaar beurtelings tijd te bieden. In één scène geeft een jonge vrouw een oudere vrouw die haar man verloor een shiatsumassage. De vrouw barst in tranen uit: ze is vergeten hoeveel deugd aanraking doet. Het is aangrijpend herkenbaar, zelfs al is dit allicht een re-enactment ten behoeve van de documentaire. Het maakt er echter nog geen kunst van, want het blijft een enscenering van een individuele ontlading. Ongewild blijkt hier ook het paradoxale van een dergelijke ontboezeming. De deelnemers aan de workshop putten zich voortdurend uit in beschrijvingen van de heilzame werking van wat ze ondergaan, alsof ze via de anderen ook zichzelf daarvan proberen te overtuigen. Ze lopen zo in een boog heen om de tragiek van het bestaan, die door woorden niet kan worden toegedekt. Ze bekampen de afgrond met de logos, terwijl ze doen alsof ze in de afgrond kijken.
Ook alle zaalteksten leggen nadrukkelijk uit wat er te zien en vooral te voelen is. Over de decoratief uitvloeiende inktvlekken uit 2019 van Latifa Echakhch: ‘In dit werk werken beeld en tekst [de lange, poëtische titels] samen om een lichamelijke ervaring boven een louter intellectuele ontmoeting met het werk te bevorderen. Innerlijke en uiterlijke landschappen worden zo met elkaar verbonden.’ Over Moving portraits, een project van Moni Wespi aangevat in 2014: ‘hybride werken […] [die] de toeschouwer uitnodigen om te pauzeren, te luisteren en het lichaam te ervaren als een interface tussen binnen- en buitenwereld’. Het reduceert Wespi’s oeuvre, dat de relatie tussen natuurlijke objecten en subjectieve ervaring intrigerend bespeelt en de kijker daarin betrekt, zowat tot een vorm van sociale dienstverlening, en doet geen recht aan de slimme manier waarop zij de zwaarte en weerstand van het lichaam fysiek laat ervaren.
Soms neemt het instantritualisme de vorm aan van opzichtig spiritualisme (zoals in de installatie Chaque souffle une danse van Lee Mingwei uit 2024) of van gekoketteer met aardse verbondenheid, voorzien van een zware saus van exotisme en primitivisme, met een vleugje christelijke symboliek (de video Warmblooded and Earthbound van Eglé Budvytyté uit 2024). Dan liever de Rising Trees (2021-2023), een installatie van Lies Daenen, met piëteitsvolle frottagesvan dode bomen. Geen sterk gebaar, wel een poging tot een heidens ritueel, en een wat sentimentele zoektocht naar verbondenheid met ‘de natuur’.
Slaying the Hydra is een werk gemaakt door Nicola Turner voor deze editie van Artefact. Sculpturen van dikke touwen van paardenhaar en schapenwol maken meteen een connectie met lichamelijkheid. De monsterlijke vormen suggereren wilde woekering, maar nieuw (en dus grinding) is zo’n beeldtaal niet, na Lygia Clark, Hélio Oiticica en Ernesto Neto. De video’s van Oliver Beer uit 2023 zijn dat wel: twee mensen gebruiken elkaars gelaat als slagwerkinstrument of zingen met de monden op elkaar gedrukt een lied uit hun kindertijd. Het aberrante gebruik van lichamen heeft een viscerale impact. Dat geldt ook voor Maika Garnica’s Release, Hold, Let Go, ook voor deze expo gemaakt. De installatie bestaat uit een buizencircuit in koper en kunststof, plaatselijk omhuld door kronkelend keramiek, met hier en daar tapijten die toelaten tegen het werk aan te schurken. Haast terloops wordt op die manier duidelijk hoe intimiteit en koestering technologisch bepaald kunnen zijn.
Van alle werken op deze Artefact zijn de foto’s van Hervé Guibert, gemaakt tussen het einde van de jaren zeventig en het begin van de jaren negentig, nog het eenvoudigst. Toch maken ze direct zichtbaar dat het lichaam de drager is van een onontwarbaar kluwen aan emoties. Guibert wou beelden maken die bijblijven door hun emotionele impact, maar lichamen liet hij buiten beeld. De foto’s tonen kamers zonder bewoners, die toch sporen nalieten, als een intiem portret of een afdruk. L’Image fantôme uit 1981 is ook voorhanden, om onbegrijpelijke redenen in een Engelse vertaling. Het boek ligt open op de passage waarin Guibert zich afvraagt hoe een essay te schrijven over de hybris van August Sander om de Duitse bevolking in beelden te vatten. Beeld én tekst grijpen aan – fysiek – maar ze doen ook nadenken. Impliciet verschijnt zo het probleem van Grind Grind Grind, Release: de tentoonstelling vertrekt vanuit een valse tweedeling tussen lichaam en gevoel enerzijds en tussen geest en begrip anderzijds, en trapt zo al te vaak blindelings in de val van pseudoauthenticiteit en pseudo-identificatie.
• Grind Grind Grind, Release. An Exhibition as a Massage, tot 1 maart, STUK, Naamsestraat 96, Leuven.