Inas Halabi. All That Remains كَيْ لا نَنْسَى (Kay La Nansa)

Het is moeilijk om vandaag naar werk van Palestijnse kunstenaars te kijken zonder te denken aan de beelden die ons dagelijks bereiken uit Gaza. Terecht schenken die nieuwsbeelden veel aandacht aan het tonen van menselijk leed. Minder plaats in die dagelijkse nieuwsstroom is er voor de lange en doorlopende geschiedenis van imperialisme en kolonialisme die tot vandaag blijft doorwerken. Dat verhaal, en het bewustzijn errond, heeft meer tijd nodig.
Sinds 2021 neemt de Palestijnse Inas Halabi (1988) de tijd voor een onderzoeksproject en een film rond de geschiedenis van dorpen en hun omgeving in het historische Palestina. Het is een groeiend verhaal van greenwashing, met bomen die symbool staan voor wapens in een strijd die de Palestijnse olijfbomen verliezen van de Israëlische eucalyptus en pijnbomen. Die laatste worden in Palestina al sinds het begin van de vorige eeuw aangeplant, onder impuls van het Joods Nationaal Fonds.
Als uitheemse soorten moeten pijnbomen en eucalyptus het land een meer Europese aanblik geven en tegelijkertijd de resten verbergen van de dorpen waaruit de Palestijnen werden verdreven, net als het Palestijnse landschap eromheen. Zo voelen nieuwe Israëli’s zich sneller thuis. Maar deze uitheemse bomen zijn niet aangepast aan het lokale klimaat en verzuren de grond, die onbruikbaar wordt voor traditionele landbouw. Ze liggen bovendien regelmatig aan de oorzaak van bosbranden.
De film van Inas Halabi is nog niet volledig afgewerkt. Wel presenteert ze materiaal dat uitnodigt om te luisteren, te kijken en te proeven van haar land. All That Remains is dus geen film, maar een tentoonstelling, een exposé, een tijdelijke bezetting. Het begint in de tempel. De centrale ruimte van La Loge is volledig verduisterd. Er is enkel geluid. In het schaarse licht van drie diaprojectors worden in het Arabisch en het Engels de namen geprojecteerd van dorpen en regio’s waar de geluiden vandaan komen. Zo begint Halabi’s film in wording: als een akoestische ruimte. Ze creëert een opening naar een andere wereld, een andere ervaring. Je kan de ogen sluiten, maar niet de oren. Dat hoorbare gevoel van het land is een clash tussen vroeger en nu, met vogels, bomen, wind, Arabische gesprekken, muziek, een vliegtuig. Een straaljager, als het geluid van de oorlog?
All That Remains evolueert van een orale cultuur (gesprekken in een vreemde taal), naar een geschreven (geprojecteerde namen in het Arabisch en Engels), naar een gedrukte (een begeleidend boekje dat je kan raadplegen bij het verlaten van de tempel) naar een visuele cultuur (de film in de maak). Dat gefotokopieerde boekje, wat nonchalant achtergelaten op een sokkel naast de deur van de tempel, is niet onbelangrijk. Halabi gebruikt informatie uit het boek van de Palestijnse historicus Walid Khalidi, All That Remains. The Palestinian Villages Occupied and Depopulated by Israel in 1948. Halabi beschrijft de Palestijnse plaatsen waarvan de geluiden zonet weerklonken, evenals de Israëlische kolonies en de ‘nieuwe’ bossen, de Palestijnse volksliederen, verbonden aan de agrarische gemeenschap, en de Palestijnse dans (dabke), die het ritme bepaalt waarmee Palestijnen met de voeten de grond aanstampen voor hun traditionele huizen- en landbouw. De brochure – de pdf staat ook op de website van La Loge – maakt de mentale ruimte en de Palestijnse geschiedenis iets concreter.
Op de eerste verdieping, naast de claustra waarlangs de geluiden uit de tempel zich verder verspreiden, volgt het beeld. Een carrousel met dia’s toont lege, desolate landschappen waarin geen mens te zien is. Het is wat zionisten zochten en uiteindelijk ook maakten in Palestina: een land zonder volk voor een volk zonder land. Halabi laat zich inspireren door de Fukeiron-landschapstheorie waarmee Japanse filmmakers als Masao Adachi (die als lid van het Japanse Rode Leger meer dan twintig jaar doorbracht in Libanon aan de zijde van de Palestijnen) via het landschap de onderdrukkende krachten evoceren die bepalend zijn voor een sociaal-politieke geschiedenis. Dit is niet de Palestijnse realiteit zoals we die kennen uit de media. Het geweld zit elders: in de uitheemse bomen en nederzettingen die zich in stilte over de oude heen zetten. Je voelt het, je weet het, maar het laat zich niet vatten. Je moet het lezen tussen de beelden en de geluiden door.
Op de tweede verdieping toont Halabi fragmenten uit haar film, die op nog een andere manier de gewelddadige ontwikkeling tonen waar haar werk om draait. Opnieuw zie je het niet, maar voel je het wel. Er is iets fout met deze beelden: ze lijken over- of onderbelicht. De Israëlische douane heeft de dozen met nog niet ontwikkelde film geopend of ze hebben de blikken met röntgenstralen gescand. Daarvan getuigen de korrels en de flitsen in de geprojecteerde film. Halabi’s beelden dragen niet alleen de sporen van de controlerende autoriteiten, maar ook van het land zelf. Bij het ontwikkelen van de pellicule gebruikte ze extracten van planten die ze met haar moeder verzamelde en die resulteren in een licht getint effect. Het gebruik van die planten maakt alles nog concreter. In dezelfde ruimte op de tweede verdieping staat een lage tafel met kussens. Je kan zelf thee maken met de kruiden die Halabi gebruikte om haar film te ontwikkelen: tijm, salie, hysop. Die handeling en die ervaring zorgen voor een nieuwe dimensie, die elke ervaring van de toekomstige film overstijgt door je neus en smaakpapillen aan het werk te zetten.
• Inas Halabi. All That Remains كَيْ لا نَنْسَى (Kay La Nansa), tot 30 november, La Loge, Kluisstraat 86, Brussel.