width and height should be displayed here dynamically

Kunst in het belaagde huis

In 1963 regisseerde en produceerde Alfred Hitchcock The Birds, een film met een scenario van Evan Hunter, gebaseerd op een kortverhaal van Daphne du Maurier. Begin 1962 stuurde hij een memorandum naar enkele personen die betrokken waren bij de productie van de film, zoals productie-assistente Peggy Robertson,production designer Robert Boyle en set decorator George Milo. [1] Dit nooit eerder gepubliceerde document bevat een opmerkelijke en gedetailleerde beschrijving van twee interieurs uit de film, die zich afspeelt in het Californische kuststadje Bodega Bay.

Het ene interieur is het huis van mevrouw Lydia Brenner (Jessica Tandy) die er samenleeft met haar zoon Mitch (Rod Taylor), een jonge advocaat, en zijn kleine zusje Cathy. Zij krijgen het bezoek van Melanie Daniels (Tippi Hedren), die Mitch kort tevoren in San Francisco had ontmoet, en die hem is achterna gereisd om twee dwergpapegaaien (love birds) als verjaardagsgeschenk aan Cathy te geven. Na de aankomst van Melanie wordt het stadje geteisterd door mysterieuze aanvallen van vogels, die steeds gevaarlijker worden en ook in het huis van de Brenners een ware ravage aanrichten.

Het andere interieur is dat van Annie Hayworth (Suzanne Pleshette), de plaatselijke onderwijzeres, die vermoedelijk ooit een relatie met Mitch heeft gehad en uiteindelijk door de vogels zal worden gedood.

Het document toont op markante wijze hoe veel Hitchcock investeerde in de ruimtelijke setting van zijn films, en hoe zijn favoriete thema van het unheimliche huis vormkrijgt in de samenstelling van concrete interieurs.

In veel films van Hitchcock – Easy VirtueNumber 17RebeccaSuspicionShadow of a DoubtNotoriousPsychoen The Birds – ontpopt de vertrouwde omgeving van het huis zich als een verstikkend oord van verdringing. Slavoj Zizek merkt op dat men The Birds perfect kan voorstellen als een film zonder vogels: een typisch Amerikaans gezinsdrama uit de jaren ’50, waarin de zoon van de ene vrouw naar de andere trekt, omdat hij niet in staat is zich te onttrekken aan een dominante moeder. [2] Voor de architecturale vertaling van die thematiek ontleentThe Birds motieven aan de gothic plot. Zo is er het motief van de verborgen of verboden kamer: via een trap betreedt Melanie de afgesloten zolderkamer, waar de vogels een laatste gruwelijke aanval uitvoeren. Niet toevallig behoort de zolderkamer toe aan de kleine Cathy – alsof er sprake is van een inbreuk in de geborgen ruimte van de kinderjaren. Verder wordt het volledige huis als een claustrofobische gevangenis gepresenteerd. Volledig dichtgespijkerd, om vijandige indringers buiten te houden, verschijnt het als een kooi, of zelfs een lichtdichte doos; het plafond drukt op de belaagde bewoners die zich angstig tegen de wanden en het meubilair aanvleien.

Opvallend is de maniakale aandacht voor het detail. Elk onderdeel van het decor draagt een betekenis. Meubelstukken en voorwerpen weerspiegelen de welstand en de sociale status van de bewoners. Onzuiverheden en hybride combinaties zijn niet het gevolg van slordigheid, maar van een weloverwogen interpretatie van contrasterende smaakpatronen van verschillende huisgenoten. Andere vreemde samenstellingen wijzen erop dat sommige voorwerpen van elders werden meegebracht (uit een stedelijke flat bijvoorbeeld) en een rol speelden in het leven van bepaalde personages. In de film zijn de stoelen bijvoorbeeld te groot en te robuust voor de tafel; ook hier suggereert het memorandum dat dit de bedoeling was.

Opvallend is de rol die kunstwerken spelen in beide interieurs. Zij ondersteunen om te beginnen de karakterschets van de personages, die in het memorandum “reasonably educated and literate people” worden genoemd. De aanwezigheid van moderne kunst is dan ook vanzelfsprekend en wordt nergens geridiculiseerd – wat wel gebeurt in veel Hollywoodfilms uit de jaren ’40 en ’50, denk aan de politie-inspecteur en het kubistisch schilderij in Hitchcocks eigen Suspicion. In het memorandum is onder meer sprake van kleine gouaches van Maurice Utrillo en Maurice de Vlaeminck (in het interieur van de Brenners) en een prent van Georges Braque (in de huiskamer van de onderwijzeres) – kunstenaars die stuk voor stuk deel uitmaakten van Hitchcocks eigen collectie, die verder nog werk van Chaim Soutine, Raoul Dufy, Paul Klee, Georges Rouault, Henri Gaudier-Brzeska, Jacob Epstein en Amadeo Modigliani omvatte. [3] Een reproductie van Modigliani, die in het memorandum niet expliciet wordt vermeld, is duidelijk herkenbaar in de woonkamer van Annie Hayworth, net als een cézannesk stilleven dat bijna wordt herhaald in de fruitschaal op de tafel in de aangrenzende kamer. Hayworths bescheiden interieur bevat vele, soms lijst tegen lijst opgehangen reproducties van klassieke modernen, die door hun uitgesproken kleurcontrasten sterker in het oog springen dan de kunstwerken in het veel ruimere huis van de Brenners. Maar ook bij de Brenners krijgen de meeste vertrekken een duidelijk smaakaccent, met onder meer landschappen en bloemstukken in een postimpressionistisch idioom. Opvallend is verder dat de kunstwerken in de logeerkamer waar Melanie verblijft, een meer traditionele smaak doen vermoeden.

De stijl van de kunstwerken in het Brennerhuis kan als een decoratief en huiselijk modernisme omschreven worden – het soort kunst dat vervaardigd wordt door Sam Marlowe, de schilder-protagonist uit The Trouble With Harry. Eén werk valt echter uit de toon: het portret van de overleden vader dat boven de (obligate) buffetpiano hangt. Zoals vaker bij de geschilderde portretten in literatuur en cinema, fungeert het schilderij van mijnheer Brenner als een memento mori en als een soort noodlotsmotief. Net als de portretten van Caroline de Winter inRebecca, van General MacLaidlaw in Suspicion, van Colonel Paradine in The Paradine Case, en van Carlotta Valdez in Vertigo roept het een grote en mysterieuze Afwezige op. Telkens is er sprake van een hechte relatie tussen het portret en de personages. In Hitchcocks cinema, die vaak omschreven wordt als een complex systeem van weerkaatsende blikken, kijkt de geportretteerde terug.

Het memorandum verbindt dit schilderij met de aquarellist Don Kingman; maar het burgerlijk-realistische portret in de film heeft weinig gemeen met diens naïeve stijl. Opvallend is dat het doek aanvankelijk niet duidelijk te zien is, hoewel Melanie er uitdrukkelijk naar kijkt (“Is that your father?”) terwijl mevrouw Brenner telefoneert, en er recht voor zit wanneer ze piano speelt. Pas na de eerste aanval van de vogels krijgt de toeschouwer het thans scheefgezakte portret duidelijk te zien. Wanneer mevrouw Brenner het schilderij wil rechthangen, valt er een dode vogel vanachter de lijst. Even later, wanneer de bewoners angstig de tweede aanval afwachten, domineert het werk zelfs de hele ruimte. Dit bevestigt de psychoanalytische interpretaties van de film: wanneer de moeder, die voor de aanval plaatsneemt op een stoel naast het portret van haar overleden echtgenoot, Melanie als lid van het gezin heeft aanvaard, wordt de patriarchale orde hersteld. In die zin ondersteunt dit portret het algemene karakter van het interieur, dat door Robin Wood als “heavy masculine” werd omschreven. Via het portret van de stamvader wordt duidelijk hoezeer mevrouw Brenner vasthoudt aan het verleden en hoezeer zij emotioneel verbonden is met het huis en het meubilair. [4]

 

Noten

Memorandum Indicating Set Dressing: Requirements for ‘The Birds’, gedateerd 24 januari 1962, Folder 111, Alfred Hitchcock Collection, Margaret Herrick Library, Academy of Motion Picture Arts and Sciences, Los Angeles.

2 Slavoj Zizek, The Hitchcockian Blot, in: Richard Allen & Sam Ishii Gonzalès (red.), Alfred Hitchcock: Centenary Essays, London, BFI Publishing, 1999, pp. 123-140.

3 Patrick McGilligan, Alfred Hitchcock: A Life in Darkness and Light, New York, Regan Books, 2003, pp. 476-477.

4 Robin Wood, Hitchcock’s Films Revisited, New York, Columbia University Press, 1989, p. 163.

 

Het eerste interieur dat ons bezighoudt is het huis van de Brenners, aan het eind van Bodega Bay. Zoals het scenario zegt, is mevrouw Brenner een weduwe die nu in een boerderij woont, samen met haar dochter van 11. Haar zoon, Mitch, heeft een kleine flat in San Francisco (hij is strafpleiter). Elke vrijdagavond komt hij naar de boerderij, waar hij dan tot maandagochtend blijft logeren. Het elfjarige dochtertje van mevrouw  Brenner woont de hele tijd bij haar en gaat naar het lokale schooltje in Bodega.

Dat is de manier waarop mevrouw Brenner haar leven doorbrengt sinds haar man 4 of 5 jaar geleden is overleden. Voorlopig zegt het scenario niets over het beroep of de economische status van wijlen mijnheer Brenner. We kunnen er echter van uitgaan dat, ongeacht wat hij uitvoerde, de Brenners er warmpjes genoeg inzaten om er een flat in San Francisco op na te houden, met de boerderij in Bodega Bay als weekendhuisje. Het vermoeden ligt voor de hand dat mevrouw Brenner, na de dood van haar man, twee woningen meer dan genoeg vond voor wat ze nodig had, zodat ze haar flat opgaf om permanent in de kleine boerderij in Bodega Bay te komen wonen.

Nu komen we tot de vraag hoe we het gelijkvloerse interieur van de boerderij moeten stofferen. Onze eerste overweging moet zijn dat de Brenners vrij behoorlijk opgeleide en ontwikkelde mensen zijn. Of ze genoegen schepten in schilderijen, bijvoorbeeld, zou grotendeels afhangen van hun economische status. We kunnen veronderstellen dat zij wat kleine gouaches bezit van, zeg, Utrillo of Vlaeminck, maar die moeten dan wel klein zijn en in geen geval pretentieus. Het meubilair zou in twee groepen uiteenvallen: het oorspronkelijke meubilair van de hoeve, en zorgvuldig gekozen meubelstukken die ze uit de flat in San Francisco had meegenomen. De rest van dat meubilair heeft Mitch misschien overgenomen, al kun je vermoeden dat hij, toen die omwentelingen zich vier jaar geleden voordeden, al een eigen flat bezat, aangezien hij toen al actief was als advocaat. Er staat een piano. Afhankelijk van onze research moeten we beslissen of het een kleine vleugelpiano wordt, of een kleine buffetpiano. De kleine vleugelpiano zou natuurlijk uit de flat in San Francisco komen. Anderzijds, als er al een piano stond, zelfs in een buitenhuisje, zou dat natuurlijk een buffetpiano zijn.

Wat smaak en karakter van de boerderij betreft: de algemene sfeer, denk ik, zou de smaakpatronen van de moeder en haar zoon combineren. Je mag aannemen dat een groot deel van hun bezittingen zich in het weekendhuis bevinden, vooral als je bedenkt dat Mitch Brenner, voorzover we weten, zich tegenover zijn moeder nooit onafhankelijk genoeg zal opstellen om al zijn bezittingen in één flat samen te brengen, ver van haar. Dat zou erop wijzen dat de boeken op de planken, de hifi-installatie, de platen en misschien een paar vuurwapens eigendom zijn van Mitch Brenner. De zichtbare sporen van mevrouw Brenners aanwezigheid in de kamer kunnen we laten afhangen van wat we (na overleg) als haar belangrijkste interesses kiezen.

Gesteld dat de Brenners van schilderijen houden, dan zou de ereplaats kunnen worden ingenomen door een portret van de overleden mijnheer Brenner – misschien een cadeau dat de collega-directeuren van zijn bedrijf hem ooit hebben gegeven. Er zou een schrijftafel staan, met memorabilia van Mitch en zijn moeder. En aan de wanden rond de schrijftafel kunnen misschien schoolfoto’s van Mitch hangen. (Speelde hij in het footballteam?) Aan de muur kunnen nog andere bezittingen hangen, misschien foto’s van familieleden. Het zou aardig zijn om ook een uitvergrote foto op te hangen van Cathy, de 11-jarige dochter van mevrouw Brenner – misschien een van die uitvergrote en met de hand ingekleurde foto’s. Een frappant aspect van het meubilair kan zijn dat de stoelen rond de eettafel uit de flat in San Francisco komen maar de ovalen tafel zelf tot het interieur van de boerderij behoort.

Wat de andere elementen betreft, denk ik dat we moeten steunen op de volgende research: we hebben foto’s nodig van een aantal interieurs rond Bodega Bay. Daar zou ook een huis bij moeten zitten als dat van Rose Gaffney. [*] We kunnen niet haar hele interieur gebruiken, maar misschien bevat de inrichting wel bruikbare details. We moeten ook een kijkje nemen in het huis van de Chancellors: daar is misschien wel iets interessants te vinden. Voorzover ik weet kun je geen van beide huizen elegant noemen, of zelfs maar aantrekkelijk, dus moeten we ook op zoek gaan naar interieurs van wat beter gesitueerde mensen in de streek rond Bodega Bay. Moeten we bijvoorbeeld geen kijkje gaan nemen bij de rijkste inwoners van de streek?

Voor het portret van de vader zullen we moeten uitzoeken wie de beste portretschilder in San Francisco is. Ik denk dat we wat aquarellen van een kunstenaar als Don Kingman moeten opsnorren (een bekende aquarellist uit San Francisco).

BELANGRIJKE OPMERKING: Met het oog op de persoonlijke interesses van mevrouw Brenner kunnen we ons misschien laten inspireren door de verzamelhobby van Rose Gaffney.

Eén ding moeten we goed voor ogen houden: voor de inrichting van dit interieur hebben we, voor veel onderdelen ervan, misschien maar één element nodig uit de vele interieurfoto’s die we bij elkaar hopen te krijgen. Met andere woorden: onze inspiratie proberen we niet uit één welbepaald interieur te puren: het moet een combinatie van ideeën worden.

Het tweede interieur dat zorgvuldig moet worden gestoffeerd is dat van Annie Hayworth, de onderwijzeres. Annie Hayworth is ongeveer 27, hooguit 28. Toen ze wat jonger was, gaf ze les aan een privé-school in San Francisco. Om emotionele redenen is ze verhuisd naar Bodega Bay, waar ze een baan op de lokale school in de wacht heeft gesleept. We hebben dus opnieuw een ontwikkeld iemand in een bescheiden omgeving. Haar huis telt één verdieping en zou een groot aantal (a) boeken bevatten die ze vanuit haar ouderlijk huis en haar school had meegebracht, naast (b) recent aangeschafte paperbacks, omdat ze het zich economisch gezien allicht niet kan veroorloven om veel hardbacks te kopen. Aan de muren van haar woonkamer heeft ze wat reproducties hangen. Waarschijnlijk iets van Braque, misschien iets Mexicaans uit het Museum of Modern Art, en misschien is haar smaak zelfs onbekrompen genoeg voor een reproductie van Grant Wood. Op de schoorsteenmantel kan ze wat pre-Columbiaanse stukken hebben staan. Haar meubilair en woningtextiel zou bescheiden moeten zijn maar erg smaakvol, misschien een beetje prullerig. Aan de muur moet een foto komen van een veel jongere Annie met haar ouders. In de kamer zien we verder misschien ook weer wat schoolfoto’s. Misschien zelfs een foto van Annie zelf, samen met haar kinderen op de privé-school in San Francisco.

De research voor Annies interieur kan gebeuren:

(a) in het huis van de onderwijzeres in Bodega Bay,

(b) in een iets hoger in de markt liggende woning van een onderwijzeres in San Francisco, en misschien ook

(c) in de kamer van een vrouwelijke hoogleraar in Berkeley of Stanford en haar interieurs zouden moeten kunnen putten uit een combinatie van die verschillende stijlen.

Het spreekt vanzelf dat er zowel in de woning van de Brenners als in die van Annie Hayworth een tv-toestel zou moeten staan.

We moeten ook nadenken over de muziek in Annies huis. Daarvoor zou ze een platenspeler en stapels platen moeten hebben. Voor het derde interieur, dat van de boer, meneer Fawcett, hebben we foto’s nodig van de slaapkamer van een van de belangrijkste families rond Bodega Bay, of van de nog grotere families in de buurt van Valley Ford.

 

Vertaling uit het Engels: Eddy Bettens

 

* Rose Gaffney was een lokale beroemdheid in Bodega Bay die zich met succes tegen de bouw van een plaatselijke kerncentrale had verzet. Zij was de eigenares van bouwvallige constructies die zich bevonden op het perceel waar, speciaal voor de film, het Brennerhuis werd opgetrokken. Zie Folder 57 uit het Hitchcockarchief in de Margaret Herrick Library, Academy of Motion Picture Arts and Sciences, Los Angeles.