Kunstenaarsboeken (13): Gesprek met Micah Lexier

Micah Lexier (1960) is een kunstenaar gevestigd in Toronto. Zijn werk is gebaseerd op het verzamelen en reorganiseren van gevonden beelden of objecten, en het neemt de vorm aan van drukwerk, kunstenaarsboeken, uitnodigingen, catalogi, prints, multiples, T-shirts, munten, posters, tijdschriften, behangpapier, enzovoort. Het boek 1-100 uit 2024 werd besproken in nr. 237 van De Witte Raaf. Kunstenaar Gary Neill Kennedy noteerde in Lexiers eerste overzichtscatalogus, I’m Thinking of a Number (Halifax, The Press of The Nova Scotia College of Art and Design, 2010), dat ‘Micahs werk zeer efficiënt is in zeggen wat het te zeggen heeft’, en dat geldt ook voor de kunstenaar zelf.
Moritz Küng: Tien jaar geleden verwierf ik in kunstenaarsboekhandel Múltiplos, door Anna Pahissa tussen 2011 en 2017 uitgebaat in Barcelona, de publicatie Call Ampersand Response, die je maakte samen met Michael Dumontier. De eerste editie werd in 2012 uitgegeven door Nives in Zürich, en in 2019 verscheen een tweede, uitgebreide editie bij Lars Müller in Baden. Het was de eerste keer dat ik je werk onder ogen kreeg, en zoals vaker gehoorzaamde ik aan de suggestieve imperatief van Lucy Lippard: ‘Open the book. Huh? Oh, it’s by an artist. Turn the page. Be surprised. Be provoked. Buy it.’ Voor Call Ampersand Response correspondeerden jij en Dumontier enkele maanden lang door elkaar scans te sturen van boekomslagen, objecten, tekeningen en illustraties uit jullie collecties. Aan de basis lag de overtuiging dat jullie verzamelingen artistieke verwantschappen vertonen die ook jullie praktijk beïnvloeden.
Enkele jaren later, toen ik aan het boek en de tentoonstelling Blank. Raw. Illegible… Artists’ Books as Statements (1960-2022) uit 2023 werkte, ontdekte ik een ander boek van jou, Autobiography (Gussago, Tonini Editore, 2022), met blanco rectopagina’s en met telkens hetzelfde colofon op de versopagina’s. Het werd de aanleiding tot een langdurige e-mailcorrespondentie, hoewel we elkaar nooit hebben ontmoet. In een recente mail vermeldde je terloops A Few Palm Trees van Ed Ruscha, dat in eigen beheer werd uitgegeven in 1971: 32 pagina’s met 14 verschillende palmsoorten op de versopagina’s. Dit boek is je bijzonder dierbaar. Waarom?
Micah Lexier: Ruscha is om voor de hand liggende redenen een uitstekend startpunt voor een gesprek over kunstenaarsboeken. Op een bepaald moment had ik al zijn boeken – ik was toen nog een completist – met uitzondering van Stains, dat buiten mijn budget viel. In 2000 verkocht ik uit geldnood het grootste deel van mijn collectie aan de bibliotheek van het Clark Art Institute in Williamstown, Massachusetts. Eén boek van Ruscha hield ik bij: A Few Palm Trees. Wat mijn exemplaar zo bijzonder maakt, is de inscriptie: ‘Seth & Lucy / Best Wishes / Ed.’ Begin jaren zeventig waren Lucy Lippard en Seth Siegelaub een koppel, maar dat wist ik niet. De opdracht van Ruscha verbond deze drie persoonlijkheden.
De herkomst is voor mij erg belangrijk bij een aankoop, inclusief de boekhandelaar. A Few Palm Trees kocht ik bij Jean-Noël Herlin, bij wie ik vermoedelijk ook mijn eerste boek aanschafte. Hij blijft een van mijn absolute favorieten: hij is 85, maar hij is online nog steeds actief, ook op Instagram. Jean-Noël heeft een unieke manier om zijn boeken te bewaren en te verpakken. Hij maakt telkens een beschermende hoes van een manillamap. Toen ik jonger was, gooide ik die map telkens weg en bewaarde ik het boek of het object in een hoes van mylar of in een Hollinger box. Pas later besefte ik dat de verpakking een essentieel onderdeel was van de herkomst van het item. Helaas heb ik de manillamap niet bewaard die Jean-Noël voor A Few Palm Trees maakte.
M.K.: Je noemt meteen een aantal belangrijke dingen: de motivatie of de eigenschappen van de verzamelaar die ‘alles’ wil hebben (van één kunstenaar); de relatie van de verzamelaar tot een boekhandelaar of boekhandel; de ontdekking van een boek en het besluit het aan te schaffen; de methodes waarmee een bibliotheek wordt georganiseerd. Wanneer precies, onder welke omstandigheden, is jouw interesse in het verzamelen en het maken van kunstenaarsboeken ontstaan? Was er een openbaring? Speelden de boeken van Ruscha of van een andere kunstenaar een rol? En wat is er in de plaats gekomen van die passie voor volledigheid?
Zelf schaf ik regelmatig boeken aan van bekende of minder bekende kunstenaars of architecten, maar het is nooit mijn bedoeling om alles wat ze ooit uitbrachten te bezitten. Ik beschouw mezelf niet als een verzamelaar, maar als een boekenliefhebber.
M.L.: Ik zie mezelf graag als beide, maar dat onderscheid is natuurlijk boeiend. Wat het verleggen van een focus betreft, gebruik ik vaak de uitdrukking: ‘Problems are good.’ Als ik geen financiële problemen had gehad, had ik waarschijnlijk nooit een boek verkocht. Maar het positieve aan die verplichte verkoop was de fantastische kans om mijn koopgedrag te herzien. Een enorme last viel van mijn schouders. Ik nam me voor alleen nog dingen te kopen waar ik een diepe band mee voelde (en die ik me kon veroorloven) – alles wat ik echt niet kon missen als ik de boekhandel of de website verliet. Dat was een enorme opluchting en het bleek de enige manier om te blijven verzamelen. Misschien ben ik nu wel beland bij het andere uiterste, omdat ik vooral geïnteresseerd ben in boeken en efemera van obscure of weinig bekende kunstenaars. Niets maakt me gelukkiger dan een boek te ontdekken van een kunstenaar van wie ik nog nooit gehoord heb. Zo weet ik zeker dat ik reageer op het object zelf, en niet op een reputatie. Er is een term in de paardenraces die me aanspreekt: also ran. Het verwijst naar paarden die meededen aan een race, maar die niet bij de eerste drie eindigden. Waar ik voorheen prijspaarden zoals Ruscha verzamelde, richt ik me nu op de also ran.
Ik vermoed dat jij ook interesse hebt in ‘minder bekende’ kunstenaars, zoals blijkt uit de selectie voor Blank. Raw. Illegible…, met vele obscure en esoterische voorbeelden. Hoe besluit jij welke boeken en kunstenaars je aandacht geeft? Hoe breng je grote namen in balans met minder bekende kunstenaars? Heb je een mentor, een rolmodel, of gewoon iemand die invloed heeft gehad op je keuzes en op de manier waarop je over boeken schrijft?
M.K.: Ik beschouw mijn bibliotheek eerder als een archief of als een werkinstrument. Veel van de boeken die ik bezit, zijn het resultaat van samenwerkingen met kunstenaars of architecten, met wie ik tentoonstellingen heb gemaakt of met wie ik een langdurige relatie had of heb. Het gaat om een aanzienlijk aantal werken van zowel gevestigde als zogenaamde ‘minder bekende’ auteurs, zoals Ignasi Aballí, Lewis Baltz, Luz Broto, Peter Downsbrough, Hans-Peter Feldmann, Thomas Hirschhorn, John McDowall, Matt Mullican, OFFICE Kersten Geers David Van Severen, Allen Ruppersberg, SANAA, Jos de Gruyter & Harald Thys, Joëlle Tuerlinckx, Rémy Zaugg, Heimo Zobernig… Inmiddels maak jij ook deel uit van die lijst.
Maar er zijn eveneens kunstenaars van wie ik slechts één boek heb, en die ik daarom des te meer koester. Een voorbeeld is de IJslandse conceptuele kunstenaar Kristján Guðmundsson, die helaas is overleden op 21 november 2025, op 84-jarige leeftijd. Zijn boek Circles, dat in 1973 werd uitgegeven door het Stedelijk Museum Amsterdam, met als catalogusnummer 550, is een van mijn absolute favorieten. Ik ontdekte het vijf jaar geleden bij de stand van Louisa Riley-Smith (20th Century Art Archives) op ARCO Madrid en kocht het voor 36 euro. Circles bestaat uit slechts zes pagina’s met op elk vel drie zeer vergelijkbare, paginagrote zwart-witafbeeldingen van cirkelvormige golven in een vijver. Het is bijzonder omdat het zelf een sculptuur wordt. Elke afbeelding is afgedrukt op een andere papiersoort, en het gewicht neemt geleidelijk aan toe, van dun naar dik. Het wordt vermeld op de achterzijde van de voorkant van het omslag, als enige tekst naast het colofon, met drie herhaalde opschriften: ‘Circle made by throwing a stone of equal weight as sheet.’ Een briljant boekwerk.
Ik heb geen specifieke methode om boeken te bemachtigen. Vaak verlaat ik een boekhandel met een boek waarvan ik niet eens wist dat ik het wilde hebben. Als ik erover schrijf, is dat puur om subjectieve redenen, voor het plezier. En als ik al een mentor heb, dan is het mijn vrouw, die ooit zei: ‘Je kunt nooit te weinig geld hebben om een boek te kopen.’ Hoe zit het met jouw verzameling? Was er een epifanie die je heeft aangezet om boeken te verzamelen? Of is er één boek dat je altijd al heeft gefascineerd?
M.L.: Ik vind je lijstje geweldig. Er staan een paar van mijn absolute lievelingskunstenaars tussen, zoals Downsbrough, Feldmann, Mullican en Tuerlinckx. Ik ben ook dol op de boeken van Kristján Guðmundsson en ik ben zeer vereerd dat ik een aantal van zijn werken bezit. Een van mijn favorieten is 30-36 Drawings uit 1992. Het werd onder mijn aandacht gebracht door Joe Keys, een jonge kunstenaar uit Reykjavik. Het is een beetje een buitenbeentje binnen het oeuvre van Guðmundsson en het is een van zijn eenvoudigste werken. In plaats van een boek te maken, heeft hij een bestaand boek geclaimd: een publicatie van 24 pagina’s, gemaakt door Árni Árnason voor het Reykjavik Educational Resource Institute, bedoeld voor leerlingen om in te tekenen en te schrijven. Guðmundsson kleefde enkel een klein papiertje op de voorkant, met zijn naam, de titel en het jaartal 1992. Ik werk al lange tijd met ‘gevonden objecten’ en afbeeldingen, ook voor schoolkinderen, dus dit werk sprak me erg aan. Het past bovendien perfect bij een van mijn verzamelcategorieën: objecten die ontstaan zijn door ingrepen in of op bestaande, commercieel gedrukte materialen.
Ik kan nog twee boeken noemen die me fascineren, omdat ze draaien rond een meta-aspect: wat is een boek? Het eerste is See page 13! van Jiří Valoch uit 1973. Het is een klein boekje, maar het heeft een enorme impact. De titel staat op de cover en als je die aanwijzing volgt, word je door het boekje geleid in een soort speurtocht, om weer bij de cover terug te keren. Perfect. Het tweede boek is misschien het belangrijkste kunstenaarsboek ooit gemaakt: Book van George Brecht uit 1972. Het is het absolute beginpunt van kunstenaarsboeken en als ik maar één item uit mijn collectie zou mogen bewaren, zou het dit boek zijn. Ik zie het als een enorm voorrecht dat ik nummer 19 bezit, uit de editie van 50 die in 1972 werd gemaakt. Dat voorrecht heb ik te danken aan kunsthandelaar en verzamelaar Steven Jon Leiber, de peetvader binnen de wereld van kunstenaarsboeken en efemera waarin wij ons ophouden. Book is zelden te koop, maar toen er eindelijk een exemplaar beschikbaar kwam, nam Steven meteen contact met me op. Het kostte veel meer dan ik ooit aan één boek had uitgegeven, dus ik aarzelde. Maar hij kende mijn verzameling en wist hoe essentieel dit boek was, dus hij bleef aandringen tot ik de stap zette. Steven overleed in 2012 aan hersenkanker en elke keer als ik aan dit boek denk of erover praat, denk ik aan hem. De herkomst van boeken: ik blijf erop terugkomen omdat ik de boeken in mijn collectie onmogelijk kan bespreken zonder de mensen en vriendschappen die ermee verbonden zijn te noemen.
M.K.: Valoch en natuurlijk Brecht – daar volg ik je volledig in. In 2017 heb ik ter gelegenheid van een tentoonstelling in Madrid Book opnieuw uitgegeven, als facsimile paperback in een oplage van 250 exemplaren, om het weer beschikbaar te maken. En het was Lawrence Weiner, geloof ik, die ooit zei: ‘Boeken maken vrienden.’ Daar ben ik het helemaal mee eens!