width and height should be displayed here dynamically

Herman Hertzberger. Shaping Freedom

Herman Hertzberger, Diagoonwoningen, Delft, 1971

Het is niet ongebruikelijk dat een architect of een kunstenaar op leeftijd de eigen gedachten op papier zet. Vaak leidt dat tot een terugblik, maar soms ook tot vooruitkijken. A Testament van Frank Lloyd Wright verscheen bijvoorbeeld in 1957, toen de architect 90 was. Herman Hertzberger (1932) is vandaag nog drie jaar ouder. Hij heeft inmiddels aardig wat boeken op z’n naam staan waarin hij zijn visie op architectuur uit de doeken doet, net als de invloeden die hij ondergaan heeft. Zijn bekendste publicatie is ongetwijfeld Lessons for Students in Architecture (1991), gebaseerd op collegedictaten uit de jaren waarin hij in Delft lesgaf.

Het nieuwe Shaping Freedom. Architecture 1959-2025 heeft hetzelfde formaat en werd eveneens in het Engels uitgebracht. Zoals Hertzberger zelf aangeeft, zal het wellicht zijn laatste boek zijn, ook al ziet hij het niet als ‘definitief en beslissend’. Dit spreekt bijna vanzelf: deze architect heeft geen hermetisch gesloten opvattingen, maar zijn blik is steeds op de toekomst gericht. Hij wil vooral de jonge generatie aanspreken die zich bewust is van de elementaire waarden die de architectuur moet uitdragen. In zijn ogen hebben hun succesvolle voorgangers – wie dat zijn laat hij in het midden – geen aandacht gehad voor hoe mensen met elkaar leven. Daardoor hebben ze bijgedragen tot ‘de huidige devaluatie van architectuur’. De redacteurs van het boek, Suzanne Mulder en Hans Ibelings, stellen in een kort voorwoord dat Hertzberger architectuur ziet als een ‘inclusief’ deel van de stad, wat ‘elk monumentaal schitterend isolationisme’ uitsluit. De stad is, volgens Mulder en Ibelings, een leitmotiv en een oneindige inspiratie. Het is echter niet zozeer de fysieke vorm die Hertzberger interesseert, maar de stad als de plek waar het leven zich afspeelt en mensen elkaar ontmoeten. De stad als idee. Hij neemt dus niet de houding van een stedenbouwer aan, maar blijft een architect die zich weliswaar probeert in te leven in hoe de bewoners zijn architectuur beleven. Dat is ook de algemene boodschap van dit boek: meer empathie.

De samenstellers wijzen erop dat dit kleurrijke boek vooral als ‘een draagbare versie van Hertzbergers universum’ moet worden beschouwd, als een toegang tot zijn gebouwde en geschreven werk. Hertzberger heeft voor de gelegenheid veel nieuwe teksten geschreven, zoals een inleiding waarin hij ook zelf het thema van de stad aan de orde stelt. Mulder en Ibelings selecteerden vooral artikelen uit de vroegste publicaties van Hertzberger, die voor hem nog altijd actueel zijn. Hij beschouwt zijn observaties nog steeds als van groot belang voor de architectuurpraktijk.

Hertzberger is een kind van de jaren vijftig en zestig, toen het populaire structuralisme een grote invloed op hem uitoefende. Dat gedachtegoed trachtte hij steeds in geschriften en gebouwen naar voren te brengen. Door zijn blik te scherpen en naar alledaagse situaties te kijken, werd hij zich bewust van de wijze waarop mensen architectuur en hun omgeving interpreteren. Dit vormde een belangrijk uitgangspunt voor zijn ontwerpen. Van meet af aan was het zijn bedoeling om zijn publiek te leren kijken om het de consequenties van hun handelen bij te brengen. Zijn visie wordt geïllustreerd met foto’s van bijvoorbeeld het Sint-Pietersplein in Rome of van een tafel in Syrië waaraan mensen van een maaltijd genieten, gezeten tussen het puin. Het zijn onderwerpen die hij al in eerdere publicaties heeft aangesneden, maar in dit boek legt hij meer de klemtoon op het doelpubliek van jonge architecten, in een pleidooi voor meer inhoud en minder vorm. Niet ‘ik’ maar ‘wij’ zijn belangrijk – ‘wij’ moeten het uitgangspunt zijn van elk ontwerp. Ook de talloze afbeeldingen werden niet uitgekozen op grond van hun esthetische kwaliteiten, maar omdat ze Hertzbergers betoog duidelijk maken en illustreren. Als fervent fotograaf was hij steeds op zoek naar situaties die zijn ontwerpfilosofie schraagden en als een rasechte verzamelaar zocht hij voortdurend naar materiaal dat hij voor zijn werk kon gebruiken door het te transformeren en nieuwe betekenissen te geven.

Wie verwacht dat Hertzberger iets zegt over de stand van de architectuur komt grotendeels bedrogen uit. Weinig kritiek, geen scherpe analyses van recente architectuur, geen poging om te doorgronden wat ‘de bouwkunst’ vandaag wil zeggen, en bijna geen woord over de overvloed aan nietszeggende iconen die ons, zoals Hertzberger schrijft, slechts kortstondig imponeren. Wel vraagt hij zich af wat de sociale betekenis van dergelijke bouwwerken is en waarin hun technische en esthetische waarde ligt. Evenmin gaat hij in op de vraag waarom er al jarenlang ieder jaar te weinig woningbouw wordt verwezenlijkt, ondanks alle goede bedoelingen. Na hoofdstukken over zijn zienswijze aan de hand van historische voorbeelden of actuele ‘vondsten’ volgt echter wel een overzicht van zijn eigen gebouwen, onder de titel ‘Buildings as City’. Hertzberger heeft zich in 2015 grotendeels uit zijn eigen bureau teruggetrokken, waarna zijn productie stil kwam te liggen. Het bewaren van zijn erfenis ligt hem nauw aan het hart.

In de laatste sectie worden negen bouwwerken gepresenteerd die als voorbeeld kunnen gelden van een gebouw als stad of eerder nog als ‘buurt’. In de stad kent niet iedereen elkaar, maar in Hertzbergers gebouwen is dat vaak wel het geval. Waarom de Diagoonwoningen in Delft uit 1971 en een onuitgevoerd museumontwerp voor Berlijn zijn opgenomen en bijvoorbeeld het Amsterdamse studentenhuis de Weesperflat uit 1966 niet, is onduidelijk. Opmerkelijk is ook dat Hertzberger veel scholen heeft gebouwd, maar dat alleen de Raffaello-school in Rome uit 2012 wordt gepresenteerd. Het boek sluit af met een essay van de kleinzoon van de architect, Thomas Hertzberger: ‘Assembling Freedom’. Het is een titel die dit oeuvre beter dekt dan die van het boek, omdat vrijheid nooit zomaar door vorm mogelijk wordt.

 

Herman Hertzberger, Shaping Freedom. Architecture 1959-2025, Rotterdam, Maas Lawrence, 2025, ISBN 9789083286044.