width and height should be displayed here dynamically

Michelangelo Drawings, Closer to the Master

Closer to the Master, heet de show, en dat mag letterlijk genomen worden. De Michelangelotentoonstelling die nog tot eind juni loopt in het Londense British Museum geeft voor het eerst in enkele decennia een uitgebreid overzicht van de tekeningen van de renaissancekunstenaar. Ze zijn er te bezichtigen in een doorlopende serie van kabinetten waarin alle aandacht naar de tientallen figuren en krabbels op het uitgestalde papier gaat. Wie deze unieke verzameling werken wil bekijken, is verplicht geduldig in te voegen in de rij bezoekers die, met de neus op de kleine tekenbladen, door het uitgestippelde parcours schuifelt. De fysieke, persoonlijke nabijheid tot het werk laat toe de papieren te bestuderen tot in de kleinste details, vanuit het standpunt van de tekenaar. Bovendien krijgt de bezoeker in het chronologisch overzicht tegelijk een beschouwing aangereikt die het leven van de kunstenaar minutieus volgt: van bij de eerste tekeningen in het atelier van Ghirlandaio, via de voorstudies voor zijn meesterwerken, over de persoonlijke portrettekeningen van zijn geliefde, tot aan de meer religieuze tekeningen in de laatste levensjaren. De brieven en sonnetten die aan de tentoonstelling toegevoegd zijn, maken de stelling van de curatoren compleet: de verzamelde tekeningen vormen de meest uitgelezen rode draad in het leven van de grootste der renaissancekunstenaars. Ze zijn het convergentiepunt waar zijn schilderkunst, architectuur, sculptuur, poëzie en leven samenkomen. Michelangelo’s tekeningen als waarlijke levensdraad van het genie.

Dat de uitgekiende opstelling erin slaagt het werk op een directe manier open te gooien voor het publiek, zowel voor de leek als voor de professional, is onloochenbaar. Dat de betekenis en kwaliteit van het verzamelde werk inderdaad bijzonder indrukwekkend en uniek zijn, kan evenmin worden ontkend. Maar het punt waarop de tentoonstelling haar eigen invalshoek als unieke sleutel tot de persoonlijkheid van het renaissancegenie presenteert, is daarentegen heel discutabel.

Samengesteld uit de collecties van het British Museum, het Ashmolean Museum en het Haagse Teyler Museum, bestaat dit overzicht voor het overgrote deel uit schetsen van het mannelijk lichaam. Of, beter gesteld, van onderdelen van mannenlichamen. En om helemaal precies te zijn: van de spiermassa’s op deze lichaamsdelen. Het is overduidelijk dat Michelangelo die virulente musculatuur heeft uitgediept tot een centraal dramatisch motief in zijn tekeningen. Reeds in de vroegste schetsen blijkt hoe hij met schaduwwerking en overdrijving een onvoorstelbare spanning toevoegt aan ruggen, buiken, armen en dijen. De natuurgetrouwe weergave is daarbij veeleer uitgangspunt dan resultaat: lichamen worden gemanipuleerd tot onmogelijke poses om een maximale impact op het papier te krijgen. De getekende lichaamsdelen zijn stuk voor stuk voorstudies voor Michelangelo’s sculpturen en schilderijen: DavidHet laatste oordeelLeda en de zwaanDag en Nacht, en de schilderingen in de Sixtijnse kapel. De tentoonstelling presenteert naast de tekeningen dan ook telkens reproducties van het uiteindelijke werk. Het is precies in het bijeenbrengen van deze twee fasen van hetzelfde werk dat de vooropgestelde hegemonie van de tekeningen niet helemaal meer opgaat. Bij de overstap van tekeningen naar andere disciplines wordt bijvoorbeeld duidelijk dat die overweldigende spiermassa’s, die al in de vroegste tekeningen opduiken, opvallend trager evolueren in Michelangelo’s beeldhouwkunst. De Pietà, het werk in de Sint-Pietersbasiliek waarmee hij in 1499 zijn naam vestigt, toont een christusfiguur die nagenoeg van elke spier ontdaan is. Dat heeft uiteraard ten dele te maken met het thema van het werk, dat schijnbaar elke overdreven dramatiek uitsluit. Maar dit tegenargument wordt op zijn beurt weerlegd door de dramatiek in het kleed van Maria. De methode om het dramatische motief in de kledij te stoppen in plaats van in de spiermassa’s blijkt een rode draad door Michelangelo’s vroege sculpturen (zie ook de Madonna met Kind in Brugge). Het is pas met de figuren voor Dag en Nacht in de Florentijnse Medicikapel dat daar definitief verandering in komt. Deze sculpturen laadt Michelangelo op met dezelfde lichamelijke spanning die van in het begin in de tekeningen aanwezig is. Het naar voor geschoven thema van de theatrale lichamelijkheid blijkt in de verschillende disciplines dus niet gelijk op te lopen. De lichamelijk dramatiek in de tekeningen wordt wel aangekaart (en krijgt zelfs seksuele connotaties mee), maar nergens wordt gesproken over de verschuivingen en wijzigingen in de overgang van de getekende voorstudies naar het definitieve werk.

Deze ietwat krampachtige houding ten opzichte van Michelangelo’s omgang met verschillende kunstdisciplines, blijkt nog meer uit de behandeling van het tiental architectuurtekeningen in de tentoonstelling. Toevallig of niet tonen deze uitsluitend ramen of kroonlijsten; er is geen enkel grondplan van een ruimte op zich, laat staan van een volledig gebouw. De concentratie van de kunstenaar op deze architecturale kaders is op het eerste gezicht hoogst opmerkelijk, te meer omdat ze opvallende gelijkenissen vertoont met de methodiek in Michelangelo’s lichaamstekeningen. Ten eerste concentreren de tekeningen zich in beide gevallen op een heel specifiek onderdeel (musculatuur – kaders) in plaats van op het geheel (het lichaam – het plan). Daarnaast wordt dit onderdeel bestudeerd en herwerkt tot het een zware dramatische geladenheid krijgt. En ten slotte hanteert Michelangelo deze gedramatiseerde elementen om zijn uiteindelijke kunstwerk zelf (het gebeeldhouwde lichaam, de architecturale ruimte) te structureren. Terwijl de tentoonstelling deze methode wel herkent in het geval van de sculpturen, blijven de tekeningen voor een werk als de trappenhal van de Biblioteca Laurenziana in Firenze, waar deze benadering net zo goed herkenbaar is, verstoken van enige duiding.

Het centrale verhaal van de Londense tentoonstelling – de tekeningen als levensdraad – blijkt dus maar een zeer beperkt deel van de lading te dekken. Veeleer dan die opgeroepen intimiteit rond de persoon van Michelangelo, zijn het de bekrabbelde documenten zelf die de tentoonstelling zo uniek maken. In dat opzicht biedt de fysieke nabijheid van het werk alle mogelijkheden om zelf dieperliggende verbanden en tegenstellingen te ontdekken. En precies deze fenomenale ontdekkingstocht verantwoordt op zichzelf al een oversteek naar Londen.

 

• Michelangelo Drawings, Closer to the Master loopt nog tot 25 juni in The British Museum, Great Russell Street, London WC1B 3DG. Reservatie van tickets is aan te bevelen (020/73.23.81.81;www.thebritishmuseum.ac.uk/michelangelo).