width and height should be displayed here dynamically

Sigefride Bruna Hautman

Sigefride Bruna Hautman, M, Leuven, 2025, foto We Document Art

De Antwerpse kunstenaar Sigefride Bruna Hautman (1955) stelde in haar leven nauwelijks tentoon. Haar vrij kleine oeuvre is veel minder bekend dan dat van haar echtgenoot Narcisse Tordoir. Voor M in Leuven cureerde Valerie Verhack een overzichtstentoonstelling, en de data van de geëxposeerde werken verraden dat Hautmans activiteit zich concentreerde in periodes en reeksen. Bij gebrek aan een atelier beperkte ze zich na haar studies tot (typo)grafisch werk en acties. De eerste ‘echte’ werken, de reeks Moonproject uit 1981, sloten daarbij aan. Ze werden geïnspireerd door de regel ‘Don’t be afraid of the man in the moon, because it’s only me’, uit David Bowies song ‘Love You till Tuesday’. Tekst speelt een grote rol, en de werken ogen als een driedimensionale, sterk uitvergrote affiche of strippagina. Moonproject 2&3 (Zwaard en Vlinder) is een enorme zwarte bliksemschicht van mdf die een lichtblauwe vlinder van doorstikte zijde aan de grond spijkert. Een tekstballon laat de bliksem zeggen, in drukletters: ‘The man in the moon says that those who treat illusions as reality are liars.’ De vlinder zegt: ‘The man in the moon says that insects shouldn’t be crushed when they bite you.’

De reeks doet wat gedateerd aan, omdat zowel de teksten als het stripkarakter te tijdsgebonden zijn. Moonproject 6 (Dummy) is een uitzondering: een vormeloze pop van bijna anderhalve meter hoog van wit, lederachtig materiaal, licht onderuitgezakt en in een hoek gepropt. Het hoofd hangt neer boven gekruiste armen, als iemand die rouwt. Deze tekstballon meldt: ‘The man in the moon says that adults are like children deprived of their toys looking desperately for replacement of their loss.’ Ook zonder die uitleg spreken de houding en positie van de pop nog steeds boekdelen.

Vanaf 1982 wordt Hautmans werk minder tekstueel, minder eenduidig en complexer. Uit dat jaar dateert M/V, een bas-reliëf in de vorm van een opengeslagen boek. Op de diepblauwe achtergrond welft links een vrouwenlichaam op, gehuld in een knalgele, somptueuze jurk à la Dior: hoofd en bovenlijf gaan schuil achter een bovenmaatse hoed met een lange gesp, vastgegrepen door de man die op de rechterbladzijde staat. Hij draagt een knalrode hoodie en zwarte broek, maar zijn afgewende, krijtwitte hoofd gaat schuil achter zwarte strepen, als tralies. Er zijn nog merkwaardige details: een pijl vertrekt van onder de kap van de vrouw en treft de man in het been; naast haar staat een gitzwarte cactus. Het beeld is raadselachtig, maar de relatie tussen man en vrouw wordt niet als lieflijk weergegeven.

Geïnstitutionaliseerde waardigheid, ook uit 1982, dateert duidelijk uit dezelfde periode: twee mensgrote poppen turen in beige lederen pakken naar een zwart bord op de tafel voor hen. Aan de wand hangt een bas-reliëf van een arendskop in een pronkerige lijst. Beide poppen hebben een gestileerde, gele kop met grote zwarte ogen. Ook dit werk is, in samenspel met de titel, erg suggestief. Met uitzondering van de felle kleuren lijkt de beeldtaal van Hautman verwant aan de esthetiek van art deco, onder meer door haar zin voor stilering en gepolijste afwerking, maar ook door het wat mysterieuze spel met tekens. In het monumentale beeld (ook een bas-reliëf) Stervende golf uit 1984 blijft kleur voor het eerst grotendeels achterwege, en wordt de gelijkenis met art deco nog treffender.

Daarna slaat Hautman vormelijk een andere weg in. Van 1986 tot 1991 maakt ze een reeks sculpturen die zonder uitzondering een familie verbeelden of als ‘zelfportret’ dienstdoen. Het zijn geen portretten in de conventionele of realistische zin: ze stellen allegorisch of symbolisch voor wie of wat deze individuen zijn. De menselijke figuur is zelfs nagenoeg afwezig. Ook de typische stilering verdwijnt naar de achtergrond. Vader (1990) is een rechthoekige constructie: twee geperforeerde, witgelakte houten wanden zijn als de borstweringen van een gebogen brug. Iets voorbij de helft van het gewelfde vlak staat een windvaan. Een schip in een fles prijkt op een van de zijwanden. Het smetteloos witte Zelfportret 8 (1990) is even enigmatisch. De basis is een kegel met een grondvlak van ongeveer anderhalve meter die op één meter hoogte is afgeknot. Uit dat volume werd een brede sleuf weggesneden, met daarin een wipplank met aan elke zijde een cilinder waar een vrouwenschoen tegen rust. Op de kegel staan, aan weerszijden van die wipplank, twee identieke, sterk geabstraheerde vrouwenbustes. De naar elkaar toegedraaide gezichten zijn verbonden door twee wastrommels die de vrouwen volledig verblinden, terwijl ze bovendien geïmmobiliseerd zijn, hun lichamen weggezakt in de basis van het werk.

In de publicatie bij de tentoonstelling, getiteld The House of Doors, werpt Melanie Bühler in het essay ‘Over transcendentie en zorg. Sigefride Bruna Hautmans portretten van haar familie’ een verhelderend licht op deze werken. Ze exploreren volgens haar de betekenis en de impact van een leven dat, door de komst van een kind, volledig opgeslorpt wordt door het huiselijke. Met een aanklacht heeft dat niets te maken, wel met een zelfonderzoek in beelden. Het resultaat is soms verbluffend. Yvon 4 (1990), gewijd aan haar zoontje, heeft de vorm van een kinderbed. Waar normaal een deken ligt, is over de bodem van het bed een licht gewelfde koperen plaat aangebracht die het hoofd- en voeteneinde doorboort. Vooral bij dit werk vallen de extreme precisie en kwaliteit van de afwerking van het object op. Die zorg bepaalt mee de betekenis.

Uit dezelfde periode stamt Since I know, you cannot sit on a cloud (1987): twee nissen van gips, hout en staal, waarin een zetel werd gemonteerd. Hautman nodigde bezoekers uit om in de dicht tegenover elkaar geplaatste nissen plaats te nemen en een gesprek aan te knopen. Het werk lijkt vooruit te wijzen naar haar latere belangstelling voor performatief en multimediaal werk. De tentoonstelling signaleert inderdaad dat Hautman sinds de eeuwwisseling werkt aan Hinkelspel, een multimediaal werk waarvan helaas slechts enkele delen te zien zijn, in de vorm van twee korte video’s en een installatie. Videoportret – V (2001) is een video-installatie met twee kanalen: in vijf korte dubbelfilms brengt Hautman haar vader – met onderkoelde humor – in beeld via acties. Ook dit werk krijgt te weinig context om de inzet ervan te bevatten.

Toch boeit de tentoonstelling. Het oeuvre van Hautman ontwikkelde zich haast los van de kunstwereld, op eigen voorwaarden, met eigen vragen en middelen. Raakpunten met die wereld zijn er, zeker, maar Hautman nam er geen positie in. De inzet van haar werk is uiterst persoonlijk, maar zoekt verrassend consequent naar autonome zeggingskracht.

 

Sigefride Bruna Hautman, tot 31 augustus, M, Leopold Vanderkelenstraat 28, Leuven.