Tilda Swinton. Ongoing

Vaak is het opletten geblazen als een museum een beroemdheid binnenhaalt. Goed voor de publiciteit, fantastisch voor de bezoekcijfers, maar de kwaliteit laat te wensen over. Denk aan Naomi Campbell in het V&A of Adrien Brody in de Eden Gallery: tentoonstellingen die op z’n best gemengd werden ontvangen. Eye Filmmuseum nam een risico door Tilda Swinton (1960) carte blanche te geven. Hoewel ze eerder in de rol van curator kroop voor de rondreizende expo Orlando (2019-2023), maakte ze nu voor het eerst een tentoonstelling over haar eigen werk. Behalve als een creatieve en stijlvolle kameleon toont Swinton zich met Ongoing een stuk radicaler dan verwacht.
Van bij aanvang weigerde ze een retrospectief te maken. Haar nachtmerrie, naar eigen zeggen, zou een stoffige terugblik zijn op een levendige carrière, een prematuur mausoleum dat het begin van het einde zou inluiden. Ook wilde ze geen museaal egodocument creëren. Kenmerkend voor Swinton zijn langdurige samenwerkingen en een visie op film en kunst als een collectieve onderneming. In plaats van een muze is ze een groepsspeler, meer geïnteresseerd in de creatieve relatie dan in het eindproduct. Voor deze tentoonstelling bracht ze artistieke cocreatoren mee: filmmakers Joanna Hogg, Luca Guadagnino, Apichatpong Weerasethakul, Jim Jarmusch en Pedro Almodóvar, fotograaf Tim Walker en mode-expert Olivier Saillard. Ook haar partner en schilder Sandro Kopp droeg zijn steentje bij met een portret van Swintons oog. Toch is de belangrijkste samenwerking die met wijlen Derek Jarman, de Britse filmmaker met wie ze de blauwdruk legde voor haar manier van werken. Ze debuteerde in zijn Caravaggio in 1986 en ze bleven negen jaar vrijwel onafscheidelijk, tot zijn overlijden in 1994.
De tentoonstelling opent met een nooit eerder vertoond fragment uit 1988 van Swinton, spelend in een veld met blauwe bloemen, terwijl ze met een Super 8mm-camera gefilmd wordt door Jarman. De jonge actrice is nog wat zoekend, maar je ziet hoe ze langzaam verzacht, steeds meer op haar gemak met de camera. Het fragment voelt als een onuitgesproken gesprek tussen de twee, beiden even aanwezig, zoekend naar schoonheid. Na Jarman volgt het werk van Hogg, met wie Swinton op kostschool zat. In plaats van filmfragmenten koos Hogg voor een intiemere installatie: ze liet de West-Londense flat nabouwen waar Swinton tijdens haar studietijd woonde. Flat 19 (2025) bestaat uit een corridor die uitkomt in een knusse woonkamer, zonder meubels of muurbekleding. In de gang staan vier deuren op een kier, terwijl Swintons stem zachtjes hoorbaar is. Om te kunnen luisteren, moet je tegen de deurpost leunen – en daar gebeurt iets bijzonders. Een dergelijke houding, tegen de deurpost aan, is doorgaans voorbehouden voor familieleden, vrienden of huisgenoten, mensen die je dierbaar zijn of met wie je een verstandhouding hebt. Hier bezoek je Swinton in haar oude woonvertrekken, met haar herinneringen aan toen, terwijl de badkamerkraan drupt en de vloer subtiel trilt door het Londense verkeer. De auditieve dimensies van de ruimtes zijn bijzonder geslaagd afgesteld, met stadsgeluiden die op de achtergrond meedeinen en de huiselijke intimiteit versterken. Het is een fenomenologische immersie die zelden echt goed uitgevoerd wordt, en waarin Swinton opmerkelijk dichtbij komt. De huiselijke sfeer wordt doorgezet in de korte film Phantoms (2025), die Apichatpong Weerasethakul voor de tentoonstelling maakte. Op zijn karakteristiek meanderende manier filmt de Thaise regisseur Swinton in haar familiehuis in Schotland. De camera sluipt achter haar aan terwijl ze langzaam door het huis beweegt. Op het scherm overlappen opnames elkaar: twee tijdslagen die in verbinding staan, zonder toelichting. Het beeld wordt dromerig en licht melancholisch, met een nabijheid die tegelijkertijd ondoordringbaar lijkt.
Een speelsere toon hanteert Luca Guadagnino, die een korte film maakte waarin hij Swinton volgt door de Italiaanse heuvels, gehuld in de versleten rode trui die ze droeg toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten. Diezelfde trui hangt ook in de installatie A Biographical Wardrobe, samengesteld met Olivier Saillard, tussen couturejurken en erfstukken, elk met een verhaal. Ook liet Guadagnino een zilveren buste van Swinton maken, ontworpen middels een 3D-scan en op een eikenhouten blok geplaatst in het midden van een vierkante kamer met lichtblauw Vichy-behang. Haar karakteristieke witblonde kapsel met opgeschoren zijkanten en weelderige toef zijn keurig in het zilver gegoten, en het beeld is onconventioneel met het gezicht naar de muur opgesteld. Bij zowel de buste als de film is Swintons achterhoofd het focale punt, maar die fascinatie wordt helaas nauwelijks toegelicht. Het kan zowel afstandelijkheid als vertrouwelijkheid signaleren, leiderschap of onrust. Fotograaf Tim Walker legt Swinton wel frontaal vast, als in de klassieke portretkunst, en verwijst zo naar haar familiewortels in de Schotse adel. In het familiehuis hangen schilderijen van haar voorouders en ze laat zich afbeelden op het landgoed, met de objecten en de kleding van haar familie, die zowel de tijdelijkheid als de continuïteit van eigendom benadrukken.
Jarmusch en Almodóvar nemen bestaand werk op in de tentoonstelling. Een tweekanaalsinstallatie toont Swinton als de Schotse, met een samoeraizwaard zwaaiende begrafenisondernemer Zelda Winston, een rol die Jarmusch voor haar schreef in The Dead Don’t Die (2019). Almodóvar toont de korte film The Human Voice (2020) aan het einde van de expo. De rol van Zelda is vreemd en fantasmatisch, terwijl de vertolking in die laatste film naturalistisch en met gravitas wordt uitgevoerd. Samen geven ze een goed beeld van Swintons elastische bereik als performer, hoewel er veel bekende samenwerkingen ontbreken in de tentoonstelling, zoals die met Wes Anderson en Bong Joon-ho. Die laatste zou bij de volgende iteratie van Ongoing, komend voorjaar in Onassis Stegi in Athene, wel meedoen, en het open concept lijkt dat toe te juichen.
De horizontaliteit van het makerschap zoals Swinton het voorstelt heeft iets radicaals. Tegen het idee van het genie en de auteursfilm plaatst ze het ideaal van een creatieve commune die elkaar steunt, die samen maakt en leeft. De tentoonstelling is niet alleen een viering, maar ook een onverholen aanklacht tegen de neoliberale cultus van het individu en tegen een industrie die prijzen uitreikt aan zowat alles, behalve de beste samenwerking. Haar vrienden zijn de makers met wie Swinton de filosofie van Jarman voortzet en ook in de catalogus wordt hij vaak genoemd. Ze houdt de erfenis van haar dierbare vriend op een bijzondere manier in leven en maakt die genegenheid tot het kloppende hart van de tentoonstelling. Door de grotendeels chronologische opbouw ontkomt de expo niet aan een zeker retrospectief karakter. Toch maken het nieuwe werk en de speelse belofte van continuïteit Ongoing tot een levendig rizoom dat zich kan blijven vertakken zolang Swinton de familie bijeenhoudt.
• Tilda Swinton. Ongoing, tot 8 februari, Eye Filmmuseum, IJpromenade 1, Amsterdam.





