Yumna Al-Arashi. Body as Resistance

Aisha van Yumna Al-Arashi (1988) vertrekt vanuit drie foto’s die ze in 2015 ontving van haar Jemenitische overgrootmoeder, waarop één detail ontbreekt dat in de herinnering van de kunstenaar juist centraal stond: haar overgrootmoeders gezichtstatoeage. Het is het begin van een zoektocht naar de betekenis van deze tatoeages en naar de betrouwbaarheid van fotografische beelden. Omdat Jemen sinds 2015 door oorlog onbereikbaar is, reisde Al-Arashi naar Noord-Afrika, waar ze vrouwen met vergelijkbare tatoeages ontmoette en fotografeerde. Uit hun verhalen bleek dat de tatoeagetraditie geen eenduidige betekenis heeft. Tegelijk werd ze geconfronteerd met koloniale archieven waarin dode lichamen anoniem, vaak naakt en verkeerd gecategoriseerd werden. Haar reactie effent de weg voor een radicalere aanpak: in de publicatie uit 2024 nam ze alle foto’s op, zonder selectie of hiërarchie, juist om het geweld door representatie – het vastleggen, ordenen en reduceren van betekenis – te vermijden en geen nieuw, sluitend beeld op te leggen. Het resultaat is een open stroom van beelden en fragmentarische teksten.
In Huis Marseille wordt Aisha gepresenteerd als boek, maar ook als video-installatie waarin de beelden langzaam voorbijtrekken, begeleid door een voice-over. Beide vormen tonen dat geen enkel verhaal zich ooit volledig laat vastleggen. Als Jemenitisch-Amerikaanse kunstenaar reageert Al-Arashi op westerse representaties van de Arabische wereld, en in het bijzonder op hoe vrouwen vaak worden geobjectiveerd, geëxotiseerd en gereduceerd tot symbolen. Als fotograaf probeert ze dat soort beeldvorming te ondermijnen met een kritische praktijk waarin de documentaire fotografie zich bewust is van haar eigen rol en historische verbondenheid met macht en toe-eigening. Die kritische praktijk krijgt, zeker in deze tentoonstelling, vooral vorm via het lichaam, dat bij Al-Arashi fungeert als medium van onderdrukking én weerstand. Met name het vrouwenlichaam is voor haar dé plek waar sociale en religieuze normen, historische representaties en geopolitieke verhoudingen samenkomen. Het is een oppervlak waarop verwachtingen worden geprojecteerd en waarin die verwachtingen zich vastzetten, vaak in de vorm van wat vanzelfsprekend of ‘natuurlijk’ oogt. Tegelijk impliceert datzelfde lichaam juist daarom de mogelijkheid tot verzet, omdat het die structuren belichaamt en onder druk kan zetten. Al-Arashi presenteert lichamen, en vaak dat van zichzelf, steeds opnieuw in relatie tot de kaders die aanspraak maken op onderdrukking of beteugeling: een blik, een geschiedenis van beelden die eraan voorafgaat. De positie van Al-Arashi is op die manier helder en overtuigend. Toch blijft de vraag: wanneer wordt het lichaam een manier om beeldvorming zichtbaar te maken en wanneer blijft het onderhevig aan een vooraf bepaald idee?
Body as Resistance begint met vroeg werk. Northern Yemen (2013-2014) toont vrouwenlichamen, bedekt door donkere sluiers, in berglandschappen met een blauwe hemel. Tegen de openheid van het landschap steken zij als compacte, bijna sculpturale vormen af. Daarmee is onduidelijk of de camera hun medestander is. De composities met silhouetten zijn eenvoudig, bijna iconisch, maar die eenvoud is misleidend. De beelden suggereren dat bedekking – makkelijk te lezen als onderdrukkend – ook kan functioneren als bescherming, als afscherming, en volgens de zaaltekst zelfs als vorm van autonomie, als manier om controle over zichtbaarheid terug te nemen. Tegelijk wordt die lezing nooit volledig bevestigd. Het is waar: de lichamen lijken subtiel te dansen met de objectiverende blik van de fotograaf, maar toch blijven ze hangen op het niveau van de representatie. Northern Yemen werkt als een reeks tegenbeelden die een positie opeisen in een veld van bestaande beelden en daar een ander beeld tegenoverstellen: de krachtige, eerder dan onderdrukte gesluierde vrouw. Het zijn beelden die functioneren omdat ze iets lijken te corrigeren, maar die tegelijk herkenbaar en beperkt blijven, juist omdat ze een punt maken. Het vermogen van de toeschouwer om de werken te begrijpen, te duiden en te verteren wordt op die manier bevestigd.
Al-Arashi’s ontwikkeling, van Northern Yemen tot Aisha, toont hoe ze gaandeweg dat spanningsveld meer is gaan gebruiken in plaats van uitbeelden. Het is de verdienste van de tentoonstelling dat die ontwikkeling bloot wordt gelegd. Al-Arashi’s werk wordt het interessantst wanneer de betekenisproductie van beelden het onderwerp wordt. The Road(2017) bestaat uit lange reeksen zwart-witfoto’s, dicht op elkaar, in horizontale banen, als contactvellen. In eerste instantie lijkt het een documentatie van een reis, maar al snel gaat de verhalende kracht van documentaire fotografie verloren. Net als in Aisha zijn er veel, te veel beelden en geen hiërarchie. Die weigering om te selecteren maakt het onmogelijk om het geheel te reduceren tot één narratief of een samenvattende representatie. Het beeld wordt zelf een handeling.
Een serie als Shedding Skin (2017) betrekt de positie van de kijker nog explicieter: naakte vrouwenlichamen in een hamam in Beiroet, die op stenen platforms zitten of liggen, elkaar wassen, aanraken of rusten in een warme, gesloten ruimte van stoom en licht. Dit is een plek die normaal afgeschermd is. Het maakt het kijken beladen: de toeschouwer krijgt toegang tot andermans intimiteit en belandt in een positie die niet gelegitimeerd lijkt, ergens tussen nabijheid en uitsluiting in. De beschouwing krijgt iets voyeuristisch. Dat geldt ook voor de serie half ontblote zelfportretten Looking at You (2018) en, misschien nog meer, voor Let Me In (2024), gepresenteerd in het tuinpaviljoen. Al-Arashi plaatst in deze reeks haar blote lichaam naast en op naakte, anonieme vrouwenbeelden in de publieke ruimte van Zürich. Deze foto’s lokken de blik en dagen hem uit; ze lijken zich te laten toe-eigenen, maar onttrekken zich dan toch – het is geen eenduidige kritiek op de objectivering van het vrouwelijk lichaam, maar een complex spel van blikken, waarin de toeschouwer onontkoombaar betrokken raakt. Kijken wordt niet geweigerd en evenmin beloond; de vraag is niet wat er te zien is, maar wat kijken verricht en vermag.
• Yumna Al-Arashi. Body as Resistance, tot 21 juni, Huis Marseille, Keizersgracht 401, Amsterdam.