width and height should be displayed here dynamically

Z (as in Zigzag)

Rotterdam heeft er een presentatieruimte voor beeldende kunst bij. De naam, A Tale of a Tub, verwijst naar de gelijknamige satire die Jonathan Swift schreef tussen 1694 en 1698 en waarin hij godsdienst, literatuur, politiek, wetenschap en theologie op de hak nam. Maar meer nog dan aan Swifts proza refereert de naam aan het badhuis in het Justus van Effencomplex. Dit woningbouwcomplex, vernoemd naar de cursiefjesschrijver die Swifts werk in het Nederlands vertaalde, werd gebouwd in 1922 en betekende een revolutie in de volkshuisvesting. De ‘bovenstraat’ in dit complex was een primeur in Nederland, net als de gemeenschappelijke tuinen tussen de 264 woningen en het communale badhuis in het hart van het woonblok. Tegen het eind van de twintigste eeuw was dit rijksmonument op de rand van probleemwijk Spangen in verval geraakt, maar vier jaar geleden werd begonnen met een grootschalige renovatie. Afgelopen zomer betrok Galerie Wilfried Lentz de bovenste verdiepingen van het badhuis en nodigde A Tale of a Tub uit de onderste twee woonlagen te vullen.

Anders dan Galerie Wilfried Lentz is A Tale of a Tub geen commerciële onderneming. De initiatiefnemers gewagen van een nieuw soort kunstruimte voor ‘onderzoek, dialoog en reflectie’, die ‘het artistieke proces en aanverwant onderzoek toegankelijk wil maken voor haar publiek’. De drijvende krachten achter A Tale of a Tub – Nathanja van Dijk, Carolyn Drake, Fleur van Muiswinkel en Suzanne Wallinga – presenteren zich nadrukkelijk als curatoren.

De openingspresentatie Zig (as in Zigzag) is dan ook een hardcore ‘curatorententoonstelling’: theoretisch, voorzien van een vijf pagina’s tellende bijsluiter, en visueel niet bijster aantrekkelijk. De titel is ontleend aan L’Abécédaire de Gilles Deleuze, het bekende televisie-interview van Claire Parnet met Deleuze waarin deze de letter Z omschrijft als een bliksemschicht die verschillende elementen verbindt. De tentoonstelling verbindt het werk van twee kunstenaars van verschillende generaties: de Fransman Maurice Blaussyld (1960) en de Belgische Kelly Schacht (1983). Zij buigen zich over de vraag hoe kunst zich verhoudt of kan verhouden tot de buitenwereld, en dan specifiek bezien vanuit de betrekkelijke isolatie van het naar binnen gekeerde Justus van Effencomplex. Zig (as in Zigzag) bestaat uit twee hoofdstukken, waarbij het door mij bezochte tweede deel een herschikking behelst van het eerste, aangevuld met een paar nieuwe werken.

In de benedenruimte tast Schachts zoeklicht op statief de muren van de ruimte af. Het is een effectieve verbeelding van het fenomeen kunstcontext, maar wel een beetje voor de hand liggend. Hoewel wat goedkoop ogend, is haar Pocket Atlas een stuk spannender. In het kleinste kamertje van het pand, een soort zijstap van de herkenbare tentoonstellingsruimte, plakte zij afbeeldingen van wereldkaarten, de plattegrond van Versailles, een tekening van het Rietveld-Schröderhuis, een tapijt en een romantische verbeelding van de Hof van Eden op de muur. Het verstopte kamertje omvat een complete wereld, tegelijkertijd open en gesloten.

Het werk van Blaussyld is persoonlijker van toon. In zijn ragfijne potloodtekeningen zijn menselijke figuren zichtbaar, geabstraheerde zelfportretten die bijna oplossen in onvaste lijnen. De confrontatie met de kunstenaar is directer in het vijf seconden durende videowerk waarin hij zich al prevelend aan je opdringt nadat je op de knop onder de monitor hebt gedrukt. De vijf gesloten kisten die hij tegen de wand plaatste zijn echter weer hoogst hermetisch – ze verwijzen enkel en alleen naar zichzelf.

Of A Tale of a Tub met deze tentoonstelling een brug zal slaan naar de buurtbewoners is zeer de vraag, hoezeer de organisatie zich ook laat voorstaan op ‘een laagdrempelig publieksprogramma, dat bestaat uit performances, screenings, artist talks, publicaties en lezingen’. Maar ook als academische enclave, die reflecteert op de maatschappelijke rol en positie van de kunst, overtuigt het nieuwe initiatief nog niet. Van een zelfbewuste referentie aan het stedelijke gentrification-proces, waarvoor kunstinstellingen en kunstenaars vaak bewust worden ingezet, is er bijvoorbeeld geen spoor. Maar misschien is het nog te vroeg om te oordelen en moet A Tale of a Tub zich eerst nog goed settelen voordat alles op z’n plek valt.

 

Z (as in Zigzag), 4 oktober – 23 november, A Tale of a Tub, Justus van Effenstraat 4, 3027 TK Rotterdam (gratis toegankelijk vr-zo 13-18u.).