width and height should be displayed here dynamically

Judy Chicago. Revelations

Judy Chicago. Revelations, Joods Museum, Amsterdam, 2026, foto Anneke Hymmen

Voor Judy Chicago (1939) begon feministische kunst met het creëren van infrastructuren waarin vrouwen kunst konden maken, buiten de beperkingen van mannelijke hiërarchieën. Dat zij in 1970 de naam Chicago aannam en daarmee brak met zowel haar vaders naam (Cohen) als de achternaam van haar echtgenoot, past binnen diezelfde weigering. Met het Feminist Art Program, opgericht in 1970 aan Fresno State College in Californië en later met Miriam Schapiro voortgezet aan CalArts, gaf ze die ambitie binnen het kunstonderwijs concreet vorm. Uit dit programma ontstond Womanhouse (1972), een volledig huis dat werd getransformeerd tot een installatie over huiselijkheid, met onder meer een Menstruation Bathroom. Die inzet om plaats te maken voor vrouwen bereikte een hoogtepunt in The Dinner Party (1974-1979), een monumentaal eerbetoon aan vrouwen die in de geschiedschrijving ontbreken of naar de marge zijn verdrongen.

Het is niet vanuit dit sleutelwerk dat Chicago’s oeuvre in de tentoonstelling in het Joods Museum in Amsterdam wordt gelezen. Centraal staat een minder bekend manuscript dat aan de basis lag van zowel The Dinner Party als latere projecten, zoals Birth Project (1980-1985). Hans Ulrich Obrist bracht het in 2024 opnieuw onder de aandacht en verbond er deze tentoonstelling aan, eerst gepresenteerd in de Serpentine Gallery in Londen en nu te zien in Amsterdam. In het manuscript, getiteld Revelations of the Goddess, herschrijft Chicago het patriarchale scheppingsverhaal vanuit een uitgesproken feministisch perspectief.

 In the Beginning (1982), de lange muurvullende print waarmee de tentoonstelling opent, verbeeldt dat alternatief. Uit een donkere chaos van gezucht en geschreeuw ontvouwt zich in golvende, kleurrijke lijnen een verhaal waarin de vrouw aan het begin van de schepping staat. De openingswoorden zijn dezelfde als in Genesis, maar hier baart een godin de wereld. Het oorsprongsbeeld van de mensheid bestaat uit planten, dieren en een vrouw die een kind aan de borst houdt. De keuze om het werk als print te tonen, maakt de eerste confrontatie wat onbevredigend. Van nabij oogt het oppervlak glad en kunststofachtig, waardoor de kleuren hun intensiteit verliezen en het werk minder direct aanspreekt dan het thematisch belooft.

Hoewel Revelations als inhoudelijk raamwerk voor de tentoonstelling conceptueel interessant is, blijkt de inzet uiteindelijk diffuus. De visionaire toon en de poëtisch aangezette hoofdstuktitels, zoals ‘The Calling of the Apostles and Disciples’, ‘Visions of the Apocalypse’ en ‘And God Created Life’, geven de tentoonstelling een zwaar symbolisch kader, zonder ze noodzakelijk meer scherpte te verlenen. Juist omdat het manuscript als mythologisch raamwerk functioneert, vraag ik me af of het als zelfstandig werk overtuigt. Het lijkt vooral te dienen als contextueel vehikel om de rest van Chicago’s oeuvre te bekijken.

Vooral in het eerste deel ontvouwt zich een kunstenaarschap dat nog altijd onverschrokken aandoet. Er zijn vroege werken te zien, waaronder Donut Drawings (1968) en de serie Drawing from The Great Ladies (1973): abstracte uitwaaieringen van kleur en organische, vibrerende vormen. Chicago drukte zich aanvankelijk nog uit in een beeldtaal verwant aan haar minimalistische, mannelijke tijdgenoten, alsof zij zich nog schuilhield voor een directe articulatie van haar positie binnen een mannelijk kunstveld. Daarom werkt Peeling Back (1974) hier zo sterk. Dit werk, ontstaan naar aanleiding van een ervaring met een mannelijke verzamelaar, markeert een breuk met die eerdere abstractie. Chicago schrijft in een toelichting hoe zij zich achter geometrische structuren verschool uit angst om haar ‘ware zelf’ te tonen. In Peeling Back opent de bloemvorm zich letterlijk en figuurlijk, als opmaat naar een feministische kunstpraktijk.

Bijzonder is Broken Butterfly/Shattered Dreams (1976), de houten kisten met porseleinen studies die Chicago maakte terwijl ze aan The Dinner Party werkte. In deze fragiele, met satijn beklede objecten weerspiegelt zich Chicago’s onzekerheid over een project waarvan ze niet wist of ze het ooit zou voltooien. De aan Duchamp herinnerende kisten ogen als relieken, maar bevatten geen gaaf object: binnenin ligt een gebroken vorm die aan een vlinder, bloem of vulva doet denken. Het motief, dat ook in de keramische borden van The Dinner Party terugkeert, verwijst naar de bevrijding van vrouwen uit beperkende genderrollen – een bevrijding die eerder precair dan voltooid is: ‘nearly free and almost flying’. Een directer beeld verschijnt in de foto’s en videoprojecties van Women and Smoke (1971-1972), waarin naakte, beschilderde vrouwenlichamen zich als godinnen door de Californische woestijn bewegen, omringd door kleurrijke rook en fakkels.

Schetsen, notitieboeken, foto’s, knipsels en de video A Tour of the Exhibition maken het wordingsproces van The Dinner Party inzichtelijk, zonder het te reduceren tot documentatie. Hoewel het monumentale werk permanent in het Brooklyn Museum in New York is ondergebracht en te kwetsbaar is om te reizen, weet de tentoonstelling toch een indruk te geven van de schaal en ambitie ervan. Keramische borden in het verlengde van eerdere tekeningen laten, samen met borduurontwerpen, zien hoe beeldtaal, handwerk en feministische geschiedschrijving samenkomen.

Op de benedenverdieping, waar meerdere reeksen latere werken te zien zijn, verliest de tentoonstelling aan kracht. Waar het vroege werk nog formele spanning en kwetsbaarheid bezit, doet het latere werk vaker illustratief aan en wordt het soms bijna een herhaalformule. Dat geldt bijvoorbeeld voor de serie The End: A Meditation on Death and Extinction(2012-2018), waarin Chicago de klimaatcrisis en het uitsterven van dieren aan de onderdrukking van vrouwen verbindt. In And God Created Life (2023), speciaal gemaakt voor Revelations, keren vragen terug als: ‘Would both women and men be strong?’, ‘Would both women and men be gentle?’ en ‘Would there be violence?’ Het binaire denken dat daarin doorklinkt – een punt waarop Chicago vaker is bekritiseerd – werkt eerder simplificerend dan prikkelend. Ooit had die omkering – wat als God een vrouw was? – politieke kracht. Vandaag lijkt ze vooral vast te blijven zitten in het binaire denken dat Chicago juist wil openbreken. Toen ik laatst aan mijn neefje vroeg of hij dacht dat hij een broertje of zusje zou krijgen, antwoordde hij: ‘Het wordt een mens.’ Waarom zou de oorsprong van het leven inderdaad nog aan gender gebonden moeten worden?

Wat Revelations laat zien, is dat Chicago’s nalatenschap wellicht minder in afzonderlijke werken ligt dan in de ruimte die zij vanaf de jaren zeventig heeft opengebroken voor vrouwelijke kunstenaars in een door mannen gedomineerde (kunst)wereld. Tegelijk is het indrukwekkend hoe onverschrokken Chicago, inmiddels zesentachtig, vanuit dezelfde hardnekkige overtuiging blijft werken.

 

Judy Chicago. Revelations, tot 23 augustus, Joods Museum, Nieuwe Amstelstraat 1, Amsterdam.