width and height should be displayed here dynamically

Originele kopieën

Kunstwerkplaats Cuypers & Co, ca. 1930, Cuypershuis, Roermond

In de architectuurgeschiedenis hebben tekst en beeld een gelijkwaardige positie. In de monografie bijvoorbeeld – sinds jaar en dag een van de meest populaire genres van het vak – wordt het oeuvre van een architect niet alleen geduid aan de hand van teksten, maar evengoed met ontwerptekeningen, perspectieven, plattegronden en schetsen. Op de voorgrond staan vaak fraaie presentatietekeningen die het gebouw als artistiek object canoniseren en de architect op een voetstuk plaatsen. Toch zijn, volgens de auteurs van Originele kopieën, dergelijke tekeningen vaak een uitzondering. De meeste archieven bestaan grotendeels uit kopieën: vermenigvuldigingen van bouwtekeningen die als blauwdrukken, witdrukken of zips en fotokopieën aangeleverd worden. Vaak wordt er weinig waarde aan toegekend; ze gelden als louter werkinstrument en zeggen naar algemene opvatting weinig over het handschrift van de architect-kunstenaar. Originele kopieën bepleit een fundamentele herwaardering van deze documenten. Juist de kopie, zo stellen de auteurs, vertelt veel over het architectonische ontwerp en de wijze waarop het tot stand kwam.

Een kunsthistorische tweedeling wordt op die manier bekritiseerd: het origineel als het unieke, artistieke document en als drager van auteurschap, en de kopie met een secundaire status als technisch, dienstbaar document. Waar kopieën doorgaans als louter instrumenteel beschouwd worden, verschijnen ze als actieve dragers van kennis met een eigen geschiedenis en handelingsvermogen. Afdrukken en kopieën zijn niet langer neutrale media, maar artefacten die mede bepalen hoe de architectuur tot stand komt. De ambitieuze inzet van deze verschuiving is groter dan een louter archieftechnische correctie: het begrip van auteurschap wordt erdoor geraakt, net als opvattingen over de originaliteit en de epistemologie van de architectuurgeschiedenis.

Originele kopieën is een substantiële studie, opgebouwd uit dertien hoofdstukken en een uitgebreid apparaat met visueel katern, bibliografie en namenregister. Centraal staan de kopieerpraktijken op het Nederlandse architectenbureau tussen 1870 en 2000. De geschiedenis die wordt verteld, begint halverwege de negentiende eeuw, op het moment dat architecten hun bouwtekeningen niet langer hoefden over te tekenen of te graveren om ze te kopiëren. De hand van de tekenaar werd vervangen door de blauwdruk, die ontstond als een bijproduct van de fotografie. Het chemische onderzoek naar lichtgevoelige stoffen leverde naast de foto de ‘cyanotypie’ op, een Grieks woord dat verwijst naar de kenmerkende blauwe kleur van de afdruk. In Originele kopieën wordt deze uitvinding terecht verbonden met de wiskundige Sir John Herschel, die in 1842 de eerste blauwdruk ontwikkelde. Daarbij wordt ook de botanicus en fotograaf Anna Atkins vermeld. Zij publiceerde in 1843 Photographs of British Algae, algemeen beschouwd als het eerste boek met fotografische afbeeldingen vervaardigd met dit procedé.

Dat het gebruik van de blauwdruk in het architectenbureau al snel een hoge vlucht nam, had te maken met de nauwkeurigheid ervan: het origineel kon vele malen worden gereproduceerd zonder verlies van essentiële informatie. Zo verschoof het zwaartepunt van de productie van unieke tekeningen naar hun systematische reproduceerbaarheid. In een later stadium maakte de witdruk zijn intrede: donkere lijnen op een witte achtergrond, beter leesbaar en eenvoudiger te archiveren dan de blauwdruk. De zogenaamde zips of zelfklevende plasticfolies introduceerden een ander soort efficiëntie: plakplaatjes met voorgedrukte motieven – bomen, struiken, menselijke figuren – brachten een vorm van standaardisatie in de ontwerptekening. De introductie van het fotokopieerapparaat ten slotte verbrak de band met het lichtgevoelige papier, en de auteurs benadrukken dat fotokopiëren voor architecten meer dan een banale kantoorhandeling was. De fotokopie was bovenal een creatief werkdocument: een instrument voor het genereren van ideeën in de ontwerpfase en een bewerkbaar medium in de presentatiefase.

Daarmee is het boek in de eerste plaats een geslaagde mediageschiedenis: toegankelijk geschreven, fraai geïllustreerd aan de hand van het archief van de Rijkscollectie en mooi vormgegeven door Maureen Mooren. Indirect komen uit de beschrijving van de reproductietechnieken een aantal thematische lijnen naar voren: hoe beslissingen in het hoofd van de ‘geniale’ architect ook in, door en dankzij reproductieprocessen tot stand komen, en hoe het ontwerpen een collectief, technisch en iteratief proces is. Reproductietechnieken bepalen wat zichtbaar wordt en wat verdwijnt en sturen de schaal, het detailniveau en de leesbaarheid van het ontwerp. Ze vervangen het eenduidige auteurschap van de geniale enkeling door een vorm van distributief auteurschap van verschillende tekenaars, medewerkers en reproductietechnici.

Het accent blijft liggen op de chronologische beschrijving. Daardoor keren de thematische lijnen die aangekondigd worden in de inleiding slechts sporadisch terug. Het boek blijft zo in de eerste plaats een geschiedenis van reproductietechnieken en hun toepassing, eerder dan een systematische analyse van hoe deze technieken concreet het ontwerpproces zelf structureren. Wat ook enigszins ontbreekt, is een expliciete positionering binnen de bestaande historiografie van media in het ontwerpproces. Klassieke studies zoals Translations from Drawing to Building (1986) van Robin Evans bijvoorbeeld wezen erop dat tekenpraktijken niet louter representeren, maar de transformatie van ontwerp naar gebouw actief sturen. Een dergelijke contextualisering zou de centrale intuïtie van het boek – dat media het ontwerp beïnvloeden – scherper kunnen articuleren. De verdienste van Originele kopieën is in de eerste plaats dat het de geschiedenis van reproductietechnieken toegankelijk voor het voetlicht brengt en duidelijk maakt hoezeer architectuur afhankelijk is van de media waarmee ze wordt vastgelegd, vermenigvuldigd en verspreid.

 

Ellen Smit, Clara Haardt, Hetty Berens, Caroline Lange, Originele kopieën. Blauwdrukken, witdrukken, zips en fotokopieën op het architectenbureau 1870-2000, Rotterdam, nai010, 2025, ISBN 9789462089419.