Alicja Kwade. Dusty Die

Op een dobbelsteen kan stof liggen. Dat neem ik mee van deze solo van Alicja Kwade (1979) in Museum M. Een dobbelsteen blijft naast een symbool van waarschijnlijkheid en kansrekening ook gewoon een voorwerp. Al in de eerste zaal maakt de video-installatie In Ewig den Zufall betrachtend (2014) dat duidelijk. In het pikkedonker bulderen gigantische dobbelstenen op vijf schermen door de ruimte. Ze lijken nooit te gaan vallen, nooit een uitkomst te zullen geven. Hun praktische functie hebben ze verloren; het hadden evengoed rotsblokken of meteorieten kunnen zijn.
De tentoonstelling kadert in het zeshonderdjarig bestaan van de KU Leuven en wordt voorgesteld als een reflectie op wetenschap. Het is een sluwe reflectie, want de wetenschap wordt hier geregeld buitenspel gezet. Kijk bijvoorbeeld naar Nach Osten (2011-2013), Kwades versie van de slinger van Foucault. Die wordt niet zoals in het Panthéon in Parijs omringd door een cirkelvormige meetlat. Samen met het versterkte, zwiepende geluid doet de afwezigheid van wiskundige houvast de slinger als een louter object verschijnen. In plaats van een streepje op de meetlat aan te duiden, werpt de slinger schaduwen op de muren – typisch voor een voorwerp.
Eenzelfde ‘objectmatige’ benadering kenmerkt Gegen den Lauf (2012-2015), een klok met wijzers die stil blijven staan, terwijl de klok zelf ronddraait. Opnieuw verplaatst de aandacht zich van de functie – de tijd aanduiden – naar het object. De tijd wordt secundair tegenover het instrument. Toch geeft deze klok nog steeds de juiste tijd aan. Dat is in de laatste zaal anders, waar in het midden een felblauwe transpallet staat met als titel Hubwagen (2012-2013). Niet alleen valt er hier niets te vervoeren, het voertuig staat ook nog eens krom. ‘Tijdens de tentoonstelling wordt Hubwagen op bepaalde momenten geactiveerd in een performance,’ vertelt de brochure. En inderdaad, op de vloer zie je de cirkel waar de transpallet op die momenten eindeloos rondjes blijft maken. In een andere zaal staat een grote steen van bijna twee ton, deel van de installatie Blue Days Dust (II) (2025). Het is een brok lapis lazuli, het pigment waarmee de omliggende muren zijn beschilderd. Mijn leerkracht esthetica bleef op eindejaarsreis naar Italië voortdurend benadrukken dat dit pigment een ‘héél, héél duur’ stofje is. Hier zie ik gewoon een steen, voor economische omstandigheden is er geen plaats. Ten slotte is er nog een opgerolde houten deur, Eadem Mutata Resurgo (2014), die niet meer kan dienen om af te sluiten of door te laten, en er alleen nog maar staat.
Het is misschien een wat klassieke manier om de ‘objectheid’ van een gebruiksvoorwerp te benadrukken: door de onmiddellijke functie te schrappen – het ‘om te…’, om met Heidegger te spreken, weg te laten – kan het als object naar voren treden. Maar Kwade maakt het interessant omdat ze daar verschillende strategieën voor gebruikt. Naast de vervorming van de transpallet en de deur, de uitvergroting van de dobbelstenen en de geluidsversterking van de slinger is er de plaatsing van een gele vrucht (The Sun, 2022) en een sleutelbos (Wo Oben Zum Unten, 2015) tegen het plafond. Een onverwachte locatie kan een object evengoed overleveren aan theoretische beschouwing.
Dat de wereld niet gedragen wordt maar rondtolt, weten we al lang. Toch hoeven we niet in een planeetvervoerende schildpad te geloven om ons de aarde, uit praktische overwegingen, zo voor te stellen. Waar Piero Manzoni de planeet nog in haar ware grootte liet door een Socle du Monde (1961) te maken, schuift Alicja Kwade er een meer omvangrijke stoel onder. De installatie Siège du Monde (2025) is meer dan een woordspel (siège kan ‘stoel’ betekenen, maar ook ‘hoofdkwartier’): de planeet is een onderzoeksobject zoals een ander, geminiaturiseerd en geïmmobiliseerd om met meer gemak te kunnen observeren. Zo gaat het er in de wetenschap aan toe, zelfs al slagen we er nooit in de omgeving helemaal naar onze maat te krijgen. De aarde, een object: de boodschap wordt nog helderder wanneer je het museum verlaat en een omweg langs het Sint-Donatuspark maakt. Daar heeft de kunstenaar een massieve steen op stoelen gezet – een steen die, op de aarde gelegen, niet meteen zou opvallen. Zoals Siège du Monde toont Carriers (2025) dat een object theoretisch wordt wanneer het niet gewoon ligt maar gedragen wordt, als een preparaat.
Beschouwingen over het object blijven elkaar opvolgen. De grootste installatie, WeltenLinie (2019/2025), is als een heel complexe Dan Graham, met een tiental glaspanelen gevat in zwarte kaders. Voorwerpen verschijnen op verschillende manieren. Afhankelijk van je parcours zie je het ene object meteen, het andere door een frame, nog een ander via een spiegel. Uiteindelijk valt ieder ding op deze drie manieren te zien, maar de eerste zienswijze bepaalt de latere. Wie een spiegel in het frame verwacht, bereidt zich voor op het spiegelbeeld van het object dat zonet in beeld kwam. Dan blijkt die spiegel afwezig, en ligt er achter het frame een ander voorwerp. Toch kijk je op een manier die gelijkenis verwacht. Er zijn ook objecten die niet centraal voor een spiegel of een glaswand liggen en ontsnappen aan anticiperend kijken. WeltenLinie is een boeiende en speelse poging om onze waarneming met voorafnames te confronteren.
De meest expliciete, maar ook meest vindingrijke relativering van de wetenschap vindt plaats in 1417+ (16.08.2013), uit 2013. Op een groot papier worden keurig alle 1417 asteroïden opgesomd die de NASA tot en met 16 augustus 2013 als een gevaar voor onze planeet heeft geregistreerd. Alleen tussen 1937 en 1947 is er een leemte, want tijdens die oorlogsjaren had het ruimteagentschap andere prioriteiten. Meten is weten, maar het wordt blijkbaar overbodig wanneer kennis zich op een andere manier aanbiedt. Dat de wereld in gevaar was, maakten de Tweede Wereldoorlog en de atoombom al duidelijk, dus daar waren geen onheilspellende observaties van asteroïden voor nodig. Onder het kader liggen kiezelstenen op de vloer: overblijfselen van astronomische evenementen. Zelfs een cataclysme wordt object.
• Alicja Kwade. Dusty Die, tot 22 februari, M, Leopold Vanderkelenstraat 28, Leuven.